Verenigde Staten, regio Seattle, 2008 - Glacier National Park
Logies
Bowman Lake Campsite
Gelegen in het NW van het nationaal park, op Bowman Lake Road, die in Polebridge start. Kan niet vooraf gereserveerd worden. Website: http://home.nps.gov/applications/glac/cgstatus/camping_detail.cfm?cg=Bowman%20Lake, kamperen in Glacier algemeen: http://www.nps.gov/glac/planyourvisit/camping.htm
Op de website kan je wel de historische gegevens van de bezetting op de camping vinden, zodat je kan voorspellen wanneer je zeker moet aankomen om nog plaats te hebben. Wij kwamen aan rond 18 uur en hadden nog veel keuze. De camping was op het einde van de avond ongeveer ¾ vol.
Kostprijs: 25 USD per nacht. Je kan er ook met Visa betalen via een ‘Visa slip’.
Effen plaatsen, in een open bos, allen met vuurplaats en pikniktafel. Vergis je niet, deze camping ligt in volle natuur, ver van de bewoonde wereld, dus is kamperen hier ‘back tot basics’. Water komt uit een tankwagen, en er zijn puttoiletten. Toen wij er waren was er een poema (‘mountain lion’ - http://nl.wikipedia.org/wiki/Poema) vlakbij de camping waargenomen. Er worden ook regelmatig beren gezien. Als de dreiging te groot is wordt de camping gewoon gesloten.
Het krioelt er ook van onverschrokken grondeekhoorns, die het eten bijna van je tafel komen jatten.
Veel agressieve muggen.
En er is vooral dat grote, schitterende bergmeer, Bowman Lake, met op de achtergrond de Rocky Mountains, onvergetelijk.
Rising Sun Campground
Gelegen in het Nationaal Park, 10 km van St. Mary, langs de ‘Road to the Sun’.
Internet: http://home.nps.gov/applications/glac/cgstatus/camping_detail.cfm?cg=Rising%20Sun
We komen rond 18 uur op de camping en kunnen één van de laatste vrije plaatsen innemen.
In volle natuur, prachtig gelegen, aan de voet van de bergen, mooie uitzichten. ’s Nachts zeer rustig, als we even een paar lawaaierige motards op de camping wegdenken. Propere toiletten met waterspoeling, kranen met drinkwater, voor de rest geen voorzieningen.
Prijs/nacht: 20 USD.
Cracker Lake Backcountry Campsite
Eén van de vele kleine ‘backcountry’ kampeerlocaties en het Nationaal Park. In tegenstelling tot de Nationale Parken in Europa kan je niet zomaar je tent opstellen, dit kan alleen op bepaalde locaties, en om ze te gebruiken heb je een ‘Backcountry Permit’ nodig.
Deze kan je vooraf aanvragen per post of per fax, procedure: http://www.nps.gov/glac/planyourvisit/backcountry.htm
We reserveerden onze permit ca. 3 maand vooraf, kostprijs: 30 USD reservatie, dan nog 5 USD per persoon voor de permit; kinderen tot 12 jaar gratis.
Verder beschreven in de wandeling naar Cracker Lake.
Wandelingen
Trail of the Cedars
Nabij Avalanche Creek kan je op de ‘Road to the sun’ het startpunt vinden van het ongeveer 1 km lange ‘Trail of the Cedars’ (http://www.glacierparkinformation.com/avalanche/). Veel loopplanken, niet echt bijzonder, er zijn veel mooiere ‘cederwandelingen’.
Sunrise, Nature trail en Baring Falls (http://www.takemytrip.com/06glacier/06_21a.htm)
We starten vanaf Sunrise Point, en volgen de wegwijzer ‘Nature Trail’.
Het nagenoeg vlakke pad loopt langs St. Mary’s Lake, met mooie uitzichten.
De waterval is weinig spectaculair.
We deden dit als avondwandeling, ca. 4 km heen en terug, 1 ½ uur stappen.
Cracker Lake
Over de wandeling naar Cracker Lake kunnen we kort zijn: topklasse!
Internet: http://hubcap.clemson.edu/~pjf/cracker.html (routebeschrijving).
