RAH Schepenbank Lummen nr. 119

1759 1760

Gichten Brabants recht buiten vrijheid

 

Begint van elfsten januarij 1759 ende eijndight met 29 decembris 1760.

Extract van de hand van Mathieu Vandenbosch:

 

1759, 3 maart. Folio 14.

Voor schepenen van het land Lummen ten Brabants recht buiten vrijheid leent Michiel Cauwenberghs met instemming van zijn vrouw Aldegon Smeets van Joan Munters als momber van Marie Catharina Claes, 350 gulden Brabants Luiks 5%. Pand: 3 halsters land in de Postelmanshoek. Palende O. de straat; W. Joan Gijbels; N. Peeter Francis Convents; Z. Andries Scroijen en Michiel Goutjaers. Onderpand: een bempt int Oversel gelegen. Palende W. Michiel Goutjaers; Z. Joan Ceijssens; N. 'sheren aert of heijd, die Roode beeck.

 

1759, 21 augustus. Folio 84.

Voor schepenen als voor verkoopt Niclaes Henrix met nog in te brengen instemming zijner vrouw Anna Put, aan Willem Put:

1.      haere camer cruijthoff haer deel ende aenpaert in den dries. Palende O. Jan Put en Jan Tielemans; W. Joseph Put; Z. de heirbaan.

2.      Haar deel en aanpart in huis, hof, palende O. en Z. Joseph Put; W. Niclaes Moons en Matthijs Mentens; N. Jan Zeus.

3.      Haar deel en aanpart in den Eerselen bempt. Palende O. Japsar Smeets en Jan Ceijssens; W. sieur Joannes Duys; Z. Jordaen Hermans; N. Joseph Put.

4.      haar deel en aanpart in de Wellens houve onder Beverloo gelegen.

Verkocht voor 900 gulden Brabants Luiks. En 5 gulden spelgeld voor verkopers vrouw. Boven alle lasten. Godtspenninc: 1 gulden. Lijcoop: 1 ton bier.

Deze erven zijn belast met 500 gulden Brabants Luiks kapitaal. Waarvan te betalen aan de erfgenamen Henricus Streignaerts: 200 gulden; aan de weduwe secretaris Nicolaij: 200 gulden. Aan de erfgenamen Barbara Lens tot Beverloo: 100 gulden. Jaarlijks aan de Armen tot Beringen: 9 stuivers.

 

Folio 92 v.

Fiat copia hujus et dabis copiam Arnoldi Reijnders qui vobis solvat.

De drije roepen van Jan Claes goedt, hetwelck Willem Roosen gekocht heeft, genaemdt het Henneken Witten, is den derden roep geschiedt voorleden sondagh wesende den 1ste juli 1759.

Op te soecken voor Peeter Rijnders van Coorsel.

Anthonius Laros heeft vercoght aen Jan Vaes,een pleck landt genaempt de Hoef, gelegen onder Coorsel, regenoten O. de Lelie. Geleden omtrent de 20 jaeren.

 

1759, 3 oktober. Folio 102.

Voor commissaris van de stad en district Peer verschijnen Joannes Baptista Hendrix, koopman en chirurgijn te Lier, als man-momber joffrou Isabella Clara Gaethooffs, zo voor hem als mede als momber voor zijn zwagers Carolus Antonius, Paulus en Guillielmus Gaethoffs, waarvan de 1ste en de 3de aanwezig zijn. Ze hebben achtervolgens octrooi van burgemeester en schepenen van Lier d.d. 14 maart 1759 zekere erve verkocht, de Quaeque genaamd, bestaande in 2 vijvers met de reservoiren en de heijthoeven daar aan gehorende, met de op- en aflopen daaraan annex. In die erven had de hierna genoemde koper Joannes Antonius Put, de weide alsook het recht aldaar een reservoir te maken. Gelegen tot Gestel onder Lummen. Palende O. Jan Pijpers en Henrick Put; W. en Z. de hierna genoemde koper Joannes Antonius Put; N. de straat. Verkocht voor 1000 gulden Brabants Luiks, waarvan de verkopers er reeds 300 ontvangen hebben, waarin 12 gewichtige ducaten begrepen zijn. De resterende 700 gulden belooft de koper binnen de 4 maanden te betalen.

Gedaan te Stal in den Valenteijn onder Coorselt gelegen. Getuigen: joffr. Maria Digna Reijnders en Henricus Huveners. Was ondertekend: Joannes Huveneers, commissaris Perensis.

Quod attestor: J.H. Beckers, schepen in absentia secretaris.

