Verenigde Staten, regio Seattle, 2008 - praktische info
Het klimaat: Washington en vooral de regio van Seattle is het regenrijkste gebied in de VS, het regent er 10 maand aan een stuk, maar gelukkig voor ons, verwende toeristen, zijn de maanden juli en augustus droog en zonnig. Het is er gemiddeld ongeveer 25 °C. Kortom, zalig vakantieweer, de nachten kunnen in de bergen echter bitter koud zijn.
Als je wegtrekt van de oceaan wordt het veel heter.
Kaarten: we gebruikten volgende kaarten:
- Road Guide Pacific Northwest – Northern Rockies – USA Nr. 1
Uitgegeven door: Hallwag International. Info: www.swisstravelcenter.com
Schaal 1:1200000
Gebruikt als algemene wegenkaart, volstond voor algemene navigatie. Vrij weinig details, enkel hoofdwegen. Aangevuld met onze GPS bleek deze kaart steeds accuraat. Bevat een index en een aantal detailkaartjes o.a. van de Nationale Parken.
Per toeval in een winkel gezien en gekocht, 9.95 Euro
- Rand Mc Nally Washington State Map
Uitgegeven door Rand Mc Nally
Schaal niet gegeven.
Volledig geplastificeerde wegenkaart van de staat Washington, met op de keerzijde een kaart van Seattle en omgeving. Leek handig bij aankoop, doordat we een GPS hadden werd deze kaart zelden gebruikt. Inclusief index. Veel info op een beperkt oppervlak en kleine druk, amaai mijn (al wat ouder wordende) oogjes.
Gekocht bij Bol (www.bol.com), Nederlands online boekwinkel, 6.99 Euro.
- North Cascades National Park Outdoor Recreation Map (ref. 223), Mount Rainier Park Outdoor Recreation Map (ref 217), Olympic National Park Outdoor Recreation Map (ref. 216).
Uitgegeven door National Geographic, info: www.trailsillustrated.com
Schaal 1:100.000
Wegen, toeristische info, logies, wandelpaden, hoogtelijnen: deze kaarten zullen voor de meesten volstaan. Geen stafkaart, maar voor onze wandelingen waren deze kaarten uitstekend bruikbaar.
Dubbelzijdig. Waren onze favoriete kaarten. Scheurbestendig, zeer sterk.
Gekocht bij Trailexplorers (www.trailexplorers.com) voor 11.95 USD/stuk.
- Glacier and Waterton Lakes National Parks Exploring Map Guide
Uitgegeven door Facon Guides
Schaal niet gegeven, ik schat 1:100.000
Kaart op één zijde, op achterkant toeristische info. Geen index.
Wegen, wandelpaden, campings. Volstond voor onze wandelingen. Minder gedetailleerd dan National Geographics. Beetjes voddig papier, kwaliteit ‘reclamefolder’.
Gekocht bij Amazon (www.amazon.com), 9.95 USD
Later merkten we op dat je bij Bol nagenoeg alles wat op Amazon verkocht wordt ook kan bestellen, bespaart verzendingskosten en invoerrechten (om ons boekenpakket van Amazon in de post te mogen ophalen moesten we 10 Euro betalen …).
- Mount St. Helens National Volcanic Monument – Recreation Map.
Uitgegeven door Geo-Graphics.
2 kaarten: op ene zijde wegenkaart schaal 1:100.000, andere zijde gedetailleerde wandelkaart schaal 1:34.500.
Zeer goed bruikbaar, wandelkaart is zeer gedetaileerd, met hoogtelijnen en toeristische info.
Gekocht bij Amazon, 11.01 USD.
Gidsen – Boeken: we gebruikten volgende gidsen:
- Day Hike! North Cascades en Day Hike! Mount Rainier – the best trails you can hike in a day.
Uitgegeven door Sasquatch Books, Seattle. Auteurs: Mike McQuaide (North Cascades) en Ron Judd.
Beide gekocht bij Amazon, 11.53 USD/stuk.
Wandelgidsen, beide omvatten een vijftigtal dagtochten in en rond de Nationale Parken, met kaartje en omschrijving, met moelijkheidsgraad, zwart-wit foto’s, afstanden en persoonlijke kwotering van de auteur.
