
Zuid-Afrika en Lesotho 2001
Maandag 12 / dinsdag 13 november 2001 (Herman)
Na 3 jaar een prettig weerzien met Zuid-Afrika.
We komen op het vliegtuig meteen in de sfeer. Een kwetterend Zuid-Afrikaans kinderkoor vliegt immers met ons mee na een week rondrit op Engelse bodem. De menu's worden rondgedeeld doch we hoeven niet te kijken. "Chicken !" wordt er immers triomfantelijk geroepen. De zitplaatsen zijn in de lengte en de breedte zo krap bemeten dat we - zelfs na enkele wijntjes - niet in slaap geraken.
We komen dan ook doodmoe in Johannesburg aan, Mireille met stekende hoofdpijn. Na een stempelsessie in ons paspoort gooien we onze bagage in de klaarstaande Nissan Almeria - een witte zoals het merendeel van de wagens hier. Het links rijden gaat wel vlotter dan 3 jaar geleden, en ook de wegenwerken van toen blijken allemaal achter de rug. Het schiet dan ook goed op langs enkele tolwegen tot Harrismith waar we geen grote supermarkt vinden, en dus trekken we nog verder door naar Ladysmith. We moeten hier terug wennen aan de (post-)koloniale gewoontes : zwarten vullen de zakjes aan de kassa's, rijden de winkelwagentjes terug, dragen de wijnflessen tot aan de auto, enz. En ik maar fooien uitdelen.
Voorbij Bergville staat er 500 kilometer op de teller en rijden we het Royal Natal National Park in de noordelijke Drakensbergen binnen. We tekenen het gastenboek en moeten dan nog over een smalle bergrichel met net genoeg plaats voor de autowielen : 2 gebetonneerde stroken in slechte staat, en voor de rest enkel modder en verraderlijke stenen. Ik slip een paar keer (owee die afgrond) maar geraak toch boven. De receptie is reeds toe doch onze sleutel hangt netjes aan een bord bij onze naam. Onze rondavel ligt helemaal boven, aan de voet van het Natalse Amfitheater. Wat een subliem zicht vanop ons terras. De rondavel is keurig ingericht, met zelfs een microgolfoven. Hadden we dat geweten ! Ondanks het gebrek aan keuze in de winkel en aan verse producten tovert Mireille toch een grootse maaltijd te voorschijn. Met een perfecte Zuid-Afrikaanse wijn ... van 17 rand (2 euro). Moet ik eens 100 flessen van kopen voor in mijn wijnkelder !
Te moe voor een avondwandeling, dus om kwart over negen naar bed.
Woensdag 14 november 2001 (Mireille)
Heerlijk geslapen, en toch nog doodmoe.
Gelukkig zorgt het zicht vanop ons bed op de schitterende groene bergen voor een extra prikkel. De douche, hoewel slechts een pover waterstraaltje, doet wonderen. Herman lijkt ook nog niet goed wakker want hij snijdt zich bij het scheren. Na het uitgebreid ontbijt in het zonnetje op het terras bestuderen we de net gekochte wandelkaart, en ja hoor, er is wandelwerk aan de winkel. Op 10 meter van ons huisje vertrekt de Tiger Falls wandeling. Hier zitten gelukkig geen tijgers, enkel bavianen kunnen onze weg kruisen. Het pad gaat op en af, met prachtige zichten op de achtergrond. Zuid-Afrika op zijn mooist ! We hoeven het fototoestel voorlopig niet op te bergen in de rugzak. Aan de tijgerwatervallen haal ik gevaarlijke toeren uit op een rots om te poseren voor een foto. Herman meteen standby om dé actiefoto van de vakantie vast te leggen, doch 't is niet voor vandaag.
Aan de Look Out rots slaan we rechtsaf over een betonnen wegje (de Queen's Causeway) dat steil naar beneden voorbij McKinley's Pook tot nog meer Cascades afdaalt. Een bordje duidt aan dat baden en wassen hier verboden is, omdat het water voor huishoudelijk gebruik dient. In de verte worden we getrakteerd op bliksemflitsen en donderslagen, klank- en lichtspel uit Lesotho. Wij blijven echter gespaard van regen. Voor we het beseffen staan we bij het Visitor's Center, waar we enkele Nederlanders horen klagen "Weeral geen dieren gezien". Ik denk er het mijne van : "Gelukkig geen bavianen tegengekomen".
Vanop ons terras zien we plotseling hoe enkele tarentaals (een lokale hoendersoort) in onze richting komen gespurt. Iets later merken we waarom. Een twintigtal bavianen trekken rond onze rondavel en bezetten de auto van onze overbuurman. Zonder schroom laten ze zich naar beneden glijden langs de motorkap of hangen ze aan de antenne. Het worden echte jachttaferelen : met handgeklap trachten we ze uit de omgeving van onze auto te houden. En nu moet de auto van onze buurman het ontgelden.
Het vuur van de braai raakt wat moeilijk op gang, dat van de overbuur ziet er spectaculairder uit. Doch een uur later zit Herman heerlijk steak te draaien, de overbuur heeft nog steeds vlammetjes. Nooit te vroeg lachen ...
Donderdag 15 november 2001 (Herman)
Om kwart over zes word ik gewekt door een luide schreeuw van onder de vensterbank. Ik spring meteen het bed uit en spurt naar buiten. Iets verder zit een groepje bavianen luidruchtig op en neer te wippen op de laadbak van een pick-up truck. Pootafdrukken op onze wagen markeren de route die ze gevolgd hebben ...
Bij het ontbijt houden de wolkjes het snel voor bekeken en krijgen we een mooi lentezonnetje geserveerd. Om half negen zijn we dan ook "en route" naar de gorge, aan de voet van het Amfitheater. We duiken naar de Tugela-rivier en klimmen dan geleidelijk tot voorbij de Policeman's Helmeth. De gelijkenis is treffend, streng aangezicht met snor inbegrepen. We blijven hoog boven de rivier slalommen, en passeren talloze protea's en andere kleurrijke bloemen.
Na zowat twee uur wandelen, hier en daar door een toefje bos of over een waterloopje, komen we tussen twee basalten rotswanden die steeds dichter naar mekaar toeschuiven. En dan dalen we plots af naar de kolkende rivier, waar we volgens het wandelboekje drie maal moeten oversteken alvorens een ladder te beklimmen. Bij de eerste oversteekplaats zoeken we ons suf naar een doorwaadbaar plaatsje. Na ons komen enkele andere wandelparen toe die allemaal een even afwachtende houding aannemen. Wie probeert het eerst ? Uiteindelijk geraken er toch enkelen over, met natte schoenen, sommigen ook op blote voeten. Na een tijdje slaag ik er ook in om de andere oever te bereiken. Mireille trekt daarop haar wandelschoenen uit, gooit ze me toe ... en plonst middenin pardoes in het water.