 

1759, 11 oktober. Folio 103.

Antonius Carolus Gaethofs mede voor zijn zwager Joannes Baptista Henrix gichten Joannes Antonius Put in de Quaque.

 

1759, 6 oktober. Folio 104.

De vrouw van Joannes Baptista Henrickx, koopman en chirurgijn te Lier ratificeert de verkoop van de Quaecque, door haar man gedaan op 3 oktober 1759 aan onse kozijn Joannes Antonius Put. Item de verkoop d.d. 4 oktober 1759, van 2 halsters land in de Hegge. Het is haar en haar broers aangekomen na dood van hun oom Antonius Gaethoffs in 1758 overleden binnen Beringen.

Gedaan ten hare woonhuize binnen Lier. Getuigen: Joannes Baptista Stobbaerts en Peterus Ceulemans.

 

1759, 14 maart. Folio 105.

Verzoekschrift aan de burgemeester en schepenen van de stad Lier. Door Joannes Baptista Henrix en P.N. Boeckx als mombers der wezen van wijlen Paulus Gijthoeffs en Isabella van Steenwegen.

Na overlijden van hun vaderlijke oom te Beringen zijn hun zekere delen verstorven in verscheidene panden. In sommigen 1/3 en 5/6. In een ander 1/3. In nog andere een deurgaende derde.

Ze vragen die delen te mogen te verkopen en het geld onder hun kwitantie te mogen ontvangen.

Het origineel was ondertekend: J.G. Berckmans. Toegestaan. De originele (!?) was ondertekend: G. Fr. Goijvaerts, secretaris.

Getekend voor eensluidend afschrift: J.H. Beckers, schepen.

 

1759, 20 december. Folio 128.

Jan Engelen met zijn vrouw Maria Gijbels verkopen aan Louis Gijbels, haar broer, hun pretentie die zij hebben in huis de Trumpe gelegen onder Corsel. Ligging aan partijen bekend. Verkocht voor 200 gulden Brabants Luiks. Lijckcoop: 2 schellingen. Godtspenninck: 1 stuiver.

 

1759, 20 december. Folio 129.

Joseph Put leent van Joannis Henricus Beckers, medeschepen, 700 gulden Brabants Luiks 5%. Pand: huis, hof en dries tot Stal onder Coorsel. Palende O. Jan Put en Jan Tielemans; W. Niclaes Moens en Matthijs Mentens; N. Jan Zeuws nomie uxoris; Z. de heirbaen.

 

1759, 20 december. Folio 130.

Er was proces gevoerd tussen Willem Put en Joseph Put, over verschillende percelen die Willem Put kocht van Niclaes Henric en waarvan de gicht was overgelegd op 8 november 1759.

Willem Put ziet nu af van zijn koop van de percelen hiervoor vermeld op folio 84, 21 augustus 1759. Ten voordele van Joseph Put als naerlinck. ( Vernadering).

 

1760, 24 januari. Folio 133.

Registratie van een handschrift d.d. 3 januari 1760.

Joannes Antonius Put uit hoofde van zijn vrouw Anna Margareta Raemaeckers, erfgenaam en representant van wijlen Peeter Van Postel, ontvangt van de burgemeesters van het dorp Lummen 650 gulden Brabants Luiks als aflegging van 2 jaarlijkse renten; een van 500 gulden kapitaal en de ander van 150 gulden Brabants Luiks. Hij ontvangt ook de achterstallige renten. Daarvan wordt zijn schatting voor 1759 afgehouden.

 

1760, 4 februari. Zonder folionummer.

Voor schepenen van het land Lummen ten Brabants recht buiten vrijheid dragen Henric Tielemans, Matthijs Gielen en Henric Slegers, moderne burgemeesters van Coorsel, een plek heide tot Stal onder Coorsel op ten behoeve van Jan Knaep. Palende O. Z. en N. 's heren aert; W. de weduwe Peeter Meijbos. Jan Knaep accepteert die plek voor 1 gulden 5 stuivers in iederen schadtbrieff van acht hondert. Item 1 stuiver cheijns aen haere maiestijdt te bamis.

 

1759, 14 december. Folio 141.

Registratie van een akte van notaris J.A.Quisthoudt, Diest d.d. 14-12-1759.

Ludovicus Gijbels van Coirsel leent van Joannes Josephus Du Mont, kanunnik van St. Sulpitij kapittel te Diest, 350 gulden Brabants courant geld, de nieuwe schelling tot 7 stuivers, de pattacon tot 2 gulden 16 stuivers. A 4%.

