Reisverslag Vietnam en Cambodja

Zaterdag 22 en zondag 23 november 2008 (Herman)

De optelsom oogt wat bizar. 12 uur vliegen en … 15 uur wachttijd in de luchthavens.

Na een overstap in Frankfurt brengt Vietnam Airlines ons probleemloos in Ho Chi Minh City waar we maar liefst acht uur op een lokale vlucht naar Dalat moeten wachten. We hebben ondertussen in het vliegtuig vastgesteld dat het Engels van die Vietnamezen voor ons haast onverstaanbaar is. We dachten dat de airhostess nog steeds in het Vietnamees bezig was toen het om 'Fasten your seatbelts enz.' bleek te gaan.

Bij een noedelsoep in de luchthaven van HCMC word ik met de harde waarheid geconfronteerd. Enkel stokjes. Messen of vorken nergens te bespeuren. Er zal nog flink aan de techniek moeten gesleuteld worden om in Vietnam niet van de hongerdood om te komen …

Met jetlag tot achter onze oren arriveren we in het piepkleine luchthavengebouw van Dalat. Het lijkt wel eerder een busstation. We stellen tot onze opluchting vast dat onze rugzakken onderweg niet zijn uitgestapt.

En dan moeten we nog met een taxi 30 kilometer verder tot het centrum van Dalat.

- Belgium, nice country – vertrouwt de chauffeur ons toe, al is hij er nog nooit geweest.

Als hij hoort dat we helemaal van Dalat naar Danang willen fietsen, zucht hij eens diep : very far. Maar misschien is het wel met een motorfiets, oppert hij. Die toeristen zullen dat wel verkeerd verstaan hebben zeker.

Het chique Blue Moon hotel ligt boven op een helling vlak bij een meer in het centrum. De deuren zwaaien open en aan de balie word ik meteen bij mijn naam verwelkomd … Bij een welkomstdrank met zicht op de fraaie tuin met waterpartijen besluiten we ondanks de vermoeidheid en de jetlag toch nog naar een avondmaal op zoek te gaan. Het is pikkedonker en links vinden we alleen maar kapperszaken en winkeltjes. Rechts komen we aan het gezellig verlichte Xuan Huongmeer met aan de oever het Thanh Thuy Blue Water-restaurant. We opteren voor een plaatsje binnen want het is frisjes geworden (of is dat de jetlag ?). Het overaanbod aan personeel valt meteen op. Een tiental meisjes zitten er een hele avond te niksen. Of op de handen van de eters te kijken. Waarvan er 1 totaal foute manoeuvres met zijn chopsticks uitvoert.

Na de maaltijd gaan de hemelsluizen open. En geen paraplu bij (nochtans massaal voorhanden in het hotel). Daarna als een blok in slaap …

en om 3 uur ’s nachts terug klaarwakker.

Maandag 24 november 2008 (Herman)

Slaaptekort in het kwadraat.

We ruilen onze bonnetjes in voor een Amerikaans ontbijt en gaan voor een rustig dagje. Er loopt een vijf kilometer lange weg helemaal rond het Xuan Huongmeer. Een waterig zonnetje stapt mee. Een stevige wind tovert rimpels op het wateroppervlak. Het meer ziet er overigens eerder grijs dan blauw uit (ondanks de naam van het Blue Water restaurant). Druk motoverkeer, met begeleidend getoeter. Een enorm groot museum is langs de kant in aanbouw (het Richfield-museum). Foto’s tonen de toekomstige grandeur. Aan een 18 holesgolfterrein (erfenis van de Fransen) genieten we op een bankje aan het water van de deugddoende zonnestralen.

Een lichte middaghap met een glaasje rode Dalatwijn in het Blue Water-restaurant, en dan richting markt. Wat een kleurrijk spektakel. Kraampje met grote zakken bloem en rijst, exotisch fruit, snijbloemen. Vissenkoppen, insecten, kippenpoten, “delicatesses” in overvloed. Centraal is een overdekt gedeelte met een overloop waar eetstalletjes de dienst uitmaken. Helaas, geen honger. We proeven een ramboetan en krijgen meteen een halve kilo mee …

’s Avonds krijgen we een diner aangeboden van Phat Tire Ventures, de organisator van ons fietscircuit. Café de la Poste, het klinkt banaal maar het blijkt het beste restaurant van Dalat te zijn. Een oud-Frans koloniaal gebouw, beneden cuisine française, boven Vietnamees. De dame wil ons absoluut voor Frans laten gaan, maar wij kiezen doelbewust voor de trap naar boven. Een heerlijke reeks schotels met scampi’s, geit (drie sterren waard) en een kleipot met rundvlees. Fles bordeaux erbij en crème caramel achteraf. Of toch nog een beetje Frans.

Bij de afrekening blijk ik de volledige som te moeten betalen. Ik dring aan en het meisje neemt prompt mijn notaboekje met de vermelding 'Phat Tire Ventures' mee naar de kassa. Tien minuten topoverleg en dan gaat toch de helft van mijn rekening. Blijkt de wijn even duur te zijn als de rest van de maaltijd …

Dinsdag 25 november 2008 (Herman)

Weeral veel wakker gelegen en dus nu nog moe.

We gaan voor continentaal ontbijt. Of we eieren willen ? Haar glimlach maakt veel goed.

In de lobby staat een jongeman met blitse sportieve kledij op ons te wachten. Vienh is van Phat Tire Ventures en brengt ons naar zijn bureau wat verderop. Twee Giant-fietsen met 27 versnellingen en 2 drinkbussen, en daarbovenop een fietshelm en fietshandschoenen. Vandaag begeleidt hij ons op een lokale lus in de omgeving van Dalat. Vienh slalomt meteen moeiteloos tussen het aanhoudende motoverkeer. Een eindje voorbij de kathedraal slaan we rechtsaf: een rustig golvend wegje in een landbouwgebied. Vienh knijpt zijn remmen dicht en doet meteen een belangwekkende mededeling: dit is sla …

De eerste echte stop is aan het uiteinde van de kabelbaan, waar trappen naar de pagode Truc Lam leiden. Alhoewel er plaats genoeg is mogen we de fietsen niet stallen waar we willen maar moeten we ze tussen de bromfietsen gaan proppen.

Een heiligdom met groot Boeddhabeeld en zijkapelletjes met trom en klok. Het is zonnig en warm en we zien onze zonnecrème zienderogen slinken. Aan een waterval sta ik naast een professionele fotograaf. Hij trekt trouwfoto’s – ik probeer om een waterval zonder bruid te vereeuwigen. Een stevige klim leidt naar het Tuyen Lam-meer waar toeristen een bootje kunnen huren en op de oever kamperen.

De volgende halte is aan het Crazy House, een knotsgekke creatie van een lokale kunstenares die ze duidelijk alle vijf niet had. Eerst weer een heel gedoe met de fietsen die elders moeten gestald worden dan het fijne plekje dat wij op het oog hadden. In de tuin zien we grote fake-spinnenwebben en andere afschuwelijke gedrochten. Stenen boomstammen met trapjes leiden naar bizarre (hotel)kamers die uit een grote rotsblok gehakt zijn. De kangoeroekamer, de beerkamer, de tijgerkamer. Telkens met een apocalyptische versie van zo’n dier in de kamer. En wat verder zien we een kamer met toeristenprullaria met kredietkaartlogo’s op de deur, door Mireille meteen de visakamer gedoopt …

En dan begint het te druppelen. Te regenen. Te gieten.

Roos regenjasje kopen voor 4000 dong aan de overkant en dan moedig terug op weg. Overstroomde straten, opspattend vocht, zondvloed. We schuilen even in een hangar met lange tafels voor het versnijden van bloemen. In de grote voor het overige lege ruimte zit een meisje in een hoek te borduren. Het water staat al een halve centimeter in mijn schoenen. En Mireille (nog zonder cape) is al helemaal drijfnat. Nog 25 minuten, zegt Vienh. En dan kunnen we picknicken.

