
Zuid-Afrika 1998
10 november
Hoofdlampe aansteke bij digte mis.
De eerste kilometers in onze maagdelijk witte Hyundai huurwagen gaan nog wat krampachtig. Links rijden went echter wel snel, zeker omdat het stuur ook langs de "verkeerde" kant staat. In het begin ga ik nochtans een paar keer vergeefs op zoek naar de versnellingspook aan de rechterkant, en zet ik de ruitenwissers op bij het afslaan ...
Het rijden is echter ook vrij vermoeiend, omdat van de tragere chauffeurs verwacht wordt dat ze uitwijken voor de auto's die inhalen. Daarvoor is een soort smalle pechstrook voorzien, die echter ook voor parkeren, picknicken, liften en rondslenteren gebruikt wordt. Na elk inhaalmanoeuvre volgt een vast ritueel. De ene knippert met de richtingaanwijzers, de andere flasht met de grote lichten. Het wordt snel een gewoonte, waarin vooral Mireille zich bekwaamt.
Tientallen ellenlange wegenwerken houden onze snelheid laag. Na bijna 400 kilometer parkeren we de wagen in het prachtige domein van het Hazyview Protea Hotel, echt "in the middle of nowhere" (nowhere is in dit geval de provincie Mpumalanga). Na de hartelijke ontvangst krijgen we een ruime bungalow met strooien dak toegewezen. We storten ons op het avondmaal, waarna al het keukenpersoneel een Zuid-Afrikaans liedjesrepertoire ten beste komt geven. Schitterende samenzang, iedereen wordt er stil van.
11 november
Ondanks een heerlijke nachtrust ziet Mireille er nog steeds pips uit. Ze heeft een week nachtdienst achter de rug, maar ze staat toch paraat om met de auto de Blyderivierspoortcanyon te gaan verkennen. We volgen de pijlen tot God's Window, en dat levert een fraai uitzicht op over de rivier en de beboste omgeving. De "3 rondavels" zijn grote rotsen in de vorm van negerhutten, en "Bourke Luck's Potholes" grote gaten in een rotsachtige bodem waar het rivierwater speels in- en uitspoelt. Allemaal wel mooi, maar we hopen de volgende dagen toch spectaculairdere dingen te zien.
Een duik in het zwembad, een partijtje pingpong, genieten van het zonnetje en dan weer aanschuiven aan het heerlijke buffet. De vakantiestemming zit er goed in.
12 november
Vandaag staat de Belvedere Day Walk op het programma. Van aan Bourke Luck's Potholes volgen we een "voetslaanpad" in een brede lus langs de Blyderivier. Prachtige protea's - sommige knalrood - en grote termietenhopen wijzen ons de weg. De rotsen langs de zijkant van de rivier zien er erg verweerd uit. De wandeling is gemakkelijk doch door de hitte krijgen we snel dorst (en geen cafeetjes onderweg). Daar moeten we straks in het hotel iets aan doen ...
13 november
De wagen nog eens extra voltanken en dan op naar het Krugerpark. In de inkomprijs blijkt ook een prachtige kleurenbrochure begrepen met een afbeelding van de "beestjes". Eerst krijgen we nog wat instructies : maximumsnelheid 50 kilometer per uur, de dieren hebben voorrang (en olifanten zeker) en vooral nooit uitstappen. Net of we dat van plan waren ...
De aarden paden door het Krugerpark zijn loodrecht, je kan kilometers ver zien. En Mireille kan al meteen de eerste bobbejanen (bavianen) op de gevoelige plaat vastleggen. In het begin fotografeert ze ook massa's impala's, na een tijdje zijn we die dieren zo gewoon dat we er gewoon voorbijrijden. O, 't is maar een impala ... Een wrattenzwijn kruist ons pad, heeft die niet in de Lion King meegespeeld ?
Veel meer dan nog een pak impala's en waterbokken krijgen we niet meer te zien, en dus wenden we de steven naar het Honeyguide Safari Camp in Manyeleti, een privé-wildpark net buiten het Krugerpark. Het ziet er hier allemaal veel luxueuzer uit dan we verwacht hadden : onze tent is ruimer dan onze living, met een grote luifel vooraan, en heeft zelfs een aparte WC en douche ! Op onze eerste safaritocht bij het vallen van de avond zien we de eerste 5 minuten meteen al meer dieren dan in 3 uur Krugerpark : kudu's, zebra's, een nieuwsgierige giraffe, en zelfs een hyena die doodgemoedereerd de weg oversteekt. Daarna een gnoe (noemt men hier blue wildebeest), en na wat speurwerk, hoera : olifanten.
