Verenigde Staten, regio Seattle, 2008 - Rainier National Park
Om terug nabij Seattle te raken moeten we nog doorheen Canada van Glacier naar Mount Rainier National Park
Logies
Days Inn, Cranbrook, Canada (http://www.daysinn.com/DaysInn/control/Booking/property_info?propertyId=15964&brandInfo=DI)
Typisch doortochtmotel aan de hoofdweg door Cranbrook, naar Amerikaans model één van de tientallen overnachtingsplaatsen die met schreeuwerige reclameborden langs route 3 je aandacht proberen te trekken. We willen in feite in een goedkopere Super8 overnachten, maar daar heeft men enkel nog een ‘smoking room’, waar we voor passen. In de Days Inn betalen we 131.25 Canadese Dollars voor een overnachting, zonder ontbijt, naar onze trekking normen een duur beestje. Zeer propere kamer, vrij ruim, koelkastje, koffiezet, microgolf, badkamer. Klein buitenzwembadje en sauna in het hotel. Vlak naast de weg, dus niet echt rustig, en ook de pruttelende drankautomaat op de gang deed onze nachtrust geen goed. De instelling van de mengkraan van de bad/douche combinatie was blijkbaar te moeilijk voor onze beperkte hersenen, we lukken er niet in om het stomme ding op de stand ‘douche’ te krijgen.
Bezienswaardig
Vanaf Many Glaciers in Glacier NP rijden we via Babb naar Pincher Creek in Canada. We passeren zonder problemen de vriendelijke Canadese douane. We rijden via route 3 westwaarts, via Crownest Pass en Sparwood tot Cranbrook. Dit deel van British Columbia valt tegen na ons verblijf in Glacier National Park: steenkoolmijnen, elektriciteitspalen, spoorwegen, een beetje onbeleefd zou je kunnen zeggen: een verbeterde versie van de Belgische Ardennen.
De volgende dag rijden we via Creston naar Metaline, de grensovergang terug naar de VS. Onze auto moet door een pas geplaatste detector (grote gele panelen), maar omdat we zo lomp zijn in de detector te stoppen, raakt het ding in de knoop en moeten we wachten. Men slaagt er niet in de scanner opnieuw op te starten, en men loopt dan maar met een handscanner rond onze auto. Geen idee wat men zocht met deze scanners. Ook onze koffer moet open, en we krijgen de traditionele vragen over wapens, drugs en vers voedsel te horen, allemaal verboden dus.
We rijden verder tot Interstate 90, die we westwaarts volgen. Het landschap verandert in verlaten ‘badlands’, graanvelden en droge akkers met stofhozen. De weg steekt de Colorado rivier over in een hallucinant droog en heet landschap, in de canyon is een uitzichtspunt op de rivier. Er staat een harde, hete wind. Dan daal je snel af naar de brug waarop je de Colorado oversteekt, nabij het dorp Vantage. De Interstate 90 brengt ons naar Ellensburg en Yakima, klimmend doorheen een intrigerend, vulkanisch landschap, vol dorre heuvels. Na Yakima begint de route naar Mount Rainier.
Mount Rainier National Park
Logies
Ohanapecosh Campsite
Website: www.recreations.gov en http://www.nps.gov/mora/planyourvisit/camping.htm
Gelegen in het ZO van het nationaal park, in het bos. Kostprijs/nacht: 30 USD kamperen, incl. reservatie.
We hebben plaats A4 gereserveerd, en dat blijkt een uitstekende keuze. Vanaf de parkeerplaats leidt een smal pad en wat trapjes door de struiken ons naar de eigenlijke kampeerplaats, lager en aan een riviertje, waardoor we afgescheiden staan van de rest van de zeer drukbezette en rumoerige camping. Zeer ruime plaats, de overige plekken op de camping zijn eerder klein (naar Amerikaanse normen) en dicht bij elkaar gepakt. We komen aan rond 21 u, in het halfdonker, gelukkig hebben we gereserveerd. De vleermuizen cirkelen boven ons hoofd. Ook de tweede nacht zien we vier vleermuizen rondfladderen. Onze nachtrust wordt verstoord door een stel onnozele Japanners die met hun zaklampen op onze tent komen schijnen.
