
Reisverslag uit Sicilië
26 april 2003 (Mireille)
Het is lente. En daar is de koekoek. Maar wij zijn weg ...
Scopello. Een minuscuul middeleeuws dorpje waar veel te veel auto's door manoeuvreren. De hoteleigenaar sleurt 1 reiskoffer de trappen op – ik vrees met momenten dat hij achterover zal vallen. Als hij uitleg geeft over de kamer en de maaltijduren zit hij nog steeds te hijgen.
Dan krijgen we voor het eerst onze huurfietsen te zien. Waw, piekfijn in orde : bagagezakje, reparatieset, drinkfles, fietscomputer, wegbeschrijvingszakje. Nog een laatste uitleg en dan krijgen we er nog twee pothelmen bovenop. Gelukkig niet verplicht in Italië.
Eens terug op de kamer gritsen we het fototoestel mee en gaan op verkenning in het piepkleine dorpje. Een leuk pleintje met terras in de zon ziet er zo verleidelijk uit, dat we er meteen ons eerste – Duits – pintje aan de bar gaan afhalen. We hebben meteen het vakantiegevoel te pakken. Alleen jammer dat de wind zo fel komt opsteken. Dat belooft voor morgen.
Wanneer de zon achter de bergrug verdwijnt loopt het terras meteen leeg. Wij piepen nog even binnen in een keramiekwinkel en wandelen dan naar het natuurreservaat van Zingaro. Ik ben nu al benieuwd naar de Siciliaanse keuken van vanavond.
In La Terrazza zit al veel volk te dineren. Wij krijgen het mooiste tafeltje toegewezen : met zicht op zee en op de zwiepende cactussen. We krijgen heerlijke maaltijden bij het Corvowijntje : pansotti met gamberoni's, linguine op de wijze van La Terrazza met kerstomaat, garnalen en courgette, involtini met vlees, pesce misto, Siciliaanse salade. Spijtig genoeg was de zwaardvis op.
's Nachts word ik verschillende keren gewekt door het lawaai van hevige rukwinden. En 's morgens is de sirocco nog steeds paraat.
27 april 2003 (Herman)
De hond des huizes die om 6 uur begint te blaffen. Geen wekker nodig. En het ontbijt is rapper binnen dan geserveerd ...
De stormwind buiten tempert ons enthousiasme een beetje, vooral daar we in het roadbook lezen dat het vandaag een zware rit is. Eerst de tank volgooien aan de plaatselijke waterfontein. Even wat goochelen met de fietszakken, en dan wat prutsen met de versnellingen, en weg zijn wij.
Onder een stralend lentezonnetje begint de weg meteen veelbelovend : dalend. Mireille houdt de wegbeschrijving vol met T- en Y-splitsingen nauwgezet in de gaten. Aanvankelijk is de baan nog wat druk, met af en toe toeterende chauffeurs. Elke wielertoerist die ons passeert groet ons hartelijk toe. De stengels die langs de kant groeien zwiepen ons in het gezicht. We tellen de kleuren van de bloemen : geel, wit, oranje, rood, blauw, purper en veel tussenvarianten. En de heerlijke geuren zijn inbegrepen.
Na een korte klim komen we aan een heerlijk uitzichtpunt op Castellamare. Het krioelt hier van de wielertoeristen die ook even een kijkje komen nemen. Mireille blikt jaloers naar al die glimmende Eddy Merckx-fietsen, maar niemand wil ruilen.
Dan maar verder afdalen, en op de afslag naar Segesta gebeurt het : ik rijd lek.
Het achterwiel dan nog, zodat ik er in geen mum van tijd als Assepoester uitzie. En Mireille maar foto's nemen. De band vervangen, de ketting er weer op, en Zwarte Piet kan terug gaan klimmen. Iets verder krijgen we een eerste blik op de tempel van Segesta : op een heuvel, achter de bloemrijke velden, met daarachter nog een stuk hoger het theater.
We fietsen langs een oud spoorwegstation, dat nu een keurig restaurant is. Nog een felle klim, en dan slalommen we tussen de toeristen tot bij de ingang van het archeologisch domein. Maar onze maag heeft eerst een focaccia verdiend, die we op een picknicktafel met een biertje in de zon verorberen. Naast ons wordt er een hele picknickmand neergezet, compleet met wijn, cake en andere veelbelovende dingen. Ik zet een hongerig gezicht op, doch ze peuzelen alles zelf op.