Iets verder moeten we weer de rivier over, doch hier stroomt de rivier nog sneller en zijn er nauwelijks nog stenen als steun. Geen spek voor onze bek, hier houden we het voor bekeken. Op de terugweg komen we nog massa's wandelaars tegen ; benieuwd hoeveel er voorbij de rivier geraken. Nog een bokes-stop en dan kunnen we ons languit op het terras neervlijen ... maar na tien minuten is de zon foetsie. Wat later wordt het pikkedonker en krijgen we regen, windvlagen en een stevig onweer over onze lodge heen. Dan maar geen braai, gelukkig hebben we nog eieren in huis.
Parmantig stappen er twee tarentaals over ons terras - die zouden ook beter eens wat eieren leggen !
Vrijdag 16 november 2001 (Herman)
Regen. Mist. Niets meer te zien van het Amfitheater.
Bof, dit wordt een grijze dag.
Ons doel vandaag : Lesotho, een onafhankelijk koninkrijk dat als een enclave middenin Zuid-Afrika ligt. Vermits we weinig luxe verwachten, stoppen we nog even aan een Spar in Ladybrand om nog wat mondvoorraad in te slaan.
Aan de grenspost staat er een behoorlijke file. Een stempeltje later (tot binnenkort, Zuid-Afrika) rijden we voorbij een slagboom op een parking. Een jongetje gaat meteen een parkeerticket voor ons halen (fooi nummer 1 in Lesotho) terwijl we zelf aanschuiven aan het immigratieloket. Ook hier wordt zonder veel poespas een stempel bijgevoegd in ons paspoort, maar twee slagbomen verder wordt onze pasfoto toch nog eens uitgebreid vergeleken met ons huidig voorkomen, door een dame ... in verpleegsterstenue. De afwijking valt mee, want daar gaat de slagboom omhoog, en joep, wij zijn in Lesotho.
Onder een druilerige regen zien we overal miserabele houten barakken met golfplaten daken, en hier en daar een lemen hut. Tot mijn verbazing vallen de macadamwegen goed mee. Er is ook weinig verkeer, maar wel veel schoolkinderen langs de baan. De laatste zeven kilometer langs een "dirt road" worden echter een helse beproeving. We doen er in totaal 55 minuten over ! Een modderbrij, dwars door een veld, met hier en daar wat grote stenen, meer stelt het niet voor. De auto hotsebotst en glijdt van links naar rechts, waarbij grote putten niet kunnen vermeden worden. En ik voel er niets voor om in de overspoelde akkers rondom ons vast te geraken. Een paar keer passeert ons een 4x4, en dan komen we op de top van een pas, "Gates of Paradise" genaamd. Kon Petrus geen gemakkelijkere locatie voor de hemel vinden ... ?
Na nog drie kilometer afzien staan we plotseling voor een modderige paardenstal - hebben we onze lodge ergens gemist ? Een jongetje wenkt ons echter om door de poort te rijden, en langs een zompig erf en tussen gigantische plassen zien we een hele reeks rondavels staan.
Mick heet ons welkom in de Malealea Lodge, en neemt ons mee naar onze hut. We openen de deur ... en staan in de WC. Foutje van de architect ?
De kamer ziet er heel eenvoudig uit, met een boekenkast vol met beduimelde kook- en schoolboeken. Het blijft ondertussen aanhoudend regenen. Mick vertelt ons dat dit al vijf dagen duurt.
's Avonds worden we opgewarmd door het lokale Basotho-jeugdkoor. Na afloop komt elk kind iedereen persoonlijk de hand schudden ... Het avondmaal - een grote T-bonesteak (oei, is dat niet verboden ?), een lokale pap (Mireille slaagt er niet in om dit over te slaan), een groentemengeling en een kokostoetje - laten ons de regen bijna vergeten.
Zaterdag 17 november 2001 (Mireille)
Mijn verkoudheid speelt me serieus parten, dus slecht geslapen en Herman mee wakker gehouden. We gaan naar de ontbijtzaal zien, maar deze is erg vol en bedompt. Dus picknicken we buiten. Het regent toch niet meer en de zon laat zich zien.
En dan is het tijd om eens op verkenning te gaan, te beginnen met de winkel en de craft shop. Uit het wandelaanbod kiezen we vervolgens de Batsoela-waterval uit. Maar we lopen niet lang alleen. Twee jongens begeleiden ons : David en Joseph. Ze spreken uitstekend Engels. Ze zijn beiden 12 jaar en gaan volgend jaar naar de High School. Ze zijn sjofel gekleed : David met een gescheurde broek, Joseph op blote voeten. Waarmee hij behendig door de modder ploetert. Onderweg tonen ze hun huidig schooltje, waar vooraan in de klas een wereldkaart hangt. Naast Sesotho en Engels krijgen ze nog 8 andere vakken onderwezen.
Het landschap is fenomenaal : we wanen ons ergens in de Schotse Highlands. Glooiende valleien, bergen op de achtergrond, overal herders met schapen, vrij rondgrazende koeien en paarden. We komen aan een "museum", een rondavel waar we uitleg krijgen over het bouwen van zo'n lemen hutje. De bouw duurt zo'n twee maand, waarbij takken, stro, modder en koeien- en paardenmest gebruikt worden. Na de obligate thee en een rondleiding door zijn "kruidentuin" zijn we anderhalf uur verder ...
En dan zetten we onze wandeltocht verder. Recht een steile helling af, over glibberige rotsplaten. En dan recht door de velden tussen de koeien, paarden, schapen en geiten. Nu lopen we ook al zoals een groot deel van de Afrikaanse bevolking in het niets naar het niets. Eerst moeten we een smal beekje kruisen, maar wat later staan we aan een brede rivier met een sterke stroomversnelling. Joseph demonstreert hoe we de rivier moeten overgeraken : acrobatie over een smalle boomstam. Ik heb aan 1 natte douche deze week genoeg, en dus keren we met onze gidsen op onze schreden terug. Herman gunt hen een blik door de verrekijker, doch ze vinden het veel prettiger om ver te kijken dan dichtbij ! Als Herman hun fooi afrekent, duiken ze meteen het winkeltje binnen.
Eenmaal terug in de Lodge verhuizen we naar een veel mooiere rondavel. Er schuiven ondertussen steeds meer wolken voor de zon, en na een soepje rest ons dan ook niets anders dan vijf uur te koukleumen ...
Voor mij is wat meer actie welkom, of anders snikheet weer !
Maar ik hoor de donderslagen al.
