SaarLorLux, een fietsroute door 3 landen

Dag 1 – 26 april 2007 (Herman)

Van Schengen naar Uberherrn-Felsberg (62,5 kilometer – 4 uur 55’)

De opwarming van de aarde heeft best ook wel voordelen. Nu kunnen we tenminste in april reeds een fietstocht uitstippelen onder hoogzomerse temperaturen.

Véloroute SaarLorLux. Luxemburg hebben we vorige keer al afgefietst, maar met Saarland in Duitsland en Lotharingen in Frankrijk blijft er nog steeds een mooie lus van 360 kilometer over.

Waar kunnen we beter een dergelijke grensoverschrijdende fietstocht starten dan in Schengen, bekend van de Europese douaneakkoorden. We stallen de wagen langs de Luxemburgse kant van de Moezel, en peddelen de brug over naar de Bundesrepublik Deutschland. En meteen valt ons de schitterende bewegwijzering op. Niet alleen de borden van SaarLorLux, maar ook afstandaanduidingen tot op 100 meter precies naar de volgende plaatsen, het dichtstbijzijnde centrum, station of bezienswaardigheid.

We verlaten al snel de Moezel om langs rustige, kronkelende paden tussen de wijngaarden (al mooi groen) van Perl te belanden. Heuveltje op, heuveltje af verschuift de kleur naar geel, met velden vol koolzaad.

En dan begint het klimwerk. Ook telkens aangeduid door borden. “Steigt 80 Meter auf 600 Meter”. Van puur verschieten springt Mireilles ketting van het tandwiel (2 hellingen verder heb ik ook prijs en moet ik bovendien nog eens voor een tractor de netels in springen). De klimmetjes zijn scherp en volgen elkaar snel op. De Romeinse villa van Borg ligt net iets te veel hors parcours en dus zoeven we tegen 53 (!) kilometer per uur verder naar beneden.

Maar we klimmen meer dan we dalen – na 1 uur hebben we nog geen 10 kilometer afgelegd – omdat we heel het Moezeldal moeten uit klimmen. Van 150 naar 380 meter, steeds op en af.

Mijn ongetrainde benen beginnen na 40 kilometer (3 uur) te verzuren. Ik ben ook niet gewoon om 10 kilo fietszakken mee te sleuren.

Na nog enkele ongenadige kuitenbijters en vals plat dalen we af. In de onooglijke dorpjes is geen bevoorrading te vinden. Aan een bron durven we onze drinkflessen niet vullen (want geen aanduidingen te vinden). Ons einddoel vandaag is een hotel in Uberherrn – Felsberg. Maar waar ligt Felsberg? Voorbij de St-Orannakapel (6 kilometer voor Uberherrn) hangt een kaart … we zijn Felsberg al 5 kilometer voorbij!

Terugfietsen (pff bergop), rechts afslaan (ah, bergaf), oei verkeerd, rechtsomkeer (de bergaf terug bergop), de kaart openslaan en de kortste doorsteek (wel een drukkere baan) nemen. Naar Oberfelsberg (naar boven dus) – maar geen hotel te zien. Even vragen, ’t is in Unterfelsberg, roetsj naar beneden. Nog eens vragen, 200 meter verder rechts.

Een keurig hotel, vriendelijke ontvangst (“is het de eerste maal dat jullie hier komen?”). Bett und Bike hotel, maar de sleutel van de fietsenstalling is even zoek (een uurtje later worden de fietsen netjes tussen de bierkratten geplaatst).

Op het terras worden 2 grosses Bier voor ons uitgeschonken, gelukkig want wij hebben grosses dorst. Het avondmaal is aan tafeltjes naast de toog waar een aantal dorpsmensen hun dagelijkse pint komen leegdrinken. De patron komt meteen zijn mega flatscreen aanschakelen voor de voetbalwedstrijd tussen Español Barcelona en Werder Bremen. Niemand kijkt ernaar, behalve als er een doelpunt valt.

Uit het halfpensionmenu kiezen we een schnitzel, en voor alle veiligheid ook een soepje erbij. Foute keuze: de vettige schnitzel is reuzengroot, met een kom frieten en een royale sla erbij.

Dat krijg ik zelfs na de enorme inspanning van vandaag niet op.

Dag 2 – 27 april 2007 (Herman)

Van Uberherrn-Felsberg naar Saarbrücken (35,3 kilometer – 2 uur 20’)

De kaart grondig geanalyseerd bij het ontbijtbuffet. Doorsteek gevonden naar Saarlouis waar we terug op de SaarLorLux kunnen inpikken. Zo vermijden we de ellenlange klim terug naar de kapel van gisteren.

We trotseren even de drukke baan in Saarlouis en vinden de Saar terug … die iets verder stopt. Een behulpzame dame legt ons uit dat het een zijarm is en dat de echte Saar wat verderop ligt. En zo komen we terug aan de vertrouwde groene bordjes die ons langs een mooi geasfalteerd fietspad langs de rivier leiden.

