1) Reykjavík (info: http://reykjavik.pagina.nl/)
De hoofdstad is een prettige, ruime groene stad, aangenaam om in te wandelen.
Blikvanger is de Hallgrímskirkja, een betonnen kerk van architect Gudjon
Samuelsson, die de vormgeving gebaseerd heeft op de basaltformaties in de natuur.
De bouw duurde 40 jaar. Volgens ons heel knap, anderen vinden dit een gedrocht,
het is alleszins een blikvanger die je van tientallen kilometer ver ziet staan.
De kerk is ook binnenin knap, heel sober, veel licht, met een zeer groot orgel.
Info: http://www.virtualtourist.com/travel/Europe/Iceland/Reykjavik_Region/Things_To_Do-Reykjavik_Region-Hallgrimskirkja-BR-1.html.
Doorscrollen naar pagina 2.
In Reykjavík eten we in “Kaffi Brennslan”, een echt bruin
café, lekker eten, 3830 KR voor 4 personen.
2) Kaldidalur (F550)
Schitterende piste die de ‘Koude Vallei’volgt tussen bergen en gletsjsers,
perfect te doen met eigen wagen. Geen rivierdoorsteken, weg is af en toe wel
behoorlijk ruig. Vertrekpunt is Þingvellir. Hoogste punt van de weg is
727 m. Naast de weg liggen nog pakken sneeuw. Het weer is zeer goed, stralend
blauwe hemel. Heerlijke uitzichten!
4) Hraunfossar en Barnafos
In de buurt van de lavagrotten liggen de watervallen Hraunfossar (een langgerekte
reeks van kleine watervalletjes waar een beek onder de lava zich bij een rivier
voegt) en Barnafoss (eenvoudige waterval van een paar meter hoog). Weinig spectaculair,
alleen interessant als je toch in de buurt bent.
Info: http://home.planet.nl/~krame493/ijs/ned/ijs_hraunfossar_ned.html,
http://www.husafell.is/ensku_sidurnar/e_nagrenni/e_hraunfossar/e_hraunfossar.htm
5) de geisers Geysir en Strokkur
Éen van de plaatsen in IJsland waar de toeristen met busladingen tegelijk
aangevoerd worden. De Geysir is niet meer echt actief en spuit af en toe nog
eens, terwijl zijn kleine broer, de Strokkur, om de paar minuten een zuil van
heet water en stoom omhoogduwt, soms tot 20 meter hoog. Het gebied rond de geiser
ligt bezaai met andere bizarre verschijnselen: pruttelende kokende modderputten,
stoomspuiters, diepe hete poelen met de meest fantastische kleuren,…
Ondanks de drukte toch een must, de Strokkur is één van de weinige
geisers die nog actief is en niet afgedekt is voor de energievoorziening. De
werking van de geiser is op didactische borden voorbeeldig uitgelegd. We eten
in het nabije lelijke restaurant annex souvenirwinkel, 4400 KR voor een portie
fast-food, zonder drank.
Info: http://www.randburg.com/is/general/geysir/index.asp
6) Gulfoss
Niet ver van de geisers kan je een volgende drukke topattractie vinden: de Gulfoss
of Gouden Waterval, waar de rivier in twee haaks op elkaar staande watervallen
in een kloof naar beneden tuimelt. Vrij toegankelijk, je kan tot aan de rand
van de waterval gaan. Schitterend, ook dit is niet te missen.
Info: http://en.wikipedia.org/wiki/Gullfoss
7) de Kjölur-route
Verbindingsweg tussen N- en Z-IJsland, wij reden de piste van Z naar N.
Alhoewel je voornamelijk zware 4x4’s tegenkomt is de piste gemakkelijk
te doen met gewone wagen, af en toe een heel ruig stuk, vooral in het middendeel.
Er is 1 doorsteek van een beek, ca. 10 cm water, probleemloos te nemen.
We plonzen iets te entousiast door een diepe plas en onze auto verdwijnt in
een golf modderwater.
De weg leidt door een indrukwekkend, onbewoond lanschap, grotendeels lavawoestijn.
Je komt ook voorbij gletsjers. Centraal op de route liggen warme bronnen van
Hveravellir (zie: campings).
Het Noordelijke deel van de route is minder interessant, minder bergen, deels
aangetast door werken voor winning van hydro-electriciteit.
Info: http://www.nat.is/travelguideeng/plofin_kjolur.htm.
