IJsland 2009 - Transport

 

 


1. Naar IJsland en terug

 

Een auto huren is in Ijsland zeer duur, en we zijn nogal gehecht geraakt aan het relatieve comfort van onze stokoude VW kampeerwagen, daarom herhaalden we de truuk die we in 2005 reeds met succes toegepast hadden: we verscheepten onze eigen wagen als vracht naar Ijsland met de IJslandse maatschappij Samskip (www.samskip.com). Je auto dient in Rotterdam ingescheept te worden. Info: mail naar rotterdam@samskip.com 

Het inschepingspunt van Samskip ligt in de haven (Den Hamweg), terugkeer uit Rotterdam kan met bus, metro en trein. Dit kan je navragen bij de buschauffeur, ligging bushalte navragen als je de auto dropt, aan het eind van de weg. Plan en info haven Rotterdam: http://www.portofrotterdam.com/abouttheport/UK/Maps/Geographical/index.asp

Wij betaalden voor het transport van onze wagen heen en terug (inclusief havenrechten en andere kosten) ongeveer 1100 Euro, en dat was liefst duizend euro minder dan men ons eerst gemeld had. Blijkbaar had men ons karretjes in een kleinere container kunnen proppen dan gepland.
Bij reservatie goed navragen wanneer je auto uiterlijk in Rotterdam moet afgeleverd worden. Er varen 1 of 2 boten per week van Rotterdam naar Reykjavík en omgekeerd. Nadat je de boot in Rotterdam afgeleverd hebt - je auto wordt in een container gereden en zo verscheept - moet je minimaal 5 dagen rekenen voor je deze in IJsland kan gaan ophalen, idem voor terugvaart. Je auto langer in de haven laten staan is geen probleem. De auto ophalen kan ten vroegste 1 dag na aankomst van de boot, je moet je aanmelden bij het kantoor van Samskip in Reykjavík (Kjalarvogur open 8u30-16u30, een kilometer of 7 van de jeugdherberg, ik huurde een mountainbike bij de jeugdherberg om de auto te gaan ophalen). Even puzzelen om je reis te plannen dus en vooral goed navragen wat je allemaal moet doen, wanneer je moet betalen, ….want de procedure bleek in 2009 al helemaal anders dan in 2005.
Tip: zeker niet vergeten je autopapieren mee te nemen als je de auto inscheept, want die heb je nodig voor de douaneprocedure. Het komt erop neer dat je de wagen tijdelijk invoert in Ijsland, en dan weer uitvoert naar Nederland. Als je de auto ophaalt in Nederland moet je ook weer naar het doaunekantoor, ca. 5 km van het kantoor van Samskip. Dan betalen in het kantoor en dan naar het ophaalpunt.

OK, nu moesten we zelf ook nog in Ijsland raken. Met de trein van Lokeren naar Zaventem-luchthaven, daarna met BMI (http://www.flybmi.com/bmi/nl-be/index.aspx) naar Londen Heathrow – 245 Euro enkele vlucht voor 4 personen, een uurtje vliegen.
Vanuit Heathrow stegen we enkele uren later op met Icelandair voor een vlucht van 3 uur naar Keflavik – de luchthaven op ca. 50 km van Reykjavík – prijs: 993 Euro voor 4 personen, heen en terug.
Probleemloze vluchten, goede service, handige websites om te reserveren. We vertrokken ’s morgens vroeg thuis en waren rond 15u30 u lokale tijd in Ijsland.

Na de douanecontrole in de luchthaven Keflavik (geen paspoort nodig, een identiteitskaart volstaat, ook nodig voor kinderen jonger dan 12, let op: is maar 2 jaar geldig !!!) reden we met de Flybus (http://www.flybus.is/) naar de jeugdherberg in de hoofdstad (voor ons gezin:  12000 Kr heen en terug, rit van een uurtje). Na overstappen op een kleinere bus werden we letterlijk aan de deur van de jeugdherberg gedropt.        