De dieren slaan helemaal geen acht op die stinkende jeep naast hen en gaan gewoon verder met het kaalplukken van de bomen.
Na de sundowner (aperitief bij zonsondergang) stuiten we nog op een stervende kleine leeuw, en dan kunnen we de beentjes strekken aan tafel in de boma. Mireille vindt de gebraden kudu maar niets, maar tot onze verbazing hebben ze hier een schitterend wijnassortiment aan de bar. De Harteberg Cabernet Sauvignon krijgt meteen een stipnotering.
We raken in gesprek met enkele Engelsen die van plan zijn om alle Engelse slagvelden te gaan bezoeken (van de strijd tegen de Boeren). Wat een idee ...
Na een heerlijk avondje krijgen we gewapende begeleiding tot aan onze tent, waarin we onder ons muskietennet Klaas Vaak helemaal niet nodig hebben.
14 november
We worden wakkergetamtamd - en ik die graag zacht ontwaak. Even later zitten we bibberend in de jeep voor een tweede game drive. We maken prachtige foto's van een hele familie leeuwen, waarvan de papa blijkbaar nog op zwier is. De beesten zijn ontzettend lui, de ene trekt eens een oog open, de andere doet niets anders dan gapen. Een derde is echt actief : hij verplaatst zich wel een meter !
Amai, dat moet zeer doen. De kleine leeuwtjes zien er schattig uit, doch ze hebben wel echt de blik van een roofdier. Iets later zien we verschillende giraffen rustig knabbelen in het struikgewas. Alleen Mireille moet wel een halve minuut rondturen vooraleer ze een giraffe opmerkt. Zijn dat onopvallende dieren ...
Na het ontbijt krijgen we vrijaf tot 2 uur. Maar nu worden we ook lui door de zinderende hitte, we vallen haast in slaap. Om 2 uur staan we echter paraat voor een bush walk onder leiding van een gewapende ranger. Maar de dieren laten zich niet zien - wat wil je bij 40° in de zon.
We moeten ons tevreden stellen met wat kudu's. Maar de avondsafari maakt veel goed : leeuwen, olifanten, giraffen, buffels, zebra's, je noemt het maar, het was er. Mireille blijft maar notities nemen in haar notaboekje. Met een leeuw op enkele meter afstand ...
15 november
Normaal gingen we nu naar het vlakbije Umfolozi neushoornpark, doch door een wijziging in het programma moeten we nu eerst bijna 800 kilometer zuidelijk naar de Drakensbergen, om vervolgens weer helemaal terug te komen naar Umfolozi.
Eerst nemen we een lekker English breakfast in Witrivier. Voorbij Ermelo zien we de hele tijd bliksemschichten in de verte. In Volksrust is het zelfs volop aan het stormen. We zien massa's papier en voorwerpen door de straten vliegen. En dan begint het ook nog hevig te regenen, met bovenop nog gigantische hagelbollen. We zien haast niets meer en toch moeten we de bergpas over.
Mireille heeft de pech om net nu het stuur in handen te hebben. Ze maneuvreert de wagen naar de kant, en komt dan plotseling een tiental centimeter lager terecht. Het water stroomt met bakken over de baan, en het begint langs onze kant ook al angstwekkende hoogten aan te nemen. Verder rijden dan maar, tot over de bergpas waar het weer dan terug begint te beteren.
Vlak na de afrit van Estcourt zien we een minibusje dat in de berm is beland. Massa's volk, en ook een takeldienst helemaal zoals Touring of VAB. In Estcourt volgen we de wegwijzers richting Giant's Castle, maar verderop is het toch weer zoeken. Door het thuisland van de Qwa Qwa rijden we langs een ongelooflijk slechte weg, onmogelijk om de vele putten ("slaggate") te vermijden, zodat we zelfs geen 40 kilometer per uur meer halen. Het begint te schemeren, en we tellen nu echt de kilometers af. Eindelijk bereiken we het Nationaal Park om 10 over 6, en gelukkig zit er nog iemand aan de slagboom. Verderop is de receptie gesloten, doch een bord aan de ingang vertelt ons dat we cottage 1 hebben. We gaan te voet op zoek in de duisternis, en vinden het huis helemaal op het einde van de rij. Het is een groot huis met 3 slaapkamers, en dus 6 bedden. Komen er vanavond nog SNP'ers slapen ?
