Thailand en Laos

Dag 1 – 26 april 2007 (Herman)

Dagen 1 en 2 – 11 en 12 november 2005 (Herman)

27 uur onderweg. De TGV van Brussel naar Parijs zit afgeladen vol – verlengd weekend. De aanduidingen in de Charles de Gaulle-luchthaven zijn op zijn Frans, onzichtbaar dus. In Bahrein moeten we een andere Gulf Air-vlucht nemen. We dwalen er tussen de "handdoeken" en de hifiapparatuur. In Bangkok wordt ons paspoort streng gecontroleerd, een foto genomen en een visum vastgeniet bovenop alle andere stempels van vorige reizen. Waarvoor dienen dan die 50 lege bladzijden ? Hier moeten we 4 uur op een binnenvlucht naar Chiang Mai wachten, die dan ook nog eens "delayed" is. We zoeken een rustige zitplaats, achter een hoek "for monks only". De eetstalletjes zien er ongelooflijk druk uit. De internationale en nationale luchthaven zijn verbonden met een 500 meter lange overdekte brug. Onderin krijgen we een eerste glimp van het bruisende stadsleven.

Een half uur voor vertrek komt er een man met een klein meisje voor ons zitten. Ze drinkt van een fruitsapje, en als de papa even meedrinkt, checkt ze onmiddellijk de inhoud. "Toch maar even controleren" lacht Mireille.

"Hallo" spreekt de man ons toe. "Reizen jullie met Eigen-Wijze Reizen ? Mijn naam is Robert-Jan, en ik ben de organisator". Blijkt dat er nog 4 andere Belgen dezelfde fietsreis geboekt hebben, waarvan er zich al 2 in Chiang Mai bevinden. In totaal hebben 32 personen dit jaar (het eerste jaar) deze reis uitgekozen, waarvan de overgrote meerderheid ... Belgen. Geef mij maar Belgen, Nederlanders zijn pitteleuriger, zegt hij.

In Chiang Mai worden we naar ons hotel gebracht, en ondanks de enorme jetlag maken we nog een uitstap naar de Doi Suthep-tempel, hoog bovenop een heuvel. Boven loopt er een kabelbaan (voor onze vrouwelijke gids), maar wij lopen als echte pelgrims de hele trap op. De tempel blinkt als goud, de boeddha's staan er in alle officiële standjes, de klokken worden geluid en de offerandes verbrand. En Mireille wordt gedoopt door een monnik. En daarvan is ze zo verbouwereerd (en nat) dat ze vergeet een foto te maken.

Eerste Thaise maaltijd, met veel potjes en schoteltjes. Heerlijk buiten. En dan als een blok in slaap. Dromen van handdoeken en boeddha's.

Dag 3 – 13 november 2005 (Mireille)

Pingping ?

De rivier Ping wordt de leidraad op onze eerste fietsdag. Het eerste deel gaat door de iets rustigere straten van Chiang Mai. Veel auto's en bromfietsen (soms met 4 man erop) rijden ons constant voorbij zodat we al snel in een walm van uitlaatgassen rijden. Maar na het passeren van de tweede ringweg wordt het erg rustig. Wanneer we een brugje over een irrigatiekanaal moeten nemen vinden we langs geen kanten een geel bord met rode letters. We fietsen wat heen en weer tot plots 2 andere Belgische fietsers (Michel en Marijse) op dezelfde plek aankomen. En die hebben ook geen aanduiding gezien. We besluiten toch maar het irrigatiekanaal over te steken en verder te volgen. Enkele kilometers verder blijken we op het juiste pad te zitten. We steken de Pingrivier terug over en komen in een dorp waar we een noodbrug over moeten. Alleen ... is er geen noodbrug te vinden. Wel enkele verweerde metalen sloepen, en een brug in aanbouw. Samen met M&M zoeken we de hele oever af, vergeefs. Over naar lokale hulp. We moeten naar Ban Pang, maar noch Engels noch aardrijkskunde blijken hier deel uit te maken van het schoolpakket. We worden terug naar de brug gestuurd waar Patrick en Kathie ook aankomen. We gaan eerst een hapje eten – een rijstmaaltijd aan een lange tafel voor amper 20 bath. Ook hier weten ze Ban Pang niet liggen. Onze gsm's doen het niet, en ook via de telefooncel kunnen we Robert-Jan niet bereiken.

Tenslotte rijden er 6 verdwaalde Belgen wiel in wiel langs de grote baan en wat vinden zij ... Ban Pang. In het fraaie Ping Resort worden we door 2 jongedames ontvangen die onze gidsen blijken te zijn. Ze vinden dat we er moe uitzien (ze hebben ons wel na een werkdag nog niet gezien) en blijven maar doorzagen over een massage. Maar wij willen nu enkel een goede frisse douche en een fles Singhabier.

Dag 4 – 14 november 2005 (Herman)

Vroeg opstaan, want we willen naar het olifantenkamp van Chang Dao. Buiten de waard (de ober) gerekend want hij brengt ons eerst koffie/thee en pas na 10 minuten vraagt hij ons of we "American breakfast" willen. En dan moeten ze er nog aan beginnen ...