Zeer accuraat, meeslepend en grappig geschreven. Wij vonden dit uitstekende gidsen, deze serie is een echte aanrader.
- Glacier National Park – Moon Handbooks.
Uitgegeven door Moon (www.moon.com).
Auteur Becky Lomax.
Dit is een echte reisgids voor Glacier National Park en omgeving. Alle toeristische info over logies, mooie wegen, winkels … Er worden per regio ook wandelingen beschreven, enkel globale info, handig als overzicht om je reis voor te bereiden, maar minder volledig dan de Day Hike! – boeken. De Day Hike! neem je mee op wandeling, de Moon gids niet, dat is het verschil. Je kan natuurlijk overal op internet voldoende info over de wandelingen vinden.
Gids leek ons voor de rest vrij volledig en accuraat te zijn.
Gekocht bij Amazon, 11.53 Euro
- Glacier and Waterton Laks National Parks – Best Easy Day Hikes
Uitgegeven door Falcon, the Globe Pequot Press.
Auteur: Erik Molvar.
Het concept is nagenoeg identiek aan de Day Hike! – serie, echter geen kwotering en kleiner formaat (ongeveer 15 x 10 cm, handig om mee te nemen). Kleine kaartjes en minder volledige omschrijving. 25 wandelingen beschreven, waaronder alle ‘klassiekers’ in Glacier.
Gekocht voor 8.95 USD bij Amazon.
- Mount St. Helens National Volcanic Monument, A complete guide for hiking, climbing, skiing and nature viewing.
Uitgegeven door The Mountaineers (www.mountaineerbooks.org)
Auteur Klindt Vielbig.
Veel hebben we aan de titel niet toe te voegen, alles wat je nodig hebt voor een bezoek aan de vulkaan staat in deze gids. Het is vooral een wandelgids, met zeer veel praktische info en kaartjes.
Doordat alle wandelingen in dit gebied op elkaar aansluiten is het soms een beetje verwarrend, er zijn geen echte tochten beschreven, wel de aparte stukken wandelpad. Je moet hieruit zelf je wandeling samenstellen. De gids is wel uitputtend volledig.
Beetje goedkoop lijkende uitgave, zwart-wit foto’s, slap papier.
Gekocht bij Amazon, 11 USD
- Olympic Mountains Trail Guide
Uitgegeven door The Mountaineers (www.mountaineerbooks.org)
Auteur Robert L. Wood.
De auteur kent werkelijk elk pad en elke boom van dit Nationaal Park, de hoeveelheid info in dit boek is verbazingwekkend. Per gebied een korte intro over landschap, wegen en voorzieningen, en dan wordt elke wandelpad beschreven, zelf deze die niet meer aangeduid en onderhouden worden.
Deze encyclopedische hoeveelheid info was een beetje ‘too much’ voor ons, simpele toeristen. Je verliest letterlijk je weg in het boek, en er is ook geen enkele duiding over welke wandelingen interessant zijn of niet. Je kan wel gerust zijn: als het niet in dit boek staat, zal het niet bestaan.
Grootste tekortkoming vonden we het ontbreken van info over de kuststrook aan de Pacific, één van de mooiste stukken van Olympic.
Gekocht bij Amazon, 14.21 USD.
- Pacific Norhtwest Camping, Moon Outdoors, the complete guide to tent and RV camping in Washington and Oregon.
Uitgegeven door Moon (www.moon.com).
Auteur Tom Stienstra.
Campinggids, biedt alles wat de ronkende titel belooft. Alle campings worden hierin opgesomd, ook de gratis plaatsen waar drie tenten kunnen staan. Opsomming van voorzieningen, contactadressen, hoe reserveren, landschappelijke waarde. Heel handig systeem om campings te vinden, vertrekkend van een globale kaart naar steeds gedetailleerdere kaartjes gaand. Liefst 800 bladzijden tjokvol waardevolle info. Top!
Gekocht bij Bol, 23 Euro.
Internet: specifieke sites staan bij hun onderwerp.
Enkele algemene sites met informatie:
Prijzen: op Belgisch niveau. Brandstof is heel goedkoop.
Belgen gezien? Simpel: geen enkele.
Eten en drinken: we kochten onze etenswaren vooral bij Safeway (www.safeway.com), een keten gespecialiseerd in ‘verse’ voeding. Handig: de winkels zaten in onze GPS geprogrammeerd.
