Te voet van Collioure naar Cadaqués

Zondag 17 april - van Collioure naar Banyuls (Herman)

Wat ruist er door het struikgewas ?

De tramuntana ...

Je houdt het niet voor mogelijk, maar bij elke vakantie totnogtoe in het zuiden van Frankrijk worden we op stormwind getrakteerd. En evenveel keren beweren de lokale inwoners dat dit très exceptionnel is.

De TGV-rit gisteren naar Perpignan bracht een staalkaart aan weertypes : regenvlagen, zelfs pakken sneeuw tussen Lyon en Valence ("on va sortir les skis") en in Perpignan waaien we bijna van het perron. De gezellige straatjes van Collioure en het uitmuntende visrestaurant Les Trémailles laten ons de dreigende lucht even vergeten. Hebben we wel genoeg warme kleren mee ?

Vandaag puzzelt Mireille de mondvoorraad bijeen. Eerst koopt ze bij een lokale boer in een schuur voor een kilo appelen en radijzen, en vervolgens gooit ze op de ochtendmarkt nog een olijvenbrood en tomaten in de rugzak. Om 10 uur krijgt onze bagage een lift naar Banyuls.

Aan de haven en de nauwe straatjes van Collioure is het heerlijk druk. De zon schijnt uitbundig, en ondanks de felle wind verdwijnt kledingstuk na kledingstuk in de rugzak. Met pijn in het hart en dorst in de mond (neen, geen tijd voor een terrasje) (neen, ook geen plaats in de rugzak voor die schitterende slakom) trekken we in het zog van enkele andere wandelaars naar de andere kant van de haven en dan een steile trap tussen olijfterrassen naar boven. Op de top staat een windmolen met geprivilegieerd uitzicht over Collioure. Met wind in de rug volgen we een stenig pad. Echt het land van de katharen : overal heuveltoppen met bovenop een burcht. We lopen een paar keer wat verkeerd maar we komen toch aan de beschreven ruïne en een fort. Vanaf daar leidt een saaie asfaltweg richting Tour Madeloc. Port Vendres hebben we ondertussen links laten liggen. Halfweg haalt Mireille én olijvenbrood én tomaten én kaas én radijzen te voorschijn, een feestpicknick.

Buikje rond klimmen we (nu al in T-shirt !) dapper verder, voorbij enkele ruïnes waar Mireille meteen een gîte wil gaan uitbaten. De weg eindigt aan een open plek - vroeger afweergeschut, nu picknickbanken, voorbij een panoramatafel. Een smal, rotsig pad gaat steil naar beneden, Banyuls in het vizier. Het pad snijdt een paar keer de asfaltbaan af. Een toerist weet me te melden dat monsieur météo varmorgen "des rafales" van 130 kilometer per uur voorspeld heeft. Dat valt vandaag dus nog reuze mee. Banyuls ziet eer nieuwbakken uit, al is het Romaanse kerkje van La Rectorie wel heel fotogeniek. Veel volk aan de plezierhaven, maar geen cafeetjes te bespeuren. Dus meer haven dan plezier ...

Even uitblazen, en dan de trap naar boven. Hotel La Catalane ligt goed verscholen op een helling, maar wij zijn goede speurneuzen. De wandeling heeft amper 4 uur geduurd, en na het gebruikelijke blitzbezoek aan onze kamer toont de dame achter de balie ons een kortere weg naar de haven, via 150 trappen. En aan de andere kant van de haven vinden we wel zonovergoten, winderige terrasjes. Wie zei ook al weer dat het gras aan de andere kant altijd groener is.

En een banyuls in Banyuls, dat moet kunnen ...

Maandag 18 april - van Banyuls naar Port Bou (Mireille)

Koekoek, koekoek, de koekoek roept u op.

Met kleine oogjes zit ik aan het ontbijtbuffet. Wel meer borden, messen en lepels dan eigenlijk ontbijt, maar kom. Een blauwe hemel lokt ons buiten, en zelfs de wind is helemaal weggewaaid. Onze routebeschrijving doet heel vaag over de start van de wandeling, en dus vragen we het na een half uur rondzoeken aan een gids van een wandelgroep. De beschrijving klinkt niet veel duidelijker, maar we vinden uiteindelijk toch een straat die er zou kunnen voor doorgaan. Puffend en zwetend komen we wat later op de top van de col de Seris (192 meter). Hier komen veel paden samen, onder meer het pad dat we eigenlijk hadden moeten nemen ...