Maar we zitten hier relaxed aan het zwembad, dat maakt veel goed. Ik vraag aan de poppemiekes wat inlichtingen over de trip van vandaag. Ze bekijken 5 minuten gefronst naar onze routekaart, om dan te besluiten dat het resort er niet opstaat ...

Over een wiebelende houten hangbrug (er zitten toch geen krokodillen in het water ?) komen we aan de olifanten, een babyolifant (wel oversized) van 7 maanden incluis. We zien hier ook de sporen van de recente overstromingen; een deel van de oever is weggespoeld. De olifanten krijgen een bad. Een laat zich bedienen van begin tot einde. Daarna krijgen we wat oninteressante circusnummers en we passen ook voor de stevige 1600 baht voor een halfuurtje olifantrijden.

En dan terug de tweewieler op. Waarbij Annemieke en Rozemieke aan overacting doen door aan elk kruispunt druk gesticulerend de juiste richting aan te wijzen. Weldra moet het busje onder ons "onmenselijke" tempo afhaken en we bereiken als eerste de Chiang Dao-grotten. 40 baht voor de elektriciteit en 100 baht voor een meisje (Nie) met petroleumlamp. Mireille is sarong, want Boeddha kan niet tegen blote benen en schouders. We zien rotsformaties in alle vormen, volgens het meisje olifanten, olifantenlongen, olifantenpootafdrukken, kippen, tronen ... We moeten een paar keer op handen en voeten door enge nauwe spleten. Uitkijken geblazen om het hoofd niet te stoten aan de stalactieten (of stalagmieten?).

Een heerlijk middagmaal, waarbij nummer 9 lekkerder is dan nummer 7 (maar volgens Mireille omgekeerd). En het laatste stuk is volgens de Miekes "zeer moeilijk te vinden". Heerlijk op en af en zeer gemakkelijk te volgen. Tot de chauffeur ons een verkeerde weg uitstuurt en 500 meter verder druk gesticulerend achter ons komt gestoven.

Ons resort is fantastisch. Een gigantisch domein vol met poelen, brugjes, terrasjes en overlopen. We kiezen voor een kamer boven, volledig in hout met een groot terras. Met een enorme badkamer. De Singhabiertjes komen op een verzilverd schoteltje en de kikkers kwaken zich te pletter.

Dag 5 – 15 november (Mireille)

Je hebt zo van die dagen !

Elektriciteitspanne tijdens het douchen. Pakken in het donker. Geen toast bij het ontbijt.

Om 8 uur worden we de fietsen op het dak van het busje geladen en worden we een uur verder afgezet. Het is vrij fris, dat zijn we niet meer gewoon. De honden zijn dan ook actiever en crossen achter ons aan. De weg golft door het groene landschap, langs de ene kant de bergen, aan de andere kant de velden. Rijst wordt gemaaid, gewassen bespoten, rijst ligt te drogen.

Het busje rijdt dan weer eens voor ons, vervolgens staat het langs de kant van de weg, maar wij vinden alles probleemloos. Na het oversteken van een grote verkeersader komen we langs een idyllisch landwegje met brugjes en vijvers. Heerlijk, maar bij een krantenkiosk waar een monnik zich in het wereldnieuws verdiept klopt de beschrijving niet meer. We vragen het aan een vrouw, deze weg leidt nergens heen. Daar zijn M&M en samen verkennen we elke weg in de omgeving. We vinden de watertoren uit de routebeschrijving, maar wanneer we denken op de juiste weg te zitten komen we weer ... aan de krantenkiosk. Michel vindt nog een aardeweg maar die loopt dood in de paddy. Een mountainbikeparcours omhoog – ook noppes. We kiezen dan maar weer noodgedwongen voor de highway naar Fang. Na een noedelsoep gaan we op een volgende splitsing weer op zoek naar de correcte route, langs rustige straten door dorpen, maar op een zoveelste kruispunt weten we het helemaal niet meer. Een man in een winkel tekent een plannetje op een stuk papier. We zijn in Fang. Hij geeft ons ook aan hoe we naar Mae Tatong kunnen geraken. 23 kilometer via de highway. We bijten ons vast in het spoor van M&M, langs scholen met veel buitenactiviteit, en langs tempels waar alles in gereedheid gebracht wordt voor het Loi Krathong-feest. Na een goed uur draaien we de hotelzone binnen. M&C hebben uiteindelijk heel de highway gevolgd.

En dan krijgen we onze kamerdeur niet open ... er zijn zo van die dagen !

Dag 6 – 16 november (Herman)

We hebben onze poppemiekes met hun Engels van achter 't hoekske ingeruild voor een opa-gids die Frans spreekt van horen zien zeggen. Hij spreekt honderduit over bergtrekkings die hij in opdracht van Nouvelles Frontières heeft georganiseerd ... alleen begrijpen we er niet veel van. Gisteravond hadden we moeite om in het restaurant de dienster duidelijk te maken dat we de rekening wilden. Dus riepen we de hulp in van onze polyglot. Het enige wat er gebeurde na zijn tussenkomst was dat alle diensters op een rijtje naast onze tafel kwamen staan ...

