IJsland is een wandelland. De laatste jaren zijn er grote inspanningen gedaan om wandelpaden uit te zetten, en het resultaat mag er zijn. In de Nationale Parken en de bekende plaatsen (bv. Lanmannalaugar) is er een perfect uitgezet en onderhouden net van wandelpaden en kan je veel wandelaars tegenkomen.
Ook in de meer afgelegen en zeer rustige gebieden zijn er fantastische wandelingen te doen. Het is wel zaak je vooraf goed te informeren, de info ter plaatse kan daar zeer summier zijn.
In de Westelijke fjorden zijn er geen uitgezette wandelingen en geen echte wandelpaden, het is één grote wildernis, waar je zelf je weg zoekt. Spannend en tof bij goed weer, waar je ‘op het zicht’ kan navigeren, als het weer en/of het zicht slecht wordt, is dit wellicht niet aan te raden. Wees ook voorbereid op forse en steile klauterpartijen, vele riviertjes die je moet oversteken, dicht struikgewas waar je door moet … kortom, het zijn geen ‘zondagswandelingen’.
Een fantastische hulp voor wandelaars in Ijsland is de Rother Walking Guide, deze bevat naast een aantal 'klassieke' wandelingen ook veel verrassende korte wandelingen en wandelingen in minder bekende regio's. Zeer handige indelingen: twee pagina's per wandeling, ik kopieerde vooraf de meest interessante wandelingen zodat we het boekje niet telkens hoefden mee te nemen. Omschrijving wandelingen is heel gedetailleerd en meestal accuraat, kaartjes zijn vrij klein. In 2005 gekocht op internet bij Amazon.com (http://www.amazon.co.uk/exec/obidos/ASIN/3763348026/qid%3D1137012813/026-5307213-3906827) , bestelling en levering snel en probleemloos, 15 Euro inclusief verzending. Voor de gekende gebieden in Ijsland is dit een absolute topper, voor de W-fjorden en Snæfellsnes iets minder: gering aantal beschreven wandelingen, je kan beter wandelinfo op internet zoeken. Zie ook achteraan dit verslag.
Wandelingen en bezienswaardigheden worden per regio en in chronologische volgorde besproken. Tijden steeds voor de wandeling heen en terug, en we zijn vrij trage stappers.
Regio: Snæfellsnes, Westelijke fjorden, Landmannalaugar
Snæfellsnes
Eldborg (http://nl.wikipedia.org/wiki/Eldborg)
Vanuit Reykjavík namen we de ringweg noordwaarts tot Borgarnes, via de 6 km lange tunnel onder de Hvalfjörður, die tot 165 m diep onder de zee ligt. We volgen route 54 tot aan een wegwijzer naar de Eldborgarhraun, waar een kort baantje ons naar de start van de wandeling naar de vulkaan Eldborg brengt. Het baantje loopt dood op twee boerenhoven, je kan langs de kant van de weg parkeren.
De Eldborg is een symmetrische explosiekrater (“sputter cone”), die als een merkteken boven het landschap uitsteekt. We wandeling (5 km heen en terug) loopt eerst doorheen een met dwergberken begroeid lavaveld, dan volgt een korte hevige klim naar de rand van de krater. Mooie krater, mooi uitzicht.
Arnarstapi – Hellnar (http://nl.wikipedia.org/wiki/Arnarstapi)
Beroemde wandeling tussen deze twee dorpjes aan de zuidkust van Snæfellsnes, ca. 5 km heen en terug, nagenoeg vlak. Het eerste stuk nabij Arnarstapi is mooi, met vogelrotsen, basaltzuilen, een basalten rotsboog (Gatklettur). Daarna wordt het allemaal een beetje saai en eentonig. We kwamen veel volk tegen op deze populaire wandeling.
Snæfellsnesjökull (http://english.ust.is/Snaefellsjokullnationalpark/TheGlacier/)
Deze vulkaankegel/gletsjer is 1446 meter hoog en is het merkteken van het schiereiland, te zien vanuit Reykjavík en vanaf de W-fjorden. En het wordt nog beter: bij goed weer kan je tot aan de top wandelen!
De enige naderingsroute met de auto is de F570, die even ten oosten van Arnarstapi van de F574 aftakt. Bij goed weer is deze 4x4-track goed te doen met de auto, het onverharde baantje slingert zich doorheen de lavavelden, is smal (we hebben gelukkig geen tegenliggers…) en gaat bijzonder fors omhoog en omlaag, hellingen tot ca. 20%. Onze VW-bus wordt op de limiet gedreven en door mekaar gerammeld, maar we halen het weer. Plots kunnen we niet verder rijden omdat de baan nog onder de sneeuw ligt, we parkeren en stappen de laatste kilometer tot de start van de wandeling.
