
Reisverslag Wales
Zondag 26 en maandag 27 mei 2008 – Londen (Herman)
Na de succesrijke tournee vorig jaar van Mark Knopfler en Emmylou Harris deed Mark terug ons land aan. In de betonnen bunker van Vorst Nationaal. Maar ook Londen, in de muziektempel van de Royal Albert Hall. Het heilige der heiligen.
En als we nu aansluitend eens in Wales gingen wandelen – het Pembrokeshire Coast Path. Even wat puzzelen om de B&B’s op de juiste wandelafstanden geboekt te krijgen. Vooral Solva is een probleem: pas de zevende antwoordt bevestigend. De andere zijn gestopt, al volzet of antwoorden niet.
Klaar voor de start.
*
De rugzakken gewikt en gewogen, een ontbijt in Brussel Zuid en de comfortabele Eurostar tot St-Pancras International. Een uurtje stappen tot Hyde Park / Kensington Gardens (tot afgrijzen van een Brit die ons voorbij halfweg de juiste richting toont en eraan toevoegt “It’s very very far you know”).
Sussex Gardens is 1 lange aaneengesloten dubbele rij hotels, allemaal dezelfde types herenhuizen. Delmere Hotel is van de Best Westernketen, met Hollandse dames aan de balie en een piepkleine kamer waar het bed net in kan.
Gezien onze eerdere bezoeken aan Londen houden we het dit keer rustig, met London Eye als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt. Maar wel extreem duur: 17,50 pond
per persoon. Mireille herontdekt Starbucks Coffee, en we wandelen langs de Theems tot de Tower Bridge en dan naar Brick Lane waar we plaats vinden in een
fantastisch Bengaals restaurant. Na de (gratis) hapjes is onze honger al half gestild. We raken in gesprek met een van de jongens die opdienen.
Hij is hier drie jaar en vindt het leven in het Westen wel lastig en stressy. Om zes uur opstaan, naar school tot 4 pm en twee uur later in het restaurant
beginnen tot wanneer alle klanten weg zijn. Maar hun eeuwige glimlach verliezen ze er niet bij.
Op de terugtocht wordt het voor ons ook stressy: door onderhoudswerken is de Circle Lane van de Underground buiten werking en moeten onze arme voetjes het hele stuk langs de Theems (de overkant dit keer) teruglopen.
*
Na het zonnige Londen op zondag (jawel) volgt een druilerige dag. In het station van Paddington regent het binnen … Door de bankholiday wordt er veel gewinkeld. Wij lopen ook wat boeken- en cd-winkels in en uit, en Selfridges in Oxford Street.
We besluiten het rustig aan te doen, nemen nog wat metro’s en stranden in Earl’s Court. Waar de gele metrolijn het nog steeds niet doet. En ik kom tot de vaststelling dat ik de tickets van Mark Knopfler op de kamer ben vergeten. Rush rush een hele omweg op overvolle metrostellen terug naar Sussex Gardens, kamer in en uit, een pizza bij de naburige Italiaan, het park doorwandelen en net op tijd in de Royal Albert Hall.
Driehoog genieten.
Dinsdag 28 mei 2008 – op naar Wales (Herman)
Mireille besluit geen beertje Paddington aan haar rugzak te hangen. We sporen relaxed tot Swansea en stappen dan over op een bomvolle trein richting Haverfordwest. Een smakeloze sandwich, en de koffie is op. De trein stopt op een aantal plaatsen enkel “on request”, en dus moet de conducteur een paar keer de hele trein doorlopen om naar de reiswensen van de passagiers te peilen.
Naast het kleine station van Haverfordwest vinden we een bushalte maar de buschauffeur knikt ontkennend als we naar Broad Haven vragen. We moeten naar het centrum en navraag in de TIC leert ons dat de bus net weg is en de volgende twee-en-een-half uur later. Mireille krijgt nog een plan van Haverfordwest – inclusief de geschiedenis, voegt de vriendelijke meneer eraan toe – en we mogen de rugzakken in bewaring geven.