We komen snel in de industrie terecht. Kilometerslang palmen de fabrieken van Saarstahl de oever in. In Völklingen krijgen we ook nog eens het gezelschap van een drukke autobaan.

Twee maal is de weg versperd wegens wegenwerken. Maar de noodbewegwijzering loodst ons telkens feilloos langs een alternatieve route. Duitse gründlichkeit.

Sneller dan verwacht arriveren we in Saarbrücken waar we meteen weer hulp krijgen in onze zoektocht naar het City Hotel. Binnenkoer met garage waar de fietsen rust gegund worden, en een ruime kamer met buitenmaatse zithoek.

Saarbrücken ziet er modern maar toch gezellig uit. De terrasjes zijn nauwelijks te tellen en bovendien is er een 2 kilometer lange verkeersvrije zone rond het Sankt Johansplein. Dit zou Italië kunnen zijn. Alleen is de efficiëntie en wat er op de borden komt overduidelijk Duits. Aan de andere oever staat het Schloss met nogal moderne restauratie van het middenstuk.

Na de zwelgpartij van gisteren opteren we voor een spaghetti op een terrasje … en eindigen met honger zodat we nog een sla extra laten aanrukken.

Je kan je nogal mispakken, zei Bredero.

Dag 3 – 28 april 2007 (Herman)

Van Saarbrücken naar Mittersheim (66,2 kilometer – 3 uur 40’)

Lawaaierige nacht – pub in de buurt – maar ze moeten van ver komen om deze vermoeide jongen wakker te krijgen.

Eenvoudige fietstocht vandaag over 65 kilometer. Steeds de Saar volgen en daarna het Canal des Houillières de la Sarre.

We krijgen op deze zaterdagmorgen uitgebreid gezelschap van wielertoeristen, fietsfamilies, joggers – gaande van marathonverslaafden (binnen 2 weken is het de marathon van Saarbrücken) tot Evy Gruyaert-adepten, nordic walkers en skeelers.

We sluipen geruisloos Frankrijk binnen. We merken het eerst aan de Franstalige opschriften aan de sluiswachtershuizen. Daarna aan de minder frequente wegaanduidingen. En uiteindelijk aan de vermelding dat de piste cyclable “provisoirement” stopt. En meteen ook aan de rotslechte kiezelweg onder de wielen.

Bonjour, la France. Weg de Duitse gründlichkeit. We passeren in totaal een 15-tal sluizen, vinden een cafeetje in (even opzoeken) Harskirchen op een 500 meter naast de route en knijpen onze remmen dicht aan de camping van Mittersheim.

Hotel L’Escale staat aangeduid en ligt uiteindelijk nog iets verder langs het Canal. Rommelig hotel, maar vriendelijke ontvangst, en een groot terras, en Mireille die vraagt “Ga je nog een karafje wijn halen ?”

Tafeltje buiten gereserveerd voor het avondmaal. Voortreffelijke viergangenmaaltijd.

Inderdaad: je kan best in Duitsland fietsen en in Frankrijk dineren.

Dag 4 – 29 april 2007 (Mireille)

Van Mittersheim naar Delme (84,3 kilometer – 5 uur 45’)

Ontbijt à la Francaise, stokbrood, croissant, confituur (telkens 1). Met 70 kilometer voor de boeg !

De start begint al goed. Een bord langs het jaagpad van het Canal des Houillières de la Sarre meldt laconiek dat het geen piste cyclable is maar enkel toegankelijk voor bevoegden. Wandelaars zijn enkel toegelaten op eigen risico.

Dus als iemand ons tegenhoudt zijn we wandelaar …

Aan de sluizen is het al heel druk. De boottoeristen zijn vroeg uit de veren. Een eenzame fietser volgt dezelfde weg en even later komen we talrijke fietsers uit tegengestelde richting tegen. Allemaal wetsovertreders.

Het landschap is schitterend met langs de ene kant het kanaal en een bos en aan de overkant het Grand Etang de Mittersheim. Een reiger in volle actie, de koekoek en pleine forme, vissen die even naar het oppervlak komen. Na sluis nummer 2 moeten we het jaagpad verlaten en rijden we via rustige wegen naar Rhodes. Dit ontspanningsoord is gelegen aan het Etang du Stock. Van hieraf volgen we de bewegwijzering van het circuit des Etangs. Goed bewegwijzerd met af en toe borden met het profiel van de tocht.

Vanaf Tarquimpol staan we er evenwel alleen voor. Gelukkig zijn de “routes départementales” goed aangeduid. We bereiken Dieuzé zonder probleem en gaan meteen op speurtocht naar een restaurant. Helaas: alles dicht op zondag op een snackbar na (en daar zitten we nu niet echt op te wachten).