En weer is de beschrijving onduidelijk, en opnieuw duikt diezelfde gids weer op. Hij stuurt ons over een overwoekerd maquispad langs een bergwand, zodat onze benen al snel vol schrammen staan. Lange broek aan, pad wordt weer beter, lange broek terug uit. We krijgen al snel de Pic Joan (435 meter) in het zicht, met een pyloon op de top als baken. Tot onze verbazing loopt hier veel volk rond. Het vervolg van de wandeling vraagt weer wat speurwerk, tot we zekerheid krijgen aan een brandweertoren. We spreken de knapzak (lees : radijzen en olijvenbrood) aan, met het dorp Cerbère op de achtergrond.

Wat volgt is een topwandeling naar het hoogste punt van vandaag, de tour de Carroig (671 meter). Bergwandelen op zijn best. Een Franse dame vraagt me of ik het niet te warm vind. Te warm, het idee alleen al. Ils sont fous ces Français !

Op de top van de berg is het nog drukker. Het is zelfs zoeken naar een zitplaatsje in de omgeving van de torenruïne. Hier krijgen we een zicht op de eindbestemming van vandaag : Port Bou, gewoon het spiegelbeeld van Cerbère : een groot rangeerstation en een strak afgelijnd haventje.

Bij het afdalen steekt de wind plots op en wordt de hemel donker. Vlak voor het dorp moeten we een loopbrug over, en snappen we waarom het roadbook over een grappige parasol van ons hotel spreekt. Het blijkt een boom te zijn die dwars door het hotel groeit tot op de eerste verdieping.

Het dorp kan ons niet echt bekoren. Het oogt allemaal wat grauw, met zelfs een kerk die tegen het station lijkt aangeplakt. De pastoor zal hier ernstig moeten rekening houden met de treinuren ...

Dinsdag 19 april - van Port Bou naar Llança (Herman)

De nieuwe paus gaat vooralsnog in zwarte rook op.

Habemus desayuno ? Na goed zoeken wel, o, verstopt achter een servet ...

Dan maar de overdekte markt leegplunderen, en onder een uitbundig zonnetje uitkijken naar rood-witte verfstrepen. Pas na een kwartier vinden we de juiste richting, loodrecht naar boven tussen cactussen. Het grote station annex kerk en de blauwe baai laten we al snel diep onder ons. Het stenige pad blijft dapper klimmen, en de rood-witte tekens stoppen plots abrupt ... voor een diepe afgrond. Er wordt een nieuwe straat uitgegraven, en iets verder een tunnel door de rotsen. Via halsbrekende toeren geraken we helemaal beneden en ondernemen dan enkele pogingen om de puinhelling naar de andere kant te beklimmen. Na lang zoeken kruipen we op handen en voeten tussen de maquis en losliggend grint naar een hogergelegen baan. Om daar prompt rood-wit terug te vinden ...

Het pad blijft gestaag klimmen en dalen, tot de haven van Colera. Middaghap in de zon aan de haven, met verlaten hotels en appartementen rondom. Met stramme spieren terug verder, een brugje over, en dan een sublieme Cami de Ronda hoog boven de rotskust. Op en af langs smalle paadjes, met dramatische vergezichten en een lenteweer eerste klas, daar zijn we voor gekomen. Filmopname take one : Herman loopt even uit beeld. Take two : de opname was niet gestart. Take three : het toestel stond niet aan. Take four : een duidelijk vermoeide Herman strompelt op het kustpad voor de vierde keer voorbij ...

Vanaf het strand van Garbet maken we een extra rondje - tot straks GR ! - over een heuvel hoog boven de zee, langs twee kanonnen die nu werkloos toekijken, en dan via een spoor dicht tegen het water, een driesterrenpad tussen uitbundige bloemenpracht.

Aan Platja del Borro liggen enkele toeristen in zwempak. Wij duiken het bos in voor nog een extra lus over het schiereiland van Cap de Ras. Hier lopen tientallen paden, zwaar omhoog en omlaag, en onder een stilaan meer dreigende hemel vinden we aan de overkant zowaar als bij wonder de GR-aanduidingen terug. Regen, jassen aan, en volle draf trappen af, promenades langs en haventjes rond tot in Llança. Het regent pijpenstelen, en ons hotel ligt dan nog helemaal achteraan op de kade. Waar onze trouwe bagage al staat te wachten. Na een kwartier komt er zowaar zelfs warm water uit de douchekraan.