In 1987 was er nauwelijks volk in Segesta, en nu zijn er busladingen vol. Aan de tempel zelf valt de drukte echter nog mee. Wat een majestueuze eenvoud. Robuuste zuilen en geen dak, zodat de blauwe lucht heerlijk contrasteert met de zandkleurige steen. En ernaast en errond een overweldigende bloemenpracht. We vereeuwigen de tempel wel vijftien keer, telkens vanuit een ander perspectief. Daarna klimmen we naar het theater. Na 16 jaar is er nu wel een asfaltweg en een pendelbus bijgekomen, doch ik vind nog het rotspad dat we toen namen. In het theater, niet zo indrukwekkend als je al Griekenland, Turkije en Syrië afgeschuimd hebt, leest een Duitse toerbegeleider een gedicht voor. Wij vluchten dan ook terug naar beneden, en trekken de tempel van bovenaf nog wel tien keer. Telkens ontdekken we een nog mooier zicht.
De tempel stond bij mij al op 1, maar ik dacht dat het jeugdsentiment was. Niets daarvan, maar spijtig genoeg kan hij niet meer stijgen, hij blijft op 1.
Dan vatten we de verdere tocht aan. Een lange klim herleidt mijn spieren stilaan tot koekenbrood, dan tot kaas en tot slot tot karnemelk. We laten het kasteel van Inici rechts liggen en komen dan op een sterk klimmend stuk weg in erg slechte staat terecht. En fwiet : weg conditie. Ik moet regelmatig van de fiets, terwijl Mireille vrolijk verder blijft trappen. Al is het tegen zes per uur. De klim is dan nog wel vier kilometer lang, en bovendien zijn we niet zeker of we nog wel juist zitten.
De wind is ondertussen niet meer zo fel, en de zonnecrème komt nog steeds goed van pas. We zijn wel bijna door ons water, en alle waterbronnen die we langs rijden zijn “non potabile”. Af en toe doet een hond wat lelijk, doch ze bijten niet vandaag.
Een lange afdaling - nog steeds slechte weg - brengt ons in Balata di Baida. En dan is het weer klimmen, voorbij het Castello (in restauratie) di Baida. De afdaling achteraf heeft nog nooit zo veel deugd gedaan, ondanks de talloze insecten die in ons aangezicht komen gevlogen. Het laatste stuk naar Scopello is dan gelukkig maar 1800 meter meer ver.
Het is zondag en het zit hier vol Italianen. Massa's geparkeerde wagens. Het terrasje van Baglio Isonzo zit vol maar we vinden toch nog een plaatsje om ons vochtgehalte terug op peil te brengen. En tussen de drukdoende Italianen nog een ijsje (panna cotta & café) meepikken.
Een douche brengt er ons weer bovenop - Mireille ziet knalrood. We eten vanavond in ons gastenverblijf Pensione Tranchino. Witte wijn, pasta met tomaten en amandelen, vis en sla, aardbeien en banaan, chocolaatjes - precies wat we nodig hadden.
Buiten zit er nog veel volk op de terrasjes. De was hangt buiten, iets verder sissen de worstjes op de barbecue. De honden zijn nog steeds lui. De Baglio Isonzo is sfeervol verlicht. Een verkoper bergt zijn terracotta zonnetjes op. Neen, geen ijsje meer voor mij vanavond.
En er is geen wind meer. Dus ook wel geen rugwind om ons morgen de heuvel van Erice op te blazen ...
28 april 2003 (Mireille)
De nacht brengt kattengejank, een zoemende mug en een huilende hond. 's Morgens is er bij het ontbijt nog niets veranderd. Het zijn nog steeds Petit Beurrekes en 3 sneetjes brood, met marmelade. Nog even wat mondvoorraad inslaan in het dorpswinkeltje, en dan stelt Herman vast dat zijn band weer lek staat. Heeft hij gisteren dus op een leeglopende band gereden.