Uiteindelijk komt het neer om nog een uur stevig klimmen en dalen in een waar apocalyps. Aan het Quang Tum-meer regent het wat zachter en installeren we ons in een open overdekt restaurant met zitbanken. Nadat we op aangeven van de eigenaar onze fietsen een eindje verderop in een veld moeten gaan leggen. Het zou anders wel eens klanten kunnen afschrikken …

Vienh plukt wat dingen van de eentalig Vietnamese kaart. Als allereerste schotel verschijnen er frieten … Ik trakteer hem op bier en hij vertelt ons dat hij 24 jaar is en 7 broers en zusters heeft. Na een veel te stevige maaltijd stellen we vast dat het blijft gieten en regelen we een transfer met de bus terug naar het hotel. Waar de zon schijnt.

En daarna gaan we aan de slag met een haardroger om onze schoenen en kleren weer fietsklaar voor morgen te krijgen.

En men vertelt ons dat het nu toch wel uitzonderlijk is dat het regent in het droge seizoen!

Woensdag 26 november 2008 (Mireille)

Het hotel zit nu bomvol en bijgevolg wacht ons een ontbijtbuffet. Wel met nogal veel oosterse schotels waar zelfs de schooljeugd uit Singapore zijn neus voor ophaalt.

Stipt om halfacht brengen Vienh en Huan (de chauffeur) ons een eindje buiten de stad en puzzelen de fietsen terug in elkaar. Meteen tien kilometer bergaf, met bijna geen verkeer, op een paar motorfietsen na. Mijn handen doen na een tijdje pijn van het voortdurend afremmen. In de vallei bij een rivier zien we een jonge motorfietser de controle over zijn voertuig verliezen. Hij komt er van af met een vuile broek en een verwrongen pedaal. Tijd om het aanbod van enkele fruit- en visverkopers te bestuderen.

Even later rijden we een alcoholstokerij binnen. Een sterke lichtbruine rijstwijn rust in vaten met kruiden en houtschilfers. De volgende champignonkweek wordt voorbereid. Een eindje verder komen we midden de koffiebessenpluk. De rijpe bessen liggen overal op de stoepen te drogen, tot zelfs op de speelplaats van de school. Ik probeer meteen de pluktechniek uit, onder gegiechel van de meisjes. De bessen worden letterlijk afgeritst van de takken en verzameld op grote zeilen onder de bomen. Na een week worden de inmiddels zwart geworden bessen machinaal van hun buitenste schil ontdaan waarna de ontvliesde bonen in zakken van zo’n 70 kilo worden gepropt. Op elke straathoek krijgen we de verschillende stadia te zien.

Tijd voor een bakje koffie. Ijskoffie, met een metalen koffiefilter uit de tijd van mijn grootouders. Nadat de koffie langzaam doorgedruppeld is wordt die in een glas boordevol ijs gegoten. En bij een andere versie komt er nog zoete melk bij. Het is heerlijk zitten op het met planten overdekt terrasje.

In een kleine zijdefabriek vallen meteen de manden met zijderupsen op. Meisjes stoppen de cocons eerst in heet water, roeren dan wat met shopsticks en laten ze dan afkoelen in een koud waterbad. Een andere groep spint de draden op spoelen. Met oude spinmachines worden kleurrijke patronen vervaardigd. In een hoek geeft een meisje de draden een kleurbad. De kleine shop wordt gelukkig door een toeristengroep overspoeld zodat we stilletjes kunnen wegglippen.

Tijd voor de natuur. De olifantenwaterval dondert zo’n 80 meter naar beneden. Indrukwekkend, maar om er echt een goed zicht op te krijgen moeten we helemaal naar beneden afdalen over glibberige stenen.

Daar houden we ook een picknicklunch. Bij Vienh en Huan is dat een serieuze gebeurtenis. Ze snijden tomaten en komkommers fijn, halen paté en ‘La Vache qui Rit’-kaas boven, en vervolgens verschijnen er nog rambutans, bananen, watermeloen, ananas, peper, zout, knalrode chili, een hele reeks stokbroden en een pot pindakaas (het is tenslotte een Nederlandse reisorganisatie …).

Euh, wie komt er nog allemaal eten ? Voor ons vieren …

We peuzelen ons middagmaal op in een overdekte ruimte die zowel dienst doet als winkel en spinnerij, met een slaapruimte aan het oog onttrokken door doeken. Na het eten verdwijnt de overschot in de keuken van de spinnerij.

In de namiddag wordt de staat van de glooiende wegen steeds slechter en zijn we erg blij met onze MTB. Kinderen roepen ons overal na met ‘hello !!!’ Op een stevige helling krijg ik zelfs een bemoedigend duwtje van enkele vrouwen.

De laatste negen kilometer krijgen we de highway 27 onder de wielen. Nu ja, highway. Met kippen met vrije uitloop en koeien met voorrang langs de straatkant. En nauwelijks ander verkeer. We eindigen met een fikse regenbui zodat we weer eens nat de garage van het hotel binnenrijden. En dan blijkt dat het geen garage is maar de ontvangsthal en het restaurant. Met tafeltjes tussen de motorfietsen, opgezette dieren en grote kruiken sterkedrank met slangen.

Vienh controleert nog snel de kamer want bij een vorig bezoek waren hier probleem. De kamer is inderdaad niet echt proper, maar veel keuze is hier niet in de buurt. We opteren voor een andere ‘garage’ voor ons avondmaal, ook tussen de motorfietsen en slangen. Vienh en Huan bereiden meteen een pruttelend schoteltje: groenten en inktvis op basis van bier. Best lekker, alleen wat prutsen met de stokjes en de grote stukken kip met bot. Nog even proeven van de slangenjenever en dan naar bed.

Helaas: heel de avond klinkt de karaoke keiluid tot onder ons muskietennet.

Donderdag 27 november 2008 (Herman)

Als wij ons eerste oog opentrekken fietst de Vietnamese jeugd reeds en masse naar de school. Op hun uniforme fietsjes (die kosten amper 30 euro) met boodschappenmanden. De school begint om 7 uur. Vienh kan er niet bij dat de schoolbel in België pas twee uur later rinkelt.

Er is trouwens iets mis met dat uur in Vietnam. De zon komt supervroeg op, en om iets na vijf zie je weeral geen steek meer voor je ogen. Ze mogen van ons gerust een dubbel zomeruur – euh droog-seizoenuur) invoeren.

Ontbijt in het restaurant Thuy An van gisterenavond. Soep met kip en varkensvlees of baguette met eieren ? De uitslag van de stemming is unaniem. We worden omringd door vier generaties. Overgrootmoeder schuifelt moeizaam van haar bed naar de dichtstbijzijnde tafel waar haar noedelsoep reeds klaarstaat. En de jongste spruit zit op een Mickey Mouse-speelgoedwagentje onder de fiere blikken van ma en oma.

Pas om half negen halen we de fietsen uit de minibus. Rijkelijk laat voor een helse tocht van 95 kilometer. Een grijs wolkendek belooft weinig goeds. We moeten meteen aan de klim en Mireilles versnellingen slaan paraplu. De wegenhulp brengt adequaat redding. Stilaan begint het te druppelen. Van de tegengestelde richting zie ik dik ingeduffelde motorrijders met regencape passeren. Na een forse klim van zes kilometer naar de top van de Choijoj-pas op 1500 meter hoogte moeten de fietsjassen inderdaad aan. Er volgt een lange afdaling met ruw asfalt en putten in het wegdek. Ik neem meteen een flinke voorsprong. Er springt wel veel opspattend water in mijn ogen. Wat later zit mijn linkeroog helemaal dicht. Bij een stop prutst Vienh wat aan mijn remmen. Ik roetsj dan verder naar beneden en kom dan plotseling tot de vaststelling dat mijn achterband leegloopt. Wat ben ik toch een kampioen in het lekrijden. Onze begeleiders halen een nieuwe binnenband uit de volgwagen, demonteren nog maar eens mijn remmen en … 1 kilometer verder rijd ik weer plat. Vergeten een scherpe pin uit de buitenband te halen.