Pand: huis met de grond, stal, schuur, hof en aangelegen erve. Genoemd den Trimphert. Met alsnog een driesken of weijeren daaraan gelegen. Gelegen te Coirsel. Palende de straat, de Moddijck en met 2 zijden Jan Bloemen. Alles van Brabantse nature en enkel belast met de cijns van de grond en 300 gulden Brabants Luiks aan Daris tot Exel. Gijbels belooft die af te leggen en er het bewijs van te leveren binnen de 14 dagen.

Gedaan binnen Diest. Getuigen: Joannes Franciscus van Dormael en Joannes van Arenborgh. De minuut van de akte is bekleed met een zegel van 12 stuivers.

 

1760, 21 februari. Folio 144.

's Heren dienaar Jan Picaris heeft na voorlegging van onwederroepelijke constitutie, voorgaande akte laten registreren. Was getekend: Goyvaerts.

 

1760, 10 februari. Folio 145.

Voorwaarden waaronder op voornoemde dag, na de voorzittingen, bij kaarsbranding een perceel land zal verkocht worden op verzoek van Michiel Goutjaers met instemming zijner vrouw Apolonia Ceijssens. Land genaamd de Houve gelegen in den Postelmans hoeck. Palende O. en Z. de straat; W. Andries Scroijen; N. Michiel Cauwberghs.

De kooppenningen moeten betaald worden samen met gichtgeld, kaarsbranding, schrijfgeld, roepgeld 2 gl., Godstgelt aan de kerk van Coirsel: 5 stuivers. Lijcoop: ton bier.

De verkoper reserveert zich het schaarhout in de Houve en 3 afgekapte strunckbollen.

De condities zijn op 12 januari 1760 voorgelezen ten huize van Jan Lemmens in de camer. Ter presentie van Thomas Reijmen en Jan Bleux, beide gerechtsdienaars. Quod attestor: J.H. Beckers, schepen.

Joris Geerts krijgt van Michiel Goutjaers de palmslag, nadat hij 307 gulden Brabants Luiks geboden heeft. Hij verbetert zijn koop met 5 hogen. Op de volgende zitdagen, de 26ste januari en de 9de februari wordt er niet meer geboden. De kaarsbranding van 23 februari voor schepenen Beckers en Vander aa verandert ook niets meer aan de toestand. De gicht heeft op dezelfde dag plaats.

 

1760, 24 februari. Folio 147.

De eerbare jonge dochter Adriana Beckers bekent verkocht te hebben aan Dimphna Reynders, de helft van de Witte vennekens in de Stalsche heijde gelegen, rondom 'sheren aert. Voor 54 guldens.

Actum Corsel voor Beckers en Vander aa, scabine. Volgens handtekening moet de tekst geschreven zijn door schepen Henricus vanderAa.

 

1760, 1 maart. Zonder folionummer.

Voor schepenen van het land Lummen ten Brabants recht buiten vrijheid verkoopt Joan van Meirt met instemming van zijn vrouw Ann Catharina Jans aan Francis Lekens: een plak land gelegen omtrent de winning genaamd de Nieuw houve. Palende O. W. en Z. 's heren aert en N. Francis Lekens. Verkocht voor 16 pattacons ende een voirsken. Godtspenninc: 1 stuiver. Lijcoop: 11 stuivers 1 oord. Belast met 15 stuivers in iederen schadtboeck.

 

1760, 18 maart. Folio 149.

Voor schepenen van het land Lummen ten Brabants recht buiten vrijheid verkoopt Simon Truijens aan Matthijs Lekens een torffbempt tot Coorsel. Palende O. Matthijs Gielen; W. de erfgenamen Jan Beckers en Haub Hermans; Z. Michiel Claes; N. de wederhelft. Verkocht voor 40 pattacons ende eenen stier van op sijn drij jaeren. Godtspenninc: 5 stuivers aan de kerk van Coursel. Lijcoop: een vierdel bier.

 

1760, 10 april. Folio 150.

Kaarsbranding en gicht, na de voorzittingen, van de verkoop van een torfbempt door Michiel Claes. Gelegen tot Coorsel. Palende O. (niet ingevuld); W. Haub Hermans; Z. de gemeijn heijde; N. Matthijs Lekens.

Voorwaarden voorgelezen ten huize van Jan Lemmens op 22 maart 1760. Getuigen: Thomas Reijmen en Jan Bleux, beiden gerichtsdienaars. Quod attestor: J.H. Beckers, schepen.