In de schaduw naast twee boeren die een uitgebreide babbel bezig zijn met een carabinieri (“die handhaaft de rust”) begint Herman aan het gevecht met de fiets. Maar deze keer laat hij de binnenband zitten en pompt de band stevig op. We beginnen met een afdaling van twee kilometer. Sneller dan verwacht krijgen we een klim langs onverharde weg onder de wielen. Aan een waterpunt verfrissen we ons even, nemen wat foto's en puffen verder omhoog. Plots staan we terug op de weg waar we gisteren reden. We krijgen dus toch nog een afdaling, maar het laatste stuk naar Balata di Baida is weer bergop.
Vanaf dan gaat het via de grote SS187 richting Trapani. Af en toe passeren vrachtwagens rakelings naast ons, angstwekkend. We zoeken vergeefs een afslag, en verderop klopt er helemaal niets meer van de beschrijving. Dan maar wat rondtoeren. Een vertegenwoordiger stopt naast ons en wil ons zelfs een woning in Scopello verkopen of verhuren ... Enkele honden verderop doen ons beslissen om naar de eerste afslag terug te fietsen. Hoe dan ook, hier klopt de beschrijving van geen kanten. We laten een boerke op een piepkleine tractor stoppen om de weg te vragen. Meteen komt er ook een carabinieri bij. Rechts en wat later links. En inderdaad : we komen uit op een grote parking in het dorpscentrum. Picknick-time. Ik vind het brood te hard, Herman vindt het niet lekker. En de Tabacco heeft enkel maar kranten en speelgoed.
Met veel honger komen we aan een wegsplitsing : omlaag of omhoog. We laten nogmaals een wagen stoppen om naar Chiesa Nuova te vragen. Yes : bergafwaarts. En dan nog 10 kilometer klimmen. We hebben helaas het telefoonnummer van hotel Elimo niet bij, dus moeten we dat heel eind er nog bijdoen.
Via talloze haarspeldbochten ploeter ik omhoog. Herman heeft weer een lekke band en duwt de fiets te voet naar boven ... en haalt mij in. Dat zegt genoeg over mijn tempo, maar ik haal het ... en daar ben ik toch wel trots op.
Aan de toegangspoort van Erice is het een drukte van jewelste. Jongeren op schooluitstap gaan terug naar huis. Via een smalle steeg duwen we onze fiets naar het hotel. De fietsen leggen we te slapen in de garage langs de achterkant van het majestueuze Elimo hotel. De receptionist heeft schrik dat we de voucher en het paspoort gaan vergeten af te geven, want hij vraagt er zowaar drie maal naar. Maar hij zal geduld moeten hebben tot we beiden fris en monter uit de douche stappen en van een warm drankje genipt hebben !
29 april 2003 (Herman)
Stevig ontbijtbuffet met alles erop en eraan.
We proppen ons vol en gaan dan nog wat extra foto's nemen van de duomo en campanile die we pas op onze laatavonduitstap hebben ontdekt. De dorpswinkel wat laten bijverdienen en dan zowat een kwartier wachten bij het uitchecken - al is het ons volkomen onduidelijk waarom. It's Tuesday, this must be Italy.
Oei, weer lek. Ik rijd dus al twee dagen op een leeglopende achterband. Vandaar mijn slechte conditie (alhoewel). Vandaag wordt ons een lichtere tocht voorgeschoteld, we zijn benieuwd. De zon schijnt ongenadig, maar de wind blaast ook hevig. De eerste 12 kilometer zijn heerlijk : we roetsjen de heuvel van Erice af en blijven in dalende lijn tot een stuk voorbij Valderice. Op een kruispunt zegt de wegbeschrijving links, doch een blik op de kaart leert dat het rechts moet zijn : richting Palermo. We fietsen nu rond de helling van Erice. Het gaat bij momenten toch terug flink bergop, en dan nog met een felle tegenwind. Langs aangename smalle straten fietsen we door een golvend boerenlandschap. De wegbeschrijving klopt echter langs geen kanten meer, en op een groot kruispunt zijn we helemaal het noorden kwijt. We zien nog net hoe twee meiden die ook de SNP-route volgen het grote bord richting Marsala volgen, doch wij denken op basis van kaart en kompas dat het de andere richting uit moet.