8) schiereiland Vatnsnes: Hvitserkur en Hindisvik
Hvítserkur is een vrijstaande lavarots in zee, waar je met een beetje
fantasie een prehistorisch dier kan in herkennen. Aangegeven vanaf de weg, kleine
parking bereikbaar via hobbelig weggetje.
Daarna nog een kilometer stappen tot aan de kust. Info: http://www.iww.is/photo2e.asp?ID=2
Vanaf Hvítserkur slaan we rechtsaf en volgen we de kustlijn. We wandelen
nabij het broedgebied van Noorse sternen, die kwetterend boven ons hoofd vliegen.
Onverwacht krijgen we zicht op een zandbank aan de overkant van de baai, waar
meer dan honderd zeehonden op het zand liggen. Via velden en veldwegen geraken
we weer bij de parking.
We stoppen bij de ingang van de verlaten boerderij Hindisvik, startpunt van
een gevarieerde korte wandeling die naar uitkijkpunten op de rotsige kust voert
waar je zeehonden zou kunnen zien. Modderig pad met af en toe klauterwerk. We
zien welgeteld 1 zeehond ronddobberen in de wilde zee, de rest zat wellicht
op de zandbank die we vroeger zagen. Het was er ijzig koud, met een heel strakke
wind. Info: http://www.nat.is/travelguideeng/plofin_hindisvik.htm.
9) Kolufossar (waterval) en Kolugljúfur (kloof)
Kloof met riviertje en waterval op zijbaantje van de ringweg. Volgend de kaart
was het laatste stuk een wandelpad, toe wij de start hiervan aan het zoeken
waren reden we plots over een brug die voerde over de kloof ….en deze
ook voor een deel verpest. Kloof is 1 kilometer lang en 40-50 m diep, uitgesleten
in de rotsen. Er zijn een paar korte paadjes die naar uitzichtsputen leiden.
Mooi maar niet spectaculair, niet echt een omweg waard. De kloof ligt in saai
landbouwgebied.
Info: http://notendur.centrum.is/kolugil/ourfarm.html.
10) Siglufjörður en het schiereiland Tröllaskagi
Kort samengevat: zou heel knap moeten zijn, echter niets gezien door het miezerige,
mistige weer.
We kamperen in Siglufjörður en wachten vergeefs op beter weer.
Aan de rand van het schiereiland, nabij Sauðarkrókur, wandelen we
op een natuurlijke dam in zee, waar Noorse sternen aan het broeden zijn. Een
ideale plaats om deze sierlijke recordvliegers te observeren.
Info: http://www.outdoors.is/hiking-areas(doorscrollen
na beneden).
11) Goðafoss
Er zijn zeer veel indrukwekkende en mooie watervallen in IJsland. De enorme
massa’s smeltwater van de gletsjers zoeken op vele plaatsen langs het
geaccidenteerde landschap hun weg naar zee.
De Goðafoss ligt op een barre, winderige hoogvlakte niet ver van Myvatn,
en perst zich tussen enorme rotsblokken door. Niet zo hoog (12 meter) maar toch
behoorlijk indrukwekkend, en ook hier tot op de rand benaderbaar.
Info: http://home.planet.nl/~krame493/ijs/ned/ijs_godafoss_ned.html,
http://www.iceland.de/index.php?id=110.
11) Dettifoss
Als je je eens heel nietig wil voelen, bezoek dan de imposante Dettifoss. Dit
is de waterval van de superlatieven: de waterrijkste van Europa (200 m3 water
per seconde!). De pluim waterdamp die er boven hangt zie je van heel ver.
Je kan de waterval vanop beide oevers bekijken, als je tijd heb zijn beide een
aanrader, met een voorkeur voor de O-oever. De nadering hiervan voert, na dokkeren
op een heel slechte weg, doorheen een indrukwekkend monotoon grijs rotslandschap.
Van de parking is het nog een kilometer stappen naar de waterval.
Vanaf de W-oever is het zicht minder spectaculair maar kan je de waterval dichter
naderen. Je kan er ook een kilometer stroomopwaarts wandelen naar de Selfoss,
maar 11 meter hoog maar breder en in een U-vormige boog vallend (vanaf de O-oever
heb je een slecht zicht op de Selfoss).
De brute kracht die van de Dettifoss uitgaat is ontstellend: het modderige gletjserwater
van de Jökulsa a Fjollum dondert er in sneltreinvaart 44 meter naar beneden.