We kozen deze camping omdat deze dicht tegen het wandelgebied Paradise gelegen was.
Drinkwater, propere toiletten, nabij een infocentrum, verder geen voorzieningen.
White River Campsite.
Evenals Ohanepecosh in het Nationaal Park gelegen, aan de andere zijde Rainier, goede uitvalsbasis voor verkenning van Sunrise-wandelgebied.
We komen rond 11 uur in de voormiddag aan, de camping lijkt dan reeds overvol. Het zelfbedienings reservatiesysteem blijkt een bord met vakjes te zijn waar je na betaling een kaartje moet steken. Je moet dus eerst op de camping rondrijden om te zien welke plaatsen nog vrij zijn, dan betalen, en dan je kaartje steken. In de praktijk blijkt dit echter een zootje te zijn, het bord klopt langs geen kanten met de vrije plaatsen, en het werkt zo op ons systeem dat we niet blijven en verder rijden naar …
Silver Springs Campsite (info op www.recreation.gov, Silver Spring in staat Washington en http://www.reserveamerica.com/campgroundDetails.do?subTabIndex=0&&contractCode=nrso&parkCode=sils)
Camping van de National Forestry Commission, net buiten de grenzen van Rainier National Park, ingebed in een schitterend, rustig bos. Zeer ruime plaatsen, weggedoken in het bos, je ziet je buur met moeite staan. Dit is een deel van het Snoqualmie Forest, een gigantisch aaneengesloten wild bosgebied. Dikke meevaller.
We kiezen plaats 38, gelegen aan de White River. Kost 18 USD per nacht. Je kan deze camping ook vooraf boeken.
Drinkwater en puttoiletten, geen andere voorzieningen.
Wandelingen
Paradise – wandeling naar Panorama Point (http://www.nps.gov/mora/planyourvisit/sunrise.htm)
Mount Rainier National Park bestaat in feite uit de gigantische Mount Rainier (een massieve nog actieve vulkaan), en een wirwar van beboste heuvels en kloven daar rond, heel ruw en ruig. Op een heuvel vlak naast de vulkaan ligt Paradise, een heus wandel’paradise’, met een ruime keuze aan wandelpaden die je dichtbij de vulkaan brengen. Als je rust een eenzaamheid zoekt, vergeet dan de directe omgeving van Paradise, want het kan hier heel druk zijn. Een paar kilometer wandelen brengt je echter ver weg van de drukte.
Doordat er nog veel sneeuw ligt is onze keuze wandelkeuze beperkt tot een met skipaaltjes uitgezette route, die ons naar Panorama Point leidt.
Het wordt een memorabele dagtocht, met die gigantische, met gletsjers bedekte vulkaan dichtbij en permanent in beeld. Er ligt nog 120 cm sneeuw, van de 24 meter (!) die er in de winter gevallen is, 2/3 meer dan in een ‘normaal’ winterseizoen. Het wordt dus de hele dag klauteren en glijden, met af en toe een rotsig stuk tussen twee sneeuwvelden. Het weer is schitterend, blauwe hemel, volle zon. Het eerste deel over de sneeuw is heel steil, tot we het rotspad oppikken. Dit pad is prima onderhouden, en op sommige plaatsen echt uit de rotsen gehouwen. De uitzichten op Rainier zijn fenomenaal. We zien marmotten, eekhoorn, vogels en op de sneeuwvrije plaatsen ook de velden vol wilde bloemen waarvoor Rainier bekend is.
Op Panorama Point heb je een goed uitzicht op de omringende bergwereld. We pikken daar het Skyline Trail op, dat ons nog een stukje hoger brengt, tot ca. 2000 meter, waar het pad eindigt. Een snelle afdaling brengt ons weer aan de Paradise-parking. We deden over de in totaal 10 km ongeveer 5 uur, vele rust-, kijk- en fotopauzes inbegrepen.