De keuze was er gigantisch, de kwaliteit uitstekend, de prijzen op Belgisch niveau. Men verkoopt wel voedsel dat niet echt met ons verwachtingspatroon overeenkomt: geleipudding in allerlei felle kleuren, slagroomtaarten met fluo-verf versierd, een gigantisch assortiment softdrinks met allerlei bizarre kleuren….
Een algemene trend: kleuren en smaken zijn heftiger dan bij ons.
Opvallend is ook dat er enorm veel personeel rondloopt: zo worden bijvoorbeeld je aankopen aan de kassa door een personeelslid proper in een zak gestoken. Je kan er ook een keur aan medicijnen kopen die bij ons enkel in de apotheek en met voorschrift te krijgen zijn.
Uit eten kan je in alle vormen en prijzen. Gezien we in de afgelegen gebieden soms geen keuze hadden, dineerden we zowel in de McDonald’s als in een sjiek restaurant in een skigebied. Het voedsel was door de band lekker en betaalbaar (op dat ene ski-restaurant na dan, maar ’t was dat of honger lijden).
Wel uitkijken met je bestelt: de hoeveelheden vlees kunnen gigantisch zijn: in een Canadese ‘Chubby Chicken’ (klinkt .. eeuh, lekker) eindigden we met een emmer vol kippebouten…
Laat je overigens niet door de vermelding ‘restaurant’ misleiden: al wie een diepvriesfriet in het vet en een hamburger op de bakplaat kan gooien mag die vermelding dragen.
Qua hamburgertenten is er overigens ook keuze zat: Jack in the Box, Burger King, Wendy’s,… noem maar op.
Lekker en goedkoop bij McDonald’s waren de maaltijdslaatjes met kip. Voor 1 dollar kreeg je er een kleine ‘emmer’ met 1 liter frisdrank bij.
Voor wie geen ijs in z’n drankje wil: steeds ‘no ice, please’ vermelden bij de bestelling, anders eindig je steevast met een half glas ijs. In warenhuizen en benzinestations worden trouwens kloeke zakken met kilo’s ijsblokjes verkocht, en in elke gang van een motel is er wel een ‘ice machine’, kortom: je zal zeker niet zonder ijs vallen.
Leidingwater is meestal ondrinkbaar: het zit nog vol chloor, waardoor het lijkt alsof je een slok zwembad in je mond hebt. Grappig: ook in de dure restaurants krijg je zo’n kan zwembadwater op tafel.
Test Aankoop-gewijs proefden we enkele drankjes voor jullie:
‘Light’-producten worden aangeduid als ‘diet’: een cola-light wordt dus een diet-coke.
Paperassen en douane: om binnen te mogen in de VS heb je een reispaspoort nodig, tijdig (min. 3 weken voor vertrek) aan te vragen bij je gemeente. Je hebt 2 pasfoto’s en (afhankelijk van de gemeente) ca 80 Euro per persoon (kinderen: 50 Euro) nodig. Opgelet: als je nog een oud paspoort hebt moet je dit bij de aanvraag naar het gemeentehuis meenemen, indien je dit niet meer kan vinden vooraf even contact met de gemeente opnemen. Alles over paspoorten op: http://www.diplomatie.be/nl/travel/passports.asp (prijzen kloppen wel niet meer).
We passeerden in Washington zonder enig probleem de Amerikaanse douane en immigratie, alles verliep bijzonder hoffelijk en vlot. Terwijl je paspoort gecontroleerd wordt legt een webcam je gezicht vast, en je wordt ook gevraagd linker en rechter wijsvinger op een sensor te leggen om je vingerafdrukken te nemen. Zelfs al heb je een aansluitende binnenlandse vlucht, bij het binnenkomen in de VS moet je persoonlijk je bagage van de lopende band nemen, ze door de douane dragen (we kregen geen enkele controle, onze bagage werd enkel besnuffeld door een drughond) en ze 20 meter verder weer op de band zetten.
Op de ‘Green Card’ die je moet invullen om het land binnen te mogen, dient je verblijfadres in de VS (in ons geval: de eerste overnachting) vermeld te worden. Zorg dus dat je dit in je handbagage zitten hebt.