Alles is er onwerkelijk grijs: het water, de rotsen en helaas veelal ook de
lucht. Een soort mist drijft in de vroege avond van de zee naar de waterval,
en trekt pas in de late voormiddag weer weg. Beste uren zijn tussen 11 en 17
u. Daarna verdwijnt de waterval steevast in de mist.
Niet ver van de Dettifos kan je ook de Hafragilsfoss vinden, 27 m hoog, niet
onaardig, maar kan niet tippen aan de Dettifoss. Je kan deze waterval ook niet
dicht naderen.
Info:
http://www.iceland.de/index.php?id=114
11) Möðrudalur, route 902 en een ritje in het binnenland
Na de martelweg 864 (als je wil uitvissen wat de befaamde ‘wasborden’
op wildernispisten zijn: grijp je kans!) is onze auto bijna uit elkaar gerammeld,
de ringweg is even een verademing. Route 902 brengt ons dan doorheen exotische
bergen naar een verlaten hoogvlakte, en naar de oase Möðrudalur (zie
ook bij campings). We zagen er een Belgische ligfietser uit Kruibeke die ongeveer
dezelfde route gedaan heeft als wij, maar dan wel met de fiets… Respect!
Het uitzicht is er werkelijk grandioos. De rustige sfeer wordt af en toe verbroken
door een buslading toeristen die gedumpt wordt aan het kleine winkeltje. Als
je aan een dagje laterfanteren toe bent is dit geen slechte plek…
Op goed geluk besluiten we een paar F-pistes te proberen, normaal enkel berijdbaar
met een 4x4, met het idee: als we niet verder geraken keren we gewoon terug,
en als we doorrijden komen we gewoon weer op de hoofdweg uit. We volgen eerst
de F905, dan de F910 en de F907. De F905 en F910 zijn goed te doen, met enkele
ondiepe beekdoorsteken, en voeren door een grandioos, verlaten zand- en steenwoestijn,
met mysterieuze heuvels en gletsjers op de achtergrond. Er zijn in totaal 4
doorsteken te doen, enkel de laatste is wat lastig: ca. 20 meter ver en te diep
in het midden om er met een gewone auto door te geraken. We waden door de rivier
en vinden een goede doorsteek oor onze auto (rechts na grote steen afdraaien).
In Brú nemen we de F907 en piknikken aan het Saenautavatn, een ondiep
meer in een groen landschap. De F907 brengt ons weer op de Ringweg.
Info: http://www.nat.is/travelguideeng/plofin_modrudalur.htm,
http://www.nat.is/nateng/saenautavatn.htm
12) Hellisheiði
Wie wat lacherig doet over deze hoogste bergpas van IJsland (ocharme 656 meter
hoog) zal dit zeker laten nadat hij deze overgestoken is. Je start vanaf zeeniveau,
vanaf route 1 neem je route 919 en dan 917. De pas is steil, letterlijk uit
de berg gehouwen. Het budget voor wegbekleding en vangrail was beperkt: de pas
is volledig onverhard, echter goed berijdbaar, en zonder enige afscherming.
De pas voert tussen fascinerende felgekleurde bergen en geothermische gebieden
en zorgt voor unieke uitzichten.
De afdaling is al even duizelingwekkend en voert je terug naar zeeniveau . Daarna
nemen we route 94 naar Bakkagerði, opnieuw een ferme bergpas. Het zicht
bovenaan is bij de mooiste van IJsland: de Borgarfjörður-fjord is omringd
door vreemd gevormde en kleurrijke bergen.
Je kan je na deze moeizame rit wel voorstellen waarom dit één
van de meest geïsoleerde gebieden van IJsland is.
Info: http://www.nat.is/travelguideeng/plofin_hellisheidi_al.htm.
12) Borgarfjörður (fjord in ZO-IJsland)
De kloof Innra-Hvannagil ligt aan de hoofdweg naar Njarðvík, beneden
in het dal. Een hobbelbaantje leidt naar de ingang van de kloof, die op een
slordige stortplaats van steenafval lijkt. Pas als je in de kloof zelf bent
zie je een fraaie combinatie van geel rhyoliet (schilferige lava gestold onder
het ijs) met basalten muren er doorheen. Een brokkelig pad leidt je langs de
beek de kloof in. Met wat klauterwerk langs een paar watervalletjes geraak je
vrij diep.