De regen is ondertussen wat geluwd. De koffiebessen blijven alvast voorlopig onder zeil. De weg is nu heel golvend met krachtige, korte beklimmingen en afdalingen. In de verte zien we het landschap dat de Amerikanen lelijk hebben verwoest met hun napalmbommen. Al moet gezegd dat vele bomen ook werden gekapt om plaats te maken voor koffieplantages. Om 13 uur krijgen we koekjes, bananen en rambutans toegestopt. We komen immers pas twee uur later in het dorp Khrong No aan. De highway 17 die ernaartoe leidt is herschapen in een modderpoel met diepe kuilen. Met middenin een markt. De levende ganzen en illegale stukken vlees van het wild zwijn zijn de koopjes van de dag.

Wat verder worden we in een baanrestaurant gedropt waar weer een overvloed aan schotels klaarstaat. Vanaf daar is het nog 39 kilometer maar het is ondertussen reeds half vier zodat we ons tot een uurtje fietsen beperken. De kinderen blijven ons maar najoelen. En enkele stouteriken trekken aan onze bagagedragers. Als ik plotseling mijn remmen toeknijp om de schelm in het Nederlands uit te kafferen kijkt het hele dorp beteuterd toe. Wat verder planten meisjes rijst, kniehoog in het water.

Na 65 kilometer houden we het voor bekeken en wenken de bezemwagen. Vlak aan een winkel waar hondenvlees verkocht wordt. Bah.

Nog een halte aan de apotheek voor oogdruppels en dan rijden we het Lak Lake Resort binnen. Fraaie tuin, bungalows aan het zwembad, zicht op het meer. Ondertussen begint het wel weer pijpenstelen te regenen en steekt er een Vietnamese variant van de mistral op. Zwemmen wordt hoe dan ook geschrapt …

Het restaurant van het resort zit propvol Franse toeristen. Ik ga op onderzoek in de bar.

- ‘Do you have wine ?’

- ‘Yes. Wine ? White wine ?’, vraagt de dame.

- ‘OK’, zeg ik hoopvol.

- ‘O, no, we don’t have.’

- ‘No problem. Red wine then.’

- ‘No wine, sorry’.

- ‘Beer then’.

- ‘Yes, but not here at the bar …’

Ondertussen zijn we er ook al in geslaagd om de fragiele sleutel van onze kamer in 2 stukken om te toveren. Gelukkig raken we nog binnen langs de achterdeur. Vooral als blijkt dat ze maar 1 exemplaar hebben …

De storm heeft ondertussen lelijk huisgehouden in het park: twee bomen geveld. De twee toeristen zijn nog intact.

Vrijdag 28 november 2008 (Mireille)

Op de beduimelde ontbijtkaart lezen we dat er keuze is tussen

1. Brood

2. Brood en boter

3. Brood en jam

4. Omelet

5. Brood en omelet

6. Brood en boter en omelet

7. Brood en boter en omelet en fruit en jam

We kiezen voor de ‘7’ en krijgen dan te horen dat er geen fruit en jam voorradig is.

Eieren wel, daar gaat ons cholesterolgehalte.

Eerste stop op de route is een dorpje van de M’Nong, een etnische bevolkingsgroep. Het dorpje ligt vlak aan het meer. De hoofdstraat is geasfalteerd, de rest ligt er modderig bij, tot vreugde van de vele kippen en kleine varkens. Tussen de vele longhouses zien we ook een souvenirwinkel en een cafeetje. Vrouwen meren aan in een uitgeslepen boomstam. Toeristen waden door het water op een olifant.

We vervolgen onze weg over de ‘grote baan’ via Lien Son, door de padievelden. Het landschap is ronduit schitterend: het zachte groen van de rijstvelden, de grijze lucht en de heuvels op de achtergrond. Langs de weg worden de koeien hogerop gedreven. Wat moeilijk om te passeren, vooral daar die beesten de verkeersregels niet respecteren. Dan maar spookrijden en hopen dat er geen tegenliggers komen.

Na enkele venijnige klimmetjes wordt het landschap wat vlakker. Vienh maakt ons attent op uitgestalde jackfruits, maar ze zijn nog niet rijp genoeg. Aan een meer zien we hoe vissen met elektrische schokken gevangen worden. Een katholieke kerkruïne staat met de hele romp in het water. We zien ook nog wat huizendaken en ruïnes van schuren nog net de waterrand halen. Volgens Vienh was hier een paar weken geleden maar half zo veel water. Kan je nagaan hoeveel het hier al geregend heeft.

Het verkeer wordt geleidelijk aan drukker. Vrachtwagens en bussen rijden ons toeterend voorbij. Op zo’n twintig kilometer van Buon ma Thuot opteren we voor een lunchpauze. Enkele dronken mannen komen wat lastig doen maar van zodra Herman verschijnt kiezen ze het hazenpad. De lunch is weer heerlijk. Paté, ‘La Vache qui Rit’, baguettes, gedroogde kersen, banaan, chili en pindakaas. Dit mogen ze mij elke dag serveren. Mijn mijn Liptonthee wordt wel verknoeid. Er zit een ‘mini-termietenheuvel’ (kruidnagel ?) in.

De laatste fietsstrook is druk, over brede wegen en boulevards. In Buon ma Thuot verloopt het verkeer heel geordend. Rechterrijvak voor fietsers en moto’s, in het midden komen de bussen en links is voor de auto’s. We houden nog even halt aan het etnografisch museum maar spurten nogal redelijk snel door de muffe ruimtes door.

Dit keer staan we supervroeg – het is pas 15 uur – aan ons hotel. Damsang is netjes met ruimte kamers, maar het zwembad zal voor een andere keer zijn.

We steken de straat over en wagen ons op een terrasje op de eerste verdieping van een gebouw aan een flesje wijn. Op de kaart zien we onder de titel ‘Wine List’ 19 cognacs en whisky’s en 1 ‘bordeaux’.

- ‘1 bordeaux en 2 glasses please.’

- ‘OK 2 bordeaux.’

- ‘No, no, only 1 bottle of bordeaux.’

- ‘OK’

- ‘And 2 glasses.’

- ‘OK. 2 glasses bordeaux.’

Zucht. Na nog 5 minuten extra gebarentaal krijgen we uiteindelijk … shiraz.

’s Avonds dineren we in het chique restaurant van het hotel. De gids en de chauffeur dineren elders. Ze opteren voor een kleiner restaurant in de buurt.

Een gigantische zaal. Geheel leeg. Tafeltje voor twee. Shiraz-wijntje bestellen. Mireille vraagt naar het toilet. Consternatie. Scheelt er iets aan de wijn ? Ze begrijpen er niets van: toilet, wc, pipi, lavatories, … Terug gebarentaal bovenhalen ?

Mireille gaat zelf op onderzoek. En dan valt alle licht uit. Van zaal veranderen (ook totaal leeg). Tot opluchting van de serveerdames stelt ik voor om de wijn zelf te ontkurken. Ze kijken vol verbazing toe en er klinkt een collectieve ‘oef’ als de kurk eraf gaat.

Na het eten vragen we thee. En krijgen de rekening … zonder thee. Maar iedereen is wel supervriendelijk.