Volle maan in november, dus Loi Krathong-feest. Bootjes in de vorm van een lotusbloem (met een wens voor Boeddha) worden te water gelaten en in brand gestoken. En overal vuurwerk. Gelukkig goed geslapen (ondanks de harde matrassen). Na een karig ontbijt fietsen we een kort eind tot aan de kade waar een prauw voor ons klaar ligt. Eerst de fietsen erop vastbinden en dan zitten we nog niet goed neer of meteen klieft de langwerpige boot tegen een hoge snelheid over de rivier. Voor het eerst op onze 30°C-reis moeten we een pull bovenhalen. Er hangt een grauwe nevelsliert boven het wateroppervlak. De stuurman slalomt soepel om boomstronken, rotsen en ondiep water te vermijden. We zien hoe dorpelingen keien uit het water scheppen om de rivier terug meer bevaarbaar te maken. Langs de oever zien we hier en daar wat houten barakken tussen de jungle, en een paar minder luxueuze resorts.

Na minder dan 2 uur komen we aan in Ruamit en meteen worden de fietsen afgeladen ... en tussen de olifanten geparkeerd. Die slurfbeesten staan hier te wachten op toeristen om rivierexcursies te maken. Een van die dikhuiden vindt dat hij voorrang heeft zodat Mireille slechts ternauwernood kan wegspringen. Van hier is het slechts een 23 kilometer fietsen tot Chiang Rai. Maar wel onder een loden zon en met korte op-en-afjes. We fietsen een hele tijd langs de Kokrivier en peddelen van dorp naar drop langs rustige asfaltwegen. En de bewegwijzering klopt vandaag perfect.

Aan een Thais eetstalletje knijpen we de remmen dicht en bestuderen we de menu's op de wand. Alles in het Thais en alles voor 20 baht. "Soep" vragen we. Die is op. "Chicken" wordt er gesuggereerd. OK. Wat krijgen we : kippensoep. Heerlijk.

Ook in de drukkere straten van Chiang Rai werkt onze papieren gps feilloos, en dan zwaaien de deuren van het chique Wangcome-hotel open. En rijdt Mireille met haar fiets de luxueuze receptiehal binnen ... De fietsen krijgen een ereplaats. En, vertrouwt de gracieuze dame achter de balie me toe, vanavond is het Thais, maar niet spicy. Jammer, denkt Mireille.

Dan trotseren we de verzengende hitte op zoek naar tempels (Wat Pra Keo), aftershave en zonnecrème (overal te vinden behalve in de apotheek !). We bekijken hoe de sierlijke bootjes voor het festival in elkaar gevlochten worden, en eindigen op een terrasje waar we bier in flessen geserveerd krijgen. De dienster verdwijnt geruisloos voor ik glazen kan vragen en komt geruime tijd niet meer terug. Dan maar zelf de bierglazen van achter de toog gaan halen ...

In de hotelbar krijgen we een lijst van 100 cocktails in de handen geduwd ... en dan verwacht die dienster dat ik onmiddellijk mijn keuze maak. Ik zal het zeggen, Walter. Kies ik toch wel het beste drankje uit zeker !

Rest voor Mireille alleen nog te bedenken hoe ze haar avond spicy kan doorbrengen.

Dag 7 – 17 november (Mireille)

Gisterenavond gedineerd bij live music, iets wat voor mij niet hoeft, maar ja. Trouwens de dames waren heel elegant gekleed. Wat wil je met een maatje 34.

In de ontbijtzaal heerst een verschrikkelijke Aziatische drukte. Gelukkig kunnen we buiten aan het zwembad genieten van een lekker continental breakfast met broodjes en croissants. Dat smaakt na al die dagen van eieren, ham en bacon.

En dan de laatste fietsdag in Thailand. Even opletten op de drukke kruispunten in de stad en voor we het beseffen rijden we reeds de stad uit via een lange brug over de Kokrivier. En valt ook al het gemotoriseerd verkeer weg. We peddelen over rustige langgerekte wegen, door de rijstvelden waar er hard gewerkt wordt. Landarbeiders zwaaien ons enthousiast toe.

Vlak voor Chiang Saen zoeken we wat drinken in een winkeltje en raken we in gesprek met een meisje dat absoluut haar Engels wil oefenen. Na de kamerinspectie in ons hotel fietsen we terug de stad in en verkennen enkele eeuwenoude stoepa's en tempels. We eten een bord noedels in een klein restaurant vol dorpsbewoners. Aan de oever van de Mekong nemen we een longboat naar de Gouden Driehoek, het drielandenpunt van Thailand, Laos en Myanmar, waar vroeger de opiumhandel welig tierde. We leggen even aan op Don Sao Island, blijkbaar in Laos. Een ware Aziatische kermis vol souvenirwinkels die allemaal dezelfde prullen verkopen, gaande van slangen in kleine alcolholflessen tot sjaals en afschuwelijke T-shirts. Taksinning : we worden 40 baht armer.

Wat verder varen we naar het denkbeeldige drielandenpunt, van op het water allemaal weinig verschillend. Wel staat er op Birmaans grondgebied een groot casino waar rijke Thais hun geluk komen beproeven.

En dan klieft de boot weer over het water en genieten we van de verkoelende bries en de laatste zonnestralen van de dag.