Bergop met de neus in de wind wroeten we ons naar boven. Een man die langs de kant van de weg zijn siësta aan het voorbereiden is, bevestigt dat we in de goede richting zitten. En ook de routebeschrijving is weer correct. Nog enkele heuveltjes, op mijn halflege tube (weeral) is het krasselen om te volgen. En dan gaat het heerlijk dalend, kilometerslang, nu langs wijnranken, tot we de remmen dichtknijpen aan de Middellandse Zee. Een rotspuntje in het water, met wat gehavende bootjes, ideaal om de focaccia en tomaatjes boven te halen.
Opboksend tegen de wind volgen we de waterlijn en komen aan de zoutmijnen van Marsala, met ronde stenen huisjes en pittoreske windmolentjes.
Een kronkelend smal kustpad brengt ons tot voorbij de aanlegsteiger naar het eiland Mozia, en tot in de drukke stad Marsala.
Ons toeristenverblijf Villa Favorita staat al van ver aangeduid. De receptionist draait mijn pas gedurende tien minuten rond en vertelt dan doodleuk dat het “niet in orde is”. Hij vindt de uitgiftedatum niet ... en het staat er nochtans in 4 talen duidelijk op. Maar ja, niet in het Italiaans. Onze geboorteplaats en -datum schrijft hij zelf nog eens over op het incheckformulier, precies 1 lijntje lager dan waar ik het zelf al had geschreven ...
Onze bagage is nog niet toegekomen, en de bar is nog dicht (siësta). Op een kleine kilometer vinden we een supermarkt, waar we echter eerst geen water vinden. Blijkt die een verdieping hoger tussen de potten, pannen en ander huishoudgerief te staan. Italiaanse logica !
Het toeristendomein staat vol met witte iglo's die dan nog onze bungalows blijken te zijn. Het valt wel goed mee, zelfs met een frigo waar we een wit wijntje te koelen in leggen. Al is “koel” relatief : het is rond dit tijdstip in België doorgaans frisser dan in deze koelkast.
Mireille duikt het zwembad in, en ik leg een nieuwe binnenband in de schaduw van onze privé citroenbomentuin.
's Avonds willen we gaan aanschuiven in de imposante wijnzaal die nu dienst doet als restaurant. Maar we komen er terecht middenin een receptie met heren in smoking en dames in zwarte lange jurken. Restaurant afgehuurd door Novartis. Waar kunnen we hier dan eten krijgen ? De receptionist vraagt of we gereserveerd hebben (neen, wisten wij veel) en leidt ons dan naar een trap die op enkele kamers uitgeeft waar inderdaad enkele hotelgasten zitten. Het eten is lauw, maar we krijgen halfweg wel vuurwerk aangeboden.
Novartis, organiseren die geen fietstochten ?
30 april 2003 (Mireille)
Sirocco, sirocco. De naam klinkt mooi, maar dat is dan ook al. Het haantje in hotel Favorita weet niet goed uit welke richting hij komt. Wij ondervinden dat iets later wel ...
Schitterend ontbijtbuffet ; Herman eet zelfs aardbeientaart.
Brood halen in een paticceria, niks brood, alleen gebak, foccacia met ragout, pizza, worstenbroodjes en zo meer. Ik kies voor een soort sandwiches met ham en mozzarella. Twee. De verkoopster wil ze zelfs al meteen opwarmen. En als ik buitenga roept ze me terug, ik heb (hoe erg!) het kasticket vergeten ...
De hele dag enorme wind tegen, dit wordt nachtwerk. Er staan immers 70 kilometer op het programma. Met momenten halen we nog acht per uur. Als we aan een zijweg met richtingaanduidingen stoppen en op de kaart kijken stopt er plots een autobestuurder naast ons. Een hele spraakwaterval. We moeten naar rechts, want rechtdoor ... enkel deserta. Het roadbook zegt rechtdoor ...
En als is het heel verlaten, het is erg mooi. Spookhuizen zo groot als kastelen zijn vervallen tot ruïnes, overal wijngaarden waar we veel mensen zien in werken. Vrachtwagen- en autobestuurders toeteren en steken vriendelijk hun hand op. Nu stopt er een boer naast ons. Twee dames achter ons, wachten wij daarop ? Ik moet dringend terug eens Italiaans gaan leren.