Nog even gratis internetten (tot jaloezie van de Franse groep) en alle Saigon News-kranten naar de kamer smokkelen.

Zaterdag 29 november 2008 (Herman)

Een zeer ruim ontbijtbuffet, maar wel meer dan 90% Vietnamees. Gelukkig ontdekken we nog toast en confituur tussen de warme pruttelschotels. En een aparte stand waar omeletten klaargemaakt worden.

- ‘Soep ?’, vraagt de jongedame en neemt alvast haar pollepel klaar.

Met mijn oogontsteking heb ik nu misschien wel spleetogen maar ze moeten niet overdrijven.

De afstand van BMT naar Pleiku bedraagt 190 kilometer en dat is zelfs voor dit afgetraind lichaam wat veel. We beginnen bijgevolg met een minibustransfer. 51 kilometer verder worden we gedropt en springen op het zadel onder een (hoera) schuchter zonnetje. Het parcours blijft heuvelachtig met toch wel stekelige klimmetjes. We zijn van highway veranderd en volgen nu nummer 14. Het verkeer is erg druk. Vooral de vrachtwagens en bussen rijden als gek, luid toeterend tussen de vele motorrijders en de enkele fietsers. Ze rijden rakelings langs ons heen of komen van de tegengestelde richting recht op ons af. Niet meteen een pretje. Bovendien hangt er een smogwaas.

De koffieplantages hebben nu stilaan terrein ingeboet tegenover de rubberbossen. We zien een man aan het werk en stoppen even om te zien hoe hij het kleverige goedje in een kleine emmer laat lopen. Er is zelfs een geïmproviseerd afdakje tegen de regen boven elke emmer bevestigd. Het tappen duurt drie dagen en dan wordt telkens een nieuwe snee aangebracht. De bomen gaan zo’n 15 jaar mee. De werkman vertelt dat hij zowat 200 liter verzamelt en hiervoor pakweg 900.000 dong (40 euro) ontvangt. Overigens is 90% van de rubberplantages in handen van de staat.

Na dertig kilometer stoppen we in Edrang aan een markt en kopen er gefrituurde aardappels en bananen aan een stalletje. Zodat we meteen weeral minder honger hebben voor de lunch in een baanrestaurant wat verderop. Een begrafenisstoet passeert. Met kleurrijke bloemen en linten. En er worden nagemaakte dollarbiljetten in het rond gestrooid. Rare jongens die Vietnamezen, zou Obelix zeggen.

Bij de buren zien we hoe een echtpaar geduldig de koffiebonen onder een afdak schept. Regen op komst.

Na de lunch zien we een vrouw pindanoten zeven. Ze slaat een babbeltje met onze gids. En vanwaar komen die toeristen ? Van Da Lat ? Kunnen die dan niet gewoon de bus nemen.

Tja.

De wind is wat in kracht toegenomen maar we houden het droog. De kinderen blijven ons gillend tegemoet spurten. Hallo !! Hallo !! En maar zwaaien. Ik voel me soms een beetje zoals de paus in zijn mobiel. Zeker als we hele rijen schoolkinderen moeten voorbijsteken. Zelfs ukkepukken op de arm van hun moeder krijgen hun eerste zwaailes. Een boer draait aan een hendel om zijn tractor aan de praat te krijgen. Een paar koeien liggen lui langs de weg.

Ik hoor het zo al op de radio omroepen. ‘Touring Mobilis meldt overstekende koeien ter hoogte van kilometerpaal 72. Een zak rijst ligt midden op de weg bij het binnenrijden van Edrang. Bovendien worden 700 spookrijders gesignaleerd, hou dus goed rechts …’

De gids vertelt ons dat Arsenal de nationale jeugdvoetbalploeg sponsort. De terreinen liggen vlak bij Pleiku.

Na exact 60 kilometer stoppen we aan een brug en leggen de resterende 70 kilometer naar Pleiku af met de minibus. Pleiku is tijdens de Vietnamese burgeroorlog volledig vernietigd en in de jaren 80 met Russische hulp terug opgebouwd. En dat is eraan te zien. Sfeerloze betonnen flatgebouwen in overvloed. Dan valt ons hotel Tre Xanh nog mee: luxueuze inkomhal en een nette kamer op de vijfde verdieping.

Aan de inkombalie vragen we wat later naar de bar en krijgen we bijna de boss … En de bar vinden we niet terug (de volgende dag merken we dat die achter de rommelige en lawaaierige kantine ligt. Wisten wij veel.).

Avondmalen gaan we in het nog chiquere Due Long Gia Lai-hotel. Prima octopus-, rundvlees- en garnalen-met-bloemkoolschotels, samen met de onvermijdelijke soep.

En na een week vakantie krijg ik voor het eerst een Vietnamees muntstuk als wisselgeld.

Kunnen we vanaf morgen kop of munt gooien.

Kop: ik slaap uit.

Munt: ik slaap uit.

Zondag 30 november 2008 (Mireille)

Zondagsgevoel. Croissants en broodjes ? Neen dus, enkel oosterse dampende schotels. Lekker allicht maar voor ons niet ’s morgens.

We verhuizen dan maar naar het hotel van gisterenavond voor een heerlijk ontbijt met de obligate eieren en met porridge toe, en krijgen dan een transfer naar Sea Lake omwille van het drukke verkeer. In het centrum vindt er een joggingwedstrijd plaats. Tussen de auto’s door. Aan een rotonde dat als keerpunt fungeert worden de auto’s wel even tegengehouden. Sommigen lopen op blote voeten.

Ondanks de zon voelt het vrij fris aan, onder druk van een felle wind. Het vulkanisch meer met helder water trekt voornamelijk Aziatische toeristen aan. En dan peddelen we verder over de highway 14. De koffie ligt nog steeds te drogen. De picknicklunch wordt in een tuintje van een winkelstalletje geserveerd onder een parasol van golfplaten. Deze keer krijgt de hond de restjes paté.

Kontum ligt van hier amper 12 kilometer verder. Daar brengen we eerst een bezoek aan de 150 jaar oude katholieke kerk met een aanpalend weeshuis waar zo’n 250 kinderen verblijven. In de slaapzalen staan de bedjes in groepen van 4 op 5. Het is rustig want de kinderen houden siësta. De baby’s slapen op rieten matten op de bovenverdieping. Een berg opgevouwen wasgoed ligt langs de kant. In de leslokalen liggen grote pakken lesboeken. Op een geografische kaart van de omgeving staan al de kerken aangeduid. Het zijn er erg veel, blijkbaar een poging van de overheid om de bevolking in kleinere groepjes te isoleren.

We schenken wat geld aan het weeshuis en brengen dan nog een blitzbezoek aan een etnisch dorpje, volgebouwd met longhouses op palen. Zwarte varkentjes, kippen en honden houden ons gezelschap. We klimmen even via een steile ladder naar het gemeenschappelijk longhouse, waar de dorpsbeslissingen genomen worden. De rivier ligt vlakbij, met een smalle beweeglijke hangbrug naar de andere oever.

Family hotel is inderdaad heel familiaal, met een warme welkom en een gezellige tuin met talloze zithoekjes en loopbruggetjes over waterpartijen. De gastheer zet meteen de fonteintjes in actie.

Maandag 1 december 2008 (Herman)

Blue sky. 26° C. Ontbijtterrasje in de tuin. Baguettes, omelet en ijskoffie als klassiekers.

We verlaten het sympathieke adresje met wat spijt. De minibus brengt ons vijf kilometer verder in rustiger vaarwater waar we de 4 voor 2 wielen ruilen.