Zondag 18 november 2001 (Herman)
Zalig lang in bed blijven liggen, en dan nog de restanten van het ontbijt van de lodge oppeuzelen. Tijdens een partijtje pingpong spreken we af met een lokale jongen om naar 3 rotsschilderingen te wandelen. Op het afgesproken uur zien we veel gidsen, maar niet de jongeman.
Mick komt meteen tussenbeide, en vertelt ons dat het misschien een "piraat" gids was. Iedereen heeft immers een beurtrol waar elkeen zich dient aan te houden. Onze "gids" komt iets later rustig aangewandeld en duidt meteen iemand anders aan als onze begeleider. Een beetje complex voor toeristen !
Onze gids heet Moshoeshoe, de schrijfwijze is simpeler dan de uitspraak. Hij heeft een veel te lange broek aan en een kleefpleister onder zijn oog. We trekken meteen door de velden, waar we vriendelijk begroet worden door dorpsbewoners en toegewuifd door kinderen. Via een heel glibberige en steile afdaling over rotsplaten komen we uiteindelijk aan de eerste rotsschilderingen. Egaal rood, een paar mannetjes (jagers) en wat elanden. Nogal onopvallend, we waren er haast voorbijgelopen. Ook de 2 andere rock paintings zijn niet duidelijk zichtbaar en nog moeilijker om te ontwarren. Nog meer jagers, maar nu ook vissen.
Na stevig klimwerk staan we terug aan de lodge. We bedanken Moshoeshoe en kopen een popje en een stenen rondaveltje in de craft shop. Ditmaal hebben we geluk : de zon schijnt en dus kunnen we buiten wat relaxen. Het valt ons op dat iedereen hier maar wat zit rond te lummelen. Een lokale vrouw die de kamers kuist roept telkens "knock knock" voor ze binnen gaat ...
Enkele pauwen zorgen voor de enige achtergrondgeluiden. Ik laat de (verschrikkelijk vuile) wagen wassen voor het equivalent van amper 1 euro. Wat later komt de jongen me fier halen om het verbluffende resultaat te tonen. Tijdens onze pingpongwedstrijd begint het terug stevig te regenen, maar het houdt al snel op en de temperatuur valt ditmaal mee. Het koor en het orkest treden ditmaal buiten op, er kijken dubbel zoveel zwartjes dan blanke toeristen.
Bij het avondmaal blijkt de lekkere rode Nederburg op, we krijgen als alternatief een doodsimpele huiswijn met metalen schroefdop. Wat later blijkt de rode wijn zelfs helemaal op, want iedereen verschijnt met een dikbuikige fles witte wijn. En om negen uur liggen we al in bed ...
Maandag 19 november 2001 (Herman)
't Is koud in Lesotho, en het ziet er weer regenachtig uit. We slaan dan ook de landkaart open, en besluiten om niet naar het geplande Golden Gate Highlands National Park te trekken, maar naar de warmere Karoo. Bellen om te reserveren kunnen we nog niet, want er is geen telefoon in Lesotho, en de GSM doet het ook niet.
We nemen afscheid van Mick, en wat later rijden we weer tussen schrijnende beelden van armoedige hutten, verkleumde inwoners die warmte zoeken onder hun Basotho-deken, Basotho-ruiters die er net als Winnetou uitzien. Western-omgeving incluis.
Als we aan de kleine grensovergang van Van Rooyen's Gate aankomen, breken de hemelsluizen open. We schuiven als enige toerist tussen de lokale inwoners aan voor ons geruststellend stempeltje, en spurten terug de wagen in. Dag Lesotho !
Voorbij Wepener komen we in een helse storm terecht. Gedurende een half uur zien we nauwelijks nog een hand voor de ogen. Langs de zijkant zien we hoe de weiden allemaal overstroomd zijn - het regent hier al meer dan een maand.
In Rouxville moeten we naar links, gelukkig want rechts is de baan afgesloten wegens volledig overstroomd. Het weer evolueert hier wel snel, nog een half uur later zien we een heerlijk zonnetje aan de horizon verschijnen.
In Cradock moeten we even zoeken naar het Cradock Spa Resort, doch de blik van 3 springbokjes die in de wei achter ons huisje staan maken de inspanning van de 500 helse kilometers meer dan goed.
Nog een Zonnebloem Pinotage en een boerewors op de braai ...
Dinsdag 20 november 2001 (Herman)
Mountain Zebra National Park. Een klein maar schitterend reservaat waarin de bijna uitgeroeide bergkwagga's (bergzebra's) nu aan een snel herstel toe zijn. Wat een prachtige natuur : heuvelruggen met veel groen, golvende paden, en oef : een lekker weertje.
We nemen eerst de korte game drive - Rooiplaat (13 km) - en hopla rechts ligt reeds een rood hartenbeest uit te puffen, terwijl er links een komt aangespurt. Mireille is zo verrast dat ze het fototoestel pas in de aanslag heeft als het beest al terug het groen is ingecrost. Verderop zien we kuddes springbokken, een eenzame koedoe, en blesbokken, of nee duikers, of nee bontebokken. De Lonely Planet wordt er bij gehaald, 't zijn toch blesbokken. De meest fotogenieke beesten zijn de rode hartenbeesten, die zitten meestal langs de rand van de weg wat na te kauwen, en kijken steevast parmantig in de camera. De overige dieren zijn wat schuwer, de springbokken tonen zich hun naam waardig. En dan zien we de eerste Kaapse bergzebra's. Weer pech voor Mireille, weeral langs mijn kant. Uiteindelijk zien we er onverhoopt een twintigtal.
Na een middagmaal in het restaurant proberen we de langere toer (Kranskop), doch die valt tegen. Wel sportief rijden over moeilijk terrein (met wel een snelheidsbeperking tot 20 kilometer per uur), maar geen fauna.
Dan maar terug de eerste toer proberen, en weer zien we een pak dieren : springbokken, blesbokken, zebra's, de onvermijdelijke rooihartebees, koedoes, zelfs blouapen. De hele tijd blijft een grote hardnekkige wolk wel zonnig weer tegenhouden. Gelukkig valt de temperatuur mee, en kunnen we 's avonds weer lekker braaien.
Dit wordt een gewoonte ...
Woensdag 21 november 2001 (Herman)
Het is maar een boogscheut van 140 kilometer van Cradock naar Graaff-Reinet, een peulschil in dit gigantische land. Graaff-Reinet ziet er fraai uit : witgekalkte huisjes tussen het paars van de jacaranda's. De Nederlands-hervormde kerk met de spitse toren lijkt wat scheef te staan, misschien ligt het wel aan het wegdek. Karoo Holiday Park waarin we een huisje hebben gereserveerd lijkt wel een versterkte vesting. Het duurt dan ook een tijd eer we de receptie bereiken.
