Reisverslag fietstocht Rhodos - Turkije 2011

Donderdag 1 september 2011 (Mireille)

Wanneer we in de koude wintermaanden op de website van Eigen-Wijze Reizen een nieuwe fietsreis ontdekken naar Rhodos en Turkije zijn we onmiddellijk verkocht. Zesentwintig jaar geleden verbleef Herman 1 week op Rhodos, en ik verkende datzelfde jaar West-Turkije.

Zo landen we op een zonnige snikhete dag op de luchthaven van Rhodos. Heerlijk na die Belgische rotzomer. Ben Eijkelhof, de Nederlandse vertegenwoordiger van Omega Bike & Hike die deze reizen hier organiseert, wacht ons buiten het luchthavengebouw op. Hij legt onze bestemming geduldig uit aan een taxichauffeur, geeft Herman 27 euro en dringt erop aan om een rekening te vragen.

Twintig minuten later worden we samen met de rekening gedropt in pension Vouras in Kalavarda. Boordevol plannen, wij willen meteen aan de slag. Irina ontvangt ons erg vriendelijk met een verkoelend drankje op het schaduwrijke terras. We kunnen in het Duits converseren. Relax, we zullen de kamer straks wel gaan bekijken, zegt ze. Les nummer 1 voor deze jachtige westerlingen : alles verloopt hier op een veel rustiger manier. Dat wordt nog even wennen!

Wij hebben kamer nummer 1. Het cijfer is met de losse hand op onze kamerdeur gekribbeld. Een eenvoudig gemeubileerde kamer, maar netjes en met modern sanitair. En een privéterrasje tussen het groen.

Een klein uurtje later arriveert Ben met een Nederlands echtpaar dat met Cycletours een fietstocht over 4 eilanden gaan maken (Rhodos, Kos, Kalymnos en Leros). Via een steil klimmend paadje worden we naar de fietsenwerkplaats gebracht. Wat een enorme hoeveelheid rode Gazellefietsen! En toch wijst Ben voor mij een zwarte Trekfiets aan, met dunne banden. Herman krijgt wel zo’n knalrode fiets toevertrouwd met bidonhouder. Beide fietsen zijn uitgerust met grote, zwarte, waterbestendige fietstassen.

Eventjes een rondje gaan rijden! Een eerste kennismaking met het zandstrand, de ene kant afgebakend voor de kitesurfers en de andere kant voor de zwemmers. Voor alle duidelijkheid is er nog een summiere tekening van een surfer en een zwemmer aangebracht.

We installeren ons even op de kunstmatige stenen pier maar beslissen al snel om terug te fietsen naar het hotel. We halen wat lectuur op en besluiten dan om eerst het dorpje Kalavarda met de fiets te verkennen. Op het dorpsplein laven een aantal Griekse wielertoeristen zich aan de fontein. We ontdekken enkele restaurantjes, goed om te weten voor vanavond.

Vandaar fietsen we terug naar het strand, en onder een luifel in de schaduw genieten van een café frappé. Ja het slowreizen begint te komen. We kijken naar de surfers op het water en wanneer de grootste hitte voorbij is verhuizen we terug naar de rotsen.

Bij terugkeer in het pension zien we op het terras al een hele reeks fietsen staan. Onder onze kamerdeur steekt onze reisdocumentatiemap met enkele routecorrecties en –aanvullingen. Over service gesproken.

We maken een avondwandeling naar het dorpspleintje van Kalavarda, waar we een tafeltje uitzoeken in een taverna. Van een menukaart is er geen sprake. Echte houten stoelen die ons doen terug denken aan het Griekenland van jaren geleden. Ook de oude mannen staren voor zich uit en aanschouwen het levendige dorpsplein. De kleinste kinderen spelen verstoppertje rond het standbeeld van een aartsbisschop. Ena, dio, tria, ik kom! Een steeds grotere groep tieners wisselt confidenties uit. Een zwartgeklede, kromgebogen oma schuifelt naar de fontein. Moeders zitten op de stoep van hun woning waarin de flikkerende tv het zonder publiek moet stellen.

Een papieren tafelkleed met de kaart van Rhodos is ook een blijver. Wij gaan voor een mezze! Een Griekse sla en 6 kleine bordjes doen ons al watertanden. De lokale retsina is verrukkelijk! Herman opteert daarna nog voor een stukje gegrild vlees. Ik weet wel raad met de rest van de mezze.

Na de afrekening (Was the food OK, was the wine OK, was the price OK?) worden we voor zaterdag uitgenodigd voor het trouwfeest met hapjes en dansen, hier op het plein bij onze vriend Zorba. Onder een prachtige sterrenhemel wandelen we terug naar ons pensionnetje en installeren we ons nog even op het terras. Maar zandmannetje komt echter al snel langs en dus gaan we dan maar dodo doen.

Vrijdag 2 september 2011 (Herman)

Kalimera.

Ziezo, mijn eerste Griekse volzin is eruit.

Om kwart voor negen vinden we het ontbijtterras vol fietsers. Een straalblauwe lucht en een temperatuur die we al maanden in België niet meer gevoeld hebben. Veelbelovend.

Ei of yoghurt? Ik ga voor een tikkeneike in the morning, Mireille kiest voor de heerlijke Griekse yoghurt. En échte koffie, geen Nescafé. De jonge huiskat springt om de haverklap op de tafeltjes op zoek naar ham of zoetigheden. Niet echt voor poezen, maar veel indruk maken handgeklap of vermanende woorden niet want ze blijft het zonder verpinken proberen.