Dag 8 – 18 november (Herman)

De reiskoffers en het hele hebben en houden van Robert-Jan (die verhuist naar Laos) worden op een motorbootje geladen. We kunnen er zelf nog net bij. We worden naar de overkant gevaren waar de formaliteiten beginnen: enkele formulieren invullen, samen met het paspoort aan een loket afgeven, wachten (de formulieren worden helemaal met de hand overgeschreven ...). Na een kwartier wordt er "Belgium" afgeroepen. Het visum voor Laos plakt netjes in ons paspoort tegen betaling van 30 USD. Dan aan een ander loket gaan aanschuiven voor nog een reeks stempels, 10 meter verder nog eens laten controleren. Honderd dollar wisselen tegen ... ruim een miljoen kip (we zijn miljonair). In briefjes van 5000 maakt dat een stapel van 5 centimeter dik! Inschrijven voor de boot, waarna we een piepklein stickertje op onze T-shirt gekleefd krijgen. En die moeten we altijd bijhebben ... De eerste stappen in Laos.

Vervolgens een korte transfer naar de boot. Paspoorten nog eens afgeven en wachten. En dan met de reiskoffers over de rotsen en een wankele, smalle loopplank op de slowboat ... waar alles vol zit. We krijgen nog een plaatsje naast een toerist die reeds ongemakkelijk zit. Met 3 op een plaats voor 2 smalle Laotianen. Op een harde plank. Met een balk vlak voor ons zodat we onze benen ook niet kunnen strekken. Ik zit met een halve bil op de plank en heb al kramp nog voor de boot vertrekt. Gelukkig vind ik achteraan nog een kinderstoeltje ...

Het aantal passagiers wordt enkele tientallen keer geteld en herteld. Zinloos, want er stappen nog constant mensen op en af! Na een uur wachten weten we nu heel precies waarom men dit een slowboat noemt.

Om half twaalf vertrekt de boot dan toch. Langs de Mekong zien we rotsige stranden en veel oerwoud met hier en daar paalwoningen. Aan enkele stops in the middle of nowhere worden zakken op- en afgeladen, en wordt vanaf andere boten chips en bananen verkocht.

Na zes uur varen komen we eindelijk in Pak Beng aan. Met een houten achterwerk. We varen helaas voorbij het luxehotel, maar we hebben wel geluk dat ons guesthouse Salika het dichtste bij de pier (= een hoop rotsblokken) ligt. De gebruikelijke drukke bedoening bij het uitstappen, voor al om de juiste reiskoffers in bezit te krijgen. De kamer valt best mee, alleen is de douche enkel met koud water (maar we krijgen wel een thermos met warm water). Op straat maken enkele elektriciteitsgeneratoren een hels lawaai. Het dorp bestaat uit slechts 1 straat, vol met guesthouses, restaurants en winkelstalletjes. De chips, koekjes en fruit worden netjes gestapeld. Bovenop Salika vinden we een groot terras met uitzicht op de Mekong, en in ruil voor wat "kippen" bemachtig ik enkele biertjes in het restaurant.

Heerlijk na die ontberingen van vandaag.

Dag 9 – 19 november (Mireille)

Een andere slowboat – we kunnen onze ogen niet geloven : houten banken MET KUSSENS. En achteraan 4 rijen VLIEGTUIGZETELS met verstelbare leuning. De 6 Belgen twijfelen geen ogenblik ...

Omstreeks 15 uur meren we aan in Ban Pak Ou. De andere bootreizigers staren ons aan en vragen zich duidelijk af wat wij met al die reiskoffers, dozen en een fiets (van Robert-Jan) in dit verlaten oord gaan uitspoken. We steken het strand over en klimmen de helling op. Wanneer de tuktuk met de fietsen aankomt staart het jonge volkje ons nieuwsgierig aan. Banden oppompen, zadels aanpassen en en avant naar Luang Prabang, zo'n 32 kilometer verder.

Het is heerlijk rijden op de golvende onverharde weg met putten en stenen. De Mekongrivier ligt rechts van ons en af en toe krijgen we schitterende landschappen op ons netvlies. We komen op de grote weg nummer 13 met veel motorfietsen, maar vlak voor de stad is het helemaal een kakofonie van brommers, fietsers, tuktuks en minibussen. De avondspits, op weg naar huis of de plaatselijke markt. Een houten brug over de Nam Khan vereist enige evenwichtskunsten over houten balken.

In het Senesouk Guesthouse worden we verzocht om de schoenen in de hall op het schoenenrek achter te laten.. 's Avonds worden we verwend in het restaurant L'Elephant, met koloniale aankleding en puike bediening.

Dag 10 – 20 november (Mireille)

Sawadee !

Het is zondag en dus eten we croissants, stokbrood en toast in Le Café Ban Vat Sene.

Op weg naar de Kuang Si waterval rijden we eerst tussen grote hordes door de hoofdstraat, maar even verder wordt de weg onverhard en fietsen we alleen. De weg golft stevig en passeert langs enkele etnische dorpjes. Een ervan is erg toeristisch, overal kan men handwerkjes kopen. De plaatselijke jongetjes zijn niet weg te slaan van de fiets van Herman. Een klein meisje komt mij haar handwerkje tonen en herhaalt steeds dezelfde woordjes – ik snap er geen jota van.