En wat een luxe : we krijgen een huisje voor 6 personen toegewezen. Een rijtjeshuis dat smaakvol is ingericht : een "blue room", een "pink room", een "double bed room", een ruim salon en een piekfijn ingerichte keuken. Via een klapdeur komen we in de tuin met gazon en wild opgeschoten geraniums. De eigenares toont ons ook het kleine maar gezellig ogende zwembad.
Een verkenning van Graaff-Reinet roept mij beelden op van Stellenbosch 3 jaar geleden : brede lanen vol bomen en de pittoreske witte huisjes. Het onderkomen van de achttiende-eeuwse landdrost van Graaff-Reinet is mooi gerestaureerd en vormt een ware blikvanger in het stadje. Daarachter liggen de vroegere arbeidershuisjes, nu een onderkomen voor toeristen (toen ik belde waren ze helaas volzet). De gevels zijn allemaal in verschillende pasteltinten geverfd. Het lijkt wel een begijnhof.
Mireille onderneemt een zoektocht naar een pot choco voor bij het ontbijt, maar ondanks een Spar en een Shoprite vergeefs. We nestelen ons op onze zonovergoten weide, doch na vijven moeten we het onderspit delven tegen de niet aflatende muggen.
En 's avonds komen er "helikoptertjes" (exacte naam op te zoeken in het vliegenboek van Zuid-Afrika) onze koude schotel verstoren. We jagen ze weg, want er staat geen vlees op het menu ...
Donderdag 22 november 2001 (Herman)
Geen wolk te zien vandaag. Bloedheet. We zijn dan ook in topvorm, ondanks de muggenbeten. We rijden de stad uit, naar de Valley of Desolation.
Een steile maar geasfalteerde weg brengt ons eerst naar een uitzichtpunt waar een oriëntatietafel ons wegwijs maakt in de namen van de omringende bergen. We hebben een mooie uitkijk op de dolorieten zuilen, het lijkt wel een onderdeel van Monument Valley. Verderop kunnen we een stukje aan de wandel, langs de rand van de rotsen. "Moenie eens daaraan denk om stene te gooi nie" staat er te lezen. Onderweg kunnen we er nog een lus van anderhalve kilometer aan toevoegen, langs een rotsig en stenig pad tussen struikgewas. We ontdekken enkele fotogenieke cactussen die hun oranje bloemenpracht fier naar de zon toe keren.
Vervolgens rijden we naar de game viewing area van het Karoo Nature Reserve, waar we ons aan een onbemande post in een register moeten inschrijven. Het is hier al drie dagen geleden dat hier nog iemand langskwam ... Honderd meter verder begrijpen we waarom, als we voor een overstroomde weg komen te staan. Ik stap nog uit om de diepte te peilen, doch zak weg in de modder. Terugkeren dan maar.
Ook de start van de Eerstefontein Trail kunnen we niet lokaliseren. Over een precair rotspad vermijden we nipt een lekke band, en dus rijden we terug naar ons huisje voor overleg. De middagboterhammetjes, en vooral de kaart van de eigenares, brengen raad en we begeven ons terug naar de Berg-en-Dalwijk waar we inderdaad enkele opschriften aan een hek ontdekken. Er wordt aangegeven dat we verplicht onze naam in een register moeten noteren in een bak ... maar die is nergens te vinden. We gaan dan maar als vrijbuiters op pad in de zwoele hitte. We kunnen kiezen voor 5, 11 of 14 kilometer; gezien het woestijnklimaat lijkt ons de kortste afstand reeds uitdagend genoeg. Te voet zien we uiteraard minder wild, toch springen er een aantal keer blesbokken, rode hartebeesten en springbokken wat dieper het struikgewas in.
De Spandauberg-kop blijft ons de hele tijd glimlachend aankijken, Jannetje Maan is al vroeg op post. Een aap spurt snel de bomen in, een flink uit de kluiten gewassen landschildpad knipoogt naar de camera. We bereiken de haast uitgedroogde rivier en keren dan op onze stappen terug.
Het koel Castle-biertje op het terras brengt redding ...
Vrijdag 23 november 2001 (Mireille)
Vandaag staat er een lange autorit op het programma. We doorkruisen de Karoo om naar Kimberley in de Noordkaap te gaan. Lange tijd rijden we tussen de bergen met tussenin de karakteristieke windmolentjes. Vlak bij Middelburg zien we dat ze zelfs als in alle mogelijke formaten te koop worden aangeboden als souvenir. We passeren vervolgens plaatsjes als Hannover en Hopetown. Halverwege stoppen we aan een van de schaarse picknickplaatsen. De wind blaast hier verschrikkelijk. Onze kopjes waaien onmiddellijk van tafel. Maar desondanks smaken de bokes met kaas en tomaat overheerlijk. Herman propt zich vol met Ouma-beschuit.
En dan maar weer verder langs eenzame wegen, waar een tegenligger een zeldzaamheid is. Vanaf Hopetown verandert het landschap helemaal : groene dorre struiken met rode termietenheuvels, een heel kleurrijk landschap onder een blauwe hemel met witte geïsoleerde wolkjes.
Na 5 uur blik op oneindig rijden we Kimberley binnen. Hier gaan we direct door naar de Big Hole en het mijnmuseum. De Big Hole is de grootste met mensenhanden uitgegraven put, zo'n 800 meter diep. Slechts een gedeelte is echter zichtbaar, drie kwart is immers ondergelopen met water. De diamantkoorts heeft hier lelijk huisgehouden : hier waren zo maar eventjes 30.000 mensen tegelijkertijd aan het werk, ieder op hun claim van enkele vierkante meter ! En allen als gek bezig met spitten en zeven ...
Naast de krater bevindt zich een nagebouwd dorp dat als openluchtmuseum fungeert. De winkels komen levensecht over : schoenwinkels met dozen die tot aan het plafond zijn opgestapeld, een pandjeshuis, een horlogemaker, een drukkerij, een bank, diamanthandelaars, enkele kroegen, een kerk, en zo meer. En dat inclusief de "bewoners" en de bijpassende muziek, geluiden en ... mottenballengeur. Rondom rijdt een trammetje, en we zien ook een trein met chique gedekte tafels. Grappig : op een bord van het toeristenrestaurant lezen we dat ze ontbijt, lunch en ... steak serveren. Vegetariërs overbodig om zich aan te melden.
We krijgen een prettige kamer met salonnetje toegewezen in het Protea-hotel in Kimberley. We lopen terug het dorp in, maar tot onze verbazing zijn de overvolle straten van daarnet nu plotseling totaal verlaten. De winkels zijn allemaal gesloten, en het is pas half zes. Alleen aan de Shoprite is het nog een drukte van jewelste. Het is vrijdagavond en iedereen wil nog zijn ultieme boodschappen voor het weekend doen. Sommige rijen zitten gewoon muurvast. En daar staan wij tussen met ons pakje Alpenmuesli ...