Het pension ligt aan een driesprong waarvan 1 arm naar het oude Kamiros wijst. Wij fietsen die richting uit en houden het beukende water van de zee op onze rechterhand. Ondanks de nogal stroeve fietsen genieten we er met volle teugen van. Voorbij enkele visrestaurants nemen we een zijsprong naar "Ancient Kameiros" en moeten we meteen stevig aan de klim. Enkele steile lussen verder kunnen we onze rijwielen parkeren aan de ingang van de Helleense ruďnestad. 4 euro per persoon inkom, dat valt weer mee. Een prettig weerzien na 26 jaar. En volgens mij staan er ondertussen toch al wat meer zuilen recht. Onderaan staan de restanten van een Dorische tempel. Verderop klimt de hoofdstraat langs de Helleense huisjes tot de tempel van Athena en de stoa. Het is bloedheet tussen de stenen. Boven is het uitzicht fenomenaal, met het hele plattegrond van Kamiros aan onze voeten en daarachter de azuurblauwe Egeďsche Zee. En hier blaast een verkoelend windje. Achter de ruďnes zien we dat het bos afgebrand is (en volgens de Lonely Planet is de site daardoor een tijdje afgesloten geweest).

We vervolgen onze weg tussen de zee en zandsteenrotsen, bekroond met oleanders. Geiten peuzelen watermeloenen op. We peddelen door Mandriko, een verstild dorpje, waarna we stevig afdalen tot het haventje van Kamiros Skala. Hier varen veerboten naar het eiland Chalki. Een hele reeks visrestaurants nodigen uit voor een langere stop, maar wij gaan eerst nog even verder naar een burcht. Echter niet voordat we een drankenstalletje geplunderd hebben.

Een burcht, dat is dus klimmen. 10% volgens een Grieks bord, maar dan wel aangeduid op een stuk waar het helemaal niet klimt. Kritsina Kastro is een van buitenaf mooi intacte kruisvaardersburcht die nooit ingenomen werd. Behalve nu door de toeristen dan. Binnen staat een tickethokje maar dat is verlaten. Een trap leidt ons naar een fraai uitzicht over de Egeďsche Zee en het eiland Chalki.

En dan de visrestaurants. In het eerste vinden we geen schaduwrijk plekje maar bij Psarotaverna Loukas hebben we ook een prachtig zicht op de zee en de ferryboot. En de Griekse sla (uiteraard), de souvlaki (natuurlijk), de inktvis (vanzelfsprekend) en het halfje retsina (geen twijfel mogelijk) zijn overheerlijk. We zitten al helemaal in de Griekse stemming.

De terugtocht gaat supervlot met een heerlijk windje in de rug. Onderweg gaat Mireille nog op geitenjacht. Fotojacht welteverstaan. Snel omkleden in het pension en dan cafés frappés gaan drinken op het strandterras een kilometertje verder. In het pension krijgen we van Ben 's avonds nog wat tips en correcties voor de volgende fietsdagen maar daar denken we nog niet aan. Ik bestel bij Irini in mijn beste Duits een karafje retsina, hausgemacht. Onder de wijnranken, bij een temperatuur die je niet voor mogelijk houdt. 's Avonds nog rond de 27°C. En dan te bedenken dat het volgens Ben hier niet zo warm is als gewoonlijk. Dat zullen ze in België nooit geloven.

Maar in Turkije zou het naar verluidt nog heter zijn!

Zeit für Essen, zegt Irina en begint verscheidene culinaire mogelijkheden op te sommen. We laten haar zelf kiezen uit de mezze, en opteren daarna voor een pasticcio. Met ook al een rode van eigen makelij. En de druiven komen achteraf op tafel.

Te zwoel om te gaan slapen. En toch moet het.

Zaterdag 3 september 2011 (Mireille)

Om half tien zetten we onze bagage aan de receptie en vertrekken met de fiets richting Rhodos-Stad. Langs de grote baan zo'n 30 kilometer, maar wij gaan via enkele binnenwegen en toeristische hoogtepunten.

Eerste bestemming is Petaloudes, de vlindervallei.

Onderweg stoppen we eerst even bij de ruďnes van de tempel van Apollo. Gelukkig staat er een schets bij van het oorspronkelijke gebouw, want met het weinige dat er overblijft heb je veel verbeeldingskracht nodig om er iets van te maken.

We klimmen door het dorpje Theologos, waar 2 oudere vrouwen op een bankje in de schaduw de laatste roddels uitwisselen bij een kopje koffie. De weg loopt langs oude olijfbomen soms vlak, maar toch overwegend stijgend. Huurauto's, quads en brommertjes passeren ons voortdurend en af en toe een toerbus.

Plots zien we de eerst geparkeerde auto's en dus zoeken wij een goed plekje voor onze metgezel op twee wielen. Vandaar is het maar een korte wandeling naar de ingang van de vallei. Wat een Vlaamse kermis, allemaal souvenirshops naast elkaar.

We tellen 5 euro neer per persoon, dus zullen er nog veel vlinders te zien zijn! Maar blijkbaar is de inkomprijs toch niet recht evenredig met de aanwezige fauna.

Een smal snelstromend beekje tussen de bomen is de habitat van de euplagia quadripunctaria. Spaanse vlag voor de vrienden. Her en der zitten de beestjes langs de kant en lijken ze heel anders dan wanneer ze rondvliegen. Met opengespreide vleugels zijn ze roodbruin getint. Als ze op de rotsen neerstrijken klappen ze hun vleugels dubbel en zijn ze zwart met gele strepen. Herman herinnert zich van zijn eerste bezoek dat ze echt in zwermen langs hem heen vlogen. Bij een tweede traject hogerop houden we het snel voor bekeken. Aan een kraampje brengen we eerst nog onze vochtbalans in evenwicht voor we terug op de fietsen springen.