Een middeleeuwse burcht hoog boven het dorp, een plein tussen twee oude bruggen, en teatimen in de zon (en de baas die vraagt: het was toch niet te duur … ?)
Er komt een Puffin-busje toe. Broad Haven, OK. Wel “zo dadelijk” nog op een ander busje overstappen in Marloes.
Wat een tocht: supersmalle bochtige wegen. Tegenliggers: honderden meters achteruitmanoeuvreren Broad Haven ligt amper een goede tien kilometer van Haverfordwest, maar alle dorpjes worden eerst minutieus bezocht zodat we 1 uur (!) later pas in Marloes staan. Ondertussen heb ik ontdekt dat de lijbus Haverfordwest – Broad Haven er amper twintig minuten over doet.
In Marloes passeert de aansluitende minibus maar die moet eerst nog een extra lus afhaspelen. De chauffeur van de eerste bus vertelt ons dat het nu een andere maatschappij is op die lijn omdat het weekendwerk voor hun mensen te stresserend geworden is: paarden, voetgangers, fietsers, op de smalle straten was er geen doorkomen aan en dus hadden ze ook geen rijpauzes meer. Zijn vrouw passeert met de honden die enthousiast het busje opspringen. Ze wonen amper een tiental meters verder. Tot vorig jaar heeft hij zijn vader verzorgd die gestorven is aan parkinson, en dan is hij terug met de bus beginnen rijden. Een Nederlands echtpaar belt nogal luidruchtig vanuit een telefooncel naar huis. De Britse dames naast mij: “I think it’s Welsh, but I’m not quite sure …”.
De volgende chauffeur houdt ere en rotvaart op na maar toch duurt het nog tot 19 uur (na twee uur bus !) eer we pal aan het blauwe Anchor Guest House, rechtover het strand, afgezet worden.
We stappen binnen, zithoek, ontbijtzaal, verlaten. Even roepen, aanbellen. Nobody. We wachten een half uur. Geen beweging. Bellen met de gsm, niemand neemt op. In de bar ernaast weten ze van niets. In de pub wat verderop raden ze ons aan om gewoon wat te blijven wachten. Er zit ook niets anders op, want andere accommodaties zijn er niet in de buurt. Mireille koopt sandwiches (weer van die smakeloze exemplaren bij gebrek aan beter) en we installeren ons in de zon op een picknicktafel voor de ingang.
Enkele Britse echtparen gaan met ons mee op onderzoek. Geen enkele deur van de privévertrekken is op slot, maar jammer genoeg wel van de logeerkamers. Ze vinden het ook vreemd dat alles hier zo maar onbeheerd achterblijft. Misschien zijn ze ontvoerd, grapt een van hen. Een andere wil thee voor ons zetten. En wijn is er binnen ook nog genoeg in voorraad.
Als we na twee uur beginnen te bestuderen hoe we de zithoek in een lighoek kunnen omtoveren komt er een auto de oprit opgestoven. Mevrouw slaat bleek uit als ze ons ziet, mompelt wat verontschuldigingen, grijpt een rugzak vast en brengt ons naar de kamer. De werkvrouw had haar vergeten te verwittigen dat er nog gasten op komst waren.
We zijn nog net op tijd voor de zonsondergang annex witte wijn in de belendende bar.
En bij navraag: O, we always leave everything open.
In België zou je elke dag nieuwe meubelen moeten kopen …
Woensdag 29 mei 2008 – Wandeldag 1 (Mireille)
Zwaarbewolkt, nevelig en regenachtig, zo ziet onze eerste wandeldag eruit.
Waren de ontbijten vroeger groter in Wales, of eten wij meer dan vroeger ? Alleszins met de portie All Bran, het eitje met de bacon en de toast overleven we niet tot 16 uur vanmiddag, dat staat vast. De rekening wordt met 10 pond verminderd als compensatie voor de magere ontvangst.
De dame van de B&B geeft ons nog mee dat het eerste deel van de tocht niet echt steil is maar dat de laatste vijf niet van de poes zijn. Nu ja, het is maar hoe je het bekijkt want na 500 meter gaat het al omhoog. De met gras begroeide duinen staan vol bloemenpracht. Alle kleuren zijn van de partij: roos, wit, blauw, geel en purper. De brem bloeit uitbundig.