16 november
Bij het ochtendlicht zien we dat we in een mooie stenen bungalow verblijven met zicht op de Drakensbergen. Er wordt op de keukenruit getikt : een gitzwarte dienstbode komt aanbieden om de afwas te doen en om eventueel vanavond te koken. Dit is toch nog steeds een beetje koloniaal Afrika ...
Onder een stralend blauwe lucht stippen we een wandeling op de wandelkaart aan. De naam is kernachtig : Contour - Bannerman's - Langalibalele Path. We trekken meteen bergopwaarts tussen het hoge gras. Onderweg zien we baboons en zelfs een eland (en ik die dacht dat die alleen maar in Lapland voorkwamen).
Na de prachtige tocht van ruim 5 uur installeren we ons op het terras van de bungalow, en krijgen meteen gratis een klank- en lichtspel aangeboden. Onweer is hier een frequent verschijnsel 's namiddags in de Drakensbergen. Het duurt overigens nog tot een stuk in de nacht. Onze living valt wel nogal groot uit, en doordat we geen radio of TV hebben klinkt elk geluid er nogal hol.
17 november
Na de Oema beskuit wandelen we 14 kilometer langs "World's View", maar het oogt allemaal wat minder spectaculair dan gisteren. We beklimmen een korte heuvel, steken een paar stroompjes over en volgen dan een hele tijd een pad over een plateau. Op de top van World's View krijgen we een ruim uitzicht over de omgeving, doch de wolken kondigen een nieuw onweer aan en dus trekken we maar vlug terug naar ons "hutted camp". En inderdaad, daar begint het tromgeroffel weer ...
18 november
En dan rijden we de hele weg terug naar het Umfolozi National Park, het bekende neushoornpark, voor een driedaagse wandeling met gewapende rangers door de jungle.
- "Ladies and gentleman, may I have your attention please ?"
De gameranger staat wijdbeens achter een houten tafel, gekleed in kaki broek en dito hemd. Het lijkt alsof hij uit een oude Daktari-prent is weggelopen.
- "Vooraleer we morgenvroeg drie dagen de jungle intrekken, zou ik enkele veiligheidsmaatregelen met jullie willen doornemen. Let's begin with the big five. Eerst en vooral de neushoorn. This is rhino country. Je hebt twee soorten : witte en zwarte, al heeft dat niets met de kleur te maken. De zwarte zijn levensgevaarlijk : als ze je zien vallen ze onmiddellijk aan. Het enige wat je kan doen is je achter een boom verschuilen of in een boom klimmen. Liefst hoog genoeg, want zo'n beest is wel zo-o-o groot."
Hij wijst ter hoogte van zijn kin.
- "Wacht niet op mijn teken, maar reageer onmiddellijk. Op zo'n ogenblik is het ieder voor zich ...".
De toehoorders (wijzelf met 4 Nederlanders en een Amerikaan) blijven muisstil. Toch straks nog even onze voucher nakijken of we niet in de verkeerde trail zijn terechtgekomen ...
- "De witte neushoorn is niet agressief. Het is wel een nieuwsgierig beest, dus als het ons hoort zal het zeker en vast een kijkje komen nemen. Jullie begrijpen uiteraard dat je zo'n dier best de doorgang niet verspert. Maar een witte valt dus in principe dus niet aan."
Ik neem mij alvast voor om eerst in een boom te klimmen, en dan pas te kijken om welk merk van neushoorn het gaat ...
- "De olifant, een heel destructief dier, met een enorme kracht in zijn slurf. Als je een olifant ontmoet, moet je langzaam achteruitgaan, zodat het dier voelt dat je geen bedreiging vormt".
Hoe kan mijn taille ooit een bedreiging vormen voor die extra-extra large ?
- "En niet in een boom klimmen, want met zijn slurf plukt hij je er zo uit".
Je kan maar pech hebben dat er net een zwarte neushoorn achter je aankomt en je dan het pad kruist van een olifant !
- "Vervolgens de leeuw, die vermijdt in principe de mens".
In principe. Weet die leeuw dat ook ?
- "Nooit weglopen, want dan komt het jachtinstinct van het dier boven. Stokstijf blijven staan. Ik ben gewapend, en mijn zwarte kompaan ook. Dus geen probleem, in zo'n geval schiet ik onmiddellijk ... op wie durft te vluchten."
- "Zijn er tot hiertoe nog vragen ?"
De enige vraag die bij ons opkomt is of we onze boeking nog kunnen veranderen ...