Het woord gletsjer klinkt misschien afschrikwekkend, maar er is een track aangelegd waar je met een sneeuwscooter naar de top kan rijden, en dat is ook het ideale en veilige pad om naar boven te wandelen. Deze track zorgt ervoor dat je weg blijft van gletsjerspleten en afgronden.
Bij de start zien we halverwege de top de wolken reeds hangen, en jawel, na een uurtje klimmen op de sneeuw stappen we de mist binnen en wordt alles wit. Het volgende uur stappen we in een hallucinante opeenvolging van wolken, die door de wind gejaagd worden, soms openbreken en ons dan fantastische uitzichten bieden op rotspieken die uit de gletsjer omhoogsteken (nunataks: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nunatak).
Het is hijgen en puffen, en na twee uur (5 km) gestaag steil klimmen bereiken we het einde van het pad, dat in een gierende, ijzige wind abrupt aan een afgrond eindigt, vlak naast de rotsige top van de berg, die af en toe uit de voorbijflitsende wolken opduikt. Magische plek!
Afdalen is pure fun, op een uur staan we weer beneden, middagmaal op een beschutte plek inbegrepen. Beneden gekomen zien we dat de wolken volledig weg zijn, het zicht op de gletsjer en de top is fantastisch.
Bij goed weer is dit een absolute topwandeling. Enkele praktische tips: je hebt goede, waterdichte wandelschoenen nodig, vergeet je zonnebril niet (anders dreigt sneeuwblindheid), draag warme kledij en een winddichte jas, en vergeet niet dat deze top berucht is voor de snel veranderende weersomstandigheden. Vergeet niet je te beschermen tegen zonnebrand, door de koude merk je niet dat de zonneschijn er heel intens kan zijn.
Westelijke Fjorden
Fossielenwandeling Surtarbrandsgil (http://english.ust.is/National-Parks/Protectedareas/vatnsfjordur/, onderaan - http://nl.wikipedia.org/wiki/Brj%C3%A1nsl%C3%A6kur)
De wandeling start niet ver van de ferry haven van Brjánslækur, je kan parkeren aan het ticketkantoor/fastfood-restaurant. Een schapenpad vertrekt net voor de beek, je moet de beek stroomopwaarts volgen. Via een wirwar van schapenpaadjes en wat klauterwerk blijf je de beek volgen. Na een uurtje stappen kom je aan een kort zijdal, dat doodloopt op een kleine waterval. Vlak voor de waterval kom je aan overhangende, afschilferende rotsen, tussen het gelaagde gesteente kan je met wat zoeken fossielen van bladeren vinden. Niet echt spectaculair, aardig als avondwandeling.
Skalavík: wandeling in het Kropstaðaskál
Er is geen echt pad, je zoekt zelf je weg, gedeeltelijk langs schapenpaadjes. Einddoel is een heel mooie beschermde vallei, die doodloopt op een steil, half circelvormig bergmassief. Vanaf het kampeerterrein in Skalavík klimmen we langs de beek omhoog, en houden links aan om uiteindelijk op een plateau uit te komen waar de vallei begint. Een beek meandert door dit onbewoonde dal. Er liggen nog enkele plekken sneeuw, en na nog wat klauterwerk komen aan de ronde bergwand, waar we de terugtocht aanvatten. Heen en terug ca. 12 km, we wandelden ongeveer 3 uur, vrij lastig, veel klimmen, je moet je af en toe een weg door het hoge gras banen. We zijn de enige wandelaars.
Reykjanes: wandeling naar Svansvikunvatn
Vanaf de camping van Reykjanes rijden we enkele kilometer naar de start van de wandeling, gelegen op de plek waar de fjord diepst in het land dringt. We zijn nog steeds in de Westelijke fjorden, dus is er geen echt wandelpad. We klimmen omhoog langs een wirwar van schapenpaadjes die min of meer de goede richting oplopen, en worstelen ons door hoog gras en lage struiken. De natuur is weinig spectaculair, maar verlaten en rustgevend. We wandelen rond het meer en zoeken terug onze weg naar auto. Totaal ca. 8 km.
Kaldalón: wandeling naar gletsjertong van de Drangajökul (beschreven in Rother wandelgids).
Dit is een grandioze wandeling die start vanaf route 635, die in een brede lus landinwaarts rond een zee-inham loopt. Het wegdek ligt op sommige plaatsen zowat op gelijke hoogte met een het wateroppervlak van een gletsjerrivier.
Een kort zijwegje brengt je naar de start van de wandeling, je kan er gemakkelijk je auto parkeren. Er is net voor het einde nog een kleine rivierdoorsteek, we nemen geen risico en laten onze VW net voor dit riviertje staan.