Gelukkig blijft de weg nu overwegend dalen en kunnen we zo wat afstand afleggen want er staan ons verderop nog wat nijdige klimmetjes te wachten. Plots horen we rare geluiden achter ons. Het blijkt de plaatselijke kippenboer te zijn. Het verschil met een kippenleverancier bij ons is dat deze hier gewoon levende kippen meezeult in zijn pick-up. Versere levering kan niet.

Voorbij enkele militaire domeinen, de oude luchthaven en een handvol dorpjes beslissen we om de Filerimos-heuvel te beklimmen. We peddelen langs duur uitziende huizen, relaxte brandweermannen en gaan dan maar aan de klim. Er zijn zeer steile en wat mildere stukken maar het gaat toch heel de tijd omhoog. Ook deze keer haal ik opgelucht adem wanneer ik de parking zie.

Als echte Belgen gaan we voor de verdere verkenning eerst een terrasje doen en een hapje eten. Tussen de nieuwsgierige pauwen. De man die de kiosk uitbaat is geďnteresseerd in onze fietsen, en vooral waar we die gehuurd hebben. Hij heeft immers ook een verhuurbedrijf. Kwestie van de concurrentie in kaart te brengen ...

Aan de rechterkant ontdekken we een kruisgang onder de bomen met als eindpunt een groot stenen kruis. In het kruis loopt een smalle wenteltrap naar boven met een weids uitzicht op de omgeving. Ik herken onmiddellijk de oude en de nieuwe luchthaven en de eilandjes van gisteren. Aan de andere kant ligt het monasterio. We beperken ons tot een snelle blik wegens niet netjes gekleed. Bij het afdalen maken we een korte stop aan een kerkje waar Herman aan de waterkraan door wespen belaagd wordt.

Laatste en ook eindbestemming is de hoofdstad Rhodos, maar ook hiervoor moet er nog geklommen worden. We maken nog een korte omweg langs de 4 pittoreske zuilen van de Monte Smith en dalen dan af naar het strand van Rhodos-Stad. We duiken ons verrassend fraaie hotel Manoussos binnen, vinden na wat speurwerk onze bagage in een afgeschermd hoekje en kopen wat koele drankjes in het winkeltje aan de overkant.

En dan is het tijd voor de ontdekking van de stad, langs de Mandrakihaven met boten naar allerlei bekende en minder bekende eilanden. De twee bronzen herten bekijken het rustig van op een afstand. We zoeken een doorgang door de oude en nog indrukwekkend intacte omwalling, flaneren langs de middeleeuwse Ridderstraat en het Grootmeesterspaleis en staan verbaasd te kijken naar de enorme massa's winkeltjes en de horden toeristen. Gelukkig is de Turkse wijk vol straatjes met stenen bogen veel rustiger en ook veel authentieker.

Voor Herman is het echt een zoektocht naar herkenningspunten van vroeger.

En de dag wordt eens te meer bekroond met een aperitiefje en een lekkere maaltijd bij een zwoele temperatuur op een gezellig pleintje waar we toevallig verzeild geraken.

En nachtfotografie aan de haven.

Zondag 4 september 2011 (Herman)

Amai da's vroeg.

Op een onchristelijk uur - kwart voor zes - kruipen we uit bed want we moeten de ferry van acht uur naar Marmaris halen. En ik heb nauwelijks geslapen met het lawaai van al die dancings hier in de buurt. We slaan het ontbijt in het hotel over en fietsen door de nu verlaten winkelstraat tot aan de haven en dan verder langs de zee en de indrukwekkende stadswallen. Achter de zeilboten zien we de roodgloeiende zon boven de kim opkomen. Tijd voor een weergaloze fotostop. En dan verder bollen tot aan de pier waar de boten naar Turkije vertrekken.

We ruilen onze voucher om voor boottickets, gaan een stempeltje halen in de douane en gaan dan met de fiets in de ene en de reiskoffer in de andere hand naar ons groot ferryschip. Mireille introduceert meteen een nieuwe techniek : de reiskoffer achteraan aan de fiets haken. We deponeren de fietsen en de bagage in het ruim en worden dan bij het tonen van onze biljetten tegengehouden. Verkeerde boot ...

Blijkt dat onze kaartjes enkel geldig zijn op de catamaran van een concurrerende maatschappij. Die vertrekt pas om 9 uur, doet er slechts drie kwartier over (in plaats van ruim 2 uur) maar heeft geen bovendek. Een functioneel transport in plaats van een pleziervaart. Protest bij de kaartjesverkoper maar die heeft geen zin tot een omruilactie. Gaat niet meer, zegt hij, want de ferry vertrekt over 10 minuten. Na een half uur staat de ferry er nog steeds ... Griekse onwil of luiheid, of beide, we laten het in het midden.

De ongezellige catamaran dan maar, en de scheepslui krabben al in hun haar als ze onze fietsen zien. Ze worden uiteindelijk de hele catamaran doorgesleurd en op een tussenstuk tegen een muur gezet. Heb je geen touw bij om ze vast te maken, vraagt die gast dan doodleuk aan Mireille ...

Behoort inderdaad niet tot onze standaarduitrusting.

Het interieur van de catamaran heeft al betere tijden gekend - zeer lang geleden dan nog. Er is nauwelijks nog een zetel die er intact uitziet. Na een klein uurtje worden we gedropt aan de pier van Marmaris en daar moeten we weer met bagage en fiets door de douane. Waar de staatsbedienden half ingedommeld voor zich uitstaren. Zodat we een loket te ver belanden en teruggestuurd worden voor ons visum. Dertig euro afdokken (en daarstraks voor de haventaks ook al 44 euro)!