Een andere interessante plaats in Borgarfjörður is de vogelrots aan
het vissersdorpje Hafnarhólmi (er is maar 1 weg aan de fjord, dus je
kan niet missen). Uitstekende observatieplaats voor papegaaiduikers, die op
je tot een paar meter kan naderen. Er zijn twee observatieplateau’s.
Borgarfjörður is ook het uitgangspunt van vele schitterende wandelingen,
vooral naar de baaien aan de onbewoonde kust ten NO van de fjord. We maken grootse
plannen voor de komende dagen, maar helaas, de volgende morgen zit alles onder
een dikke mist. Niet te doen om in dit weer in de bergen te gaan wandelen. We
wachten nog even maar besluiten dan met pijn in het hart verder te rijden naar
Egilstaðir.
Info: http://www.outdoors.is/hiking-areas,
http://www.travelnet.is/JKL/journey/sv_al/borgarfjordur_e.htm,
http://www.borgarfjordureystri.is/france/index.php?pid=280,
http://www.borgarfjordureystri.is/sidur/Erl-majordestinations.htm
13) Stoksness: zeehonden
We rijden verder langs de Zuidkust. Eerste halte is Stoksness, een gekende observatieplaats
voor zeehonden. Zijbaantje takt af van hoofdweg, vlak na de tunnels als je van
het oosten komt. Baantje volgen, vlak voor het hek van het NATO-gebouw rechtsaf
tot je niet verder kan. Op de rotsen voor de kust zien we drie zeehonden, wat
verder in zee nog een viertal. Er vliegen ook veel stormvogels.
14) Hoffelsjökull
Nieuwe halte aan de Zuidkust, zijbaantje van ringweg, aangegeven met wegwijzer.
Deze gletsjertong van de Vatnajökul is vanaf de ringweg te zien. Eerste
stuk van dit baantje is perfect, dan vrij stenig, met 1 makkelijke rivierdoorsteek.
Eindigt op parking nabij het gletsjermeer, knap zicht op gletsjer die S-vormig
in het meer uitmondt.
Info over gletsjers: http://members.shaw.ca/vdiakuw/Fire%20and%20Ice,%20Stone%20and%20Sea.htm
15) Jökulsárlón
We wandelen langs de O-oever van dit unieke gletsjermeer vol drijvende ijsbergen.
Massa’s toeristen in het begin, na een half uurtje stappen zijn we alleen
en kunnen we in alle rust genieten. Af en toe klauteren we over de morenenheuvels
om een stukje af te snijden.
Dit is echt een magische plaats, de laatste restanten van ijsbergen spoelen
aan op het strand, de lucht zit vol vissende Noorse sternen. Terug langs zelfde
weg. Zie ook Rother 14. Stap ook eens tot aan de rand van de zee (over de weg,
rivier stroomt onder brug).
Een must!
Info: http://www.geocities.com/Yosemite/6139/iceland-jokulsarlon.html,
http://www.nat.is/travelguideeng/jokulsarlon.htmen
http://www.randburg.is/jokulsarlon/jokulsarlon_iceland.asp
16) Fjallsárlón
Tweede mooi gletsjermeer, niet zo spectaculair als Jökulsárlón.
Te bereiken via onbenoemd baantje, net voor grote gletsjer als je van het Jökulsárlón
komt. Hobbelig baantje.
Info: http://xn--ko-einkauf-dcb.de/index.php/Fjalls%C3%A1rl%C3%B3n
17) dagtocht per bus naar Lakagígar
Om maar meteen met de conclusie te beginnen: van het mooiste dat je in IJsland
kan zien, als het weer mee wil. Je moet vooraf even informeren waar en wanneer
(in ons geval: 9 uur) de bus in Kirkjubæjarklaustur vertrekt (je kan ook
in Skaftafell vertrekken, vroeger ’s ochtends en duurder).
Er kunnen ongeveer 20 personen mee in de bus, toen wij er waren telden we een
twaalftal reizigers. Vooraf reserveren kan niet. Wij betalen in totaal 15900
KR (5300/persoon, kinderen tot twaalf ½ prijs, de buschauffeur is zo
vriendelijk onze zoon nog halve prijs te rekenen).
Wonderlijke bustocht, met deskundige en grappige (Engelse) uitleg door de buschauffeur/gids.