's Avonds dineren we gezellig buiten bij Mario's, een goed aangeschreven Italiaan. Het is nog steeds zwoel. Olielamp op tafel, heerlijk eten, lekkere wijn - een droom.
En we genieten nog na op het groot terras van het Protea-hotel. Het is er verlaten, niemand vraagt ons wat, wij zijn alleen met ons leesboekje onder een mooie sterrenhemel.
Zaterdag 24 november 2001 (Mireille)
Hé, voor de eerste keer een Zuid-Afrikaans ontbijtbuffet. We doen ons tegoed aan het fruitsap, muesli, cornflakes, fried eggs "cooked to perfection", toast met marmalade. Reserve in ons buikje voor de hele dag.
En dan weer op weg langs ellenlange verlaten wegen. Onderweg zien we de reusachtige nesten van de republikeinwever, echte appartementen. Enkele malen kruisen we de Oranjerivier, die wel nog snel stroomt maar niet meer zo kolkend als enkele dagen geleden in Oranje Vrijstaat. Een laatste oversteek van de rivier en daar is Upington. Even een zoektocht naar het Manor Guesthouse. Wat een hitte, zet hier eens een deur open. We komen in een schitterende kamer in onvervalste Engelse stijl terecht. Alles heel verzorgd, tot rozijntjes in cellofaanzakjes op het bed toe.
Eerst gaan we wanhopig op zoek naar drank, maar alles blijkt al gesloten (en dat op zaterdagnamiddag !). Of toch niet alles : we vinden nog een Kwikspar open waar we meteen de koelkast zowat plunderen. De rest van de middag bewegen we niet meer. We nestelen ons achteraan in de tuin, naast de Oranjerivier, onder een peulvruchtenboom, in het gezelschap van 2 grote honden. Het is snikheet, een reisverslag schrijven is zowat de hoogst mogelijke inspanning. De eigenaar zit uitgebreid te braaien in de tuin, terwijl zijn twee honden vechten voor een been. Hij is enorm verbaasd als hij Herman een Zuid-Afrikaanse krant ("Volksblad") ziet lezen - dat men in België een taal spreekt die verwant is aan het Afrikaans is hem totaal onbekend. Vanaf nu spreekt hij ons nog enkel in het Afrikaans toe ... Hij verwittigt ons dat het eten in het restaurant - waar hij de chef-kok is - heel lekker en baaie veel is. De struisvogel met peperroomsaus valt uiteindelijk goed mee, maar zo super is het allemaal nu ook weer niet. De eigenaar-chef-kok komt zich achteraf nog eens persoonlijk van vergewissen of de maaltijd naar wens was. Hij blijft maar Afrikaans tegen ons tateren ...
Zondag 25 november 2001 (Herman)
Wat een gigantisch ontbijt krijgen we op het terras onder de druivelaar geserveerd. Twee tafels vol lekkers ... en dat voor ons alleen. En net als we tot het besluit komen dat we er zelfs geen twintigste van op kunnen, brengt men ons spek met eieren. Een van de twee honden komt meteen aan onze voeten liggen.
Wanneer we willen uitchecken zijn alleen de twee zwarte werkvrouwen in de keuken bezig. Een van hen belt meteen de eigenaar op, en krijgt te horen dat ze cash betalingen zelf mag afhandelen. Een aandoenlijk tafereel : vol schrik om fouten te maken herleest ze de factuur vier keer, telt de biljetten enkele keren na, kijkt me dan wanhopig aan en is dan toch gerustgesteld als ik voorstel om mijn handtekening en mijn GSM-nummer op de factuur bij te plaatsen. Bij het vertrek kijken ze verrast op als we hen een hand geven ...
De honden spurten met ons mee naar de wagen, en ze blijven ons triest nastaren van in het midden van de straat als we wegrijden.
260 kilometer verder hobbelen we over een stoffige weg het Kgalagadi Transfrontier National Park binnen, in mensentaal het Kalahari Gemsbok National Park. Bij het inchecken moet ik meteen al mijn vuurwapens afgeven ...
Op het terras van onze bungalow worden we meteen belaagd door opdringerige meerkatten en vogels. Een klein vogeltje komt zelfs kruimels oppikken vlak naast de voeten van Mireille. Wegjagen helpt nauwelijks - ziehier het resultaat van wat domme toeristen kunnen aanrichten met kruimeltjes te gooien.
Pech : de avondsafari wordt geschrapt wegens te weinig deelnemers. Snel dan maar zelf de auto in. Een heel ritueel : eerst de permit gaan halen aan de "ontvangs", en vertellen waar je naartoe gaat (zodat ze je resten kunnen komen bijeenschrapen als je opgegeten wordt door een leeuw). "Naar rechts" leek hen een heel plausibele uitleg.
Onder een druilerig wolkendek (ik had me de Kalahari nooit zo voorgesteld) rijden we langs de uitgedroogde Nossob-rivier. Maar de dieren hebben er geen zin in. Behalve wat verdwaalde gnoes krijgen we niets te zien. Drie keer niets. Nog zelfs geen tarentaal. Laat staan een gewone ...
Maandag 26 november 2001 (Herman)
Ha. Eindelijk een Kalahari zoals het hoort. Stralende zon. Bloedheet. En wij terug op safari richting Mata Mata-kamp. En ditmaal kan Mireille heel wat dieren aanduiden in haar Travel Guide.
Grote kudden gnoes. Gracieuze springbokken, soms grote groepen, soms alleen. Plotseling duikt er een gemsbok op, de spitse horens fier naar de hemel gericht. Later zien we er nog tientallen, verscholen onder de bomen of grazend tussen het schaarse groen. En Mireille stipt verder aan. Jakhalzen, die altijd net wegspringen als het fototoestel klikt. Meerkatten spurten over de weg of blijven als versteend voor de auto staan. Een uil, een secretarisvogel (het bovenste deel van zijn poten zijn zwart, zodat het lijkt alsof hij een broek aan heeft), een bateleur, die uiteindelijk door een kudde gnoes verjaagd wordt. Valken, korhanen, vinken en de kori bustard; Mireille blijft maar kruisjes zetten. En hier en daar een grote toef zwart tussen de acacia's : struisvogels.
Op de picknickplaats mogen we uit de wagen ... maar wel op eigen risico. Het is hier inderdaad niet omheind, hopelijk blijven de leeuwen op afstand. Een Duitse toeriste geeft weer het slechte voorbeeld met kruimels te gooien voor een grote zwarte vogel die al een hele tijd een hels kabaal maakt.