De vertegenwoordiger van Eigen-Wijze Reizen, Tayfun Ozimsek, staat ons in uitstekend Nederlands te woord. De eerste kilometers zullen druk en stoffig zijn. Het is immers de laatste dag van de ramadan, en dan zijn er overal familiefeesten. Stoffig begrijp ik pas wat later als we onder een verzengende hitte een steile klim van 10% aanvatten. Wegenwerken. Er wordt een nieuwe asfaltlaag aangebracht.

Maar eerst wenden we onze steven naar de haven van Marmaris, die we pas na enkele zoekrondjes bereiken. Mijn eerste beeld is een vrouw in djellaba. Even wennen na Griekenland. Aan de haven zien we veel grote zeilschepen en grote terrassen, schouder aan schouder. Wel erg pittoresk. We zoeken een terrasje waar we kunnen ontbijten (al is het al elf uur). Mijnheer is net zijn terras aan het schoonspuiten, maar voor een Engels ontbijt wil hij wel even een tafeltje ongemoeid laten.

En dan dus de klim. Vijf kilometer lang. Een stopbord vermeldt "DUR". En het is ook "dur" (lastig). Met voortdurend auto's die langs ons heen razen. Wij moeten het stellen met een smalle zijstrook die in precaire toestand verkeert. We rijden langs twee vrachtwagens die zij aan zij luide muziek uit hun versleten boxen laten knallen. Van twee verschillende radiozenders ... Boven zijn we helemaal uitgedroogd en op de lange afdaling ga ik risicovol aan de andere kant van de autostrade - nu terug 2 rijstroken beschikbaar met nieuwe asfalt - koele drankjes halen in een benzinestation. Om dan vast te stellen dat er een halve kilometer verder ook een langs onze kant lag, naast een museum.

Wat verder slaan we links een rustiger zijweg in, maar nu met zulk ruw asfalt dat we nauwelijks nog opschieten. Onderweg zien we midden in de overweldigende groene natuur enkele groentestalletjes. Na zowat twee kilometer staan we voor een complex waarvan de naam overeenstemt met dat op onze voucher. We lopen wat trapjes op, tussen mezze en broodjes. Drukke Turkse toestanden. Dovenmansgesprek met een dame achter de balie. Er moet iemand bijgehaald worden die wat Engels kent. Ons hotel Cinar ligt nog iets verder, dit is enkel het restaurant. Breakfast free, bread pay, drinks pay. Tot daar de informatie.

Wat verder vinden we inderdaad trappen naar wat op het eerste zicht een groot herenhuis lijkt. Wel een andere naam : Otel Giriç. Ik ga naar boven, dwaal er wat rond, vind een zwembad, maar een receptie, ho maar. Na verder speurwerk tussen bungalows kom ik wat verder op de baan terug uit en vind dan toch - goed verscholen - de receptie.

Vriendelijke ontvangst. Helemaal met gebarentaal. Toch eens dringend Turks gaan leren (maar dat zeg ik van de talen in al die andere landen ook). Prachtige kamer in Turkse stijl, inclusief een salon met zitkussens en lage tafel, en een terrasje.

En o – Otel Giriç betekent : hotelingang ...

Wij verhuizen meteen naar het mooie zwembad op het bovenste gedeelte van het fraaie complex midden het uitbundige groen. Overal zithoekjes. Ligstoelen naast het zwembad met een bodem van harde keitjes. Zwemmen, lezen, slapen. Een biertje drinken. Hoera de ramadan is gedaan. Al kost het ook wat gebarentaal om de bestelling naar wens te laten verlopen. Een grote Turkse familie neemt het halve complex in beslag en geniet uitgebreid van de watergeneugten.

En het blijft zwoel.

Houden zo.

De avond sluiten we af in de gigantisch grote maar heel gezellige restauranttuin met een overheerlijke zelf samengestelde mezeler (Turkse mezze) met groot pidebrood. Buikje rond.

En nu uitslapen.

Maandag 5 september 2011 (Mireille)

Lekker lang uitslapen en toch niet als laatste aan het ontbijt in de tuin verschijnen. De bestelling is eenvoudig. Wil je een ei en hoe. Fruitsap of niet. Thee? Meer opties hoeven we niet door te geven en toch wordt onze tafel helemaal vol gedekt. Een hele pide, tomaten, komkommer, een bordje met 2 soorten kaas, verkruimelde kaas, zwarte rimpelige en volle groene olijven, boter en confituur. Een theepot in twee verdiepingen, bovenin thee, daaronder een pot met heet water en onderaan een warmhoudset van gloeiende kolen. Dat ziet er een lekker en stevig ontbijt uit.

Herman schenkt de thee in de kleine glaasjes uit alsof hij het al jaren gewoon is. Wanneer wij al klaar zijn met het ontbijt blijven de mensen maar toestromen. Dit adresje staat denk ik in alle Turkse reisgidsen en de place to be voor ontbijt, middag- en avondmaal.

Om kwart voor twaalf staan we vertrekkensklaar als ik merk dat mijn voorste band zo plat als een vijg staat. Eerste probleem het wiel loskrijgen, want we hebben het juiste gereedschap niet bij. De receptionist kan ons ook niet helpen en stuurt ons door naar het restaurant. Daar toveren ze een knijptang te voorschijn.

Zo staan we al wat verder, maar dan stuiten we op een nieuwe hindernis : de fietspomp weigert dienst. Dan maar alle mogelijkheden overwegen. Een dolmus of taxi naar een fietsenwinkel in Marmaris of toch eerst een seintje naar Tayfun.