Gezien we bij Cracker Lake willen overnachten pikken we de dag tevoren onze ‘backcountry permit’ op in het Backcountry Permit Office in Agpar. Eerst een hele hoop uitleg (vooral over het berengevaar), een checklist overlopen (zo moet je onder andere een touw mee hebben om je voedsel omhoog te kunnen hangen), een video bekijken, en dan pas krijg je de permit. De permit moet je aan je rugzak of aan je tent hangen, en jawel, op de heenweg kwamen we een ranger tegen die onze permit controleerde. Geen overnachting zonder permit, ik denk niet dat men er met illegale kampeerders kan lachen…
Het pad start in Many Glaciers, je kan parkeren op de grote parking van het gelijknamige hotel, het trailhead is met een bord aangeduid.
Het eerste stuk van de wandeling moet je delen met een trail voor paarden, ik heb niets tegen die beesten, maar het eten dat je erin steekt komt er langs de andere kant onder gewijzigde vorm weer uit, en dat maakt dat het eerste stuk van het pad stinkt, stoffig is en vol vliegen zit. Gelukkig volgt na een kilometer of drie een afslag voor de paarden, en de rest van de route is een prima, langzaam stijgend wandelpad.
Na het oversteken van een paar beboste heuvelruggen (morenen van een vroegere gletsjer) komen de steile bergwanden rond Cracker Lake in zicht, pas helemaal op het einde van het pad krijgen we het blauwgroene gletsjermeer te zien. De opvallende kleur wordt veroorzaakt door mineralen afkomstig van de Siyeh-gletsjer (het Engels woord hiervoor is ‘rock flour’, ‘rotsbloem’ of verpulverde rots).
Op een rotsige uitsprong langs de oever van het meer ligt onze camping voor de nacht, die drie kampeerplaatsen telt. Onze plek is net groot genoeg om onze twee tentjes op te zetten. De drie kampeerplaatsen liggen vrij ver van elkaar op een helling, elk heeft een fabelachtig uitzicht op het meer en de bergkom waarin Cracker Lake ligt. Of, zoals een voorbijstappende Amerikaan zie: “Well, not a bad place to spend the night”. Er is ook een plaats om je voedsel te bereiden: om beer-veiligheidsredenen wordt voedsel klaarmaken en slapen strikt van elkaar gescheiden, de geur van voedsel kan beren aanlokken. Er zijn bankjes gemaakt van wat stenen en planken. Je mag er geen open vuur maken, enkel branders zijn toegestaan. Nog wat verder staat een metalen paal met haken (een ‘bear pole’), waar je een touw overgooit en alles wat eetbaar is of sterkt ruikt buiten het bereik van beren omhoog hangt. Er is zelfs een puttoilet, enkele honderden meter verder.
Er zitten veel marmotten, die komen kijken of er wat te eten valt. Men had ons aangeraden alles steeds in onze tent te bewaren, omdat de marmotten steeds agressiever en slimmer worden en op zoek naar voedsel gaten in rugzakken en schoenen bijten. Enkel een tent lijkt ze nog af te schrikken. Geen last van gehad overigens.
Na onze tentjes opgezet te hebben gaan we wat water tappen aan het meer, na passage door onze MSR-filter is dit uitstekend drinkbaar.
We wandelen daarna naar het einde van het meer, waar zich restanten van een vroegere mijn bevinden en waar eer riviertje in met meer meandert.
Ondertussen valt de avond en kleurt de lucht boven de bergen rood.
’s Nachts begint het af en toe heel hard te waaien, gevolgd door een korte plensbui. ’s Morgens zien we een dik pak wolken boven de bergtoppen hangen, en jawel, als we onze tentjes opbreken begint het te spoken: veel wind, veel regen. Nat materiaal in de rugzakken proppen is altijd even vloeken… Zodra we een paar kilometer van het meer weg zijn begint de zon weer te schijnen. Terug in Many Glaciers halen we onze rugzakken leeg en leggen onze spullen te drogen.
Het meer kan in een lange dagtocht bezocht worden, maar dan mis je een unieke overnachting. Heen en terug deden we ongeveer 7 uur over de ca. 20 km heen en terug.