In Mata Mata lezen we op een bord aan de infobalie dat het vandaag 39° C is ! We zijn nog maar halfweg en al doodmoe : 120 kilometer hotsebotsen en voortdurend de horizon afturen is nogal inspannend. Een koel drankje en de airco in de wagen doen wonderen, en na een rit met opvallend minder dieren komen we bestoft (vooral de auto) terug toe in onze thuisbasis "Twee Rivieren".
Waar de meerkatten en de vogels al hongerig zitten te wachten.
Dinsdag 27 november 2001 (Mireille)
Deze keer hebben we de nacht in een koele kamer. De airco maakt hier wel constant een hels lawaai. En geen enkele knop te vinden om dat ding te regelen of af te zetten.
's Morgens genieten we voor de laatste keer van het uitzicht over de Kalahari. En bij het ontbijt zien we zelfs geen enkele meerkat, alleen één hardnekkig vogeltje. In Upington lopen we nog even de Shoprite binnen en rijden dan in één trek door naar de Augrabies watervallen. Niet te geloven, maar de weg naar het National Park is helemaal geasfalteerd …
Als we de auto verlaten is het snikheet en ik verga van de dorst. Dus schrijven we ons snel eerst in, en slaan dan meteen enkele Castle-biertjes achterover. We krijgen huisje 57 toegewezen, met subliem uitzicht op de omgeving : een hoop gigantische rotsen, die achteloos bij elkaar lijken gegooid. En daartussen een diepe canyon, waarin de Oranjerivier zich met bulderend geraas 75 meter naar beneden stort. Waar het water de bodem raakt, stijgt een enorme mist aan waterdamp omhoog. Langs de canyon is een lange reeks viewpoints, beveiligd door stalen hekken, afgezet. Van een geleidelijk zicht op de Oranjerivier komen we steeds dichter bij de bulderende waterval, tot we er finaal bijna bovenop staan. We zien overal opspattend water en verschillende regenbogen tegen de rotsen.
Na een uurtje wandelen staan we terug aan huisnummer 57 en drinken we anderhalve liter water in anderhalve teug uit. We zweten ons te pletter en dus gaan we een duik nemen in het zwembad. Jammer van de blaren die erin drijven.
Daarna doen we de wandeling nog 2 keer over ; de laatste keer in het maanlicht. Schitterend !
Woensdag 28 november 2001 (Mireille)
Bloedheet !
Veel te warm om in de zon te ontbijten, dus verschuiven we de tafel en stoelen naar een schaduwplekje.
En dan op weg naar de scenic drive. Onze eerste halte is Moon Rock. Een kale rotsklomp (doet ons een beetje denken aan Ayers Rock). De wind waait hier verschrikkelijk. Van boven valt het maanlandschap nog meer op. Vervolgens rijden we verder naar Ararat. Om in te lijsten : de Oranjerivier, de canyon, de rotsen en omliggende bergtopjes. Een plaats om even stil van te genieten, maar er is jammer genoeg geen enkele beschutting tegen de zon, en bovendien zijn de rotsen gloeiend heet.
Oranjekom iets verderop stelt weinig voor, het is eerder een overdekte picknickplaats voor de hikers van het Klipspringer Trail. Eggohoek heeft meer te bieden, hoewel we er geen echo horen. Hier daalt het pad af naar de Oranjerivier, maar net voor het einde wordt ons de toegang versperd. Bij de laatste stopplaats – Fonteintje – ontgaat ons de bedoeling. Het enige wat we zien is een uitgedroogde rivierbedding en een groot kruis. Intussen is het al 2 uur en dus duiken we het zelfbedieningsrestaurant binnen en bestellen ham-cheese-and-tomato-sandwiches met frietjes.
De rest van de namiddag is het te heet om te bewegen, dus luieren we als echte Garfields op het terras. De enige actie die we nog ondernemen is water uit de frigo halen.
En van zodra de hitte terug wat draaglijk wordt, de auto wassen. Zien we eindelijk terug de witte kleur.
Donderdag 29 november 2001 (Herman)
Vroeg uit de veren, want vandaag hebben we een helse afstand af te leggen naar de Cederbergen. Maar alles is relatief : als ik om zes uur mijn tweede oog opentrek en uit het raam kijk, zie ik nog net hoe de buren hun reiskoffer de auto induwen en vertrekken.
De eerste 600 kilometer gaan vrij vlot. We zien hoe de picknickterreinen langs de baan evolueren van basic (verroeste vuilnisbak) over middenklasse (groen geschilderde vuilnisbak) tot luxe (tafels en stoelen) en super-de-luxe (overdekt). Na een winkelsessie in Clanwilliam, waar Mireille zich verheugt in het toenemende aanbod aan verse groenten, steken we een pas over waar we voor het eerst met veel (vracht)verkeer geconfronteerd worden.
En dan slaan we de zoveelste dirt road in richting Cederbergen. We spoeden ons (nou ja …) naar het hek van Algeria, dat om half vijf sluit. We komen net op tijd toe, doch een ranger vertelt ons dat we 27 kilometer verder moeten zijn, in Sanddrif, dat gelukkig nog een hele tijd open is. Na nog maar eens een hobbeluurtje parkeren we onze wagen aan de boerderij van Dwarsrivier, waar we begroet worden door een hele groep honden van diverse formaten, gaande van piepklein tot immens groot. We geven de dame achter de balie heel wat werk : de creditcardverbinding is uitgevallen en dus moet ze een telefonische autorisatie aanvragen. Bovendien vragen we lakens (niet voorzien in het huisje), waarop de dame een paar keer buitenspurt om ons achtereenvolgens lakens, kussens, een sprei, WC-papier, een spons en afwasproduct in de handen duwt.
Ons huisje “Protea hoogte 1” vergt nog heel wat speurwerk, doch al snel genieten we op ons terras van het zicht op de omringende bergketen. Er blijken maar 2 andere huisjes bezet, waar ook al lustig gebraaid wordt. Als zijn de systemen verschillend : wij hebben een ingemetselde barbecue, beneden ons moeten ze het stellen met een soort trog.
En na de hitte van het noorden krijgen we hier bij een avondtemperatuur van zowat 20° C zowaar kou …
Vrijdag 30 november 2001 (Mireille)
Na een douche met waterflessen (elektriciteit is uitgevallen) en een rustig gezellig ontbijt, buigen we ons over de wandelkaart : doen we de Wolfberg Cracks of het Maltezer Kruis ?
De Wolfberg Cracks wandeling klinkt nogal complex : een paar keer op je buik door rotsen kruipen. We gaan dan ook de permit halen voor het Maltezer kruis, en we krijgen prompt een sleutel in onze handen geduwd. Raar.