We opteren voor dit laatste en krijgen even later telefoontjes van achtereenvolgens Ineke (ook een vertegenwoordigster van Omega Bike & Hike), Tayfun en Ben. Die laatste kan de magie van de fietspomp verduidelijken maar het kreng laat toch nog steeds niet veel lucht door. Helemaal versleten. Ik duik intussen in het verlaten zwembad en geniet van de zon en het water. Herman krijgt ondertussen hulp van het keukenpersoneel en als ook Tayfun op het toneel verschijnt – weliswaar met een niet-passende fietspomp - maken de vele handen dat de klus na een half uur intensief pompwerk geklaard wordt. Onder de nieuwsgierige blikken van al die chic uitgedoste Turken.

Veel later ontdek ik een tweede veel betere pico bello fietspomp in een andere fietszak ...

Het is al ruim half twee als we ons kort fietstochtje naar Sedir Adasi kunnen aanvangen. Wat fruitstalletjes (perziken kopen), honingverkopers en een moskee verder staan we aan een kleinschalig haventje : een drankstalletje, een souvenirwinkel en een ticketverkooppunt met bankjes onder een luifel. Maar ook een heel lange houten aanlegsteiger met boten. We moeten nog even wachten op het vertrek van de kleine boot en eten intussen ons fruit op.

Om iets over drie vaart de boot ten slotte uit en na een half uur meren we aan op het kleine Cleopatra-eiland. Hier worden we nog eens 30 lira strandtaks armer. Over een vlonderpad beginnen we aan onze wandeling naar het strand. Het is het meest gekende en mooiste zandstrand van de streek. Althans volgens de reisgidsen, maar wij zijn niet echt onder de indruk.

Op borden staat uitdrukkelijk te lezen dat het ten strengste verboden is om zand van het strand mee te nemen ... Een touw verhindert trouwens helemaal de toegang tot het zandstrand. Houten trapjes maken het echter wel mogelijk om in de zee te gaan.

Gelukkig zijn er nog de restanten van de antieke nederzetting van Kedreai te zien. Een bouwvallig theater in de schaduw van oude knoestige olijfbomen en met zicht op de blauwe zee. Hier en daar zijn de oude stadsmuren nog goed intact. De begraafplaats is dat heel wat minder.

Een verkoelend biertje onder de bomen, terwijl de kippen vol plezier tussen de strandstoelen scharrelen.

We varen met een nog kleiner bootje terug. Maar aan de aanlegsteiger is er geen plaats meer. Een vrouw aan land maakt een boot los en tracht wat meer ruimte vrij te maken. Een tweede vrouw komt toegesneld, maar er komt nog een man aan te pas, eer er wat parkeerruimte vrijkomt. Tenslotte helpen alle mannen aan boord om de boot netjes tussen de twee andere te trekken. Van teamwork gesproken.

In het hotel kiezen we een plaatsje uit in de nabijheid van het zwembad. Band plakken (Herman) en verslagje schrijven (ik). En we blijven ons verwonderen in Turkije: flesjes bier met schroefdop, een barman zonder flesopener voor het openen van een flesje prik. Na lang zoeken moet de jongen zich behelpen met een sleuteltje.

En vanavond eten we lekker Turks, zeker weten!

Dinsdag 6 september 2011 (Herman)

Nog altijd geen wolk te bespeuren en een thermometer die meteen met de 30 graden flirt.

Als alternatief voor een klassiek eitje kiest Mireille voor menemen (roerei met ui, tomaat en paprika). Er is maar hier en daar een tafeltje bezet in de immens grote tuin. De kippen, eenden, poezen en wespen hebben alle ruimte.

Voorbij een moskee en een butik otel slaan we rechts af. Een rustig kronkelend wegje tussen landbouwvelden. Na enkele fietskilometers worden we gepasseerd door een auto met 2 Turken. Een ervan spreekt ons in het Nederlands aan : zijn jullie die Belgenmannen? Komen jullie van Camli-hotel? Waar gaan jullie? Ik leg uit dat we naar Akyaka gaan maar dat doet geen belletje rinkelen.

Wij Belgenmannen vervolgen onze weg en stuiten op een vierbaansautostrade die we bijna 12 kilometer moeten volgen! Gelukkig voelt het nieuwe asfalt prettig aan. We passeren enkele kleine nederzettingen, wat baanrestaurants en een potten- en pannenverkoper. We steken een schildpad voorbij. Hoera, mijn snelheid ligt dan toch hoger! Na een stevige tienprocenter nemen we de afslag naar Alcapinar. We komen al snel in een fraaie kilometerslange dreef met eucalyptusbomen langs beide kanten. En geen koala's te zien.

Bij het naderen van ons eindpunt wijzen bordjes ons nog op Lycische rotsgraven en wat verderop een antieke cisterne. Een inscriptie boven de ingang van de cisterne vermeldt in het Arabisch : "Bid voor de ziel van Ümmürgülsum, de hoogvereerde vrouw van de welwillende en Goede Samaritaan en taksinner van de Provincie van Mentese Osman Aga 1834/1835." Mevrouw de fiscus zeg maar. Ik zie ons in België in een gelijkaardig geval nog niet snel een gedenksteen onthullen.

In Akyaka bereiken we ten slotte een rivier met diverse restaurantjes. Vandaar is het drie keer links volgens onze wegbeschrijving. Wij doen royaal vijf keer links en dan doemt ons hotel Hamle op. Een modern en gezellig hotel. Kamerbalkon met zicht op het zwembad. Fietsen in het berghok en meteen het dorp te voet gaan verkennen. Een overvol strand, een rij bootjes, diverse eethuisjes en cafés. Overwegend Turks toerisme al zien we hier ook veel Engelsen rondlopen. De bootuitstappen gaan voor het overgrote deel ook naar Cleopatra Beach.