Langs de weg komen we al de dieren van de boerderij tegen: kippen, eenden, ganzen, paarden, koeien, pauwen en blauwe kalkoenen. Ophokplicht, nooit van gehoord. Op het einde van de weg, pittig omhoog, zien we zelfs een olifant staan.

We moeten betalen voor een parkeerplaats voor de fiets, en dan nog eens inkomgeld. Rond de 60 meter hoge waterval is een mooi park aangelegd. Er wordt door de lokale inwoners dan ook stevig gepicknickt.

Terug in de stad zien we hoe de avondmarkt stilaan opgesteld wordt. De straathandelaren komen allemaal met kruiwagens en kisten toe.

Een heerlijke winkelavond wordt afgerond met monnikengezang in de schitterende Wat Xing Thong.

Dag 11 – 21 november (Herman)

Vandaag de koninginnenrit. 88 kilometer over een geaccidenteerd parcours.

Maar eerst een vroeg-matinaal bezoek aan de Wat Xing Thong. We steken onze neus buiten en zien een lange rij bedelmonniken – soms heel jong – aanschuiven voor wat rijst en groente. De lokale bevolking deelt uit waarbij het ons opvalt dat de jonge monniken meer krijgen dan de anderen. Naast de lange rij oranje gewaden zien we een haast even lange rij T-shirts en fototoestellen. Ongelooflijke rust in de Wat Xing Thong, alle tijd om dit meesterwerk ten volle te appreciëren.

Bij het ontbijt zien we de leerlingen van de lagere school een (haast militaire) groet brengen aan de nationale vlag.

Dan brengt het busje ons naar het 1400 meter hoog gelegen Ban Nonghin (na een tussenstop in Kiu Kha Cham. Robert-Jan en een Thaise vriend zijn 2 uur lang in de autokoffer gaan liggen en fietsen nu terug naar Luang Prabang. Het is hier ijzig koud. We springen dan ook meteen op de fiets en – hoera – een lange afdaling. Na 16 kilometer krijgen we een eerste klim onder de wielen. 5,5 kilometer volgens de routebeschrijving. De chauffeur en Kathy (die de eerste helft aan zich laat voorbijgaan) staan om de zoveel bochten te "supporteren". Na 6 kilometer klimt het nog steeds en moet ik mijn psychologische reserves aanspreken. We bereiken de top uiteindelijk pas na bijna 10 kilometer. Dan even verpozing met een afdaling.

In de dorpjes worden we door de vele kinderen toegewuifd. "Sawadee" roepen ze in koor. Zelfs baby's van enkele maanden oud worden door hun mama reeds de knepen van het vak geleerd. De moedigste kinderen willen zelfs handjeklap doen.

Een tweede beklimming van 5 kilometer weegt zwaar door. Waar kan ik hier "wespen" krijgen (toch eens aan Johan Museeuw vragen) ? In Phou Khoun, na 43 kilometer, vinden we de 3 andere wielerfanaten terug, en in het eethuisje horen we tot onze opluchting dat zij het toch ook zwaar vonden. We houden onze pull aan, het blijft koud. We krijgen grote sla's geserveerd – ze blijven onaangeroerd.

En ook de tweede helft blijft zwaar. Veel vals plat en regelmatig een steile beklimming. En in de afdalingen is het opletten geblazen voor putten en grote stroken met stenen. Gelukkig worden we overal luid met "Sawadee" aangemoedigd. Kinderen spurten met ons mee of fietsen een eindje naast ons. We moeten nog een "muur" over, en iets verder zien we Michel met afgebroken zadel staan. Het laatste stuk is in de avondschemering lekker bergaf, slalommend tussen de kinderen, karren, kippen, koeien en gaten in het wegdek.

In Kasi – een stopplaats voor truckers – vinden we onze eenvoudige overnachtingsplaats naast een benzinestation. Michel haalt het einde in het halfduister met de fiets van zijn echtgenote (die door het busje werd opgehaald). De fiets wordt meteen gedemonteerd. Naast het hotel wordt op verschillende openluchtterreinen badminton gespeeld – nu even niet. En als we eens een Thaise massage nodig hebben is die er niet ...

Het is even zoeken naar het restaurant – 2 huizen verder. Een rommeltje van kookgerief en afgedankte spullen, maar we mogen in de "grande salle", een sfeerloze grote hall waar we smakeloos voedsel krijgen voorgeschoteld (vissenkoppen incluis !). Dessert is afgeschaft. En na een gezellige babbel volgt dodo snel.

Dag 12 – 22 november (Herman)

Iedereen is al lang vertrokken als wij onze ogen opentrekken. Een karig ontbijt, en dan vertrekken we met de bezemwagen achter ons richting Vang Vieng. Weer dezelfde taferelen als gisteren : kinderen die ons toeroepen, ouderen die ons verbaasd aanstaren. We krijgen meteen 2 serieuze klimmetjes voorgeschoteld, en bij de tweede vertelt de vriendelijke chauffeur ons dat het de laatste col is. Na een afdaling blijft het echter vals plat tot het einde, met dan nog wind tegen. Het is dan ook harken om Vang Vieng te bereiken. De koeien willen niet altijd uitwijken. En we zetten een school en wat verderop een voetbalmatch op stelten.

