
Reisverslag uit Turkije
Zondag 19 mei
Een zonovergoten terras en een heerlijk Turks biertje binnen handbereik. Met de pittoreske haven van Antalya als stemmig decor. Het kleurenpalet van de bootjes brengt ons meteen in de juiste stemming. Met de kaart van Turkije op de knieën worden al snel de eerste plannen gesmeed. We hebben 2 weekjes om van een stukje Turkije te proeven, op het ritme van het openbaar vervoer. Cappadocië staat op onze voorlopige lijst alvast met rood aangestipt, van daaruit kunnen we de Ihlara-kloof verkennen. Een collega op het werk heeft vanuit Cappadocië met een groepsreis de beroemde reuzenbeelden van Nemrut Dagi bezocht, misschien kunnen we in Urgup ook enige vorm van vervoer regelen. De "Belgische" opgravingen van Sagalassos staan eveneens hoog op ons verlanglijstje ; naargelang de tijd die rest zouden we dan nog zoveel mogelijk klassiekers willen meepikken op onze weg naar de Westkust.
De zoektocht naar een pensionnetje in de nauwe binnenstraatjes van de oude stad was een hele beproeving. De rugzak woog zwaar, de temperatuur was heet, de kleding nog niet aangepast, de kaart onduidelijk. Het eerste hotel waar we aanklopten was volzet. Ons alternatief, het fraai gerestaureerde Mini Orient, met brede lopers op de krakend houten trappen bleek echter een prima meevaller.
's Avonds smaken de börek en de sis kebab overheerlijk. Dromenland wordt moeiteloos bereikt.
Maandag 20 mei
Ons eerste Turks ontbijt, een voorproefje voor de volgende 14 dagen. Brood naar hartelust, olijven, een hard gekookt ei, jam, een gierig toefje boter, ... Steeds met Turkse thee in overvloed.
De bus naar Nevsehir vertrekt stipt op tijd. Na elke tussenstop voltrekt zich hetzelfde ritueel : één van de buschauffeurs komt rond met een fles reukwater. We doen al snel zoals alle Turkse passagiers : handen, aangezicht, haar verfrissen met dit heerlijke goedje.
We krijgen hulp aangeboden bij de overstap naar de dolmus : men begrijpt wel niets van ons Engels maar "Urgup" hebben ze dan toch verstaan.
In Urgup worden we binnengelokt in een toeristisch bureau onder de belofte op een plannetje met de hotels. Ik neem het plannetje in ontvangst en ga terug buiten. Hotel Elvan lijkt wel doods en verlaten als we daar toekomen. Plotseling duikt een in het zwart gesluierde vrouw op. Ze buigt nederig : "Merhaba, merhaba". Mijn 10 standaardzinnetjes Turks ben ik even kwijt en ik antwoord dan ook domweg "Merhaba". Ik besef te laat dat dit welkom betekent, doch ze blijft begrijpend glimlachen ...
Dinsdag 21 mei
Gezellig ontbijten op een mediterrane binnenkoer. Ahmet en Fatima - de hoteleigenaars - overstelpen ons met de spreekwoordelijke Turkse gastvrijheid. Spijtig dat we het Turks niet machtig zijn.
We besluiten om Cappadocië op een originele manier te verkennen : met de mountainbike. De hellingen blijken echter veel steiler dan verwacht ... fotostop is de meest gehoorde uitvlucht. De paddestoelvormige rotsen zijn intrigerend. Vlak voor Göreme zien we langs de kant een uit de rots gehouwen kerkje dat niet op ons plannetje staat. Nieuwsgierig als we zijn zetten we ons vehikel aan de kant en gaan we een kijkje nemen. We worden er wild enthousiast ontvangen door een opzichter die ons meteen alle hoekjes en kantjes wil laten zien. We kruipen op handen en voeten door smalle gangetjes, de vriendelijke man probeert ons duidelijk te maken wat we zien. "Pigeon, pigeon !" - de postduif dus. "Ascenseur" - een lift om het eten van de ene naar de andere verdieping te transporteren. "Telephone" - een communicatiesysteem via trechters.