Winkelen: voor alle outdoor-spullen en kampeermateriaal kan je terecht in de REI (www.rei.com), de buitensportwinkelketen van de VS (vergelijkbaar met AS Adventure, de Berghut in Hamme, ..).
De winkel in Seattle is groot en zeer goed bevoorraad. Door de lage dollar was alle goedkoper dan in België.
Amerikanen en hygiëne: wees voorbereid als je de waterkraan opendraait of onder de douche stapt: het is alsof de deur naar het zwembad opengaat, de massieve chloorgeur van het kraantjeswater walmt je tegemoet. Als je het water een half uurtje laat staan is de sterkste geur verdwenen en kan het dienen om je tanden te poetsen. Het is een voorbeeld van de soms vrij maniakale manier waarop Amerikanen met hygiëne omspringen.
Hoe vielen de Amerikanen mee? Om het maar in hun eigen taal te zeggen: great! In het godvergeten gat Libby staan we bijvoorbeeld aan een automaat die met kaarten werkt wat te klungelen om naar huis te bellen, een vriendelijke Amerikaan duwt zijn kaart in de telefoon, toont ons hoe we moeten bellen, we mogen zijn kaart houden en van betalen wil hij zeker niet weten.
Vreemd voor ons zijn de jobs die in de VS nog bestaan en bij ons reeds lang tot de geschiedenis behoren: je aankopen in de supermarkt worden nog netjes in een zak gestoken, aan het begin en eind van wegenwerken staan 2 werklui met bordjes ‘GO’ en ‘STOP’, soms is er zelfs een ‘Pilot Car’ die je moet volgen om wegenwerken te passeren.
Zowat alle mensen waar we contact mee hebben zijn vriendelijke en hulpvaardig, en minder opdringerig dan we 15 jaar geleden in het ZW van de VS tegenkwamen, waar men blijkbaar constant de behoefte had te verklaren hoe ‘great’ Belgium wel was of om z’n leven te vertellen.
Jetlag en lange vluchten: na wat rondsurfen op internet vonden we volgende tips – en in onze oneindige goedheid hebben we deze nog voor jullie uitgetest ook: Tijdens de vlucht |
|||||||
- geen alcohol (niet gedronken) |
|||||||
- geen koffie of thee (niet gedronken) |
|||||||
- geen fruitsap, frisdranken (OK, af en toe eens gezondigd) |
|||||||
- VEEL water, op intercontinentale vluchten is de lucht heel droog (als vissen gezopen) |
|||||||
- veel bewegen (vingers en tenen wel, voor de rest zit er in een vliegtuig niet veel speling op…) |
|||||||
- op het vliegtuig proberen te slapen volgens uren van je bestemming (grapjas, we waren al blij als we samengeplooid in onze vliegtuigzetel even konden wegdommelen) |
|||||||
- geen slaappillen ! (lichaam beweegt dan helemaal niet meer = gevaar op bloedklonters) |
|||||||
- schoenen uit (gedaan) |
|||||||
|
De heenvlucht hebben we goed verteerd: ’s morgens thuis vertrokken, ’s avonds en 9 uur tijdverschil later aangekomen en in ons bed gekropen. We hebben de dagen daarna weinig last gehad.
De terugvlucht was een ander paar mouwen: ’s morgens zeer vroeg (5 uur) vertrokken, de volgende morgen om 7 uur op Zaventem aangekomen, met trein en bus tegen de middag, thuisgeraakt, nog tot ’s avonds gewerkt om alles op orde te krijgen, in bed gecrasht en een week suf en moe rondgelopen.
Ik denk dat de beste raad is: zoveel mogelijk proberen te slapen, want slaapgebrek blijkt uiteindelijk de dooddoener te zijn.
Naast de jetlag die je lichaam overhoop gooit, moet je ook nog zien de tijd te doden op de lange vluchten. Boeken en een MP3-speler doen hier wonderen, je kan op het vliegtuig ook (Engelstalige en heel matige) films bekijken.
De kinderen vonden dit een heel boeiende reis. Alle reisdoelen vielen hen goed mee, we kozen onze wandelingen niet te lang en te lastig. Hun favoriete wandeling was de sneeuwtocht in Rainier. De tweedaagsen met overnachtingen op de wilderniscampings vonden ze geweldig. Ze zijn ondertussen oud genoeg om een rugzak te dragen.