- "The buffalo, very dangerous. Kan je maar beter uit zijn buurt blijven. Very dangerous."
We beginnen stilaan een vluchtweg naar onze auto te zoeken.
- "Tot slot het luipaard. Een schuw nachtdier, daar zul je geen last van hebben."
Wij besluiten prompt met eenparigheid van stemmen om het luipaard tot onze favoriete diersoort te promoveren.
- "Mag ik jullie ook nog vragen om dit formuliertje te ondertekenen. Een verklaring waarin jullie bevestigen op de hoogte te zijn van de gevaren en de organisator dus niet verantwoordelijk kunnen stellen voor eventuele "ongevallen" ..."
En als iedereen na 4 Nescafés zijn zenuwen weer min of meer onder controle denkt te hebben, voegt de gids er nog aan toe dat we in onze tent goed moeten uitkijken voor slangen. Giftige slangen.
19 november
De volgende ochtend giet het pijpenstelen : echt geen weer om een kudu door te jagen.
Na een karig ontbijt (wat muesli) in ons base camp gaan we op stap, elk met een dagrugzakje met wat extra kleding en proviand. Het rugzakje stinkt uren in de wind ; we zullen dus alvast geen last hebben van roofdieren. Na tien minuten zijn we al zo nat als "verzopen kiekens". We lopen netjes met 9 op een rij, vooraan de blanke ranger, achteraan Zippo, de sympathieke zwarte.
Twee uur later zijn we specialist in kaka geworden. De witte neushoorn is een grazer en heeft dus een heel uitbundige, smeuiige mest. De zwarte daarentegen eet bladeren, en produceert eerder een soort boomschors. Het witte mannetje plaatst verschillende "latrines" rond zijn terrein, en de vrouwtjes poepen daarbinnen. De kaka van een buffel ziet er dan weer heel anders uit : meer de pannekoekvorm.
Na een tijdje krijgen we dan toch dieren te zien : een statige giraffe, een paar waterbokken, een nyala, en hoera, witte neushoorns. Nog een verschilpunt tussen witte (verbastering van "wilde") en zwarte neushoorns : bij de witte loopt het kleintje voor de mama, bij de zwarte erachter.
Het middagmaal komt voor onze hongerige magen als gezegend : 2 "smos" sandwiches en een appelsien. Straks vallen we flauw en moeten de gieren ons alleen nog maar oppikken.
In de namiddag kunnen we ons eindelijk in het zonnetje koesteren. Plotseling horen we olifantengetoeter. De Nederlanders dringen er bij de gids op aan om er naartoe te gaan. Ze hebben immers heel Addo Elephant Park rondgereden en geen enkele van die slurfbeesten gezien. De gids wenkt ons om te blijven staan en sluipt omzichtig rond het bosje waar vermoedelijk een hele kudde bijeenstaat. Als hij uit het gezichtsveld is verdwenen horen we plotseling vlakbij een luid getoeter - het gaat door merg en been - en wild getrappel. De Nederlanders lijkbleek ... De olifantenjacht wordt meteen afgelast.
En dan komen we aan in het bush camp. Er brandt al een aantrekkelijk kampvuur, waarrond de tenten in een wijde cirkel staan opgesteld. We testen het sanitair. De WC : een schepje. Gewoon een gat graven achter een boom ... Wij gaan ook ieder om beurt douchen : een emmer aan een katrol. Ik sta op de uitkijk om de apen weg te jagen. Het water voelt heerlijk warm aan, alleen komt er niet veel water uit de gaatjes van de emmer. Later blijkt dat er teveel zand in de emmer zat. Onder de tonen van de "beatles" installeren we ons rond het kampvuur. Geef mij toch maar liever een andere popgroep ... Ondertussen vertelt Jonathan - de Amerikaan in ons gezelschap dat hij ook graag natuurgids zou willen worden.
Een beestje rent geagiteerd rond het kampvuur, op bijtafstand van onze onderste ledematen. Het blijkt om een schorpioen te gaan. En we hebben vastgesteld dat de rits van onze tent het niet doet. Dit wordt opendeurnacht.
20 november
Bij het ontbijt zien we terug een schorpioen. Een van de Nederlanders neemt een blik en verplettert het beest (zeker is zeker denkt hij), onder de verbouwereerde ogen van Jonathan.