Na de klauterpartij nodigt hij ons uit op een krukje, buiten in de schaduw. Er blijkt hier enorm weinig volk langs te komen, de tourbussen trekken direct naar het domein van Göreme zelf. Sommige dagen zelfs niemand. We houden hem nog een tijdje gezelschap, alhoewel het gesprek snel stilvalt. Onze gemeenschappelijke woordenschat is immers te beperkt. Als we besluiten om verder te gaan worden we nog uitbundig uitgewuifd. Gülle gülle. Goede reis. Op de terugweg merken we dat nog een persoon naar boven klautert. Het is hier druk vandaag ... Hij zal blij zijn daarboven.
Göreme zelf valt tegen. Veel te druk, massa's tourbussen. Van de fresco's binnen in de rotsen valt weinig te zien. De toeristen verdringen mekaar in de deuropening zodat er geen straaltje licht naar binnen kan.
Zelve is dan van een heel ander kaliber. Woeste rotsen en kloven. Een dramatische schoonheid. En erg weinig volk. Op het vals plat op weg hierheen leek onze fiets wel aan het asfalt te blijven plakken. Vlak na ons komt nog een fietser aangezwalpt. Totaal uitgeput laat hij zich op een stoel vallen. Als we een uur later vertrekken zit hij er nog steeds ...
Bij de ingang besluit Mireille eerst nog enkele close-ups van bloemetjes te gaan nemen. Ik neem in afwachting mijn reisboek ter hand om nog wat meer achtergrondinfo over Zelve op te zoeken. Een verbaasde opzichter komt er aarzelend bijstaan : "This is Zelve. Rocks, monasteries, churches, ...". Hij denkt waarschijnlijk met een blasé Amerikaanse toerist te maken te hebben. This is Tuesday, this must be Zelve.
Na heerlijk lang rondgedoold te hebben gaan we nog verder op verkenning in Cappadocië. We zoeken ons te pletter naar de tufsteenformaties van Pasabag die op alle toeristische folders afgebeeld staan. We vinden ze niet, maar later blijkt uit onze foto's dat we die al in het begin van de dag gezien hadden ...
Er wacht ons onderweg ook nog een verschrikkelijk steile beklimming van enkele honderden meters lang. De muur van Geraardsbergen is daar maar een tuinmuurtje tegen ... Zelfs het duwen van de fiets valt al zwaar.
Terug in Urgüp proberen we een goed prijsje te bedingen voor een tweedaagse uitstap naar Nemrut Dagi in Oost-Turkije. Het eerste bureau vraagt een belachelijk hoog bedrag (8000 Fr. per persoon). Die heeft dus gewoon geen zin om te gaan (en aan die prijs ... wij ook niet). Bij een tweede hebben we meer succes : 125 USD per persoon, vol pension.
Met stramme spieren klinken we 's avonds op ons succes.
Woensdag 22 mei
Op naar Koerdistan. We hebben een groot deel van onze bagage achtergelaten in ons pensionnetje. We vertrekken niet onmiddellijk : eerst nog de obligate thee. Ondertussen zijn onze chauffeurs in een (denken wij) verhitte discussie gewikkeld met de man van het reisbureau. We wandelen wat rond, en als we het na een dikke drie kwartier stilaan op de heupen beginnen te krijgen en dat luid kuchend laten merken, vragen ze verbaasd : "Oh, you are ready ?"
Al die tijd zat er een man in de minibus strak voor zich uit te kijken ...
We knopen een gesprek aan. Het blijkt om een Zuid-Koreaanse free lance fotograaf te gaan. Hij vertelt ons fier dat er af en toe door hem gemaakte foto's in het tijdschrift GEO verschijnen.
Onderweg stoppen we in een wegrestaurant waar het eten uit grote dampende ketels opgeschept wordt, en geserveerd met stevige hompen brood. Het smaakt verrassend lekker.