De bewegwijzering is uitermate goed en bovendien is het pad goed zichtbaar. De poortjes zijn alom vertegenwoordigd in alle vormen en formaten. Vooral in het begin van de wandeling is het soms even zoeken om ze open te krijgen. Bij de “kissing gates” is het dan weer zaak om er met de rugzak door te geraken. En bij de trapladdertjes is de kunst om er in een vloeiende beweging over te gaan en niet zoals ik mijn knie te bezeren. Verderop zijn wat paden overwoekerd.
Bij het eikelteken van de bewegwijzering staat vaak de waarschuwing dat kliffen levensgevaarlijk zijn. Er is afwisseling van fauna: door of langs koeienweiden, mooie kleurrijke schapen met hun pels nog aan kruisen onze weg, dan weer zijn het paarden die ons gezelschap houden.
In Nolton Haven is het nog te vroeg voor de lunch. Dan maar 5 kilometer verder tot Newgale. Hier krijgen we voor de eerste maal strand onder de voeten. Ondanks het druilerige weer zijn er enkele moedige waterfanaten actief. De ene met zijn surfplank, de andere met een zeekajak. Geef mij dan maar wandelschoenen bij zo’n weer.
Bij Sands Café stappen we binnen voor een middaghap. Na de ervaringen met de sandwiches van de laatste dagen willen we alvast iets anders. We opteren voor twee verschillende schotels, kwestie van de risico’s te spreiden (en zo kunnen we delen). Zalmkoekjes voor Herman en gebakken geitenkaas voor mij. En ’t is nog lekker ook. En zelfs de lokale politie weet dat, want ze nemen de meeste plaatsen in.
Na de lunch wacht ons nog zo’n 8 kilometer footpath. Was het voor de middag nog redelijk droog, dan houdt het nu niet meer op met druppelen. En af en toe zelfs
vele emmers tegelijk. De mooie blauwe zee laat zich niet meer zien. Wij moeten ons vandaag tevreden stellen met een grijze watermassa. Twee wandelaars uit de
andere richting waarschuwen ons voor een stel fazantenkuikens die siësta houden op het pad, maar wanneer wij eraan komen hebben die beesten al lang het hazenpad
gekozen.
Onze eindbestemming Solva komt volgens onze gps alsmaar dichterbij, maar toch duurt het nog even eer we er zicht op krijgen, laat staan voor we het bereiken.
De B&B ligt op Main Street 10. Eventjes zoeken naar de ingang en dan worden we joviaal en superenthousiast ontvangen door de gastvrouw, met Welsh cake en tea. Haardvuur aan en kleren drogen. Ze print het weerbericht voor de volgende dagen uit, en ja hoor, er komt verbetering in het weer. Morgen een overgangsdag en dan zon met wolkjes. Welke heilige moeten we daarvoor aanbidden ?
Deze avond doen we het rustig aan: verslag schrijven, genieten van de warmte van het vuur (“gooi de houtblokken maar zelf op als je wil”) en dan een hapje gaan eten.
Donderdag 30 mei 2008 – Wandeldag 2 (Herman)
We rollen uit bed en krijgen zalm bij het ontbijt. Mireille kiepert royaal suiker op de cornflakes .. en het blijkt zout te zijn.
We nemen afscheid van de sympathieke gastvrouw (ze moet met haar Nederlandse vriend naar een feestje in Nederland). Nog natte wandelschoenen aan, zware rugzak over de pijnlijke schouders en klim-op naar Upper Solva. Mis, we moesten aan het haventje afslaan. Anderhalve kilometer extra aan ons been.
Gelukkig schijnt de zon overvloedig en kunnen we in T-shirt de zware klim uit het dorp aanvatten. Eens terug op de kliffen blijft het grassige pad wel een stuk vlakker dan gisteren.
In St-Davids maken we een ommetje naar de imposante kathedraal. Veel volk, en er zijn ijsjes. Terug op het pad stoppen we voor de picknick: de lekkere
boterhammen met kaas en tomaat van de vorige B&B. Verderop passeren we heel veel dagjeswandelaars. Vijf paarden versperren ons de weg en laten zich rustig aaien.