Overige bezienswaardigheden
De route vanaf het Westen naar Glacier is een belevenis op zich. Na Libby volgen we route 37 en dan 93. Om ons eens te laten verrassen besluiten we van onze geplande route (de 93 volgen tot Columbia Falls) af te wijken en onze GPS te volgen, die ons een bosweg inleidt. Het gaat een tijdje vrij goed, de weg is wel ruig en ligt vol takken, maar na een tiental kilometer ligt een knoert van een boom dwars over de weg en is het terugkeren geblazen. De voorbije winter waren er een aantal zware stormen in de regio geweest die heel wat bomen geveld hadden.
Terug op de 93 wijst onze GPS naar Forest Road 114, en we besluiten het er nog maar eens op te wagen. Wel, geen seconde spijt van gehad. De gravelweg is smal, verlaten, draait, keert en gaat op en neer alsof er bij de aanleg zware straffen stonden op een recht, effen stuk. Maar mensen, wat een landschap! Tientallen kilometer ongerept, prachtig bos, af en toe onderbroken door hallucinante, gigantische plekken zwartgeblakerde bomen, staande getuigen van bosbranden die tot hoog op de bergen gewoed hebben. We komen uit op de North Fork, een brede, druk bereden, stoffige onverharde weg die langs de rand van het Nationaal Park loopt. We komen aan in Polebridge (http://members.tripod.com/polebridge/) het enige ‘dorp’ in de omgeving, een stoffig gat met een tiental huizen, een restaurant en een winkeltje. Een smalle gravelweg brengt ons naar de camping aan Bowman Lake, onze eerste overnachtingsplaats.
Road to the Sun
Internet leesvoer: http://www.nps.gov/glac/planyourvisit/goingtothesunroad.htm
Glacier is vooral bekend om de ‘Road to the Sun’, een weg die van Agpar naar St. Mary dwars doorheen de bergen van Glacier loopt. Denk niet aan een steile Alpenpas, de gezapig stijgende weg telt welgeteld 1 haarspeldbocht. De weg loopt in feite langzaam langs een bergflank omhoog, het berglandschap met de gigantische gletsjerdalen is wel fenomenaal. We maken een hoog aantal fotostops, op het hoogste punt ligt nog sneeuw. De Amerikanen verzinnen ook steeds welluidende namen voor de uitzichtspunten: wat dacht je van ‘Jackson Glacier Overlook’ of ‘Wild Goose Island’? Dat laatste is een klein eiland in een meer met op de achtergrond een geweldig berglandschap. De ‘Weeping Wall’ is een sluierwaterval die gedeeltelijk op de weg valt.
Men is de oude weg aan het herstellen, we staan een half uur stil wegens éénrichtigsverkeer.
Varia
Glacier is ‘Bear Country’, en dat zal men hier in je suffe hersens rammen zodat je het binnen honderd jaar nog weet. Borden, affiches, rangers, video’s: je wordt ontelbare keren gewaarschuwd vooraleer je op pad mag. ‘Bear Aware’ is de slogan: zie http://www.glacieradventure.com/play/Wildlife/bearaware.htm
Omdat naast de relatief schuwe bruine beer ook de agressievere grizzly in het park voorkomt is dit zeker niet overbodig, je kan niet voorzichtig genoeg zijn. Elke beer gaat op de loop als hij een mens hoort of ruikt, dus lawaai maken (of stinken, jouw keuze) is een goede maar wat lompe maatregel. We dragen een tijdje een “berenbel”, maar door wat schampere opmerkingen van wandelaars die net hopen een beer tegen te komen en het zenuwslopende geklingel laten we de bel achterwege en houden we het bij wat handgeklap op plaatsen waar we geen zicht hebben.
Geen beer gezien, wel recente graafsporen en uitwerpselen.
Glacier loopt verder in Canada, waar het de naam Waterton Lakes National Park draagt.
We planden hier ook een dag door te brengen, maar doordat we toen net de enige dag slecht weer (regenbuiten, alles onder de wolken) hadden deden we dit uiteindelijk niet.