Aan een tweesprong moeten we rechts de hoofdstraat van Vang Vieng in, maar we zien enkel een veldweg. Blijkt dat de hoofdstraat te zijn ... Alles ziet er hier uit alsof het net gebombardeerd is: kapotte huizen, straten, bomen (later blijkt dat ze de weg willen verbreden en dus alle voortuinen inpalmen). Onze resort ligt heerlijk aan de rivier, met fraai uitzicht op een wankele brug. Een middagmaal, wat biertjes, en dan een "stevige" stadswandeling (we zijn rap rond). We zien toeristen met hun kano's en hun autobanden (voor tubing) terugkeren.

Nog een pateeke en we zijn klaar voor de zonsondergang ...

Dag 13 - 23 november (Mireille)

Tolbrugjes ! Vandaag steken we de Songrivier over. Gisteren zagen we vanop afstand de drukte op de bamboo bridge, vandaag staan we er middenin. Halfweg de brug staat een tolhuisje, we zijn snel 8000 kip armer. Nu zien we pas dat de brug uit drie delen bestaat, telkens onderbroken door een stukje land. Tractoren trekken houten karren volgeladen met goederen voort. Na 20 minuten en evenveel foto's zijn we exact 300 meter verder geraakt.

Na de brug krijgen we onverharde weg onder de wielen. Het is zoeken naar het best berijdbare spoor. Een tractor vol met jonge schoolkinderen rijdt ons voorbij. In de richting van de grot van Phou Kham wordt de weg nog spectaculairder, vol plassen en met wankele brugjes. Herman neemt het zekere voor het onzekere : hij waadt door het water. Bij de grot tellen we 10.000 kip neer waarna een klauterpartij over de rotsen volgt, met bamboestokken binnen handbereik als steun. In de grot helemaal bovenaan zien we een liggende Boeddha. In een turkooizen poel beneden zien we ontzettend veel vissen.

De rest van de mountainbiketocht gaat over gravelwegen en brugjes in alle vormen (metaal, steen, bamboe) en formaten. Via de autoweg 13 rijden we tenslotte opnieuw Vang Vieng binnen. Tijd voor een noedelsoep.

Op een eilandje in de Song zien we de tubers en kajakkers voorbijschuiven. Een visje vangen voor vanavond ?

Dag 14 - 24 november (Mireille)

Er staat slechts een korte fietstocht van 25 kilometer op het programma, maar uitslapen zit er niet in omdat de bagage al om half acht moet klaarstaan. Anderhalf uur peddelen langs hoofdweg 13, om dan de remmen toe te knijpen aan ons Kolaobusje met de bagage. De fietsen er bovenop, en dan gedroogde vis in alle vormen, kleuren en formaten bestuderen in het dorpje Ban Tha Hua.

Om half elf brengt een met golfplaten afgedekte boot ons tegen hoge snelheid over het Nam Ngummeer. Door de mist voelt het koud aan. De anderhalf uur durende tocht is niet zo spectaculair. Het is een kunstmatig meer aangelegd in 1971 door de afdamming van de Nam Ngumrivier. De teakbomen kwamen onder water te staan, en werden ten koste van vele mensenlevens geleidelijk afgezaagd. Hier en daar steekt nog een eenzame boomstronk boven water met een reiger erop.

De boot mindert vaart aan een groezelig houten dorp langs het water. Ziet er weinig belovend uit. In het Long Ngum View Resort weten ze niets van onze komst. Spreekt er niemand van jullie Laotiaans ? Toch krijgen we kamers toegewezen. Heel het resort straalt vergankelijkheid uit. De terrasplanken liggen los en enkele kamers liggen in puin. Maar wanneer we een kijkje nemen in de badkamer, krijgen we de slappe lach. Onder de doucheknop staat geen douchetub maar ... een rotsblok van een meter hoog. Hoe moeten we hier douchen zonder ongelukken ?

Het dorp ziet er ook rommelig en vuil uit. Enkele restaurants zitten afgeladen vol met Aziatische groepstoeristen. Gelukkig kunnen we nog een tafel bemachtigen.

Ons avondmaal wordt geserveerd in een aanpalend paviljoen van het restaurant, omdat er een bedrijfsfeestje plaatsvindt. Een liveband zorgt voor de muziek. De diensters, uitgedost in blauwe gewaden, dansen gracieus mee met de genodigden. Dansen is wel veel gezegd : kleine pasjes en vooral veel draaien met de handen.

Dag 15 - 25 november (Herman)

Iedereen vroeg uit de veren om dit precaire oord te verlaten. Een ontbijt(je), een transfer en dan mondvoorraad kopen. Waw, stokbrood. Maar de dame wil het eerst roosteren, en dan sla en groente tussenstoppen. Ideaal voor turista. Ze schateren niet-begrijpend als wij het stokbrood zo meepakken. Rare jongens, die toeristen.

Nog wat bananen kopen en dan full speed tot een rood gravelwegje. Heerlijk op en af snorren met de mountainbike. Enkele dorpjes door en dan uitkijken naar een blauw dak. Daar rechts, en dan gravel tot aan de Nam Ngumrivier. "Falang, falang", horen we roepen. Inderdaad, de falangs gaan een lokaal veerpontje nemen. Drie aaneengebonden kano's met een plank op. De overkant is modderig en steil bergop, en dus kus ik zoals de paus de aarde.