Op en af, ook al een klassieker. We passeren een groot katholiek kerkhof en houden halt aan een oorlogsmonument boven op een heuvel. Op dit strategische punt hebben de Vietcongs in 1972 het Zuid-Vietnamese leger en de Amerikanen verdreven na lange en bloedige gevechten. We zien Charly Hill in de verte, samen met andere bergtoppen zonder enig spoor van groen.

Aan een brug (eindelijk een vlak stuk) zien we hoe een groot rijstveld volledig onder water staat. Oogst vernield. ’t Zullen noedels worden vanavond …

We stoppen even voor een ijskoffie. Nadat we bediend zijn zet de gastvrouw keiharde hiphopmuziek op en gaat dan meteen verder met het uitspreiden van de koffiezaden.

Bij elke stop worden we omringd door schoolkinderen, chips en een schriftje in hun fietsmand. ‘Oh blijf nog’ vragen ze smekend. ‘Je mag met ons mee les volgen.’ Dan toch eerst de 6 lokale klemtonen onder de knie krijgen.

We knijpen de remmen dicht na 36 kilometer in Dak Ho en zoeken een tafeltje uit in een restaurant. Vietnamezen gooien echt alles op de grond. De hele vloer is bezaaid met kroonkurken, kippenbouten, rijstkommen, servetten, saus, …

Wij vallen op – wij eten netjes.

Vandaar scheiden ons nog slechts 18 kilometer van het kleine plaatsje Dak To. Laconieke mededeling van onze gids: geen pipi in de struiken. Risico op landmijnen …

Nog even een paar keer stevig op de trappers staan, uphill en neus in de wind. En over ruwe asfalt. Op een wegmarkering lees ik: nog 1095 kilometer. Gelukkig niet tot ons hotel.

Het Phuong Dung guesthouse ziet er kraaknet uit. De elektriciteit is nog afgesloten tot half zes zodat we de doucheactiviteit nog even moeten uitstellen. Vienh tikt ergens een tafel en wat stoelen op de kop en installeert ze op een winderig boventerras. Hij laat ook een emmer vol ijs en biertjes aanrukken en als dank vraag ik om mee te komen drinken. We moeten niet aandringen …

Het wordt een gezellige namiddag. Maar dan begint de wind nog strakker te waaien en moeten we de rugzakken leegschudden op zoek naar iets warms.

Dinsdag 2 december 2008 (Mireille)

Als deze reis zo verder gaat, verander ik nog in een ei.

‘Omelet or soup ?’, vraagt Vienh. Weet die dat nu nog niet ? Het meisje van het hotel spurt op haar motorfiets weg en komt vijf minuutjes later met een zakje eieren terug. We zitten op de trap van het hotel heerlijk te wachten in de zon, bij een kopje koffie en thee. En dan komen de spiegeleieren eraan, met blokjes tomaat en koriander, en met stokbrood en bananen van Vienh.

We starten vandaag aan een benzinestation waar weer veel aan onze remmen geprutst wordt. Hoe lang de tocht is blijft onduidelijk. Wel vertelt Vienh ons dat we naar een waterval moeten fietsen en dat er stevig moet geklommen worden. De weg is enorm rustig. De bevolking is van etnische afkomst en dat is te zien aan de meer armoedige huizen van leem of hout. Op regelmatige afstand staat een longhouse dat als gemeenschapscentrum fungeert. De weg klimt en daalt, maar echt hoogte winnen doen we niet. De koffie heeft nu grotendeels de baan moeten ruimen voor cassave, ofwel geschild en te drogen gehangen, ofwel in kleine mootjes gehakt en op een zeil uitgespreid.

Diep onder ons kronkelt een rivier parallel met de weg mee. In Dak Glei gaan we voor de lunch. Meteen wordt een tafeltje naar buiten gebracht en wat komt er eerst ? Hardgekookte eieren, maar dit keer wel eendeneieren. En scherpsmakende visjes.

Na de lunch gaan we eindelijk aan de klim. Eerst geleidelijk, en wat verder komt de langverwachte col eraan. We zien regelmatig bordjes met 10%. Op 1035 meter hoogte bereiken we een plateau met een zandweg die nog hogere oorden opzoekt naar een nationaal park. Wij gaan voor de afdaling en stellen vast dat we nog geen waterval gezien hebben. Aan een oorlogsgedenkteken met de namen van de lokale slachtoffers steken Vienh en Huan wierookstokjes aan en vult glaasjes met water. Het doet me aan het theeritueel ’s avonds denken: daar zorgt Huan ook altijd dat onze kopjes gevuld blijven.

We fietsen door een aangenaam berglandschap met wankele bruggetjes, kleine bergstroompjes en koeien met bimbam rond hun nek. ‘De waterval komt er straks aan, boven, horen we van Vienh. En meteen breekt Hermans ketting in 2 stukken. Maar de technische dienst heeft alle gereedschap bij dus dat wordt ook gefikst.

Verder zwoegen richting waterval. In een klein dorpje verwittigt Huan dat het iets verder heel koud zou kunnen zijn. Inderdaad, jasjes aan en zoef naar beneden. Naar beneden ? Lag die waterval niet vanboven ?

Maar een klim verder zien we dan toch ons grote doel voor vandaag. We worden getrakteerd op koekjes en snoepjes, nemen wat foto’s en springen terug op de fiets. Niemand heeft een idee van de resterende afstand. We merken duidelijk aan het landschap dat we vlak bij de Laotiaanse grens fietsen. Het begint te schemeren. Bussen en vrachtwagens stoppen voor overnachting op de bergwegels en leggen ter verwittiging bussels takken voor en achter hun voertuig.

En dan wordt het helemaal pikdonker. Huan rijdt meteen vlak achter ons met zijn koplampen in groot ornaat. Als we aan de bochten vaststellen dat we geen buffel van een boom meer kunnen onderscheiden knijpen we de remmen dicht. Taxi please. Tot verbazing van Vienh. We waren er bijna …

Uiteindelijk bleek het hotel wel nog 25 kilometer verder te liggen !

We krijgen een vipkamer toegewezen met alles erop en eraan, behalve warm water. Wat later wandelen we door de regen naar ons avondrestaurant waar … we meteen omelet geserveerd krijgen.

Woensdag 3 december 2008 (Herman)

Geïmproviseerd ontbijt in de receptieruimte. Met – o verrassing – baguette en eieren.

Het busje brengt ons een drietal kilometer verder, voorbij de steenslag en de drukte. ‘Easy today’, zegt Vienh en prompt fietsen we weer tegen een 10%-helling op. Maar we zakken inderdaad geleidelijk naar zeeniveau. Bij een temperatuur van 24° C – later 27° C – en ongehinderde zonneschijn moet mijn bidon regelmatig bijgevuld worden met de voorraad uit de volgbus.

Hydrocentrale in aanleg. De weg is in een zandpad herschapen. We blijven de loop van een rivier volgen over een superkalme straat. Vienh vindt het nodig om af en toe nog eens aan de remblokjes van Mireille te werken zodat we de snoepjesvoorraad verder kunnen plunderen.

We houden er een epo-vaart op na. Stevig op en af, door schaarse dorpen waar de ouders in een eenvoudig hutje leven tussen de kippen en de varkens, en de kinderen in pico bello schooluniform ons achterna fietsen. De honden zijn wakker vandaag, maar Mireilles uitroep ‘uit mijne weg’ sorteert effect.

Tegen middaguur slaan we in Hiep Duc links af, gevolgd door de schoolkinderen. Met twee op de fiets, ook wie achterop zit trapt mee. We komen in een veel drukkere straat en plots zit onze fietstocht erop. Vandaag 47 kilometer op de teller. In totaal 491 kilometer. Nog even lekker lunchen en dan 70 kilometer transfer naar Hoi An.