Eerste halte: Fjarðrárglúfur, kloof met hoge, rond geschuurde
rotsen, je kan wandelen naar een uitzichtspunt (1/2 u heen en terug) + goed
zicht vanaf brug aan ingang kloof. Deze kloof is ook met een gewone auto bereikbaar,
veel verder kom je niet, de rest is strikt 4x4.
Volgende halte: Fagrifoss, de ‘mooie waterval’. Sluiterwaterval
die over met algen begroeide rotsen stroomt. Uitzichtspunt na ca. 100 m klimmen.
Dan nader je het fantastische gebied van Lakagígar, een rij kraters (30
km), met zwarte en rode lava, en begroeid met mos. We worden gedropt aan de
voet van de Laki en krijgen 2 uur vrij.
De top van de Laki (zelf geen krater maar een uniek uitzichtspunt middenin de
kraterrij) is ca. 800 meter hoog en bereiken we na een hijgende klim van drie
kwartier. Boven de berg heb je een briljant zicht op de resten van de meest
destructieve uitbarsting ooit op IJsland (18de eeuw, hier moet je zeker eens
over lezen vooraleer je hier komt). De rij uiteengereten krater baan zich een
weg tot in de gletsjer. Uniek!
We dalen snel weer af, verraderlijk terrein: rots met kleine steentjes. Een
busreizigster valt en moet, vermoedelijk met een gebroken pols, afgevoerd worden.
Beneden aan de voet van de Laki kan je nog 2 wandelingen maken die je in de
kraters en naar een lavagrot voeren.
Dan rijden we nog een eind verder (zeer slechte weg) en worden gedropt aan het
startpunt van een volgend wandeling, die ons o.a. langs en door een krater voert,
doorheen een vroegere ‘lavarivier’ loopt en eindigt bij een schitterend
kratermeer, in een surrealistische omgeving vol verwrongen zwarte en rode lava,
bedekt met mos. Daar pikt de bus ons weer op. Wandeling duur ca. 1 u, stevig
doorstappend.
We zijn rond 18u30 terug in Kirkju, zoals iedereen het dorp met de tongbrekende
naam noemt. O ja, die eens echt door elkaar wil gerammeld worden: zet je achterin
de bus, succes verzekerd..
In Kirkjubæjarklaustur wandelen we nog naar de Kirkjugolf (aan route 203),
basaltzuilen die net boven het oppervlak uitsteken en op een kerkvloer lijken.
Info: http://www.nat.is/travelguideeng/plofin_lakagigar.htm
, http://www.greut.nl/asp/vakantie/ijsland/lakagigar.asp(veplichte
lectuur!)
18) Vík: papegaaiduikers en bizarre kusten
Een eenvoudig bereikbaar observatiepunt voor papegaaiduikers ligt op het baantje
naar Dyrhólaey, nabijVík. Aftakking vanaf ringweg, aangegeven
met wegwijzer, op het einde baantje naar links nemen en op de heuvel links wandelen.
Talloze papegaaiduikers, je kan tot op enkele meter naderen. Ze nestelen in
holen gegraven in het gras.
We wandelen daarna een eind langs de kust, richting kaap Dyrhólaey, voorbij
zwarte zandstranden, ondiepe basaltgrotten en rotsen waar de zee op inbeukt.
We rijen naar Vík en wandelen ook daar een eind langs de kust (naar het
strand en dan naar rechts), de lucht is vol krijsende meeuwen die nestelen op
een rots op het eind van het strand. In zeer zien we de bizarre rotsformatie
Reynisdranger.
Info: http://www.jvdv.demon.nl/ijsland/panorama9.htm,
http://www.wereldpagina.nl/index.php/Dyrh%C3%B3laey,
http://www2.world66.com/europe/iceland/vik
en http://home.tiscali.nl/groosmal/ijsland2001/reynisdrangar/reynisdrangar.htm
19) Solheimansjökul: de zwarte gletsjer.
Gelegen aan een zijweg die aftakt van ringweg, aangegeven met wegwijzer, ca.
4 km vanaf ringweg. Er ligt een massa zwart gletsjerpuin op deze bizarre gletsjertong,
die eruitziet als een geschubd prehistorisch dier dat af de berg daalt. Je kan
vanaf de parking tot aan de tong wandelen, en dan verder langs de rand van de
gletsjer omhoog klauteren tot je een goed zicht krijgt op de volledige gletsjer.
De omweg waard als je hier passeert.
20) Watervallen Skogafoss, Seljalandsfoss, Glúfrafoss
Terug in het gebied van de watervallen!