Een school voorbij, waar de leraar mij vraagt waar ik naartoe fiets. Straks les over de falangs ? We slalommen tussen de schoolkinderen en volgen een zandwegje rechts. En om kwart over twaalf staan we reeds aan ons resort. Bungalow, terras met hangmat, zicht op de rivier, dit ziet er goed uit. Wel pas elektriciteit om 18 uur, zonne-energie. Een pintje en Vietnamese loempia's (pech voor Mireille : de noedels zijn op).

De chauffeur neemt zijn visgerief, maar wordt prompt teruggeroepen : de andere Belgen zijn verloren gereden. Zoektocht, en pas om 17 uur aan het resort. Afslag aan het blauw dak gemist.

Mireille wil zich douchen en neemt een handdoek ... blijkt een sarong te zijn. Laos blijft vol verrassingen.

Ook 's avonds als we gezellig "souperen" op het hotelterras langs de rivier, in het pikdonker, met een paar kaarsjes en een houtvuurtje (de lokalen roosteren er vis). Maar 1 kok aanwezig, dus een uur op voorhand bestellen. En dan een ongelooflijke sterrenhemel, prachtige livemuziek ... gitaar en zang van Chang, onze chauffeur.

Dag 16 - 26 november (Mireille)

Op naar Vientiane. Na ongeveer vier kilometer hoor ik een sissend geluid uit mijn voorwiel komen. Lek. Herman gaat meteen aan de slag en wordt meteen door het halve dorp omringd. Het fietspompje is van zulke inferieure kwaliteit dat de oppompkarwei niet lukt. Gelukkig is er in het halve dorp iemand die behoorlijk Engels spreekt en ons doorverwijst naar een "garage" wat verderop. Het begrip garage staat voor 2 bokalen met benzine op een tafeltje, maar ze hebben ook een compressor wat ons probleem meteen oplost.

Hopelijk rijden we niet meer lek want vandaag volgt de bezemwagen ons niet. Heel de tijd hotsen we over rode gravelwegen. We worden ingehaald door een tuktuk vol met monniken, de meesten zelfs op het dak. Op een drukkere gravelweg krijgen we constant stofwolken over het hoofd en zien we nog nauwelijks waar we rijden. Het is vermoeiend doorduwen op de onregelmatige kiezel met gaten, zodat de jus al snel uit mijn benen is, en dixit Herman uit zijn zitvlak ...

Zelfs op het eindstuk - de geasfalteerde weg nummer 10 - kruipen de kilometers vooruit : drukke weg, lawaaierige honden, wegenwerken. Maar we halen de eindmeet. Chang laadt de intussen roodgekleurde Trek-mountainbikes in, en dat was het. Morgen krijgen we een Aziatisch stadsfietsje. Onder de douche duurt het een kwartier eer het water kleurloos van ons afstroomt.

Dag 17 - 27 november (Herman)

Een ontbijt vol gevaren. Balken op 1,65 meter hoogte zodat iets van het buffet halen hoofdpijn kan opleveren.

Een brokje cultuur. Tempeltocht. Een proefrit met de citybikes leert dat ze veel te klein zijn : ik moet mijn knieën zowat in mijn nek leggen. De 15 kilometer dan maar te voet afleggen. In de Wat Sisaket staan 6840 boeddhabeelden. Te weinig memory cards mee om ze allemaal te fotograferen ! Zelfs in elke kleine nis staat Boeddha twee keer. De Thaise toerbussen stoppen ook allemaal er rechtover aan de Wat Pra Keo, de koninklijke tempel. Uitzonderlijk vindt men hier boeddhabeelden in een minder gebruikelijke houding : roepend om regen, beschermend, de boom van Verlichting aanbiddend. De wierook en de drummende Aziaten jagen ons terug de hitte in, tot aan de Wat Si Muang, de volkstempel, met grote stenen wachters als uit een sciencefictionstripverhaal.

That Luang is het symbool van Laos en daar hebben we dus een stukje te voet voor over. Net voor middagsluitingstijd geraken we binnen. Het lijkt wel een gouden sprookjeskasteel. Op een drafje gaat het onder de Patuxai, de Arc de Triomphe van Laos, maar wel eerder een lomp stuk beton.

Nog even de ochtendmarkt rondlopen (veel rommel) en dan in de Swedish Bakery ... pizza bestellen. Jammer genoeg geen honger genoeg voor de heerlijke taartjes in het uitstalraam.

De fietsen terug inleveren is al even moeilijk als ermee fietsen. Eerst de Vietnamees vinden die de fietsen verhuurt. Elk huis heeft verschillende huisnummers zodat het een hele zoektocht wordt. Dan blijkt het gesloten, of toch niet. We slagen erin om het ijzeren hek te openen en een kindje roept haar mama. Die komt uit de lucht gevallen. We staan niet in haar boek. Dit zijn toch haar fietsen ? Tiger Trail, Robert-Jan, nooit van gehoord. Als ze hoort dat het in totaal om 6 fietsen gaat, schrijft ze het op de achterkant van haar boek op. Goede boekhouding !

En dan de muggen trotseren op een bierterrasje langs de Mekong. Aan de overkant zien we Thailand reeds liggen. Maar dat is voor morgen.