Het weer blijft nat en de drankgelegenheden schaars. In de vismijn wordt de vis aan een schare kopers bij opbod verkocht. Wij doen een bod op een wit wijntje, en meteen komt de zon meegenieten.

Een plotseling opwinding in het café : habemus papam !

Woensdag 20 april - van Llança naar Port de la Selva (Mireille)

Het ontbijt slinkt hoe zuidelijker we gaan. Nu nog 1 croissant, 1 stukje stokbrood, 1 confituurtje, 1 suikertje en 1 botertje. Dan maar de bakker en de supermarkt.

Puur op intuïtie vinden we de GR-tekens weer terug, aan een bord met de lokale wandelingen. Maar er hangen ook waarschuwingsborden : werken, verboden toegang. We negeren dit en zien dat er weeral een nieuwe bbaan getrokken wordt. Dit keer geen halsbrekende toeren, en vrij snel zitten we terug midden in de natuur, in het Parque Naturale de Cap Creus. En blijkbaar is onze komst geseind want twee mannen zijn ijverig bezig met het kortwieken van de maquis op het wandelpad. Na een eenvoudige maar prachtige klim bereiken we na zo'n twee uur de top op een hoogte van 500 meter. Dan wacht ons een redelijk saai pad dat ons naar het Monasterio de San Pedro leidt. Het klooster oogt imposant, grijs, kil en één met de natuur. Veel liefelijker is het vlakbij gelegen Santa Helenakerkje. We lassen een pauze in en halen de stokbroden boven. De wind is ijzig en we raken verkleumd. We dalen dan af langs het klooster. Dieper in het dal krijgen we kronkelende paden en warmere temperaturen. In Selva de Mar ontgaat ons de humor van de teksten in keramiek aan de huizen (in het Catalaans). De wegbeschrijving is allicht ook een slechte vertaling uit het Catalaans want we lopen weer helemaal verkeerd en komen in een weliswaar droge rivierbedding terecht. Op de grote keien vordert de route maar langzaam. De tsunami blijft gelukkig uit, en aan een betonnen brug kunnen we er weer uit klimmen. In een mum van tijd staan we in het winderige Port de la Selva, aan hotel Tina.

In het restaurant krijgen we 's avonds gezelschap van een bende straatwerkers (allemaal met Knauff-shirts) die enthousiast knikken als ze het menu te horen krijgen. Als het maar veel is. Als dan nog Real Madrid - Barcelona op tv komt kan de avond niet meer stuk. Ondanks de storm buiten.

Donderdag 21 april - van Port de la Selva naar Cadaquès (Herman)

Twee maal ontbijt.

Het officiële gedeelte in het nochtans sympathieke familiehotel is zo minuscuul voor stappers met een gezonde eetlust dat we nog officieuze appelkoeken bij de bakker om de hoek bijkopen. De stormwind van gisterenavond is verdwenen. De zon toont ons de weg naar boven, eerst nog beton, dan een braaf grintpad. De GR slaat dan af naar een kooi met twee rustige honden, en naar de ruïne van het Sant Baldiriklooster. We dalen af in een kloof en klimmen dan stevig in de richting van Cap de Creus. Een bord geeft een linkse afslag naar de kaap aan, maar wij blijven de Gran Recorrido 11 naar rechts volgen.

Een kronkelend pad zoekt zijn weg langs enkele finca's en verderop enkele ruïnes door een fraai, ongerept landschap : het natuurreservaat van Cap de Creus. Onze routebeschrijving wil ons nu laten afslaan richting Cadaquès, maar er zijn veel zijwegen en geen richtingaanwijzers en dus blijven we maar rood-wit volgen. We zwerven nog ruim een uur door dit fantastische wandelgebied tot we weer asfalt onder de voetzolen krijgen. We snijden nog een paar keer de weg af langs wandelpaadjes en plotseling krijgen we om de hoek een cultuurshock : een toeristentreintje. Het pittoreske haventje van Lligat zit vol badtoeristen. Het huis van Dali ligt er net naast en dus reserveren we kaartjes voor morgenmiddag (tot dan is het reeds volgeboekt). We klimmen naar de kerk en camping, dalen lukraak wat smalle straten af, en komen dan aan de haven van Cadaqués uit. Cadaqués ziet er heel levendig uit, met veel toeristen (blijkbaar een schoolvakantie in het zuiden van Frankrijk).