We spreken ons broodje met tomaat aan. Lekker ! Ik had er heel wat meer moeten kopen.
Dan maar verder, de wind zit nu wat schuiner. Na zo'n acht kilometer komen we bij een verkeerslicht. Ik bestudeer constant de routebeschrijving en vind dat we slecht opschieten. Via een cementfabriek en enkele visverwerkende fabrieken (de geur) krijgen we nog eens een lange afdaling. Volgens de beschrijving volgt nu een verkeersvrije weg. Even drinken, denkt Herman, en tast naar de drinkfles in de fietstas. Oei, fietstas verdwenen. Vergeten bij de picknick !
Terugfietsen. De Nederlandse meisjes die we kruisen hebben geen tas gezien. Met de wind in de rug is het heerlijk doorvlammen. Herman blijft weer eens achterop, weer problemen met de fiets ? Na twaalf kilometer ben ik terug aan de picknickplaats en inderdaad : de fietstas. Ik spoed me terug naar Herman ... die van ver staat te zwaaien : weer lek !!!
Weer band verwisselen, en dan opboksen tegen de wind tot aan de verkeersvrije weg van daarstraks. Een afschuwelijke klim, voorbij twee honden. Herman vindt dit de ideale plaats om de laatste tomaten en driehoekjeskaas op te eten. Ik ga alvast een eindje verder staan. Het blijft nijdig klimmen, Herman weer kwijt. Rem geblokkeerd ... Ik vrees dat iemand het fietsen voor bekeken gaat houden.
In ... gaan we op zoek naar bevoorrading. De eerste winkel is een discount waar we alleen grote verpakkingen vinden, de volgende een groentewinkel waar er geen koele dranken te verkrijgen zijn. We manoeuvreren verder tussen het drukke verkeer. Plots rijden we een hamburgertent voorbij. En die heeft frisdrank.
Er resten ons nog zowat 12 kilometer voor we Marinella binnenrijden. De restaurants langs de weg zijn afschuwelijk kitscherig : van middeleeuws kasteel tot Hellenistische tempel. De honden blaffen ons bars toe achter hoge hekkens. In tegenstelling tot wat Trotter schrijft worden we in hotel Alceste uitermate vriendelijk ontvangen. De fietsen mogen in een kleine eetzaal. Vergeet ze straks geen eten te geven !
Na een fietstocht van 92 kilometer is een douche meer dan welkom. Even over acht aan tafel. We horen iets over pasta en vis. Bene ? Bene.
Eerst krijgen we een bordje antipasti met heerlijke aubergines, olijven en bruschette met tomaat. Plots komt er ook een schaal met risotto en snijbiet op tafel. We twijfelen geen seconde en scheppen ons royale porties uit. Even later verschijnt er nog een pasta met tomaat en aubergine. En dan krijgen we nog vier soorten vis geserveerd. Het dessert (2 borden fruitsla) krijgen we niet meer op ...
1 mei 2003 (Herman)
Prima colazione met zicht op zee. En met crèmekoeken (let op het meervoud).
Fietsen aan de kant vandaag. Een stevige wandeling naar Selinunte ? Vergeet het maar. De ruïnes liggen op amper 200 meter afstand. We lopen door een kraaknette ontvangsthal met een maquette van het tempelveld en foto's hoe de tempels er ooit hebben uitgezien. Aan de ingang kan men fietsen huren om de tempels te verkennen - neen dank u, vandaag niet.
Tussen een massa papavers en witte en gele bloemen krijgen we meteen de meest intacte tempel te zien : Templo E. De tempels krijgen hier letters omdat men niet 100% zeker is welke goden er vereerd werden. De twee tempels ernaast zijn niet meer te herkennen : een puinhoop van pilaren en steenblokken, overwoekerd door een kleurrijk geheel van bloemen. Het valt ons op dat de gaten in de zuilen, waarin vroeger het hout zat om de verschillende schijven samen te houden, vrij klein zijn.
We lopen een kilometer verder tot de akropolis. Onderweg zien we lawaaierige Italiaanse families uitgebreid picknicken. Het is dan ook 1 mei - vrij vandaag. Spijtig genoeg staat de pittoreske zuilenrij van Templo C helemaal in de steigers. Vanop afstand was het zicht een heel stuk mooier : de ruïnes, met daarachter de diepblauwe zee.