Het startpunt van de wandeling ligt 6 kilometer verder. 500 meter voorbij de farm staan we voor een afgesloten hek, daar dient die sleutel dus voor. Na het hek begint een hels jeeptrack. Maar we hebben geen 4x4 bij. Met een snelheid van nog geen 20 kilometer per uur hobbelen we erover. Hopelijk krijgen we geen tegenligger, want van uitwijken is op dit smalle stuk geen sprake. Uiteindelijk komen we aan een iets bredere strook waar we de auto toch even kwijt kunnen. We trekken snel onze wandelschoenen aan en komen een halve kilometer verder aan de “officiële” parking, waar nog een auto staat. We zijn toch niet de enige gekken.
Het pad gaat meteen stug bergopwaarts tussen fijnbos. Steenmannetjes leiden ons naar boven, tegen een decor van rode rotswanden en gigantische rotsblokken in de meest bizarre vormen. Hoewel het niet zo warm is (22° C) druipt het zweet van ons gezicht. Heel sporadisch springt er een kleurrijke salamander of gekko weg tussen de rotsen. Na een klauterpartij van een uur wordt de helling heel wat milder, en een kwartier later doemt plotseling ons einddoel op : het Maltezer kruis, een gigantisch grote monoliet, die eenzaam tussen de vlakte uittorent. Het is hier heel verlaten en stil, op een bromvlieg met kamikazeneigingen na.
We genieten een half uurtje van het zonnetje en keren dan op onze stappen terug. Nu blijkt hoe steil het heenpad eigenlijk wel was. Terug de auto in en snel de precaire weg afhaspelen. Plotseling zien we iets midden op de weg liggen. Na ons is hier niemand meer geweest, dus moet het iets van ons zijn. Inderdaad : een voorvelg …
Snel de sleutel terugbrengen en dan onze traditionele terrasjesnamiddag. In late namiddag voegen we er nog een wandelingetje van 50 minuten aan toe “in het zwart”, naar de poel van Maalgat. We komen er langs een zandweg en een gemakkelijker rotspad. Best een gezellig hoekje.
Wanneer Herman zich daarna “thuis” een koel biertje wil uitschenken, blijkt het bevroren te zijn. Eerst geen elektriciteit deze morgen en nu de koelkast die te hard staat. Alles is bevroren : bier, sla en het eten voor vanavond. En de bloemkool stinkt uren in de wind.
Hongersnood …
Zaterdag 1 december 2001 (Herman)
Van de Cederbergen is het eigenlijk maar een boogscheut – naar Zuid-Afrikaanse normen – naar de westkust. En dus draaien we het stuur die richting uit en nemen afscheid van het mooi gelegen Sanddrif, dat nu druk bezocht wordt door gezinnen op weekenduitstap. Onderweg moet ik bruusk remmen voor een nogal grote slang.
Het zonnetje doet flink haar best als ik de auto naast de zee parkeer in Ijzerfontein – nooit van gehoord. Maar wat een prachtige duinen. We eten eerst een hapje met zicht op zee en leggen ons dan neer op een duin, waar Mireille prompt in slaap valt. Nog een laagje bruin bij. Gelukkig is hier geen apartheid meer, of ze mocht nergens meer binnen …
Dan richten we de steven naar Wellington, een klein dorp midden in de wijnstreek. We logeren er in “The 5 Mountains”, een B&B uitgebaat door 2 Vlamingen uit Asse. An en Kris zijn echter niet aanwezig omdat ze een tweede gastenhuis in Kaapstad zijn opgestart. De interim – Liesbeth – is een Vlaams meisje dat voor een touroperator werkt en in het kader van een van haar opdrachten An en Kris beter heeft leren kennen. Ze zal hier nu voorlopig voor 3 maanden gastvrouw spelen, ze zou trouwens graag Afrikaans leren. Af en toe wisselt ze eens met An en Kris in Kaapstad, als deze eens de rust van Wellington willen opzoeken. En rustig is het hier : een knusse tuin met vijvertje en zwembad, alleen de 3 honden (Raf, Ronny en Frits) durven al eens kabaal maken. De houten huisjes zijn op palen gezet, met een mooi balkon en een ongelooflijk sfeervol interieur : een hemelbed, fijne meubelen, smaakvol decor, alles in het wit of lichte kleuren.
Onze gastvrouw reserveert voor ons een tafeltje in het vlakbij gelegen restaurant River Café. We moeten er naartoe langs een veldwegje in de pikkendonker, en de 3 honden trippelen meteen met ons mee. Net voor het restaurant laat ik mijn gezag gelden en stuur de honden terug naar het gastenhuis. Op het domein van het restaurant is een familiaal tuinfeest aan de gang, en bij aankomst worden we meteen gewenkt door de organisatrice … die dacht dat wij ook tot het feest behoorden. We krijgen een tafeltje toegewezen in een zaal met allemaal wijnvaten (hik), maar dan begint in de zaal daarnaast een danspartij, waarbij de DJ de muziek nog een paar decibels hoger zet. Het eten en de wijn zijn voortreffelijk ; de eigenares van het restaurant spant zich in om de overlast tot een minimum te beperken.
Plots horen we echter een vrouwenstem aan de micro : “Hi, I'm German and I would like to sing for you tonight”. Een dubbel probleem dus, en inderdaad : het begint buiten te gieten. Liesbeth belt ons nog op om te vragen of ze ons niet moeten komen halen met de wagen, doch we wimpelen het aanbod af en spurten met de zaklamp terug langs het wegje, worden verwelkomd door de honden … en lezen nog knus een boekje in het hemelbed.
Zondag 2 december 2001 (Mireille)
Het heeft heel de nacht geregend, en het regent nog. De Boland-bergen zijn in de mist gehuld. We kunnen de geplande wandeling dus schrappen.
Het mooi en uitgebreid ontbijt wordt in de living geserveerd, maar we hebben geen van beiden veel honger. Het is nauwelijks te zien dat we er iets van gegeten hebben.
Liesbeth stelt ons voor om naar de mis te gaan in Patatskloof. We rijden er met de auto naartoe, en in het dorp moeten we ons eigenaardig genoeg eerst in een register inschrijven. Na veel vijven en zessen blijkt de dominee jammer genoeg niet aanwezig te zijn (een doopviering in een ander dorp).
Dan maar naar de omliggende wijndorpen : Franschhoek, Stellenbosch, Paarl. In Franschhoek zoeken we ons te pletter naar het restaurant waar we 3 jaar geleden op een gazonnetje zijn gaan eten. Pas later vinden we het terug : verlaten en overwoekerd. Het is hier op 3 jaar trouwens fel veranderd : veel bijgebouwd en veel meer winkels en restaurants. Wij pikken er een populair restaurantje uit : het Pancake House. Het is een erg florerende zaak, waar geen tafeltje lang onbezet blijft. De pannenkoek met ham op Maleisische wijze (!) is overheerlijk. Herman vindt dat van de pannenkoek met kip ook. De Shiraz van La Motte is ook een goede keuze.