Op of net naast de ringweg volgen nog een paar kanjers.
De Skogafoss is er eentje zoals uit de boekjes: 60 m hoog, recht naar beneden,
behoorlijk indrukwekkend. Je kan langs de waterval naar boven wandelen, daar
zijn nog verschillende kleinere watervallen (en start één van
de bekendste bergwandelingen van het land, maar dat zal voor een volgende reis
zijn…).
Om de Seljalandsfoss te vinden moet je de afslag naar Þórsmörk
nemen, op deze baan dan onmiddellijk rechts. Je kan achter deze sluiterwaterval
passeren (holle rots).
Nabij de Seljalandsfoss volgen we uit nieuwsgierigheid de wegwijzer naar de
Paradishellir. Na een kwartiertje stappen komen we aan een hol in de rotsen,
te bereiken via een vertikale klim van een tiental meter, met een ketting als
hulp. In het hol is niet veel te zien, in een gat aan de ingang nestelt een
vogel.
De Glúfrafoss (zie Rother 5, de ‘verborgen waterval’) is
speciaal: je kan deze enkel zien als je eerst ongeveer 50 meter door een ijskoude
beek waadt. De kloof waarin de waterval ligt bevindt zich op de camping niet
ver van de Seljalandsfoss (op camping rijden, beek volgen). We trokken onze
waterschoenen aan en stapten in de beek en door de kloof. In de kloof, temidden
van groen begroeide rotsen, tuimelt de waterval voor je neus naar beneden. Een
koude, spectaculaire en verrassende topper.
Info: http://www.andersreizen.nl/index.html?verslag/is01n01.html
21) Omgeving van de Hekla: mooie wegen, Hjalparfoss en Gjain.
In de schaduw van de Hekla, IJslands bekendste en grootste vulkaan, rijden we
over de mooie wegen 264, 268, 26, F26 en 32, die door het onheilspellende vulkanische
landschap kronkelen, helaas ontsierd door massa’s elektriciteitspilonen,
tekenen van de winning van hydro-electriciteit.
Langs route 32 (baantje nabij afslag naar zwembad) ligt de Hjalparfoss, een
mooie waterval met veel basaltformaties.
We rijden dan even op route 1, om de afslag naar Stöng te nemen. Hobbelig
maar goed te doen. Stöng is een boerderij die in 1104 in de lava begraven
is en waarvan de fundamenten uitgegraven zijn. Het is het startpunt van de wandeling
naar de kloof Gjáin (vanaf parking aangegeven, over brug, weg langs oever
rivier, net voor rivierdoorsteek pad naar links).
Na 30 minuten stappen kom je in het sprookjesachtige ravijn Gjáin, veel
watervalletjes, mossen en planten, bizarre rotsformaties, klaterende riviertjes
die je op stenen kan oversteken…
We volgen het riviertje stroomafwaarts en klauteren als we niet meer verder
kunnen een puinhelling op, waarna we snel weer het pad naar de parking kunnen
oppikken.
We ronden de tocht af met een heerlijk uurtje zwemmen in het kleine openluchtzwembad
met hot-pot in Arnes (aan route 32).
Info: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hekla
en http://www.answers.com/topic/gj-in.
22) Schiereiland Reykjanes
Vooral bekend van de ‘Blue Lagoon’, maar voor de rest een ruig en
boeiend gebied. In de gietende regen rijden we van Selfoss via de 427 naar Grindavík.
Fascinerend verlaten landschap: pikzwarte lava begroeid met felgroen mos, met
mysterieuze bergen en de zee als achtergrond.
De volgende morgen rijden we verder langs route 425, we passeren een gigantische
hydro-elektrische centrale in aanbouw.
De wandeling naar de vogelrots Hafnaberg kan je op verschillende plaatsen starten,
vanaf de kustweg zijn de paden met borden aangegeven. Alle paden zijn ongeveer
even lang: ca. 1u30 wandelen heen en terug.
Het pad is nagenoeg vlak en gemakkelijk, voert door een zand- en steenwoestijn.
Aan de Hafnaberg kan je vrij veel meeuwen zien, geen papegaaiduikers. Je kan
ook genieten van de aanrollende golven die tegen de rotsen beuken.
Info: http://www.nat.is/travelguideeng/plofin_reykjanes.htm
en
http://www.randburg.com/is/reykjanes/
.