Na een middagmaal in een superdrukke eettent nestelen we ons in de zon op een rotsblok naast de pier. En we komen pas in beweging om een ijsje te halen en een wit wijntje bij Danimarca te drinken. De passagiata is volop bezig. Italiaanse families en jongeren - op hun paasbest - wandelen steeds op en neer. Siciliaanse macho's showen hun nieuwste Mercedes-sportmodel.
Het was vandaag 25°C, maar toch vonden de lokale inwoners het blijkbaar nog wat frisjes : lange broek, pull, soms een jasje. Ze zouden eens bij ons moeten komen in de zomer.
De avond eindigt lekker : zeevruchtenpasta en sardientjes met sla. En 1 liter (!) rode wijn voor 3 (!) euro.
Hoeveel vaten mag je in België invoeren ?
2 mei 2003 (Mireille)
Hé, de fietsband van Herman houdt stand. In hotel Alceste zijn we de laatste gasten. Als we van de supermercato terugkomen is er al een poetsvrouw in onze kamer bezig. In het eetzaaltje naast de receptie, waar de fietsen twee nachten geparkeerd stonden, zit een man op een stoel. Hij slaat ons de hele tijd gade : hoe we al onze spullen over de fietsen verdelen en hoe Herman ook gaat zitten om zijn achterband nog eens extra op te pompen.
We rijden van de kust weg richting binnenland. De weg klimt voortdurend. Herman vliegt nu naar boven. In Partanna is het eventjes draaien en keren. Het stadje telt tal van kerken en een middeleeuws kasteel. Het ene al lelijker dan het andere. Even later fietsen we zelfs langs een ultramoderne kerk, weer afschuwelijk. Wat verder komen we in een landelijk tafereel terecht : een schaapherder met kudde, waar we een hele tijd moeten achterblijven. Hij neemt immers de hele weg in beslag, groet en maakt praatjes met tegenkomende chauffeurs.
Na twintig kilometer krijgen we een eerste afdaling, en dan klimt het weer af en toe doch matig.
Gibellina is het eerste plaatsje dat vermeld staat in onze roadbook. Hier heeft in 1968 een erge aardbeving plaatsgevonden waarbij veel doden zijn gevallen. Een kunstenaar heeft op de oorspronkelijke straten een laag beton gegoten. De tweede ramp volgens de vroegere bewoners. Ik kan er inkomen. Overal staan vervallen huizen ; ik voel me net een ramptoerist.
Na de picknick komen we aan een tweede spookdorp, Poggioreale, dat tegen een helling ligt. Zes woedende honden beletten ons echter de doorgang zodat we onze weg moeten zoeken via het nieuwe dorp Poggioreale. Kleine venijnige hellingen wisselen elkaar af. Het Lago di Garcia schittert in de zon. Mooi en groot is het waterreservoir voor Palermo. Na het meer naar links en 400 meter verder terug naar links richting agriturismo Quatali. Hoog boven de heuvel zien we het uiteindelijk liggen. Veel steiler dan de klim naar Erice, maar een kortere afstand (anderhalve kilometer). Een gebouw in volle constructie met 1 afgewerkt deel. Binnen worden we hartelijk onthaald en krijgen we meteen water aangeboden. In onze kamer doet de douche meer dan deugd. Nog even op het dakterras in de zon zitten tot we gezelschap krijgen van een grote oude loebas die duidelijk geaaid wil worden.
Bij het avondmaal horen we van de Nederlandse meisjes hoe ervaren fietsreizigsters ze zijn. En zij hebben zelfs nog veel meer problemen gehad dan Herman : lekke banden, versnellingen stuk, afgebroken pedaal. Ze hebben zelfs de hele eerste fietsdag gemist.
En weer smaakt het eten voortreffelijk.
3 mei 2003 (Herman)
Zeer groot gebouw maar piepklein ontbijt.
We nemen afscheid van Nico (een van de vijf honden) en worden dan met de auto naar ons startpunt gebracht : het maffiadorp Corleone. De twee Hollandse dames proberen de bestuurder te overhalen om hen nog verder af te zetten, doch vergeefs.
