Slovakije 2004 - Transport

 

1) heenreis

Route:
Lokeren E40
Brussel E40
Leuven E40 + E314
Aachen E40
Köln E35 (A3)
Frankfurt E41 (A3)
Wurzburg E45 (A3)
Nurnberg E50 (A6)
Tjechische grens E50
Plzen E50
Praha E65 / E50
Brno E50 (50) 70
Uberske Hradiste E50 (50)
Slovaakse grens E50 (50)
Trencín - totaal: 1345 km.

Dit is een alternatief voor de meer gebruikte route langs München – Wenen – Bratislava.
De Duitse snelwegen zijn nog altijd even saai maar efficiënt.
Avondeten in Alfeld Autohof (op de A6 tussen Nurnberg en Amberg, afrit 63, Autohof volgen): lekker en goedkoop.
Net voor de Tjechische grens ontbreekt nog een stuk snelweg, in aanleg.
De Tjechische E50 is brandnieuw en schitterend om op te rijden. Vooral het deel snelweg tussen Nurnberg en Plzen loopt door een prachtig verlaten bosgebied.
Rond Plzen was het een uurtje sukkelen: de bouw van de snelweg is er nog volop bezig.
Na Brno neem je de afslag naar Slovakije en rij je grotendeels over een hoofdweg door beboste heuvels.
Opmerking: in Tjechië heb je een autowegvignet nodig: 150 Tjechische kronen (ca. 5 Euro) voor 10 dagen.
Aan beide grensovergangen (Duitsland-Tjechië en Tjechië-Slovakije) konden we zonder enig probleem met enkel onze identiteitskaart passeren (beide landen zijn bij de EU sinds 1/5/2004). Vergeet voor je kinderen geen eigen identiteitskaart (“witte” identiteitskaart indien jonger dan 12), die moet je zeker tonen.

 

2) in Slovakije

Wij bezochten vooral het Noordelijke deel van Slovakije en volgden zowat de berggebieden aan de voet van de Hoge Tratra, om uiteindelijk in het NO uit te komen (Dukla Pass).
Rijden op de grote wegen is er zeer veilig: de hoofdwegen zijn goed onderhouden, alle chauffeurs rijden er naar Belgische normen zeer rustig en hoffelijk. Eens je van de hoofdwegen afwijkt zit er al eens een serieuze put in de weg of is een spoorwegovergang bijzonder hobbelig. De kruispunten zijn soms verwarrend grote vlaktes zonder wegmarkeringen. Iedereen rijdt er zo traag dat ook dit geen probleem is.
De bewegwijzering is OK, een minpunt is dat er wel een wegwijzer vooraf staat maar vaak niet meer aan de straat waar je moet inslaan, zodat het soms onduidelijk is waar je nu juist in moet.
Het straatbeeld is een flashback naar 20 jaar geleden, vol Skoda’s, Lada’s en Volga’s die je hier nog enkel op het autokerkhof kan vinden.
Autosnelwegen zoals wij ze kennen zijn er nagenoeg niet. Om deze te gebruiken heb je trouwens een vignet nodig (te koop aan grensovergangen en in benzinestations, 150 Slovaakse Kronen = ca. 4 Euro voor 1 week. Normaal kan je ook een vignet voor 1 maand kopen, maar die waren en niet meer of nog niet - onduidelijk).

 

3) de terugweg

Vanaf onze laatste bestemming in Slovakije (Dukla, in het NO) konden we kiezen: ofwel Slovakije weer volledig doorkruisen en via Tjechië of Oostenrijk naar Duitsland rijden, ofwel via Hongarije en Oostenrijk rijden.
We kozen voor de laatste optie omdat we dan nog door de Oostenrijkse bergen konden rijden.
We staken de Slovaaks-Hongaarse grens over in de kleine grensovergang Tornala.
En jawel, we hadden prijs: de ‘witte’ identiteitskaarten van onze kinderen had men nog nooit gezien… goed voor een uur oponthoud. De douaniers waren vriendelijk maar strikt.
Via Hongarije reden we naar Oostenrijk, dat we volledig doorkruisten, om dan via Zwitserland, Liechtenstein en een tip Duitsland in Straatsburg te belanden, daarna reden we Frankrijk in om langs de Vogezen in Luxemburg te belanden.