En wij weer weg. Weer weinig dieren te zien. Al eens een solitaire buffel, toch weer wat witte neushoorns (maar nog steeds geen zwarte) en in elke greppel is het uitkijken voor leeuwen. De gids gaat dan eerst uitgebreid wat rondzwaaien met zijn geweer vooraleer wij er ons mogen injagen. Ik tel nog eens : we zijn nog steeds met negen, dus er is nog niemand opgegeten.
Opeens zien we een grote zwerm gieren rondcirkelen boven het bos. De gids stapt er resoluut op af, en wij volgen dus. In de bomen zitten ook al lange rijen gieren te wachten. In een uitgedroogde rivierbedding vinden we uiteindelijk het lijk van een witte neushoorn. Bij onze aankomst kruipen er wel 20 gieren uit het karkas ! De gids probeert met het pennemesje van Jonathan om de horens te verwijderen, want die zijn heel gegeerd voor stropers. Ook met ons koksmes waarmee de bokes belegd worden lukt het niet (moeten wij daar straks nog mee eten ?), en dus worden de rangers opgebeld. Mireille moet alvast geen biefstuk hebben vanavond.
21 november
We trekken terug naar het base camp. De gids laat nu Zippo op kop lopen en de uitleg verstrekken. Helaas is zijn Engels zo slecht en zijn uitleg zo verward dat we er niet veel van begrijpen (al kent hij er wel meer van dan de gids). Bovendien slaat hij voortdurend dubbel van het lachen. Onderweg moeten we nog een dode vogel uit een boom knikkeren (zijn hier alleen maar dode beesten), en zonder nog veel op te letten staan we dan vlak voor het basiskamp plotseling oog in oog met moeder en kind witte neushoorn. Gelukkig valt de moeder niet aan, dit had slecht kunnen aflopen.
Het nochtans ook nogal precaire basiskamp voelt nu plotseling luxueus aan. Het kan verkeren, zei Bredero - maar is die wel al op safari geweest ?
22 november
We dachten voor dag en dauw te vertrekken, doch mis poes (of leeuw). De kok wil nog eens zijn uiterste best doen en laat ons een tijdje wachten op een "omelet met vlees" zoals de Nederlandse Renée ons komt aankondigen. We vreesden al het ergste, doch het valt erg goed mee (omelet met bacon, groenten en aardappelen). De stevige hap doet deugd na al die ontberingen.
We gooien Jonathan op de achterbank en rijden dan terug naar de beschaafde wereld. Durban tegemoet. We hebben ons doucheschuim en shampoo vergeten, wat zouden de bavianen ervan vinden. Sunlight kan hier nog gouden zaken doen. En de hyena die onze DEET in het oerwoud heeft gevonden zal ook tijdelijk geen last meer hebben van muggen en teken ...
In Durban verblijven we in het Seaboard Protea hotel, een hoog flatgebouw waar wij op de hoogste verdieping zijn gelogeerd. De wind fluit hier oorverdovend. We verkennen de Golden Mile, een mooi aangelegde pier langs een goudgeel strand. Tussen de toeristen slalommen een aantal joggers. Straks ook eens de loopschoentjes bovenhalen ?
23 november
We besluiten tot een dagje dolce far niente. De stad staat vol Indische tempels. In The Mall komen we zelfs helemaal in de kerstsfeer terecht. 's Namiddags nestelen we ons op een bankje met een boek/krant (waarin we lezen dat Europa in de vrieskou zit) met uitzicht op de surfers. En gezien de beruchte onveiligheid van de stad blijven we 's avonds in het hotel eten.
24 november
Even wat afstand overbruggen : we vliegen van Durban naar Port Elisabeth. Na de uitbundige zon van Durban komen we nu terecht in een grauw Belgisch weertje. We parkeren onze nieuwe - uiteraard witte - VW Polo aan het Edward Hotel, echt een prototype van vergane Engelse glorie. We doen pogingen om de stad te verkennen, doch het mistroostige weer jaagt ons rap weer binnen. Gelukkig valt het buffetavondmaal in het hotel reuze mee, zodat we flink doorvoed aan het tweede deel van onze vakantie kunnen beginnen.
25 november
Nog even wat mondvoorraad opslaan in de Pick'n Pay, en dan 200 kilometer langs de kust naar het Tsitsikamma National Park. We verblijven in een oceanette aan Storms River, met een prachtig terras waar de golven met hoge spectaculaire slagen tegen de rotsen aanbeuken.