En dan nog wat herinneringen gaan opsnuiven in Stellenbosch, onder meer in Ome Samie Se Winkel. Na het Taalmonument in Paarl nestelen we ons terug op ons balkon.
We zijn met vijf, de honden in de meerderheid …
Maandag 3 december 2001 (Herman)
Waw. Den Danny Verstraeten is hier geweest. Van de VTM. 10 dagen geleden.
En de VRT is hier opnamen komen maken voor Vlaanderen Vakantieland.
De eigenaars beginnen overigens een gastehuis in Kaapstad : "De Tafelberg", samen met Carl Symons van VTM.
Dat vertrouwt Liesbeth ons toe bij het lezen van het gastenboek, waarin ook Jean-Luc Dehaene en Boogie Boy voluptueus met hun foto instaan.
We nemen afscheid van Liesbeth en de 3 honden en rijden dan naar Bloubergstrand, bekend voor het prachtige zicht op de Tafelberg. Spijtig genoeg is er wel wat nevel. Het schooljaar is ten einde : massa's scholieren - zowel zwart als wit - bestormen het strand.
Onderweg stoppen we nog aan een restaurantje, met de originele naam "Table View", en richten dan definitief het stuur richting Kaapstad. Voor de 2 laatste dagen hebben we een viersterrenhotel geboekt : het Victoria & Alfred Hotel, middenin het V&A Waterfront.
Bij aankomst staat er een bell boy te wachten, die onze naam in een dikke map terugvindt (oef !). Hij stelt voor om de wagen te parkeren terwijl wij inchecken. Pas later realiseer ik mij dat onze wagen vol steekt met eten, potjes, bestek, glazen, hout, zelfs een bikini, en alles wat een normale mens in een self catering-toestand al eens kan nodig hebben.
Wat een luxe hier binnen. Bij het inchecken worden we voorgesteld aan een of andere vrouwelijke manager - een verlepte bloem - die meteen aan Mireille vraagt of ze een stijve nek heeft (en we hebben er het raden naar waarom). Ze beweert dat het in Kaapstad veel te heet is vandaag (amper 25° C). De heks gaat met ons mee naar de - we geven het toe : sublieme - kamer, en wat later komt James naar boven met onze bagage. "I didn't bring everything, there were a lot of things in your car." Ik vertel hem dat we vele nationale parken met dirt roads hebben gedaan. "Yes, your car is very dirty", glimlacht hij. De bikini heeft hij discreet laten liggen ...
De V&A Waterfront is wel wat groter geworden sedert 1998. Maar nog steeds oergezellig. Wat winkelen, en dan een trappist in het Belgische café-restaurant "Den Anker", waar de Belgen volop Duvels zitten te drinken. De obers kunnen het nauwelijks uitspreken.
Het avondje is zwoel. Eerst ligt er een schuimwijn te wachten op onze kamer, daarna stappen we een Italiaans restaurant binnen met de typisch Italiaanse naam "Hildebrand". Maar het eten is wel authentiek, we lezen dat ze zelfs al prijzen in de wacht hebben gesleept. En gezien het heerlijke temperatuurtje en de gezellige sfeer is de overgang naar bed moeilijk.
Dinsdag 4 december 2001 (Herman)
Eerst een somptueus ontbijt in een somptueus hotel. En dan naar het zuiden. Naar Camps Bay, familie van Mireille ? Een prachtig zandstrand, met een fotogenieke achtergrond van bergen. Dan voorbij Hout Bay, naar de wereldberoemde Chapman's Drive. Maar die is gesloten wegens werken. Dan maar een stukje te voet, met prachtige uitzichten op Lion's Head en omgeving. We bezoeken een oud fort, compleet met broodoven (en ik heb nog hout !).
En dan is het tijd voor wat heimwee ... naar 3 jaar geleden. Eerst (her)bezoeken we de Boulders, met de jackalls pinguïns. Wat een verandering : nu kan je zelfs niet meer bij de pinguïns, maar moet je van op afstand op een boardwalk naar de dieren kijken. Daarna bezoeken we nog Cape Point en het obligate maar nog steeds fantastische Kaap de Goede Hoop. Waar tegenover ons vorige bezoek nog nauwelijks bavianen zijn.
Het zonnetje, de trappisten (Westmalle Dobbel) en de witte wijntjes (let op het meervoud), het bijna-kleed van de Tafelberg, de Hollanders op zoek naar een Bolleke ... ja, we zitten op het terras van Den Anker.
Woensdag 5 december 2001 (Mireille)
Onze laatste uren in Zuid-Afrika, maar we hebben nog volop plannen. Rustig genieten van het ontbijt, waar we wel nogal moeten aandringen om koffie en thee te bemachtigen.
Vervolgens gaan we met een open dubbeldekkerbus mee op city sight seeing. Want al is het de tweede keer dat we in Kaapstad verblijven, veel hebben we er nog niet gezien. Maar het valt wel tegen : een drukke stad met smalle wegen, veel verkeer en enkele gebouwen uit de Hollandse tijd. Als we over Signal Hill rijden wordt het hoe langer hoe kouder. De Tafelberg blijft in de wolkenmassa liggen, en de wolkjes dalen zelfs diep langs de kust af. Langs Camps Bay en Clifton rijden we terug naar het V&A Waterfront. Gelukkig schijnt hier de zon.
Aan een klein tafeltje voor twee bestellen we een wit wijntje met een zeeschotel. Voor zo'n 15 euro krijgen we een reuzebord vol vis en schaaldieren. Een halve kreeft, calamari, mosseltjes, 4 soorten vis, scampi's, een gemengde groenteschotel, en enkele sausen zoals peri-peri en limoensaus. Mmm. Heerlijk.
(Herman)
Na dit overvloedige maal - het vergt heel wat kunst- en vliegwerk om alles op het tafeltje te krijgen - horen we plotseling wat roepen over een boottocht van een uur. Hé, een zeilboot. We springen van het terras bijna letterlijk de boot in. Even nog heeft hij een motor nodig om uit de haven te geraken, maar dan dobbert de boot op open zee, met bolstaande zeilen. De boot kantelt vervaarlijk langs één kant - toch even de verzekeringspapieren nalezen - en de bootjongens komen een paar keer bij de passagiers polsen of alles OK is.
Na deze onvergetelijke zeiltocht spenderen we onze laatste rands aan een T-shirt, en nemen dan op een bankje stilletjes afscheid van een zonnig Kaapstad.
Hoe zou het er binnen drie jaar uitzien ?