Terugvlucht Keflavik-Londen deden we dus ook met Icelandair, we kwamen pas ’s avonds aan en moesten dus in Londen overnachten. Vanaf Heathrow namen we de metro tot Victoria, waar we overnachtten in de Holiday Inn Express op Belgrave Road, dicht bij onze vertrekplaats voor de volgende ochtend. Na het rustige Ijsland was de drukte van Londen overweldigend, we verlangden hevig naar onze tentjes in volle natuur …
Overnachten in Londen is duur, we betaalden 145 Britse Ponden voor een vierpersoonskamer (boeken bv. via http://www.allinlondon.co.uk/stay/property-6.php of http://www.hiexpressvictoria.co.uk/home.htm). Propere kamer, fraai badkamertje, maar vrij klein. Ook de gangen en gemeenschappelijk lokalen zijn benepen, alles komt nogal ‘doolhofachtig’ over. Vriendelijk onthaal. Omdat we ’s morgens vroeg moeten vertrekken kunnen we niet genieten van het ontbijtbuffet, we graaien wat ‘draagbaar’ voedsel mee voor onderweg.

Voor de terugreis vanuit Londen kozen we de goedkoopste optie: de busdienst van Eurolines – website: https://webapp.eurolines.be/Eurolines/ssl_index.asp . Kost voor ons gezin: 138 Euro. De bus reed via de Kanaaltunnel, we waren ongeveer 8 uur onderweg. Vertrek heel vroeg ’s morgens in Victoria Coach Station, in het centrum van Londen, onze aankomstplaats in België was Gent-Dampoort, waar we een bus naar huis konden nemen. Je moet in Victoria Coach Station vooraf inchecken, het is er razend druk, dus zeker tijdig arriveren.

Je ziet, het was vooraf even puzzelen, maar in de praktijk verliep alle prima. We hadden voor de transfers in Londen een ruime zekerheid ingebouwd, het is er immer razend druk.

 

 

2. in IJsland

 

Eerst iets over het busvervoer in Reykjavík. Efficiënt en snel, vele haltes, zowat alles is bereikbaar. Centrale knooppunten zijn Lækjartorg en Hlemmur.
Info: http://www.tiscali.co.uk/travel/guides/cities/reykjavik-overview.html.
De prijszetting van de busritten in de hoofdstad is heel bizar. Vooreerst kunnen de chauffeurs niet teruggeven: als je geen gepast geld hebt ben je gezien. Soms wordt je gevraagd je geld gewoon is een bak vooraan in de bus te gooien. Een ticket krijg je blijkbaar alleen als je er naar vraagt, als je moet overstappen zeker doen: elk ticket is 1 uur geldig, je kan overstappen zoveel je wil. De kostprijs per rit lijkt ook per chauffeur te veranderen …

We reden ook vele kilometers met onze eigen auto. De 2-vaks ringweg rond Ijsland is bijna overal in uitstekende conditie. In de toeristische gebieden (zoals de ‘gouden driehoek’ rond Reykjavík) rij je op asfalt, in de meer onbewoonde gebieden zijn de wegen vaak onverhard. Deze variëren van perfect tot echte rammelbanen, met deze keer als uitschieter de ‘woestijntrack’ naar Landmannalaugar, waar we even voor het voortbestaan van onze kampeerwagen vreesden. We deden ook vele ongelooflijke onverharde bergbaantjes in de Westelijke fjorden, waar vangrails als overbodige kosten beschouwd worden en de wegen spectaculair naar beneden duiken.
Er zijn ook vele jeeptracks, te herkennen doordat het wegnummer met een F begint (b.v. F213) en in principe enkel met een 4x4 berijdbaar doordat er b.v. rivierdoorsteken of heel ruige stukken voorkomen. Je kan met een gewone auto soms een stuk rijden, maar je zal vlug snappen waarom IJslanders een voorkeur hebben voor 4x4-mastodonten …

Rijden op het onverhard vonden wij zeer plezierig, het zorgt er wel voor dat je auto bij nat weer onder de modder en bij droog weer onder een dikke laag lavastof komt te zitten, dat zich hardnekkig door alle kieren en openingen wringt.
Vele wegen zijn smal, zodat je moet rekening houden met plots opduikende tegenliggers. Gelukkig zijn IJslanders veelal rustige en hoffelijke chauffeurs.
Benzinestations zijn in de bewoonde gebieden talrijk, in sommige streken (Westelijke fjorden) schaars. Visa is een handig betaalmiddel om te tanken.
 
Info over wegen, verkeersborden en weerbericht:  http://www.vegagerdin.is/english/