We lopen een stuk van het Otter Trail, een vierdaags wandelpad waar zelfs een paar keer door het water moet gewaad worden. Wij beperken ons tot de wandeling tot aan de waterval (verderop heb je trouwens een permit nodig). Bij de start lezen we dat het "een moeilike roete is a.g.v. glyerige en rotsagtige areas. Slegs vir fikse persone." Het is inderdaad springen van rots tot rots, een glibberige karwei onder een heerlijke zon. We hoeven slechts gele otterpootjes te volgen, tot we 3 kilometer verder aan een mooie waterval aankomen waar iedereen zijn privérotsje uitzoekt om te zonnen. De terugtocht loopt een heel stuk vlotter, en dan lopen we door een veld vol gele bloemen tot aan ons terras. In het water zien we af en toe dolfijnen opduiken. De meeuwen houden ons gezelschap tijdens de apéro, waarna ik een poging tot braai onderneem, zonder hout en zonder kolen. Het wordt koude schotel vanavond ...
26 november
Twee wandelingen vandaag, weliswaar korte. Eerst de Riverbridge Walk and Viewpoint (ongeveer 4 kilometer). We wandelen over de suspension bridge, van waaruit we betoverend uitzicht over het hele nationale park krijgen. Daarna krijgen we nog een stevige klim onder de voeten, zodat we opgewarmd aan onze tweede wandeling, een combinatie van de Lourie Trail en de Blue Duiker Trail (3,7 kilometer), beginnen. Dit is echter een bravere boswandeling, waarbij Mireille er wel in slaagt om natte voeten te krijgen aan een vochtige strook in het bos.
De rest van de dag is wasdag. En dus een boekje lezen in het zonnetje terwijl de wasmachine op volle toeren draait. Maar 's avonds is het toch te koud om nog buiten te eten, en dus moeten we de toch nogal krappe oceanette intrekken.
27 november
Het is maar een boogscheut tot de Tsitsikamma Lodge. Onderweg bezoeken we nog het veelgeprezen Knysna (spreek uit : Naaisna), maar wij vinden het maar niets. We slagen er wel in om een gasbidon op de kop te tikken voor onze latere trekking naar Harkerville.
We logeren in een blokhut in het domein van de Tsitsikamma Lodge. We hebben zelfs een spa op de kamer. De eigenaar heeft veel gevoel voor humor. Naast de pijlen voor de receptie en het restaurant wordt ook aangeduid waar men met de klachten terecht kan. De pijl wijst naar de hemel.
Nog zo'n paar staaltjes vinden we in de brochure :
Die laatste vond Mireille niet zo geslaagd.
28 november
We hebben er geen goed oog in. We moeten al een hele tijd zoeken naar de start van de Harkerville Trail, een tweedaagse trekking. Eens gevonden stappen we een hele tijd bergopwaarts door een bos, onder het gekrijs van de baboons. Via een stevige afdaling komen we uiteindelijk aan een keienstrand aan. De kust ziet er heel anders uit dan aan Tsitsikamma : veel ruiger en helemaal ongerept en verlaten. Spijtig wel van al die aangespoelde rommel : flessen, een autoband, hout.
En dan moeten we langs een rotswand schuifelen, met twintig meter onder ons de afgrond. Eerst nog gezekerd door een stalen kabel, daarna zelfs niet meer. En de stukjes rots waar we met onze voeten steun op zoeken zijn haast onbestaande. En dat met onze zware rugzak. We schrammen ons voortdurend, Mireille heeft overal bloed op haar benen. Met zwetende handen en knikkende knieën halen we de eerste passage. Een stevige slok uit onze veldfles en een blik op de kaart. Onmogelijk uit te maken waar we nu precies zitten en hoe moeilijk het nog wordt. Terug kunnen we in elk geval niet meer.
Gelukkig wordt het daarna wat minder acrobatie, doch het blijft wel moeilijk en uitkijken dat we niet naar beneden donderen. Ondertussen moeten we het met lauw water stellen ... en dan zien we plotseling een vlakte, en een mountainbikepad. En na een klim zelfs een WC en een houten gebouw ... de Sinclairhut. Waar 1 man op een matras zit. Een Zuid-Afrikaan uit Port Elisabeth. De rest van de Zuid-Afrikaanse hikinggroep komt wat later toe. Ze zijn met 12, en er zijn maar 12 plaatsen ! Hoe kan dat ? Een blik op onze voucher leert ons dat we 1 dag te vroeg vertrokken zijn ...
Buiten slapen dan maar, terwijl de Afrikaners luidruchtig een waar buffet (of orgie ?) installeren. Het is nu eenmaal hun weekenduitstap.