Even bijsturen want we waren van de route afgeweken en dan verder het landschap induiken – bonte koeien, sappige weiden, koolzaad. In Marsal staken we onze zoektocht naar een voedseletablissement en peuzelen we ons Duits brood op met de overgebleven tomaten. Later vinden we in Vic sur Seuille wel restaurants die open zijn … Vol goede moed staan we recht op de trappers en bedwingen we de steile hellingen. In Chateau-Salins rusten we even wat uit op een krakende bank van het Maison du Repos. Nu moeten we kiezen tussen een kleine omweg met nauwelijks verkeer en de drukkere D955. Het wordt de omweg met halfverharde weg door de velden en het bos. Schitterend, maar in het bos ontbreekt elke bewegwijzering en we rijden hopeloos verloren. Twee militairen helpen ons weer op de goede weg en met behulp van de gps vinden we de goede richting terug. We horen donderslagen en steken een tandje bij zodat we nog droog ons hotel voor deze nacht bereiken. De fietsen worden in een keuken gestald. Wij ledigen een biertje aan de receptie met een lawaaierige tv in de omgeving.

Lekkere viergangenmaaltijd in het (nochtans ongezellig) restaurant dat in Le Bottin Gourmand staat vermeld.

Dit moet Frankrijk zijn …

Dag 5 – 30 april 2007 (Mireille)

Van Delme naar Metz (57,8 kilometer – 4 uur)

Zon, koud windje of zeg maar wind !

Voor het eerst een fietsjasje aan. Vandaag delen we de weg met auto’s en vrachtwagens. Gelukkig zijn er wat alternatieve wegen aangestipt in het roadbook. Van bewegwijzering is helemaal geen sprake meer. Na een achttal kilometer langs de D9 beginnen we aan de variante. We rijden voorbij enkele dorpjes en dan snappen we een beschrijving van een madonnabeeld niet. Hup, weer de weg kwijt. Gepuzzel aan een militair domein en back on the right track.

In Verny knijpen we de remmen toe aan de plaatselijke Skopi. Geen kwartier te vroeg want de siësta komt eraan. Baguette, port-salut en tomaat smaken heerlijk op het pleintje in de zon. In Fleuri verlaten we de grote weg en vliegen we tegen grote snelheid naar beneden, richting Moezel. Een mountainbiketraject door een bos en dan langs het kanaal van Jouy. Volgens ons boekje bewegwijzerd. Dan toch wel zeer goed verstopt.

We steken het kanaal over en komen op een hobbelig aarden pad dat ons meteen het liefelijke Metz binnenleidt. De place de la Comédie met kerk, Moezel en boten levert meteen een mooi plaatje op. De kathedraal pronkt in de zon en de terrasjes zijn goed gevuld. Opschuiven jongens, we komen eraan.

Met de fiets aan de hand door de drukke winkelstraten. In het Mercurehotel gaan de fietsen in de bagageruimte, alhoewel beide meisjes dachten dat we met de wagen waren gearriveerd. Ja, onze autozetels zijn zo hard dat we fietskleding nodig hebben …

We beleven een heerlijk avondje in restaurant Romarin vlak bij het station. Trendy brasseriestijl, vriendelijke bediening en lekkere gerechten.

Van fietsroutes bewegwijzeren kennen ze niets, maar eten, ho maar.

Je kan niet in alles goed zijn.

Dag 6 – 1 mei 2007 (Herman)

Van Metz naar Schengen (50 km)

De Italiaanse groepstoeristen zijn al vroeg uit de veren, zodat we het ontbijtrijk voor ons alleen hebben.

Feest van de arbeid, aan de slag dus. Nu kunnen we ook in de winkelstraten rustig peddelen. Wat een verschil met gisteren. Op elke straathoek biedt men ons meiklokjes aan. Mireille vindt feilloos de place de la Préfecture terug (ons startpunt) en vandaar laten we de stad verrassend snel achter ons. We vreesden drukke banen en industrie naar Thionville, maar de bedenker van deze route vond rustige wegjes. We kronkelen rond de elektriciteitsmaatschappij – een oase van groen – en worden voorbijgestoken door wielertoeristen.

- C’est la casse-croute ? grappen ze als ze ons stokbrood in onze fietszak zien.

We steken een paar keer de autosnelweg over, maar het blijven rustige, kronkelende fietswegen. Een precair wegje zorgt voor verrassingen: een overstroomde tunnel. Zelfs met een mountainbike niet te doen. Ah appeltaart, jammer, te vroeg. Aan Restaurant au Moulin (knor knor die maag) is het even wat zoeken (Frankrijk = nauwelijks bewegwijzerd) maar wat later staan we aan een brug oog in oog met Thionville.

We slaan meteen het jaagpad in langs de Moezel en peuzelen onze casse-croute onder een winderig zonnetje op.

De Moezel blijft ons gezelschap houden tot het eind. Halfweg zien we een terrasje met 1 (één) leeg tafeltje in de zon. En ze hebben appeltaart ! En witte wijn !

En het eindstuk is majestueus, langs het kasteel van Sierck-les-Bains, dat hautain op al die fietsers neerkijkt. Af en toe moeten we even de Moezel verlaten en een brug oversteken.

En dan peddelen we Luxemburg binnen. De auto is vuil. En de fietsspieren na 380 kilometer afgetraind.

En het was tof.