We kopen onze klassiekers water, tomaten, kaas en brood in de supermercato, en dan halen we met zijn allen koffiekoeken om het ontbijt nog eens uitgebreid over te doen. Ik vraag de weg aan enkele oude mannen die in de schaduw op het dorpsplein liggen, doch omerta : ze hebben niets gezien of gehoord.
We vinden de bewuste straat echter zelf en beginnen dan aan een kilometerslange afdaling. En zeggen dat SNP dit als de moeilijkste fietsdag omschreef. Daarna krijgen we een meer golvend terrein geserveerd, om dan enkele kilometer te moeten klimmen.
De Piana degli Albanesi. Dario van Siciclando had er ons al voor gewaarschuwd. De klim is steil en lang, af en toe over een slecht stuk, langs rotswanden. Bijna niemand geraakt met de fiets boven.
We halen de Hollandse meiden in, maar ze klampen zich nog enkele honderden meters in het wiel van Mireille een eindje achter mij vast. Aan een Y-splitsing is het nog even uitkijken, en verder blijft het inderdaad loodzwaar omhoog gaan. Op een kruispunt stop ik even, en daar ploffen de twee vrouwen zich langs de kant neer.
Wij gaan door, en de rest van de col is nog stevig doch we hebben het klimritme goed te pakken. We ronden de top (we made it !) ... en dan rijden de dames ons voorbij - in de auto van een lokale inwoner, de fietsen achterin. Flauw hoor !
Na nog wat op en af, en de picknick op een brugje, krijgen we de bekroning : vijftien kilometer constante afdaling tot Monreale, over een voormalig spoorwegtracé. We razen dan ook als een locomotief naar beneden, door slecht verlichte tunnels en soms langs een dorpje.
Vlak voor Monreale krijgen we een heerlijk zicht op de stad Palermo en de zee erachter. Hier moeten we even terug onze klimbenen inschakelen om tot de Duomo te fietsen. En dan komen we plotseling vast te zitten in een mensenzee. Groot feest in Monreale vandaag. Met de fiets aan de hand proberen we ons door de drukte te wurmen. Onderweg probeert men ons een roos of een bidprentje te verkopen. Voorbij de Duomo staat een groot kruis. Kleine kinderen worden omhoog gehesen om het kruis te kussen, de rozen worden tegen het kruis gehouden. En dan moeten twee bezwete toeristen met hun fiets aan de andere kant van dit heilig gebeuren geraken. Met veel goede wil van de plaatselijke bevolking lukt het dan toch, en dan rest er nog een immens steil slotklimmetje naar het Carrabile Park Hotel.
Opdracht volbracht : we hebben het gehaald.
Het hotel ziet er van buitenaf oubollig uit, maar de kamer is prima : zeer groot en met een balkon (zicht op Palermo). Na een verkwikkende douche wagen we ons terug de stad in (de meisjes zijn ook toegekomen : pasta gegeten en enkel nog de afdaling gedaan). Nu geraken we er helemaal niet meer door : de processie gaat vertrekken. In het nauwe straatje is ook elk balkon bezet met een pak kijklustigen : zijn die balkons wel stevig genoeg ? Omdat we aan de dom willen geraken stappen we mee achteraan de processie. De stoetgangers zijn in het wit gekleed, met een wit kapje. Ze dragen grote toortsen. Het kruis wordt triomfantelijk meegedragen en vanuit de balkons bestrooid met rozenblaadjes. Om de vijf meter wordt er gestopt om te bidden ; Mireille krijgt claustrofobie. Na een half uur slagen we erin om langs een trap te ontsnappen aan de drukte. Via een parallelle straat waarin auto's hopeloos vast zitten komen we aan de Duomo. Helaas gesloten zoals de Trotter het reeds aangaf.
Na het obligate ijsje moeten we wat zoeken naar een vrije plaats op een terrasje. En dan gaan we voor pizza. En dan heerlijk slapen ... tot 3 uur 's nachts, want dan breekt het vuurwerk los. En na een half uur knallen blijven de honden nog een tijdje angstig doorblaffen.
Ik ben moe - een beetje vakantie zou mij goed doen ...