We eten pide en herderssla met een biertje op een terras en gaan dan een namiddagje zonnen en zwemmen in het hotel. Lekkere watertemperatuur. Alleen wat jammer van de luide technomuziek.

Woensdag 7 september 2011 (Mireille)

Voor de eerste maal tijdens deze reis wordt het binnen ontbijten!

We zitten dan ook snel op de fiets, trappen langs de plaatselijke markt en laten een kist blozende tomaten passeren. Voor we het bos induiken bij het uitrijden van Akyaka rijden we langs het hoofdkwartier van de jandarma.

Veel verkeerd rijden zal vandaag moeilijk zijn want we moeten zo'n 23 kilometer lang de weg volgen richting Ören (dat op 42 kilometer van Akyaka ligt). De weg is smal en stevig golvend. De blauwe zee ligt meestal diep onder ons. Af en toe lonkt er een wit verlaten zandstrandje. Waarschijnlijk alleen bereikbaar met een vaartuig. We zien trouwens een houten Turkse boot diep onder ons aanmeren op zo’n strandje.

En wij trappen ijverig verder, heerlijk in de schaduw van de groene cipressen. We zien een oubollige camping met tenten van dertig jaar terug, een verlaten restaurantje en zelfs een strand. Na een stevige afdaling en 2u30 na vertrek rijden we Akbuk binnen. Aan een slagboom moeten we eerst 2 Turkse lires per persoon de man afdokken om toegelaten te worden tot deze strandgeneugtes. Achter de slagboom vinden we een smalle strook wit strand, parasols en strandstoelen en veel Turkse families. Sommige neergestreken in de schaduw met hun halve kleerkast aan.

Wij vinden gelukkig een terrasje aan de aanlegsteiger en zien – en vooral horen - hoe de houten boot van daarstraks aanmeert. Het oorverdovende muzieklawaai wordt even onderbroken voor enkele Turkse mededelingen en dan zien we de meeste toeristen uitstappen en een plaatsje op het strand of in het water innemen. Kinderen springen vanaf de boot in het water. Een van kop tot teen gesluierde jonge vrouw duikt vanaf de aanlegsteiger elegant het water in. Drie oudere dames in djellaba waden zij aan zij in het water, maar een van de drie heeft toch voor zekerheid een zwemband rond zich.

Nog geen twintig minuten later gaat de scheepsbel al en stapt iedereen terug de boot op. Op naar een volgend strandje ?

Wij smullen van de mezzeler: gegrilde paprika's, aubergines en groene pepers in een lekkere yoghurtsaus, de klassieke shepard salad en de kofta maken het helemaal af.

Nu ons buikje goed vol zit, gaat het fietsen ook sneller of is dat gewoon te wijten aan de minder steile terugweg?

Aan de rand van Akyaka laten we ons verleiden door een koel biertje en kijken hoe de vuilniswagen heel zijn lading leeggooit op een "garbage boat".

Nog een verfrissende duik in het zwembad en dan lekker gaan eten aan de haven!

Donderdag 8 september 2011 (Herman)

Vandaag staat er een rustige fietstocht van slechts dertig kilometer op het programma. Kunnen we er meteen een fijne zwemnamiddag aan vastkoppelen. De weergoden blijven ons gunstig gestemd : voor minder dan dertig doen ze het niet.

Ik pomp nog even de voorste fietsband van Mireille op. Volledig keihard lukt met deze handpompjes echter niet. Het begin van de route is de omgekeerde weg van onze aankomst eergisteren : langs de cisterne, de rotsgraven, onder de autostradebrug door en dan de mooie eucalyptusweg langs de autobaan volgen tot in Alcapinar. Oude mannen staren voor zich uit in een theehuis terwijl de zwartgeklede vrouwen voor de dorpswinkel rustig keuvelen. We slaan een rustige weg in en rijden door een landbouwgebied. Traditioneel geklede vrouwen dragen sprokkelhout, andere rijden met een tractor en knikken ons vriendelijk toe. We passeren enkele piepkleine dorpjes. Aan elke moskee vinden we drinkwaterkraantjes in overvloed. Af en toe krijgen we een keffer achter onze wielen maar het is gelukkig veel geblaf en weinig wol.

In Citlik moeten we op een steile gruishelling van de fiets en wat verderop worden de takken van hoge bomen gesnoeid. In de boomgaarden ontdekken we kweeperen, cactusvijgen, granaatappelen en olijven. Mais en pepers liggen op doeken te drogen. Een oude Turk komt naast me rijden en zegt "Merhaba". Ondertussen loert hij naar de zijkanten van de weg want hij verzamelt lege bierflessen.

Aan een kruispunt staan Mireille en ik even wat te twijfelen en wijzen we beiden een andere richting uit. We volgen mijn aanduiding en - oef - die blijkt nog te kloppen ook. We kronkelen door schitterende wegjes naar Yesilova. Mireille schrikt even van twee honden maar die gunnen ons geen blik. De taak gaat voor : schapen en geiten in de juiste richting uitsturen. Vervolgens komen we tussen de cementfabrieken terecht. Het stof moeten we erbij nemen. Op een hoekje ontdekken we weeral een dorpje (Gökova) met moskee en koffieslurpende mannen. Een tractor rijdt ons bij het manoeuvreren bijna omver - snel weer verder.