Het Riverside Resort ligt op een eiland verbonden met een brug en oogt aantrekkelijk met bungalows tussen het overvloedige groen. Vienh regelt nog wat administratie, Huan toont ons zijn biljartkunsten en dan is het tijd voor afscheid. Zij moeten 800 kilometer terug naar Dalat …

Cultuurshock als er twee Franse toerbussen toekomen. Zenuwachtig gedoe, vloeken en tieren op het personeel, uitspraak van de dag ‘On est dans la brousse ici …’.

Ik krijg al heimwee naar de voorbije dagen !

Een eerste stapje in Hoi An. Verkeersvrij, maar brommers zijn wel toegelaten. En vermits 99% van de Vietnamezen met een brommer rijdt … inderdaad.

Een gratis diner in het Lighthouse Café. Kronkelwegen volgen op het eilandje. Goed bewegwijzerd. Een tafeltje voor twee op de eerste verdieping. Candlelight. Romantisch zicht op de rivier.

Dik in orde.

Donderdag 4 december 2008 (Herman)

Sauve qui peut.

De Franse bustoeristen bestormen en masse le petit déjeuner.

Blauwe lucht en een oerdegelijke 28° C. Dat noopt tot actie. We volgen een stadswandeling van Lonely Planet en komen in de ‘Chinese’ wijk terecht. Honderden jaren geleden zijn de Mandarijnen hier aangemeerd en hebben ze koopmanshuizen en pagodes gebouwd. Hoi An is tijdens de burgeroorlog gespaard gebleven en sedert de Unesco zich over het patrimonium gebogen heeft lopen hier massaal veel toeristen rond. Allemaal achter hun bordje met een nummer.

We lopen een gebouw binnen waarvan we vermoeden dat het de toeristische dienst is. Op een grote kaart van Vietnam na is er niets te zien. Een Duitser loopt er even fronsend als wij rond. Van een Vietnamese taxichauffeur krijgen we te horen dat we vandaag geen inkomtickets moeten kopen. Negende verjaardag van de erkenning van Hoi An door de Unesco. Alles gratis dus.

We glippen een fraai huis annex kapel van de familie Tran binnen. Enkele meisjes wenken ons. Belgium ? Français alors. We krijgen de hele uitleg in brabbelfrans waar we nog geen twee woorden van begrijpen ...

Yin en yang. Gooien met dobbelstenen. Er wacht ons beiden enorm geluk. Met stempel van de goden. En neen, we moeten geen souvenirs hebben. De kapel blijkt een uitgebreide souvenirstand te hebben. Ook goden moeten al eens wat bijklussen.

We vluchten weg naar enkele grotere Chinese pagodes (maar dan wel zonder Boeddhabeeld) en maken dan rechtsomkeer via enkele Franse koloniale huizen (nu winkels en restaurants).

Een hapje (cao lau) aan een eetstalletje aan de rivier, een plons in het mooie zwembad en een schuimwijntje in een wine bar – dat is ook vakantie.

We richten onze steven naar het door Lonely Planet geroemde Café 96 aan de Bach Dang (zeg maar de rivierkade). Maar het zit boordevol mensen die hetzelfde boekje bezitten. En het ziet er niet zo superauthentiek uit. Maar ernaast ligt een eenvoudig eethuisje met op de kaart alle dingen waar we naar op zoek zijn: white rose, mi quang, wontonsoep, papajasalade. Ongelooflijk vriendelijke bediening. En dat voor een spotprijs.

Vrijdag 5 december 2008 (Mireille)

Donkere wolken en regen op komst. We vrezen wat voor de lokale fietslus met Hans van het Lighthouse Café, een ingeweken Nederlander. Hij bezorgt ons lichte fietsen met een ijzeren mandje, een flesje water en een regenjasje. We gaan voor de korte eilandtoer op Cam Nam.

Nog geen vijf minuten na vertrek krijgen we een zondvloed over ons. We trekken ons jasje aan en gaan schuilen onder een golfplatenhuisje met bed en fan. Het blijft evenwel regenen en dus gaan we toch maar moedig van start. We rijden over smalle geasfalteerde wegjes met nauwelijks motorfietsen. Ondertussen groet Hans de dorpelingen uitbundig en vertelt hij ons wat meer over het dagelijkse leven van de Vietnamees. Hoe de meesten hier bijvoorbeeld nog voor ruilhandel opteren. Of hoe de voorouders jaarlijks uitgebreid herdacht worden. We bezoeken een kerkhof en plukken wat zoete aardappelbladen (sweet potato leaves), bettelbladeren, waterspinazie en lipstickfruit.

We passeren een brugje over een pittoreske kreek. De wegen zijn hier overal overstroomd. Wanneer we volledig gedesoriënteerd zijn in deze doolhof maken we nog een stop aan een huis waar crackers van rijstmeel, pepers en sesamzaadjes flinterdun gebakken worden. Nadien worden ze gedroogd en vervolgens gegrild. Ze kunnen maximum zes maanden bewaard worden. De rest van de fietstocht verloopt al knabbelend.

En dan rijden we naar de lokale markt voor het eerste deel van onze kookcursus. Lynn, de Vietnamese echtgenote van Hans, verwelkomt ons samen met een Nederlands echtpaar en maakt ons wegwijs op de markt. We proeven uitgebreid kruiden en fruit. Inclusief een waarvan de pitjes een dodelijk gif bevatten. Herman proeft ook een zoete pudding. We keuren de vis, kopen wat gember en als we uiteindelijk zowat alle koopwaar op de markt overlopen hebben zetten we de fiets op de veerboot en meren vlak aan het Lighthouse Café aan. We wassen onze handen, binden een schort aan en stellen vast dat het voorbereidend snijwerk al door een keukenhulp is gebeurd.

Onze opdracht bestaat in het maken van spring rolls met garnalen, opgevulde inktvis en een kleipotje van tonijn met gember en waterspinazie. Na onze talentvolle ingrepen zien de loempia’s er fantastisch uit, is de inktvis hoogzwanger en pruttelt het vispotje heerlijk. En peuzelen het daarna lekker op in het restaurant, samen met een vruchtenslaatje achteraf. Een pluim voor de enthousiaste en schitterende uitleg van Lynn, met een oosterse handigheid en westers begrip. Een aanrader.

Inmiddels is het al 15 uur en huren een fiets voor 1 dollar. Bestemming: de woelige Zuid-Chinese zee zo’n vijf kilometer verderop. Rode vlag, dus enkel onze dikke teen in het lauwe water steken …

Zaterdag 6 december 2008 (Herman)

Al onze schoenen, pantoffels en slippers aan de voordeur gezet.

Niks, nada, nothing.

Waarschijnlijk stout geweest.

We willen Vietnam niet verlaten zonder een bezoekje aan de hoofdstad. Na een spelletje poolbiljart (of wat er moet voor doorgaan) vliegen we in alle rust van Da Nang naar Ho Chi Minh City, waar we onze intrek nemen in het luxueuze Sofitel Plaza hotel.

In onze beide reisgidsen vinden we een interessant eetadresje. Restaurant Sésame stelt kansarme jongeren tewerk en je kan er lekker Vietnamees smullen. Taxi gecharterd … om ter plaatse vast te stellen dat het dit weekend gesloten is. Geen alternatieven in mijn notaboekje opgeschreven en dus duiken we terug de taxi in. Terug naar het hotel, tot opperste verbazing van de taxichauffeur (die geen Engels begrijpt). Rare jongens, die toeristen.

Tweede poging na een quick search op de kamer: Le Mandarin. Een chic, plushy restaurant, bij nader inzien wel in een hoerenbuurt. Lekker eten, met veel stijl opgediend, maar wel een compleet ander menu dan we besteld hadden (au goût du chef). De kreeft (die we dus niet hadden besteld) wordt netjes in stukken versneden aan tafel (anders was ik nu nog steeds bezig: kreeft met stokjes …).