Na tien uur hotsebotsen komen we 's avonds aan in het kleine dorpje Kahta. Bij een wandeling door de straatjes krijgen we de hele bende kinderen van het dorp achter ons aan. Mireille krijgt een bloemetje aangeboden, een ander meisje wil niet onderdoen en komt iets later ook met een bloemetje opduiken. Ze kijken allemaal heel verlegen als ik een groepsfoto wil maken, maar iets later steekt de hele joelende massa in dat rare doosje.
De chauffeurs hebben zin in een vismaaltijd en dus trekken we naar het beste visrestaurant van de streek. Het ligt pittoresk aan een kunstmatig meer. Vooraleer de rivier afgedamd werd liep hier blijkbaar een spoorweg. Een van de chauffeurs drinkt een hele fles arak leeg, gelukkig is de andere "bob".
Nacht van woensdag 22 mei op donderdag 23 mei
Om drie uur 's nachts vatten we de beklimming aan. Het is bijtend koud en we zien haast geen hand voor de ogen. De Koreaan lost ons van geen vin, al kost hem dat hoorbaar veel moeite. Op een bepaald ogenblik kunnen we niet meer verder. We klauteren links over een rotsmassa, knippen de zaklamp aan ... en kijken recht in het gelaat van een reuzenarend. We hebben de magische bergtop van Nemrut Dagi bereikt.
Hier liet 2000 jaar geleden koning Antiochus I van het kleine staatje Kommagene een eeuwige herinnering aan zichzelf en zijn "vrienden" de goden oprichten. Tegen een gigantische tumulus staan hoogverheven godenbeelden zonder hoofd. De hoofden zelf - twee meter hoog - liggen aan hun voeten.
Wat een bizarre sfeer : langs de zijkanten reusachtige silhouetten van godenbeelden met een gigantische tumulus op de achtergrond,, overal verspreid in het rond de imposante hoofden ervan.
De Koreaan is op verdere ontdekkingstocht gegaan, wij blijven met ons tweetjes op de zonsopgang wachten. Dicht tegen elkaar aan zoeken we bescherming tegen de gure wind. Dit is een magisch moment : wij met ons tweetjes, hartje nacht, bij dit wereldwonder. We huiveren, en niet alleen van de kou.
Van zodra de eerste zonnestralen aan de horizon opduiken komt de magie tot leven : dansende schaduwen vullen het plateau, de beelden krijgen een prachtige gouden gloed.
We bezoeken daarna ook nog het
westelijk terras. Hier zijn de lijven minder goed bewaard gebleven, doch de hoofden des te meer. Op dit terras ligt er zelfs nog overal sneeuw, het doet ons echt aan een kersttafereel denken.
Het uitzicht op de vlakte van de Eufraat is overweldigend : een groen vruchtbaar dal tussen verre heuveltoppen.
Op de terugweg bezoeken we nog enkele andere monumenten : reliëfs, een tumulus, een nog intacte Romeinse brug.
De Koreaan vraagt opeens : I want to see a real Curd. Hij wil Koerden zien.
De chauffeur wijst naar een man die we net voorbij rijden en zegt spottend : This is a Curd. En wijzend naar een andere : And this is also a Curd.
De Koreaan blijft zijn vraag herhalen zonder verpinken. Hij wil dus eigenlijk een fotoreportage maken in een Koerdisch dorp. Er wordt overeengekomen dat hij een paar dagen zal doorbrengen in een Koerdische gemeenschap.
Terwijl wij daar zo langs de kant stilstaan komt er opeens een man naar de minibus toe en laat zijn zwaarbeladen vrouwtje instappen. Een minibus die stilstaat ... dat kan alleen maar openbaar vervoer zijn. Wij liggen onder de zetel van het lachen doch de chauffeur durft niet te weigeren. Het vrouwtje kijkt iets later wel verbaasd toe als voortdurend gestopt wordt aan elke plaatselijke bezienswaardigheid ... Het openbaar vervoer is ook niet meer wat het geweest is.