We komen na een heel fraaie tocht uiteindelijk weer aan de rivier in Akyaka waar Mireille een olijfoliewinkel ontdekt. En na aankoop nog een pak brochures toegestopt krijgt. Daar krijgen we honger van en ligt daar toch wel een restaurant naast zeker. Pittoresk langs de rivier, en via een brugje naar houten vlonders zelfs op de rivier. Geen menukaart, gaan kiezen in de keuken. We stellen een mezze samen. Ik laat het aan Mireille over, wijs ten slotte toch iets aan maar dat wordt al snel overruled. En terecht : de maaltijd smaakt voortreffelijk.

En dan de beloofde swim sessions. Niet te druk, dus veel baantjes op onze conto. Nog even sms'en naar Tayfun dat we morgen geen zin hebben om terug te fietsen naar Marmaris. De boot is om 16.30 uur maar hij komt ons al ... tussen 11 en 12 oppikken. Vreemd. Dat wordt haastwerk om nog wat baantjes te trekken morgen. En hopelijk hebben we dan nog tijd voor Marmaris.

Zorgen voor morgen. We verkennen nog even de rivierbuurt met een tof brugje waar een Turk voortdurend van in het ondiepe water springt. De vissersbootjes zien er rommelig uit. Maar we zien wel veel vis in het heldere water. De riviercruises komen van hun uitstapje terug.

En Mireille vindt het wat "frisser". Nu ja, 26°C om 18 uur. Waarom we al die sweaters en pulls mee hebben is nog onduidelijk.

En dan apero en in een resto aan de rivier vlakbij gaan eten.

Dachten we. Want het blijkt uiteindelijk vrij toeristisch en nogal duur. En er vallen exact ... 7 regendruppels uit de hemel. En zo gaan we weer voor ons vertrouwde stekje aan de haven. Adana kebab en een reeks mezzeler met een lekker rood Turks wijntje. Het is een stuk minder druk aan de kade. Voor veel Turken zit de vakantie of verlengd weekend er allicht op.

En het is gezellig. En zwoel.

Die avondjes gaan nog mythische proporties aannemen.

Vrijdag 9 september 2011 (Herman)

Na het ontbijt plonsen we onmiddellijk het zwembad in. Een uurtje baantjes trekken en dan opdrogen in de gloeiend hete zonnestralen. De timing is perfect : om kwart voor twaalf verschijnt Tayfun met een brede glimlach. In zwembroek en met strooien hoed. Willen jullie echt wel terug?

Fietsen en bagage in de bestelwagen, samen met de twee Nederlandse medefietsers. Tayfun zet ons af in de haven van Marmaris en gaat dan vragen om de bagage en de fietsen veilig te kunnen stallen. Volgens Ben gaat de boot om kwart over vier, volgens Tayfun om zes uur. Ben heeft bovendien ons catamaranticket kunnen omboeken naar een bootversie. We hebben daar geen bewijsje van maar we zouden ergens op een passagierslijst staan. We zoeken het straks wel uit, want we willen eerst Marmaris nog verkennen.

De Nederlanders gaan met de fiets. Daar hebben wij in de drukke stad geen zin in. Tayfun geeft ons een lift naar het oude stadscentrum waar Atatürk de wereld groet. We nemen afscheid van Tayfun en gaan een andere richting uit dan waar die legendarische Turk naar staart. We trekken de nauwe pittoreske straatjes in en verkennen het zeventiende-eeuwse kasteel (2 Turkse lira, het equivalent van minder dan een euro, een prikje) met fraai uitzicht van op de kantelen. De zoektocht naar een restaurantje is vervelend want overal worden we aangeklampt. En de winnaar is ... waar niemand ons staat toe te roepen. En waar Mireille manti (ravioli met knoflookyoghurt) op de menukaart ontdekt.

We wandelen langzaam terug langs het water, richting "ferribot". We worden bij de ingang van de ferryhaven door security tegengehouden. Boarding pass! Die hebben we niet (we hebben die aan de Nederlanders toevertrouwd). Na strenge inspectie van ons paspoort en registratie van onze namen mogen we toch doorlopen. Dan stop een auto naast ons. Ineke van de lokale organisatie Omega Bike & Hike.

- Zijn jullie van Eigen-Wijze Reizen?, vraagt ze ons.

Hoe weet ze het?!

Ze vertelt ons dat het onduidelijk is of de boot om vier uur, om zes uur of ... helemaal niet vaart. Straks komen nog zes Nederlanders met de fiets toe (die hebben een stukje verder in Turkije gefietst). Ze mochten nog de stad in maar moesten hun mobiel klaar houden. We zitten samen wat te praten als plotseling toch het loket open gaat.

Wij gaan meteen aanschuiven maar worden gesommeerd om opzij te gaan. We staan niet op de lijst ... En de boot van zes uur blijkt niet te varen. In Rusland is een boot vergaan van hetzelfde type als die van zes uur, en is dus uit de vaart genomen. En bovendien is een andere ferry stuk. Als de andere passagiers allemaal hun boarding pass ontvangen hebben gaan we een tweede poging wagen. Met ons catamaranvoucher. Ja we mogen mee als we ter plekke ieder 30 lira afdokken. Haventaks. We hadden die eigenlijk al betaald op de heentocht, doch het heeft niet veel zin om in discussie te gaan met deze norse Turk. Onze paspoorten worden letter per letter en cijfer per cijfer overgetypt in een excelbestand. Op dit tempo missen we zelfs de boot van morgen ...

Na een kwartier intensief typen vinden ze dit het gepaste moment om even te gaan googelen. Om de booturen op te zoeken misschien? Plotseling roept een van de mannen de naam van Mireille. Oei, problemen met het paspoort?

I have the same birthday as you, verklaart hij trots ...