Na een korte inleiding over een 4x4-track is er ook hier geen wandelpad, maar het doel is vanaf de start in zicht: de gletsjertong van de Drangajökul (http://nl.wikipedia.org/wiki/Drangajökull), de meest noordelijke gletsjer van Ijsland.
We zijn hier in één van de meest afgelegen gebieden van Ijsland, veel wandelaars kom je dus niet tegen. We volgen de aanwijzingen van de Rother en blijven zoveel mogelijk rechts van de machtige gletsjerrivier, tegen de bergwand aan. We moeten ontelbare beekjes oversteken (via stenen of door erover te springen), en passeren verrassend veel groene ‘oases’ in de grijze steenmassa, met klaterende beekjes, watervallen, veel mos en een weelderige plantengroei, zeer fraai.
We komen aan de voet van de machtige gletsjertong, met indrukwekkend zicht op de ijsmassa vol kloven en bizarre formaties. We volgen de aanwijzingen van de Rother en klauteren voorzichtig het sneeuwveld rechts van de gletsjer op, tegen de rotswand, ver weg blijvend van de gletsjerspleten. We krijgen een schitterend zicht op de grote vloeivlakte van de vertakte gletsjerrivier.
Op de terugweg blijven we deze keer zo dicht mogelijk tegen de oever van de rivier, af en toe eens uitwijkend om een zijtak te kunnen oversteken. Na ongeveer 12 km en 4 uur staan we terug aan onze auto. Schitterende wandeling in dit fantastische gletsjerdal.
O ja, Kaldalón betekent ‘koude vallei’, er is altijd wind, die meestal van over de gletsjer komt, en ook bij het goede weer dat wij hadden heerste er een polaire temperatuur…
Ingolfsfjörður: wandeling over de Seljanesfjall naar de Husarfoss.
Vanaf Norðurfjörður volgen we route 649 naar Ingolfsfjörður, en parkeren daar even buiten het dorp, nabij de oude haringfabriek, langs de F649 (zie bezienswaardigheden).
Het wandelpad naar de Seljanesfjall start net voorbij de bocht (met haventje), is aangegeven door paaltjes, die zonder omwegen steil zigzaggend omhoog lopen. In geen tijd hijgen we ons te pletter en zijn we een heel eind gestegen. Boven op de Seljanesfjall komen we uit in de wolken, zicht nul, hoger klimmen heeft geen zin, we dalen daarom langs de andere zijde af en komen weer uit op de F649, die de tip van de fjord gerond heeft. We volgen de F649 tot we aan de Husarfoss komen, een mooie waterval in een heel rotsig gebied. Daarna volgen we de F649 terug tot Ingolfsfjörður, een hele trip. We hebben in totaal ca. 20 km gestapt op een 6-tal uur. De klim naar de Seljanesfjall was tof, spijtig van het mottige weer, dat ons verhinderde om nog verder te klimmen.
Landmannalaugar
Bij goed weer is dit één van de mooiste wandelgebieden van Ijsland.
Ja kan een wandelkaartje kopen op de camping, dit volstaat als gids bij daguitstappen.
We starten onze wandeling doorheen een lavavel vol zwart vulkanisch glas, richting Vondugil, een kloof omringd door schitterend gekleurde bergen. Daarna klimmen we naar de top van de Brennisteinsalda, een kale heuveltop, met zicht op een kloof vol ruwe lavaformaties.
We raken even de weg kwijt, we dalen af via een geul en pikken uiteindelijk het pad doorheen de Grænagil weer op, veel klauterwerk doorheen een fantastisch lavaveld en fel gekleurde kloven, met een actief vulkanisch gebied (borrelende modder, stoom,…).Schitterende wandeling, met meer wonderlijke uitzichten dan je kan onthouden. Totaal ca. 7 km, we stapten ca. 2 ½ uur.
Na het middagmaal op de camping beklimmen we de Bláhnúkur, de ‘blauwe berg’ (http://www.peakware.com/peaks.html?pk=1540), die met zijn 945 m zowat het hoogste punt in de omgeving van Landmannalaugar is. De beklimming is zeer steil en onbeschermd, door de sterke wind moet we af en toe eens halt houden en neerhurken om niet uit evenwicht gebracht te worden. Ondertussen krijgen we een enorm zicht op Landmannalaugar en omgeving. We worden volledig gezandstraald door opwaaiend stof en steentjes. De afdaling is steil en door de losliggende steentjes zeer verraderlijk. We krijgen ondertussen een duizelingwekkend zicht op de bizarre heuvels achter de berg. We dalen zeer voorzichtig verder af, het pad is op bepaalde plaatsen wel heel ‘luchtig’…
Benden wandelen we door een ‘gele’ vallei terug naar de camping. Topwandeling, ongeveer 6 km, we doen er twee uur over.