Donderdag 23 mei
De lange terugtocht verloopt heel moeizaam. Regelmatig valt de auto in panne. De chauffeur begint omwegen te maken naar garages op zoek naar wisselstukken. Telkens biedt hij ons een thee aan in een cafeetje in de omgeving. Eén van de tussenstops - in Karamanmaras - duurt zo lang dat we een beetje rondwandelen en dan aan een bushalte in het zonnetje gaan zitten. Twee schoolmeisjes - ik schat ze op een jaar of 12 - zitten ons een tijdje verlegen aan te staren. Mireille knikt hen vriendelijk toe. Ze zitten tegen mekaars arm te duwen van "Durf jij ?". Opeens vraagt één van de meisjes :
- How is your name ?
- Herman, Mireille. And how is your name.
En zo gaat het nog een tijdje door. Ze halen hun beste school-Engels tevoorschijn. Alle zinnetjes die ze zich kunnen herinneren :
- Do you have a car ?
- Do you play football ?
Op een bepaald ogenblik wordt een vriendinnetje er met de nodige gilletjes bijgehaald. Zo van : het zijn vreemdelingen, en ze kunnen nog spreken ook.
Ondertussen zit een man verwonderd in onze Travel Survival Kit te bladeren. Zo een dik boek, en allemaal over Turkije. We vragen of hij België weet liggen. Blijkbaar niet. We tonen hem Karamanmaras op de kaart.
We vertellen de meisjes dat we uit België komen. Ze denken even na, en één van de meisjes verklaart plots plechtig :
- I am Turkish.
En wijzend op haar vriendinnetje :
- I ... you ... he.
- She , helpt Mireille
- She is Turkish.
Dat weten we dan ook alweer ...
Als onze auto weer vertrekt worden we door de schoolmeisjes heel hartelijk nagewuifd. Turkije is een vriendelijk land.
's Avonds zoeken we uit hoe we de volgende dag de Ihlara-kloof kunnen verkennen. De busuren vallen tegen : de bus vertrekt pas in de late namiddag. Een touroperator hoort van onze problemen en biedt ons twee plaatsjes aan in zijn tourbus om georganiseerd Derinkuyu (de onderaardse stad), Ihlara en een karavanserai te gaan bezoeken tegen een gunstig prijstarief. We hebben echter geen zin in een begeleide tocht en geven Ihlara dan maar op.
Na enig overleg besluiten we om de volgende dag naar Isparta te trekken, uitvalsbasis voor de Belgische site van Sagalassos.
Vrijdag 24 mei
Een lang traject : eerst een dolmus van Urgüp naar Nevsehir. Vervolgens met de taxi naar de "otogar" (autobusstation) van Nevsehir. Dan met de bus van Nevsehir naar Konya, alwaar we lekkere köfte (vleesballetjes) nuttigen op een terras. Daarna nog eens een bus : van Konya naar Isparta.
Isparta blijkt helemaal niet toeristisch. In onze reisgids lezen we dat het bekend zou zijn voor zijn rozenteelt, doch daar merken we niets van.
We zoeken vervoer voor de volgende dag naar Sagalassos. We stappen een klein taxibedrijf binnen (achteraf beschouwd denk ik dat ze zelfs maar 1 "taxi" hebben) waar twee heren rustig zitten te keuvelen. Even kijken ze verbaasd op, doch onmiddellijk wordt ons thee aangeboden. Tijdens de thee wordt niet eens naar de reden van ons bezoek gevraagd, thee is heilig. Na het theekransje proberen we onze wensen duidelijk te maken : op een stukje papier schrijven we Isparta, en met een pijltje duiden we aan dat we naar Sagalassos willen, en dan een pijltje terug naar Isparta. Met een vraagteken onderaan voor de prijs. Na wat onderlinge discussie schrijft één van beide mannen 40.000 Lira op (16 Fr.). Dan begint hij te twijfelen en schrijft er nog een nulletje achter, en na wat discussie nog een nulletje (1600 Fr.). Na wat onderhandeling met veel gebarentaal krijgen we het uiteindelijk voor de helft van de prijs (2.000.000 Lira - 800 Fr.). We tonen nog eens op de kaart waar we precies naar toe willen. Geen probleem, Sagalus (zoals zij het uitspreken) weten ze liggen !