Wandeling doorheen de ‘Grove of the Patriarchs’ (http://www.nps.gov/archive/mora/trail/grove.htm)
Als avondwandeling volgen we dit pad op een eiland in de Ohanapecosh-rivier, volledig op houten loopplanken, doorheen een bos vol oude reuzebomen, o.a. ceders. Eén van de mooiste bossen die we zagen, gemakkelijke wandeling, lusvormig, ca. ½ uur voor 2 km. Vrij druk.
Sunrise – wandelen naar Frozen Lake en klim naar de toppen van Burrough Mountain.
Info: http://seattlepi.nwsource.com/getaways/374629_hike14.html
Sunrise is de tegenhanger van Paradise aan de andere kant van Mount Rainier. Ook hier heb je een keuze aan wandelpaden. Er lag veel minder sneeuw dan in Paradise, het grootste deel van de paden was sneeuwvrij.
Een korte klim over een sneeuwveld brengt ons bij het Frozen Lake, zoals je al kan raden lag dit meer nog half onder een dikke sneeuwlaag. Je kan niet tot aan de rand komen, dit is immers de drinkwatervoorraad voor Sunrise.
Daarna nemen we het pad naar de Burrough Mountains, een wat overdreven naam voor twee heuveltoppen vlakbij Mount Rainier.
Er is een opvallend verschil met de andere zijde van Rainier: Paradise ligt in de bossen en bloemenweiden, de Burrough Mountains zijn rotsige, droge heuvels met een kwetsbaar toendra-landschap. Hier en daar een zie je een plantje dat kampt om te overleven.
Je kan twee paden volgen naar de heuveltoppen, en dus een lus maken, toen wij er waren was 1 pad door de sneeuw niet begaanbaar. Het andere, brede pad liep langs de flank van de heuvels, langzaam stijgend, met nog enkele plekken sneeuw. Bovenop Burroughs heb je een uitstekend zicht op Mount Rainier. Op de ‘second summit’ zit je verbazend dicht bij de met gletsjers bedekte vulkaan, in een kaal, verlaten berglandschap. Grondeekhoorns komen er om eten bedelen.
We keren langs dezelfde route terug, we maken nog een kleine omweg langs Shadow Lake, een klein meertje in het bos.
Totaal ongeveer 10 km, we deden er een goede 4 uur over.
Overige bezienswaardigheden
Mount Rainier is een merkpunt, reeds van heel ver zie je de 4400 meter hoge vulkaan boven het landschap uitsteken. De mooiste naderingsroute loopt via de Chinook Pass en de Cayuse Pass: bij de steile afdaling is de berg voortdurend indrukwekkend en beeldvullend in zicht. Info: http://en.wikipedia.org/wiki/Chinook_Pass en http://en.wikipedia.org/wiki/Cayuse_Pass.
In Mount Rainier reden we ook op de enige bergwegen die naam waardig op onze reis.
Varia
In Mount Rainier mogen geen vrachtwagens en andere ‘commerciële voertuigen’ komen, dat betekent ook: geen winkels, geen tankstations. De enige voorzieningen zijn twee restaurants in Paradise en Sunrise, die ’s avonds vroeg de deuren sluiten.Omdat we te laat in Sunrise terug zijn na onze wandeling en onze voedselvoorraad zo goed als opgebruikt is rijden we naar de Alpine Inn net buiten het Nationaal Park, een restaurant aan de voet van een in de winter vermoedelijk levendig skigebied, nu was er enkel een gigantische, lege parking. Het restaurant was knus, het eten was zeer lekker, er was een overvloed aan bedienend personeel dat allemaal even vriendelijk en gedienstig was, maar we waren wel 120 USD lichter…Zorg dus voor voldoende voorraad als je Rainier binnentrekt. Packwood is het dichtstbijzijnde dorp waar je voedsel en brandstof kan krijgen.
Tijdens onze reisvoorbereiding twijfelde ik of we Rainier in onze route zouden opnemen. Het werd, mede door de sneeuw, echter onze meest memorabele stopplaats.