We ronden enkele baaitjes en komen aan een pier waar de kajakkers de golven trotseren. Na twintig kilometer op en af over kliffen en langs diepe baaien beginnen
alle rode plekken tegelijk pijn te doen. We zien hoe de schapen bijeengedreven worden met 1 hond en … 2 quads. Moderne tijden !
Nog 4 kilometer op de tanden bijten en dan krijgen we toch het zandstrand van Whitesands Bay in het vizier. Mireille vindt de juiste afslag voorbij een vervallen hotel naar onze B&B Craig-y-Mor. “Basic” volgens onze wandelgids. Viersterren, apart salon, luxe in de praktijk. Plastic kaart invullen met de ontbijtwensen (dus veel en laat), “uren” onder de douche staan, een taxi charteren naar St-Davids waar de dichtstbijzijnde restos zijn en het Duitse au pairmeisje lastig vallen voor een adaptor en een telefoonnummer.
In St-Davids vinden we een pub met een groot buitenterras (beer garden, is dit Duitsland ?).
Twee wijn graag. Dat kost 6,40 pond, fluistert de dame achter de toog. Neem maar een fles, die kost 7,90.
Tuurlijk, denk ik, een echte win-winsituatie !
Vrijdag 31 mei 2008 – Wandeldag 3 (Mireille)
Muesli- en fruitsapbuffet in de inkomhal, cooked Welsh breakfast op een tray in de kamer. We hebben gisteren immers ongeveer alles aangevinkt …
Op het breed pad aan het strand is het al druk. Veel dagjestoeristen lopen tot St-Davids Head en een aanpalend strand. In de smalle baai zijn jongeren met een motorboot rondjes aan het draaien. We zijn dan ook blij dat we snel op de andere klifrand mogen overschakelen waar het overigens ook veel minder druk is. Twee wandelaars maken ons attent op twee zeehonden die ons even nieuwsgierig van in de diepte aanstaren als wij. Hun grijs kopje steekt heel de tijd boven het water uit.
In Abereiddy, een klein ongezellig strand met donder zand, is het ontzettend druk. Naast de strandliggers lopen er ook veel rond in duikpakken wat hen toelaat
om te zwemmen bij deze koude temperaturen. Aan een stalletje staat veel volk aan te schuiven voor een ijsje maar wij opteren er voor een broodje met gebakken
bacon en ketchup.
De kustwandeling loopt verder naar Porthgain en brengt ons in contact met de vervallen overblijfselen van de steenindustrie. Nog even een “terrasje” meepikken (eigenlijk een bank naast een café) en dan nog een kleine slotinspanning naar Trefin. Het laatste huis in de rij is onze B&B voor vanavond.
We were waiting for you, klinkt het. Apero om 18.30 uur, diner om 19 uur. We krijgen dus precies geteld 16 minuten om te douchen en ons om te kleden.
We beleven er een fijne avond met een gewezen RAF-piloot (George) en een echtpaar uit de Midlands. George komt al 41 jaar naar Trefin en kent bijna iedereen in het dorp. Jammer genoeg is zijn vrouw vorig jaar gestorven. Hij vertelt de hele avond anekdotes uit zijn leven. Zoals toen hij na de Tweede Wereldoorlog in België zijn autosleutels verloor. Een jongen komt met zijn fiets aangereden, slaagt erin om de deur open te maken, fiets terug naar huis en komt met een hele sleutelbos terug om zijn motor terug in gang te krijgen.
Wat is mijn schuld ? – vraagt hij aan de jongen.
Wat, zegt die verontwaardigd, jullie hebben jullie leven geriskeerd om ons te komen verlossen en jij zou mij geld willen geven voor een onnozele sleutel.
Hij vertelt het verhaal wel vier keer …
Zaterdag 1 juni 2008 – Wandeldag 4 (Herman)
Bushalte aan de B&B, gemakkelijker kan niet.