Zaterdag 25 mei
Op het afgesproken tijdstip staan we aan het taxibedrijf. De deur staat wagenwijd open, niemand te zien. We zetten ons op de stoeprand. Meteen staat de hele omgeving in rep en roer. We krijgen van een buur stoeltjes aangeboden, iets later laat men thee brengen ...
Als onze taximan iets later opduikt (amper 5 minuutjes te laat) moet hij verontwaardigde blikken van zijn landgenoten trotseren. Een gast zo laten wachten ...
In Sagalassos is hij duidelijk nog nooit geweest (al ligt het slechts op 45 km van Isparta). Onderweg moet hij om de haverklap de weg vragen.
Sagalassos ligt hoog verscholen in de bergen. Pas als we er vlak voorstaan merken we de ruïnes op. De chauffeur laat de motor draaien als we uitstappen, overtuigd als hij is dat we zelf zullen vaststellen dat hier niets te zien is.
Spijtig genoeg is het weekend en is er dus niemand aan het werk. Het theater ligt er nog intact bij ondanks een hevige aardbeving die in een recent verleden heeft plaatsgevonden. Professor Waelkens heeft al een hele agora blootgelegd, en ook de reconstructie van een bibliotheek en een fontein is al goed gevorderd. Als alles klaar zal zijn zal men zelfs de fontein terug kunnen laten spuiten. De vondsten zouden zo uitgebreid zijn dat men zo goed als de volledige stad zou kunnen reconstrueren. Overal ziet men de namen van Belgische bedrijven en mecenassen. Opschriften in het Nederlands in hartje Turkije.
Op een bepaald ogenblik zien we zelfs onze chauffeur langs de ruïnes wandelen....
Via een overstap in Denizli trekken we vervolgens met de bus naar Pammukale. Bij het vallen van de avond verkennen we voor het eerst de kalksteenrotsen. We hebben geluk : er is weinig volk ... en veel water. Op onze blote voeten trekken we van helemaal beneden naar helemaal boven, wadend door de vijvertjes. Boven is het nog een drukte van jewelste omdat daar de groepstoeristen afgezet worden voor hun halfuurtje pladderen in het water.
Op de terugweg naar beneden trappen we bijna op een lange kronkelende slang. Mireille verbetert tegelijkertijd het wereldrecord hoog- en verspringen.
Zondag 26 mei
Met de bus naar Aphrodisias.
Het is hier heel rustig. Slechts kleine groepjes toeristen die rustig tussen de romantische ruïnes kuieren. De opgravingen lijken hier wel fel geëvolueerd tegenover 12 jaar geleden. Onder andere een schitterende toegangspoort (Tetrapylon) kan Mireille zich met de beste wil van de wereld niet meer herinneren. Verderop nog mooie agora's en tempels, een prachtig theater. Een Hollandse gids van een toergroep vertelt zo beeldrijk dat we de Romeinen al menen te ontwaren.
Terug in Pamukkale verkennen we nogmaals de kalksteenrotsen, en daarna het sinistere Hiërapolis (begraafplaats) en de Romeinse site. De Italiaanse restaurateurs hebben hier duidelijk schitterend werk geleverd.
Maandag 27 mei
Op naar Selçuk. Op de oude stadspoorten zien we overal ooievaarsnesten. Van op onze hotelkamer krijgen we een heerlijk zicht op die ooievaarsgezinnen. Het geboortecijfer moet hier wel heel hoog liggen ...
We beslissen het vandaag rustig aan te doen. Misschien kunnen we wel eens een wandelingetje doen richting Ephesos (5 km. verderop), zodat we de openingsuren voor morgen weten.
Onderweg zien we een van de 7 wereldwonderen : de tempel van Artemision. Eén schamele zuil staat er nog overeind. Dat valt dan eigenlijk nog mee, want 5 andere wereldwonderen zijn zelfs helemaal verdwenen (enkel de piramides van Egypte staan nog overeind).