En dan de zesde (!) taxi van de dag. En onmiddellijk in dromenland, chocolaatjes en slippers van het hotel binnen handbereik.

Zondag 7 december 2008 (Herman)

Bordjes waarschuwden ons gisteren voor mogelijke overlast in het hotel. De kerstversiering wordt aangebracht. Gelukkig nog geen kerstkalkoen bij het ontbijt, maar oerdegelijke Danish pastries.

We trotseren het oorverdovende massale motoverkeer en wandelen tot het koloniale postgebouw. Prachtig, met oude kaarten van Vietnam met Franse tekst aan de ingang en een grote foto van de alomtegenwoordige Ho Chi Minh. Vlakbij ligt de Notre Damekathedraal. We wanen ons in hartje Frankrijk want we volgen nu de rue Pasteur tot het museum van de ‘War Remnants’. B-52-bommenwerpers, tanks en obussen van de US Air Force in de tuin, schrijnende oorlogsfoto’s in een overdekte hall en nagebouwde gevangenissen en foltertuigen. Akelig. De dagelijkse nieuwsberichten over de Vietnamoorlog uit mijn jeugdjaren tot morbide werkelijkheid gebracht.

De US Air Force heeft blijkbaar nogal veel oorlogstuig moeten achterlaten want in de tuin van tal van officiële gebouwen staan een aantal exemplaren. Ook in het legendarische Reunification Palace, het vroegere presidentiële paleis, waar de tanks van de Vietcong in 1975 een einde maakten aan de wrede oorlog, maar niet aan het lijden van de vele Zuid-Vietnamezen.

We nippen nog van een ijskoffie op een overvol terras (het is zondag) van een shoppingcenter, waar een graatmagere Santa Claus fototoestellen staat aan te prijzen.

We nemen afscheid van Vietnam in de internationale luchthaven van HCMC met een kom nationale soep. De vlucht naar Siem Reap zit vol Japanners en Amerikanen. Het gatenummer wordt twee keer aangepast. Dit moet aan een aantal Japanners met veel gebarentaal duidelijk gemaakt worden waarop telkens een heuse volksverhuizing ontstaat. Vervolgens wordt de vlucht nog eens uitgesteld wegens ‘technische problemen’. De Japanners aanhoren het luid rochelend. In het vliegtuig moet ik maar liefst acht (!) documenten invullen. Daar gaat mijn middaghap.

In Siem Reap stappen we uit het vliegtuig en moeten we op de tarmac zelf uitzoeken waar naartoe. De bus Japanners achter ons aan. Twee norse geüniformeerden wachten ons binnen op om ons paspoort en de 8 formulieren fronsend van hand tot hand te laten gaan. 40 dollar en 2 pasfoto’s later zien we hoe de knorpieten de paspoorten lukraak naar mekaar toegooien. Die van Mireille blijft lange tijd achter. Waarschijnlijk slecht opgevangen …

Nog een foto nemen bij een volgende vent met weerbarstig humeur en dan toch het verhoopte visum in het paspoort krijgen. De taxichauffeur maakt een ommetje langs Angkor Wat en probeert gidsbeurten voor de volgende dagen te slijten.

Superluxeus Angkor Village Resort. Grote houten overkapping met waterpartijen en rieten stoelen, palmbomen alom. Welkomstdrankje, en de bell boy die ons uitlegt dat je hier olifantenlessen kan volgen. Wij dachten eerder in de richting van kooklessen …

Ruime bungalow met terras ‘dans la brousse’. Het zwembad is formidabel. Een langgerekte waterpartij in de vorm van een rivier van 200 meter lang die tussen de bungalows en onder brugjes door kronkelt.

Tijd om de drankenlijst van de openluchtbar eens aan een uitgebreid onderzoek te onderwerpen …

Maandag 8 december 2008 (Herman)

Féééééést !!! 18 jaar getrouwd. Een volwassen huwelijk zeg maar.

Ontbijt in stijl naast een van de vele vijvers, en dan eens polsen naar huurfietsen. Geen beschikbaar in het resort. Olifanten zijn makkelijker vast te krijgen.

Op de oude markt zouden er eventueel wel zijn. Wij te voet in de aangewezen richting maar meer dan wat karretjes met veel soorten slakjes en hotels in aanbouw vinden we niet. 1 kilometer heen, 1 kilometer terug in de verzengende hitte. Over naar tuktuk.

Het is inderdaad megaver. De tuktuk zet ons af in een levendige buurt vol restaurants en winkels (dat moeten we onthouden) maar waar zijn de fietsenverhuurders ? Na wat gespeur vinden we er toch op een binnenkoer. Of we er kunnen huren voor 4 dagen ? Een duidelijk antwoord krijgen we niet van de dame. Ze piekert over de korting die ze ons wil toekennen. Voor 4,5 dollar per fiets per dag mogen we uiteindelijk zelf onze fiets uitkiezen en wil ze als extraatje nog persoonlijk mijn banden oppompen …

Citybikes met 21 versnellingen, tempels here we come. Eerst nog aan de inkom 80 dollar neertellen voor een driedaagse pas en een foto laten nemen . Op de weg staan kilometeraanduidingen in krijt gekalkt. Gisteren heeft hier de 13de halve marathon van Angkor plaatsgevonden. De finishboog staat er nog, recht tegenover de inkom van Angkor Wat. We stallen de fietsen, puzzelen met het slot waarvan de cijfers onleesbaar zijn en worden meteen aangeklampt door waterverkopers en postkaartleurders. Bijna allemaal kinderen. Mireille moet haar pas tonen om naar het wc te gaan.

We volgen de imposante inkomweg met balustrades in de vorm van slangen met vele hoofden waarvan er veel de tand des tijds niet hebben doorstaan. Angkor Wat is omgeven door brede grachten.

Een overdekte galerij rond de hoofdtempels bevat lange wanden vol met bas-reliëfs die gevechtsscènes en godentaferelen uitbeelden. De site is zo groot dat we met weinig toeristen geconfronteerd worden. Paarden grazen tussen de ruïnes. Naast een meer met lotusbloemen hakken in het blauw geklede meisjes het gras korter. Ik hoor Mireille zuchten over donkere stenen en te fel zonlicht. Moeilijke foto’s. De centrale tempelgebouwen vormen het bekende gezicht van Angkor Wat. Steile trappen leiden naar het heiligdom, maar het is afgesloten.

We eten een snack in een restaurant met de superoriginele naam Angkor Café en bollen dan verder naar een tempel die hoog op een heuvel staat. Phnom Bakheng is enkel bereikbaar via een junglepad waar de krekels zo veel lawaai maken dat het wel lijkt alsof de brandsirene afgaat.

Boven staat een standbeeld van een heilige koe en de ruïnes van een prachtige tempel. Supersteile en smalle trappen leiden naar het bovenste gedeelte met piekfijn uitzicht op Angkor Wat.

Precaire afdaling (doet ons denken aan de tempels in Mexico). Bij het paadje naar beneden (daar gaat de sirene weer) staat een bordje dat ons waarschuwt voor olifanten.

Heerlijke zwempartij in ons rivierzwembad en dan opboksen tegen een tuinparty van een toergroep in ons resort. De serveerster moet onze witte wijn zelfs gaan ‘pikken’ van hun buffet.

Nu nog aan hun hapjes geraken …

Met de tuktuk richting stad. Basistarief is 3 dollar. Wanneer we in het Samapheap-restaurant aankomen springt het personeel verschrikt op. Er is verder niemand. De kaart is uitgebreid en het is wat puzzelen. Het eindresultaat oogt fraai. Viskoekjes, gewokte groenten, steakreepjes met nootjes en kipamok. Het meisje dat de rijst uitschept vindt dat ik maar heel weinig rijst neem. Intussen kijkt het personeel gespannen naar een plaatselijke soap op tv. Als dessert krijgen we nog een banaan toegestopt.