Om tien voor tien komt de Strumble Shuttle ons oppikken. Aan Trefasser Cross laten we ons droppen en lopen we richting jeugdherberg. Na een kilometer asfalt pikken we weer de vertrouwde eikeltekens op. We hebben nu 15 kilometer uitgespaard, nog 17 te gaan.
Het is zonnig maar ook erg mistig. De mooie zichten verdwijnen helemaal in de nevelslierten. Voorbij Pwll Deri (hoe spreek je zoiets uit, ik houd het bij poepelderrie …) slalommen we tot Strumble Head, waar een grote vuurtoren verstoppertje speelt in de mist.
We komen bijna geen wandelaars tegen (de vakantieweek zit erop voor de Britten). Stevig op en af, met enkele modderstroken. De bloemen hebben nu grotendeels plaats geruimd voor varens. Witte paarden versperren ons de weg. En de public right of way, knollen ? De misthoorn van de schepen klinkt in de verte.
Een rots met zicht op nevel is een ideale locatie voor de smos, het lunchpakket van onze vorige B&B. Na weer een fantastische wandeling met veel kuitenbijters
komt het asfalt van Goodwick als een shock. Geen aanduidingen meer van het kustpad, ook geen pijlen naar Fishguard. Op Garmin overschakelen dan maar, en via
een betonnen bospad hoog boven het water op de West Street in Fishguard uitkomen aan het postkantoor. De volgende B&B-eigenaar opbellen – hij komt eraan.
Blijkt onze overnachting een kilometer of vijf uit Fishguard te liggen (vlak aan het kustpad heet dat dan) !
Een rommelig huis, een kleine donkere kamer, niet echt ons ding. Al smaken de thee en de Welsh cakes naar nog.
We laten ons terug naar het centrum brengen. Three Main Street. Er zit niet echt veel volk, en dat op zaterdagavond. Een zeebaars voor twee, van het krijtbord. Geen stipnotering.
Buiten lopen schaars geklede dames rond. In de mist en de kou.
Alles is relatief.
Zondag 2 juni 2008 – Wandeldag 5 (Mireille)
Mist coming in from the sea.
De andere B&B-gasten trekken de zee over naar Ierland voor twee weken paardrijden.
Mireille heeft gedroomd dat de B&B-eigenaar naar zijn sleutels moest zoeken, en wat gebeurt er …
Nadat hij zijn reservesleutels opgediept heeft worden we terug op de hoofdstraat afgezet. We volgen een stukje dezelfde eindweg van gisteren. De oude haven lijkt kleurrijk en gezellig maar met de mist voelt het kil aan. We horen regelmatig een klok luiden – of is dat een misthoorn.
Bij de 220 jaar oude kasteelruïnes – enkel de kanonnen staan er nog – begint het wat op te klaren en zien we voor het eerst in welk landschap we gisteren gelopen hebben. We krijgen ook zicht op de ferryhaven van Goodwick.
Voor het eerst op deze wandeling moeten we enkele malen een caravan park doorkruisen. De natuur blijft ruig, met veel varens, madeliefjes en boter- en paardenbloemen. We lopen enkele malen door velden waar van een wandelpad geen sprake is. Na elke stevige klim wacht de kers op de taart: een ladder overklimmen.
Bij Pwllgwaelod – tong verstuikt – staan er veel auto’s op de parking. We bemachtigen een tafeltje buiten aan het Old Sailers Restaurant en genieten van een
vers getapte pint traditional Welsh beer. Voor mij eerder een gewone pils. Herman heeft binnen fish-and-chips besteld en heeft een houten pollepel nummer 3
meegekregen.
Verderop krijgen we de kans om een stukje van de route af te snijden. Bij een oud kerkje met graven uit het begin van de negentiende eeuw komen de Britten met hun hond wandelen. We krijgen nog enkele stranden onder de zolen en lopen dan Newport binnen. Onze B&B ligt weeral het verst van het wandelpad af. Even zoeken naar personeel, door een rommelige binnenkoer om tenslotte een chique stijlvolle kamer toegewezen te krijgen. We maken gebruik van alle faciliteiten: thee en koffie, een regendouche, een badjas. In de Spar verzamelen we mondvoorraad voor de koninginnentocht van morgen.