We veroveren een plaatsje op een terras aan het water, naast het standbeeld van Dali. Zon, blauwe lucht en cervezas, kan het nog beter ?

Vrijdag 22 april - tijd voor cultuur in Cadaqués (Mireille)

Het karakterloze hotel met cafetaria wordt grondig gepoetst wanneer we een klein tweepersoonstafeltje uitzoeken. Maar neem toch een grotere tafel, zegt de dame. Aha, dus een groter ontbijt ? Vergeet het maar ...

We deponeren onze bagage in een aparte ruimte en slenteren dan naar de sfeervolle haven van Cadaqués. Een leesboek en een koffie later nemen we de "kortste weg" naar het huis van Dali. We volgen de borden naar Port Lligat, klauteren via de maquis omhoog, en wat later weer naar beneden. Als we terug op de baan uitkomen zien we dat het nog een heel eind is, en er rest ons maar een kwartier tot het vastgestelde uur voor het afhalen van de kaartjes. Herman zet een joggingspurt in en verdwijnt al snel uit het zicht. Ik zet het ook op een lopen, sla een keipad in en kom op de parking van Port Lligat uit. Even later zie ik Herman met enkele folders in zijn hand. Joepie, we hebben de tickets.

In het woonhuis waar Dali een groot deel van zijn leven met Gala gewoond heeft krijgen we per drie kamers tien minuten tijd om rond te kijken. Al de kamers zijn excentriek ingericht met veel opgezette dieren. Geel is de dominante kleur, kunst voert de hoofdtoon. Elke kamer baadt in een zee van licht met fraaie doorkijkjes op de zee. De tuin met waterpartij is helemaal bizar, met Michelinmannetjes, autoreclame en een tuinslang in de vorm van ... een slang. Wat een mengelmoes van culturen : westers, oosters, Moors.

Terug buiten zien we aan de haven van Cadaqués nog 1 tafeltje geduldig op ons staan wachten. We duiden de stokvis, ansjovis en sardientjes aan op de menukaart, met een karafje huiswijn. Een als we aan het hotel terugkeren staat Pepe ons op te wachten om ons naar Figueras te brengen. Pepe is trots dat hij in Cadaqués geboren is. Laat de weg ernaartoe maar moeilijk blijven, dan blijven de massatoeristen weg uit het dorp.

In Figueras is het weekend inmiddels begonnen : gezellig en druk. We kuieren wat rond, kopen een nieuwe outfit voor de zomer en drinken een wit wijntje op een Italiaans aandoend plein. In het hotel vernemen we dat het restaurant Gallo Rojo volzet is en dat we avondmaal krijgen in de ontbijtzaal. De bonenschotel en de paella komen wel uit het restaurant, enkele honderden meter verder. Gezellig is het niet, lekker des te meer.

Zaterdag 23 april - afscheid met Dali (Herman)

Om half elf stipt zwaaien de deuren van het Salvador Dalimuseum open en kan de lange rij wachtenden zich vergapen aan de excentrieke kunstwerken : broodjes aan de muur, eieren op het dak, Mae West in stukjes, blote voeten op het plafond, geraamtes, trompe-l'oeils, pointillisme, oosterse kunst ... en misschien nachtmerries voor Mireille.

De zon schijnt heerlijk als we het museum verlaten. Even wat bijbruinen op een gezellig plein, tot we om 1 uur opgepikt worden door onze chauffeurs, twee dames die duidelijk niet erg vertrouwd zijn met de streek !

Collioure ziet er nog steeds even knus uit (maar helaas minder zonnig). En dan : tapas, banyuls, olijfolie, streekproducten, kleding, kleding, kleding. De reiskoffers beginnen echt uit te puilen.

En in stijl afscheid nemen van Collioure : in ons huisrestaurant Les Trémailles herkennen ze ons nog van vorige week en krijgen we meteen een kir aangeboden. En dan genieten we van de Dali-catessen.