Ook de oude bossen en de dieren hadden hun volle aandacht. De campings met bank en vuurplaats waren ook een belevenis, niets zo tof als na een ijzige kampeernacht ontbijten bij het vuur.
Ook het contact me de Amerikanen beviel hen. Onze zoon bestelde elke dag een andere hamburger, lang leve de junkfood. De dode tijd besteden ze door boeken te lezen (OK, dat zijn net bakstenen in je bagage, maar wij zeulen altijd een pak lectuur mee) en met hun MP3-speler. Het enige dat hun wat tegenstak waren de lange vluchten. Opstijgende en landen, da’s fijn, maar de acht uur ertussen….
Logies zoeken
Na wat zoekwerk op internet bleek spoedig dat we er goed aan deden een aantal kampeerovernachtingen vooraf te boeken. Overnachtingsmogelijkheden in de Nationale Parken zijn vrij schaars, en vooral tijdens de weekends lopen de campings snel vol (op sommige plaatsen zijn dan rond 10 u in de voormiddag alle plaatsen reeds bezet). Dit bleek in de praktijk effectief ook zo te zijn.
Het beleid voor overnachten op de ‘backcountry campsites’ (lees: wilderniskamperen) in de Nationale Parken is naar Europees begrip heel restrictief: er wordt via een verplichte ‘backcountry permit’ maar aan een beperkt aantal personen toestemming gegeven om te overnachten in de Nationale Parken. Een aantal kampeerplaatsen kan je vooraf reserveren, andere worden bedeeld op ‘first come, first serve’ basis. Vooraf informeren op de site van het Nationaal Park.
Op basis van het stramien van onze reis boekten we ongeveer de helft van onze overnachtingen, om toch wat zekerheid in te bouwen en ons anderzijds niet op een strak reisschema vast te pinnen.
Reserveren van de ‘auto-campings’ kan online (http://www.recreation.gov/, menu aan linkerkant), voor de ‘backcountry permits’ in de nationale parken dient dit lekker ouderwets per post of per fax te gebeuren – info is op de website van het NP te vinden, onder ‘backcountry camping’.
De reserveringen van de “auto-campings” verliep voorbeeldig, op de website kan je elke plaats tot in de details bekijken (b.v. de oppervlakte in vierkante meter die je voor tentjes kan gebruiken), je betaalt vooraf online met Visa, als je op de camping komt is je plaats met een naamplaatje gemarkeerd. Handig! Naar Europese normen zijn de kampeerplaatsen zeer ruim, we konden overal zonder problemen onze twee kleine trekkerstentjes kwijt op 1 plaats.
Wel opschrijven welke plaats je gekozen hebt (bv 4A) en een plannetje van de camping afdrukken. Dit systeem bleek reuze handig te zijn, we kwamen soms ’s avonds zeer laat toe, reden naar ons plekje en konden direct onze tentjes beginnen opzetten.
Sommige kampeerplaatsen, vooral deze van de National Forests, waren echt een droom: schitterend in het bos ingebed (je zag soms zelfs je buur niet staan), ruime plekken, kraaknet, heel rustig, ver van de bewoonde wereld. De voorzieningen waren veelal heel ‘basic’: een puttoilet en stromend water. Wel had je altijd een eigen vuurplaats (hout kon je overal wel vinden, voldoende droog hout op de grond) en een eigen kampeertafel.
Toegang tot de Nationale Parken en parkeren en kamperen in de National Forests is betalend.
Er bestaan allerlei passen, wij kiezen voor de gemakkelijkste ‘all in’ formule en schaffen ons een ‘America the Beautiful’-pas aan, voor 80 USD heb je dan een jaar toegang tot alle Nationale Parken en Forests in de VS. We kochten deze in de buitensportwinkel REI in Seattle (www.rei.com) , pas is ook verkrijgbaar aan de ingang van de Nationale Parken, in infokantoren…
Op parking en campings van de National Forestry Commission geldt het ‘pay and display’-principe: je pas zichtbaar in de auto achterlaten. Als je geen pas hebt moet je geld in een enveloppe steken en het betaalbewijsje in je auto tonen.
Alle prijzen in dollars (USD) tenzij anders vermeld. Voor 1 Euro kregen we ongeveer 1.65 dollar.