Ineke wordt ondertussen afgesnauwd dat de paspoorten van de zes hier binnen de 10 minuten moeten zijn of het wordt de boot van morgen. En er is nog maar 1 fietser toegekomen. Ze loopt stressy rond, belt voortdurend en kijkt opgelucht als de vijf musketiers enkele minuten voor vertrektijd toch rustig komen aangefietst. Wij krijgen uiteindelijk toch boarding passes voor de Flying Dolphin, weeral een catamaran. Kan ons niet schelen, zelfs met een pedalo zouden we het nog overwegen ...

Paspoortcontrole en bagagecheck door met onze fietsen en reiskoffers. Een van onze reiszakken kiepert van de band. Al onze spullen uitgestrooid over de vloer. En wat later vliegt ook een koffer tegen de grond. Met de olijfolie in. Door die heisa vergeten ze ons te scannen ...

Buiten zien we niks Flying Dolphin. Na een tijdje neem ik het initiatief om een boot die wat verder staat aangemeerd te gaan bekijken. De Flying Poseidon. Heel wat heisa rond de catamaran wegens verkeerde boekingen. Na een poos kan ik toch iemand vast krijgen om mijn Flying Dolphin-instapkaarten te laten vergelijken met de Flying Poseidon. Perfect match, volgens de jongeman. Tot hij hoort dat er nog vier fietsen aankomen ...

Catamaran dus boordevol, airco kapot, bloedheet en ongemakkelijk, maar we halen Griekse bodem. Daar laten we de fietsen staan, gaan door de paspoortcontrole en dan vraagt die dame naar de boarding passes. Ja maar die steken in de fietstassen. En dan willen ze ons terug inchecken voor de Flying Poseidon ... Nu even niet. Buiten gaat Mireille dan in de neutrale zone de fietsen halen en wordt ze bijna terug naar de paspoortcontrole gestuurd. We zien hoe een officieel bijna gelyncht wordt door een groep toeristen, allicht nadat hij meegedeeld heeft dat de boot geschrapt is voor vandaag.

Ben is blij om ons te zien, hij dacht dat we de boot zouden gemist hebben. Als hij vraagt hoe het geweest is (schitterend) begint Mireille over haar steeds leeglopende voorband, ik over mijn dynamo die eraf is gevallen en het Nederlandse stel over een fietstas die stuk is en over een rubberen handvat aan het stuur dat los zit. Oeps, beter niet gevraagd.

We wachten niet op de zes andere fietsers die met de andere boot aankomen maar fietsen meteen naar het comfortabele Manoussos-hotel. Wat later schikt Ineke alle fietsen mooi bij elkaar op een zijterrasje en gaan wij na een dorstlesser (café frappé) op citytrip.

Bekroond met een terrasje met retsinawijntjes en enkele puntjes pizza in Karpathos-café in hartje Rhodos-Stad. Tussen de handtassen, op een onbestemd gezellig pleintje zoals er zo veel zijn in Rhodos.

Zaterdag 10 september 2011 (Mireille)

Bij het ontbijt is het eventjes wennen. Druk, nogal ongezellig. Gelukkig zijn er toch nog tomaten, olijven en lekkere Griekse yoghurt als troost. Ik maak me de bedenking dat mijn jaarlijkse vakantie op zo een locatie me veel stress zou geven.

Maar wij hebben nog een heerlijke fietsdag voor de boeg.

We verlaten de stad langs een strandpromenade. Sommige wandelaars schrikken zich een bult en springen bijna voor onze wielen. We ontdekken dat er toch enkele rustiger strandplekjes in Rhodos-Stad zijn.

Maar wat verder rijden we terug langs resorts in alle maten en sterrencategorieën en komen we dichter bij de zee. We peddelen langs de landings- en startbaan en zien er 8 kleurrijke vliegtuigen met veel gedonder opstijgen.

De ene keer krijgen we een goede asfaltweg onder de wielen, dan weer onverharde weg en een enkele keer is het puur zand. Nu mis ik mijn mountainbike van thuis nog meer.

Voor de tweede keer op deze reis zie ik een lange zwarte adder zich uit de voeten maken.

Soroni is haast verlaten. We zoeken er een plaatsje op het uitgestorven terras van het enige restaurant van het dorp en genieten van de eenvoudige lekkere keuken.

Daarna rijden we langs twee pittoreske kapelletjes. Herman staat meteen met de deurklink in zijn handen ... Langs de wijnranken met weinig druiven (is de oogst al binnen?), de paprika's en andere gewassen staan we al snel voor ons pension Vouras.

Verrassing : we krijgen het grootse appartement van het complex met een ruim terras met wijds uitzicht over de blauwe zee. De huiskat, relaxzetel en bal liggen al op ons te wachten.

Na een laatste café frappé en een korte strandwandeling is het tijd om de fietsen binnen te leveren. We vernemen dat er morgen een staking van de taxichauffeurs is en dat zal gegarandeerd veel chaos veroorzaken.

Maar nu halen we een karafje huisretsina en genieten van de rust op ons terras.

De zon gaat als een rode vuurbol onder, Janneke Maan glinstert in al zijn glorie en de kat spint op de stoel naast mij!

Zondag 11 september 2011 (Herman)

We genieten tot de laatste seconde van het heerlijke weer en ons terras tot Ineke ons komt oppikken.

De taxichauffeurs hebben hun staking beëindigd maar nu hebben de verkeersleiders het werk neergelegd. Bovendien is het vandaag “ 9/11” en dus strenge controle van de bagage.

Geen wonder dat ons vliegtuig met anderhalf uur vertraging de lucht ingaat al is het extra excuus van onze piloot wel origineel : door het gebrek aan parkeerplaatsen rond de luchthaven van Rhodos ...

Met de fiets komen hé jongens!