Bij de ingang van Ephesos merken we dat de site nog 2 uur open blijft. We besluiten binnen te gaan. Onvoorstelbaar : de befaamde Curetenstraat ... geen volk. De Celcus-bibliotheek ... een handvol bezoekers. We kunnen alles naar hartelust verkennen. Vlak voor sluitingsuur gaan we als allerlaatste naar buiten. Een dikke aanrader om in de late namiddag Ephesos te bezoeken !
Dinsdag 28 mei
We hebben een tour geboekt naar de archeologische sites van Priëne, Mylete en Dydima, met Altinkum Beach als toetje. Enkel het vervoer wordt geregeld. Geen gids, precies wat we nodig hebben.
Vooral Priëne en Mylete vallen mee. Priëne met zijn nauw rechthoekig stratenpatroon en mooi theatertje. Mylete is enorm uitgestrekt met veel overstroomde gedeelten
tussen de Romeinse ruïnes en het theater dat omgevormd werd tot Arabisch fort.
Dydima hebben we op 10 minuten gezien : van het orakel blijven enkel nog wat grauwe zuilen over.
Woensdag 29 mei
Woensdag is winkeldag. We trekken naar Kusadasi, het bekende strandverblijf. Mireille is hier 12 jaar geleden ook een week verbleven, zij kijkt er dan ook naar uit. Het valt tegen : in 1 decennium is heel Kusadasi volgebouwd. Geen authentieke winkeltjes meer zoals overal elders in Turkije, geen kleine pensionnetjes. Allemaal hoogbouw en Westerse winkels.
We kopen wat uurwerken en handtassen tegen spotprijzen en vluchten als we een plensbui over ons hoofd krijgen.
Donderdag 30 mei
Terugkeer naar Antalya. Plannen maken voor de volgende dagen. Winkelen. Zalig niets doen.
Vrijdag 31 mei
Wij gaan in het busstation op zoek naar vervoer richting Termessos. Uiteindelijk laten we ons overhalen om voor een "good price" een taxi te charteren.
In de vestingstad Termessos heeft weinig restauratie plaatsgevonden en dat maakt er juist de charme van uit. We kunnen er heerlijk ronddwalen tussen de verschillende ruiïnes op een terrein volbezaaid met rotsblokken en stenen. De weg naar de top biedt een akelige aanblik : allemaal geopende stenen sarcofagen. Helemaal boven openen de hemelsluizen zich. Probleem : we hebben enkel maar lichte zomerkleding aan. Mireille stelt voor om in de sarcofagen te gaan schuilen ...Gelukkig vinden we nog een klein afdakje.
Zaterdag 1 juni
Vandaag zijn we vastbesloten : we nemen geen taxi meer, enkel nog openbaar vervoer. Ons doel : het theater van Aspendos.
Onze eerste poging valt al tegen. De chauffeurs van de minibussen begrijpen niet waar we naartoe willen. Plotseling krijgen we een bevestigend antwoord : Aspendos, OK. Na een uur rondzwerven langs kleine gehuchtjes en door nauwe straatjes hebben we nog altijd geen Aspendos gezien. Ondertussen is iedereen al uitgestapt en vraagt de chauffeur ons : Aspendos, 200 USD, OK ? Verbolgen verlaten we de minibus. De chauffeur had dus gewoon geld willen slaan uit onze onwetendheid, hij moest oorspronkelijk helemaal niet naar Aspendos !
We slagen erin om met een ander busje terug te keren naar ons uitgangspunt. In het busstation vinden we een autocar die naar Aspendos gaat. Weer loopt het echter fout : de bus stopt plotseling in een naburig dorpje en iedereen stapt uit. Navraag leert ons dat we moeten overstappen op een andere bus, maar die komt maar binnen meer dan twee uur !
Uiteindelijk zijn we dan maar te voet naar de grote baan teruggewandeld en ... met een taxi naar het theater getrokken.
Zondag 2 juni
Onze reis zit erop. Nu vlug ons fotoalbum samenstellen en ... ons reisverslag schrijven.