Straks de benen smeren …
Maandag 3 juni 2008 – Wandeldag 6 (Herman)
De voorbije dagen hadden wandelaars er ons voor gewaarschuwd. De laatste dagtocht is zwaar, loodzwaar. Hoge kliffen, heel steil, smalle paden. Ook ons wandelboekje spreekt van een zeer lastige tocht, “streneous”, “nowhere to get any food”, "toughest section of the entire walk”, enz.
Vanuit onze B&B dalen we terug af naar de Afon Nevern-rivier en vinden de markeringen op een bospad. Voorbij Newport Sands lopen we over een golfterrein en
dan beginnen we te klimmen. Geleidelijk. Nevelslierten laten slechts occasionele vertezichten toe. Een bord waarschuwt ons voor de grote gevaren.
150 meter hoogte halen we moeiteloos. Het hoog opgeschoten onkruid (met netels !) laat slechts nipt plaats voor onze wandelschoenen.
26 – 25 – 24, we tellen de poortjes af. Aan Witch’s Cauldron – een stapel rotsen in de zee – breekt de zon door en peuzelen we de kaas en boterhammen op.
Achter ons een poel overspand door een natuurlijke brug.
Na Ceibur Bay gaan we weer aan de klim, maar nog steeds vrij gelijklopend. We bereiken het hoogste punt (175 meter) van het hele Pembrokeshire Coast Path. Gelukkig weet de gps ons dat te vertellen want bordjes zijn hier niet te zien.
We blijven een hele tijd hoog boven de zee. We klauteren nog een paar poortjes over (6 – 5 – 4) en vragen ons af wanneer dat moeilijk stuk nu gaat komen.
Niet dus.
Na goed 20 kilometer dalen we plots af en komen terecht in de waanzinnige rommel op het erf van een boerderij. En wat verder de niet zo bijzondere afsluiting nummer 1. Gevolgd door 8 kilometer “country lane”, asfalt in grotendeels dalende lijn. Aan Poppits Sand (zandduinen) staat een onopvallende steen die het begin en einde van het kustpad aanduidt. Wat een slot in mineur !
Met oververhitte zolen slepen we ons naar de tweede verdieping van B&B Leity Tifty, met tien kamers eigenlijk meer een hotel. Een mooie kamer. En als extra pluspunt: de bushalte voor morgen ligt vlakbij.
En dan laten we de kurken knallen bij Abdul … een Indiër. Te reserveren volgens onze reisgids, maar het is maandagavond en er zit haast niemand.
En de jongen die ons bedient blijkt weer uit Bangladesh te zijn. Onze buurvrouw tracht onze taal te lokaliseren. Oh Belgium ? I know somebody in Berlin,
and somebody else in The Hague …
We klinken op de succesvolle kustwandeling en op de zere spieren. 120 kilometer zonder probleem en de laatste 8 langs asfalt moordend !
Dinsdag 4 juni 2008 – Transport day (Herman)
Een bus van Cardigan naar Newcastle Emlyn. Daar komen we terecht in een betonnen wachthokje waar moeders met schoolkinderen (in uniform) de grootste moeite hebben om aan de overkant te geraken. Na 20 minuten koukleumen (een fris windje) komt bus 460 naar Carmarthen eraan.
In Carmarthen zijn we net op tijd voor de trein naar Swansea, waar we overstappen op de trein naar Londen Paddington.
Bomalarm op Sloane Square en dus rijdt de Circle Line weeral niet. Wat is dat toch met die metro’s in Londen. De Hammersmith & City Line brengt redding. In Kings Cross stappen we naar het St-Pancrasstation, nemen afscheid van de UK bij Starbucks en schepen in op de Eurostar.
En dan nog de boemel van Brussel naar Merchtem. En het betere benenwerk naar Grootveld.
Wales ligt dus exact 2 bussen, 4 treinen en 1 metro van Opwijk. Waar het volgens de Times 26°C is. Het zal ons benieuwen ! De buitenkeuken staat alvast klaar.