29 november
We zijn hier dus eigenlijk illegaal, dus besluiten we om maar heel vroeg aan het tweede deel van het Harkerville kus-voetslaanpad te beginnen. Eerst weer een subliem stuk langs de ruige rotskust, in het spoor van witte geschilderde voetjes. Het blijft stevig over de rotsen gaan, maar toch minder precair dan de vorige dag. Eens terug in het bos zijn het nog verschrikkelijk lange lussen eer we beneden terug aan onze auto aankomen. Een bontgekleurde loerie vliegt net voor onze neus weg.
Normaal moesten we nog in de benedenhut overnachten (Harkerville hut) doch we zijn het wat beu en besluiten om onmiddellijk langs de Garden Route door te rijden naar het Far Hills Protea hotel, ergens tussen George en Wilderness. De zon, een aperitiefje, en de ontberingen zijn vergeten.
30 november
We willen struisvogels zien, en dus trekken we naar Oudtshoorn. Daar komen we in een ongelooflijk toeristische mallemolen terecht, waar we snel op uitgekeken zijn. Niet echt ons idee van vakantie, dus wij weer weg.
1 december
Op onze verdere doorrit naar Stellenbosch stoppen we onderweg in Hermanus, het dorp waar regelmatig walvissen gesignaleerd worden. Het is niet echt het seizoen meer, dus we hebben wel niet veel hoop om er te zien. Na ruim een uur turen over het water besluiten we maar om te picknicken ... en we worden prompt aangevallen door een grote bende meeuwen.
Na nog wat ge(verre)kijk, zeggen we foert en willen we in onze wagen stappen en dan gebeurt het. De majestueuze rug van een walvis torent plotseling boven het water uit. Ik duik naar de wagen, haal het fototoestel er uit en kan nog net een kiekje vastleggen van het gracieus zwemmende dier (later moeten we op de foto wel een pijltje bijzetten om te tonen waar de walvis is ...). Enfin, gelukt, en wij tevreden naar Stellenbosch.
2 december
De witgekalkte huisjes van Stellenbosch in Oud-Kaapse stijl geven de stad een koloniale aanblik. We stappen binnen in Oom Samie se Winkel, een rommelwinkeltje waar je zowat alles kunt vinden. Daarna lopen we ons wel wat te vervelen, gelukkig doet het heerlijke zonnetje geweldig deugd. We trekken naar Franschhoek waar we tussen de wijnranken middagmalen op het terras van The Grapevine.
In de namiddag voel ik mij wat ziek. Ik ben gebeten door een insect tijdens mijn buitenslaapsessie op de Harkerville Trail. Terwijl Mireille bij de aperitief voor de witte wijn gaat, hou ik het bij een colaatje. De ober neemt monkelend de bestelling op, en zegt dan fijntjes : "Did you go on wine tasting today ... ?"
3 december
Maar neen, die wijnproeverij doen we pas vandaag. In het domein van de Oude Libertas, waar men de Zonnebloem produceert, een van de bekendste Zuid-Afrikaanse wijnen. Aan de ingang staan ook twee ... Indiërs te wachten, die net als wij een rondleiding langs het productieproces en in de wijnkelder krijgen aangeboden. De dame die ons rondleidt vertelt ons dat ze spijt heeft dat ze ons de uitleg niet in het Afrikaans kan geven, want dat is toch haast hetzelfde als Nederlands. Bij de eigenlijke wijnproeverij staat een hele rij flessen op ons te wachten (deze namiddag terug een cola ?). En dan blijkt dat de Indiërs geen wijn lusten ...
Wij beginnen dus alleen aan de sessie. Eerst een reeks witte : Chardonnay, Sauvignon, Riesling, Blanc de Blanc. De neus van Mireille begint echter Rouge de Rouge te zien. En dan volgen enkele sublieme rode : Pinotage, de gekende blend van Zuid-Afrika (Pinot + Hermitage), Merlot, Cabernet en onze laureaat : Lauréat. Na nog een rosé, wordt alles verknoeid met nog een Baines Prickley Pear Cream, iets Bailey's-achtig, waar we niet echt wild van zijn.
We waggelen terug naar ons hotel, maar zijn in de namiddag toch voldoende fit om naar Kaapstad door te rijden. Probleem : ons hotel is van eigenaar veranderd, en die neemt onze voucher niet meer aan. We worden doorverwezen naar een viersterrenhotel (The Capetonian), waar het nog een hele tijd duurt eer we toch aanvaard worden, na het nodige getelefoneer en het obligate papierwerk.