Ook onze tuktukchauffeur springt recht als we het restaurant verlaten.

‘And where do you want to go tomorrow … ?’

Dinsdag 9 december 2008 (Mireille)

Rustig ontbijten in het zonnetje aan de vijver om nadien in volle actie te schieten.

Vandaag wordt het tempelhopping day en onze tweewielers staan al te wachten. We rijden richting Angkor Wat waar een plaatselijke armzwaaier ons verplicht om door de ticketverkoopbalie te rijden (‘geen probleem, rij maar door, jullie hebben een pas’). Even verder moet Herman van de politie van de fiets, maar hij kan al snel ‘beschikken’.

Onze eerste stop is bij Bhaksa Chamrong, een kleine piramidevormige tempel, nauwelijks bezocht en schitterend in zijn eenvoud. De steile trappen laten we echter deze keer voor wat ze zijn. Ze zien er nogal verweerd en glibberig uit. Nog geen 500 meter verder komen we reeds aan de toegangspoort van de Bayontempel, mooi gerestaureerd met 52 koppen van demonen (rechts) en goden (links). De weg loopt onder de vierhoofdige zuil door. De koel lachende vorst … is alomtegenwoordig. Niets ontgaat deze heerser, of was het uit ijdelheid dat zijn gezicht zo’n 216 keer in groot formaat is terug te vinden in het heiligdom.

Een boogscheut verder ligt alweer een volgende tempel te wachten. Baphuon, de tempel waar de archeologen slapeloze nachten aan overgehouden hebben. De restauratie is hier niet van een leien dakje gelopen. De jungle had eerst alles overwoekerd, vervolgens kwamen de moessons die de wanden deden instorten, tijdens de burgeroorlog werden de plannen van de tempel verbrand en ga zo maar door.

De tempel bevat aan de noordzijde een gigantische stenen liggende Boeddha die nog maar pas is gerestaureerd. De rest van het herstelwerk zal nog heel wat tijd in beslag nemen.

Vervolgens nemen we nog een kijkje bij de terrassen van de olifant, waar de bas-reliëfs duidelijk met olifantenafbeeldingen gedecoreerd zijn. Tenslotte verwennen we onszelf met een kippen-groente-noedelsoepje, met stokjes ! En flesjes Angkorbier, 66 cl asjeblieft.

We kopen nog 2 T-shirts voor een prikje en trekken dan verder naar Preah Khan waar we ons laten verbazen door de vele optische effecten. Meerdere malen waan ik me in een echt spiegelpaleis. De smalle corridors worden constant onderbroken door zuilen wat een fraai dimensionaal zicht oplevert. En verwarring, want een toeriste vraagt ons wanhopig waar de uitgang zich bevindt …

Hopelijk hebben we haar de juiste richting uitgestuurd want later merken we met de fiets dat er nog meer toegangswegen zijn. We laten wat tempels links liggen, steken ons hoofd nog even binnen bij de Tia Som Eastern Meron, waar we de stenen olifanten aanschouwen en een jongetje blij maken met een tiencenteuromuntje.

Tenslotte rijden we door naar de tempel die het meest in de jungle gelegen is, de Ta Prohm. Het heetste van de dag is voorbij, de zon begint aan haar afdaling en de natuur wordt helemaal wakker. Vogels vliegen over en weer, krekels gaan hun liedje zingen en de stenen krijgen een kopergroene schijn. De tempel wordt hier en daar overwoekerd door gigantische bomen, sommige hebben hun wortels langs verschillende kanten van de muren genesteld. Irrealistisch ! En dat vonden de makers van de film Tomb Raider ook.

Een koel drankje en wat afdingen voor een boek over het Angkortempelcomplex en dan is het tijd voor de terugtocht naar het hotel. Een paar aapjes stelen nog de show maar door de intredende duisternis zullen de foto’s niet echt gelukt zijn.

Voor zwemmen is het ook wat te laat, maar dat halen we morgen zeker in.

Woensdag 10 december 2008 (Herman)

De Cambodjaanse boog moet niet altijd gespannen staan en dus gaan deze twee tempeltoeristen vandaag voluit voor het zwembad. Tweehonderd meter schoolslagplezier, in het gezelschap van een opblaasorka. Heerlijke watertemperatuur, zon, blauwe lucht en geen Franse toeristen in de buurt, waw.

Om half twee zijn we opgedroogd en charteren we een tuktuk naar de Floating Village. Twaalf dollar heen en terug, wachten inbegrepen. Onderweg stellen we vast dat bijna elke Cambodjaan naast zijn huistempel ook een winkeltje in zijn voortuin heeft staan. Benzine wordt hier trouwens verkocht in water en Johnny Walkerflessen.

We passeren langs moerassige gebieden en vijvers met paalwoningen, erg eenvoudig ingericht met dikwijls niet veel meer dan hangmatten, maar steevast wel met moto voor de inkom en tv binnenin.

De tuktuk stopt aan een ticketbureau waar we 40 dollar moeten neertellen, tot afgrijzen van twee Duitse dames die het zich allemaal veel goedkoper hadden voorgesteld. Een eindje verder mogen we met ons zuurverdiende biljet op een kleine motorboot kruipen. De stuurman steekt meteen van wal, en een jongetje waarvan ik zou zweren dat zijn plechtige communie nog niet zo lang achter de rug kan liggen geeft ons uitleg in brabbelengels waar we niet veel wijzer van worden. We varen langs contingenten woonboten, blijkbaar voornamelijk van Vietnamezen. Toen we van Vietnam naar Cambodja vlogen zagen we bij de landing grote waterpartijen vol struiken. Nu ontdekken we dat het om mangroves gaat waartussen de visserssloepen handig manoeuvreren. Tussen de kleurrijke massa vis- en fruitverkopers zien we ook een kerkboot, een sporthalboot en een schoolboot. Aan zo’n drijvende lagere school meren we even aan, echter niet nadat we afgetroggeld worden om potloden aan een exorbitante prijs te kopen als gift aan de onderwijzer.

Als we binnenkomen zitten de kinderen vliegers te vouwen, te babbelen, te snoepen, in hun neus te peuteren en te slapen. Niet verwonderlijk dat de discipline zoek is als hier om de vijf minuten een toerist binnenstapt …

Terug op de motorboot hoor ik Mireille zuchten dat de foto’s van op het wiebelende tuig zeker geen topkwaliteit zullen zijn (later blijkt dat ons toestel stuk is). We racen tussen de andere toeristenboten naar een vis- en krokodillenkwekerij annex toeristenprullariawinkel, en staan 100 kleurrijke foto’s later (hopelijk 5 gelukt) terug aan de tuktuk.

We laten ons nog even naar Angkor Wat brengen voor heerlijk warme namiddaggloedfoto’s. De grote toeristenstroom gaat nochtans richting exit. Een halfuurtje later (rond 17 uur) is de magie voorbij.

Khmer Kitchen, een restaurant hartje Siem Reap. Een komen en gaan van tuktuks, en tafeltjes die snel bezet raken. We zitten heerlijk buiten en genieten van de voortreffelijke Cambodjaanse gerechten. Onze ‘vaste’ tuktukbestuurder eveneens: hij vroeg ons of het stoorde als hij iets aan zijn rammelende maag ging doen …

Donderdag 11 december 2008 (Herman)

Zonnen, zwemmen, fietsen naar ‘dowtown’, spring rolls met een pint Angkor, souvenirjacht op de markt en afscheid nemen van het vriendelijke personeel van onze resort.

Vol herinneringen aan een schitterende vakantie !

hit counter
Bezoekersstatistieken