Dag 18 - 28 november (Mireille)

Da-ag Laos. Sawat-dee Bangkok.

Niet genoeg gasten meer in het hotel, dus veilig ontbijt vermits het aan tafel wordt geserveerd. Nadien kuieren we rustig naar de morning market, snuisteren er wat rond en kopen een rieten broodmandje, een dienschaal met rieten onderzetters en een ministatief. Dan opteren we voor een lichte lunch in The Full Moon in een aangename, verkeersarme straat.

Om iets voor 14 uur worden we opgepikt door een chauffeur en assistent. Aan de Friendship Bridge brengen zij de papieren voor ons in orde, en aan de Thaise kant verloopt alles ook vlot. Een vlucht van een uur brengt ons in het verzengende Bangkok. In het luxueuze Shangri-La hotel krijgen we een ruime kamer met balkon. Diep onder ons : de Chao Prayarivier met verlichte bootjes. Hotelboten brengen gasten van de ene oever naar de andere, sleepboten trekken 3 tot 4 trailers voort. Eentje zit vol met lege Pepsi Colaflesjes.

In het Sawathip restaurant krijgen we lekkere maaltijden voorgeschoteld, enorm duur en enorm veel. En op het balkon droomden we nog "lang en gelukkig".

Dag 19 - 29 november (Herman)

Somptueuze luxe betekent peperduur ontbijt. En dus houden we het iets soberder en stappen we binnen bij Starbucks voor wat koffiekoeken en café latte. De expressboat brengt ons voor een prikje naar de tempelbuurt. We moeten er wel een luidruchtig kelende en compleet onverstaanbare Thai bijnemen. Weinig volk aan de Wat Po, zodat we rustig de overdadig versierde tempels kunnen aflopen. Een grote staande Boeddha, en een gouden Boeddha, maar waar is de beroemde reuzengrote liggende Boeddha ? In een zijtempel zien we veel volk binnenlopen - daar is 'm. Gigantisch groot (......... meter lang) en in bladgoud. Er wordt driftig geld gewisseld om in elk potje een munt (en een wens ?) te kunnen deponeren. De fortuneteller laten we links liggen - zouden we toch niet verstaan.

Aan de witte muren van het Grand Palace worden we staande gehouden : gesloten tot 13 uur wegens een ceremonie, mar er is verderop een mooie tempel die je in afwachting kunt bezoeken. Tuktuk hebben ? Neen dank u. Wij richting Wat Arun. Weer door iemand anders aangesproken. Wat Arun gesloten tot 14.30 uur. Maar er is verderop een tempel ... tuktuk ? En dan valt onze baht, zwendelaars.

En inderdaad, het groot paleis is wel degelijk open. Binnenin bevindt zich de sprookjesachtige Wat Pra Keo. We zien een kleine jaden Boeddha, die elk seizoen een ander pak krijgt aangemeten (door de koning). Buiten worden bloemen en eieren geofferd. Achter de rug van de pelgrims worden de eieren terug in een zak gestopt ... en opnieuw verkocht. Het Groot Paleis zit half in de steigers en ziet er een stuk minder groots uit. Er lijkt overigens wel wat afgekeken van de Versailles-stijl. Een spotgoedkope (3 baht) overzet brengt ons naar de Wat Arun, een massieve klomp met felgekleurde steentjes. We mogen maar tot op de eerste verdieping.

In het hotel ontvluchten we even de zwoele hitte in onze airconditioned kamer, en nemen dan de skytrain naar de Sukumit Road. De skytrain zit overvol, wat een succesnummer. Minder succes hebben we bij onze zoektocht naar een restaurant voor vanavond : alleen maar Indisch, Italiaans en Chinees. Geen Thai te vinden. Mireille vindt gelukkig iets Thais in een brochure, en we reserveren een tafeltje voor vanavond. Het ontbijt hebben we al gekocht voor morgenvroeg op ons bird's-eye view terras, en nu een wit wijntje met zicht op de immer bewegende bootjes.

Dag 20 - 30 november (Mireille)

Shopping. We kopen een skytraindagpas voor een luttele 100 baht en arriveren een stuk te vroeg aan de General Department Store. De gewone reeks luxewinkels zoals bij ons, daar zitten we niet op te wachten. Ook de andere winkelcentra kunnen ons niet bekoren, gelukkig is de Pathom-markt 's avonds interessanter.

Zonnen, bubbelen, het (drukkere) Tongue Thai-restaurant, de wiebelende bootjes en dan bedje in.

Dag 21 - 1 december (Herman)

30° plus.

Zon - maar toch wat wolkjes.

Zwembad - Mireille gaat er voor.

Thaise massage - ik hoor Mireille op de mat naast mij kreunen, het is bloedheet en de dames zweten zich te pletter, maar na een uur kneden zijn we klaar voor een nieuwe topprestatie - jammer dat het de laatste vakantiedag is.

Culinaire geneugten - afscheid van de Thaise keuken.

Zwembad - op 5 minuten droog.

Byebye Thailand. Here comes Belgium, "a big country" volgens onze taxichauffeur. Volgende keer brengen we een atlas mee.

En dan Bangkok (wachten), Bahrein (wachten), Parijs (wachten), Brussel (wachten), Opwijk (wachten), resort Grootveld (slapen).