We laten het niet aan ons hart komen en stappen onmiddellijk naar de V&A Waterfront. De havenbuurt is hier prachtig gerestaureerd tot een gezellige plaats met winkeltjes, restaurants en terrasjes. We checken onmiddellijk in aan een kleine barak voor een boottocht naar Robben Island, waar Nelson Mandela en zijn medestanders zolang vastgehouden werden. De catamaran brengt ons in geen tijd naar het eiland, waar we een rondleiding krijgen door een ex-gevangene. De toon is niet bitter, hij hoopt alleen op een betere toekomst. Overal kunnen we nog de prikkeldraad zien. We worden rondgeleid langs de cellen en op de kleine binnenkoer waar de gevangenen af en toe eens mochten rondlopen. Terwijl we op een bankje naar de gids luisteren, steelt een klein zwart jongetje de show. Hij is zich uiteraard niet bewust van de enorme geschiedenis van deze plaats.
's Avonds gaan we eten aan de V&A Waterfront, maar we komen daarna wel met de taxi terug (te gevaarlijk).
4 december
Op weg naar Kaap de Goede Hoop moeten we enorm lang zoeken naar een bord dat ons naar The Boulders kan brengen. Uiteindelijk vinden we toch een kleine aanduiding, betalen een kleine inkomprijs en staan dan oog in oog met enkele honderden pinguďns op het strand.
Enkele opzichters moeten voortdurend fluiten en roepen om toeristen weg te houden van de pinguďns. Eén pikkewyn gaat heel fotogeniek poseren, het is grappig hoe waggelend die dieren zich voortbewegen.
In Kaap die Goeie Hoop maken we de verplichte foto aan het bord dat aangeeft dat het "die mees suidwestelike punt van die vasteland van Afrika" is (wat overigens niet klopt). Het is echt de beurt afwachten tussen de vele toeristen. We trekken onze wandelschoenen aan en klimmen over de rotsen naar Cape Point, waar we een goed uur later toekomen.
Boven op het uitzichtpunt aan de vuurtoren krijgen we een fenomenaal uitzicht over de hele kaap, een prachtige kuststrook en helderblauw water. We wandelen terug naar Kaap de Goede Hoop waar we op de parking vaststellen dat het hier vol agressieve bavianen zit. We zien hoe de baboons inbreken in wagens en ijsjes uit de handen van verschrikte toeristen rukken. We zijn dan ook vlug ribbedebie.
5 december
Op naar de volgende klassieker : de Tafelberg. We zoeken ons te pletter naar het begin van het wandelpad - en zeggen dat volgens onze Lonely Planet hier honderden wandelpaden naar boven lopen ... Bij onze zoektocht komen we plots uit aan de kabelbaan, en we besluiten dan maar om alvast een kijkje boven te gaan nemen. Het zijn grote ronde cabines die voortdurend om hun as draaien zodat een panoramisch 360° zicht verzekerd is. Boven is het verrassend groen met veel fynbos. We lopen er wat rond en worden dan jaloers als we steeds maar meer wandelaars naar boven zien komen.
Wij terug met de kabelbaan naar beneden, en na veel vijven en zessen vinden we dan toch een startpunt. Aanvankelijk is het nog een geleidelijke klim, dan draaien we wat rond de berg heen, maar het slotstuk is een potige klautertocht tot boven. Na twee uur en dertig minuten ploffen we puffend boven op een terrasje neer : we made it. Agressieve dassies maken ons het leven zuur. Ze springen voortdurend op tafel. En toeristen blijven die maar broodkruimels toegooien. Keep the wild life wild !
's Avonds gaan we eens echt Belgisch eten in den Anker, een bekende pleisterplek voor alle Belgische BV's, wat trouwens te merken is aan de vele handtekeningen op de muur. De biefstuk friet smaakt voortreffelijk, de obers kunnen de namen van de trappisten en duvels nauwelijks uitspreken. Er moet wel dringend terug eens een vrachtvliegtuig naar hier komen : verschillende bieren zijn momenteel niet meer voorradig. Niet berekend op het Belgische drinktempo ?
6 december
Spijtig. Geen mooi weer voor onze laatste dag in Kaapstad. De Tafelberg heeft "zijn kleed aan" (aan het zicht onttrokken door de wolken). We brengen onze laatste dag door aan de V&A Waterfront, maar het wordt nog een tijdje koukleumen vooraleer we naar de luchthaven vertrekken.
Wat een prachtig land. Hier keren we zeker terug. Spoedig.