Petrus Franciscus Convents biedt 222 gulden Brabants Luiks, krijgt de palmslag en verbetert zijn koop met 5 hogen. Op 10 april is de kaars ontstoken en wettelijk gebannen. Verbleven aan de eerste hoger en obtinent koper.

 

1760, 14 april. Folio 154.

Voor Beckers en Vander aa, schepenen van het land Lummen Brabants recht buiten vrijheid leent Arnoldus Convents van Joannes Huijbrechts, 300 gulden Brabants Luiks 4%. Pand: perceel land genaamd het Bestensveldt gelegen tot Stal onder Coorsel. Palende O. Matthijs Mentens; W. Barbara Lens; N. Giellielmus Put; Z. de straat. Onderpand: hoeijbempdt genaamd de Waterschappen, gelegen als voor. Palende O. Aert Witters; W. Peeter Smets; Z. de Alde beke; N. de Maelbeke. Verder nog tot onderpand: al zijn meubelen ende goederen, zo Loons als Brabants.

Later verklaart schepen Beckers dat dit gebeurd is met consent van Catharina Henrix.

 

1760, 14 april. Folio 155.

Op deze bladzijde staat een uittreksel uit het register van vorige akte. Op de rug staat: Copia pro vander AA. Jan Huijbrechts, borgemeester tot Stal.

1760, 17 april. Zonder folionummer.

Peeter Joris bekent van Joannes Was 100 gulden Brabants Luiks ontvangen te hebben met de intrest en kwijt derhalve diens panden.

 

1760, 23 oktober. Folio 168.

Francis Putsijs gehuwd met Maria Davits de dochter van Anna Lekens bekent 80 gulden Brabants Luiks ontvangen te hebben van Jan Krekelvin, zijnde het vijfde deel uit zekere koop voor deze schepenen geschied op 4 mei 1743, van een dries gelegen aan de Stalsche molen. Palende als in de voorschreven gicht.

 

1760, 14 oktober. Folio 170.

Voor schepenen van het land Lummen ten Brabants recht buiten vrijheid draagt Catharina Witters weduwe Henricus Beirts, volgens deling, op aan haar zoon Paulus Beirts:

-         die camer met die kelder camer

-         de halve scheur neren met den winckel ende het schobbe

-         het deel van den hoff oostwaerts gelegen bestaende in seven corenbedden

-         den hoff ende dries westwaerts.

Deze goederen zijn belast met 200 gulden ten behoeve van joffr. Ann Beckers, begijncken tot Diest; met schatting en 'sheren grondcijns.

De eerwaarde heer Paulus Beirts, pastoor tot Blerick is in naam en tot profijt van zijn neef Paulus Beirts in voormelde goederen gegicht en gegoed.

 

1760, 12 november. Folio 172.

Voorwaarden waaronder - na de nodige zitdagen en voor de schepenen Beckers en Vander aa - een rishouve verkocht en gegicht wordt. Door Franciscus van den Elst met zijn schoonzoon Joannes Adrianus de Coninck uit kracht van octrooi der schepenen van de stad Antwerpen. Rishouve palende O. Michiel Meijen; W. Cobus Dillen; Z. hun eigen erf; N. Jan Comans. Gegevens uit de voorwaarden:

Dit erf zal verkocht worden met 3 zitdagen, van 14 tot 3 maal 14 dagen en te proclameren 's zondags in de vroegmis. De rishouve is aan te slaan half maart 1761.

Condities zijn voorgelezen ten huize en in de keuken van Henric Tielemans aan de kerk, op 30 september 1760.

Getuigen: Louwis Lekens en Peter Lemmens. Testor: J.H. Beckers, schepen ad hoc scribenda rogatus.

Louwis Lekens biedt 55 gulden Brabants Luiks en krijgt van Francis Van den Elst de palmslag en zet 5 hogen. Getuigen: Peeter Lemmens en Mattheus Gijbels.

Kaarsbranding op 12 november 1760. Daarna dragen de verkopers de rishouve over aan Louwis Lekens voor 55 gulden Brabants Luiks, 5 hogen .

 

1760, 12 november. Folio 174.

Dezelfde verkopers als in vorige akte verkopen op dezelfde wijze, nu aan Joannes Reijnders: land palende O. Jan Gijbels; W. en Z. Jacobus Dillen en N. de Rishouve. Voor 120 gulden Brabants Luiks en 5 hogen.

 

1759, zonder datum. Folio 176.

Verzoekschrift gericht aan de heren burgemeesters en schepenen der stad Antwerpen door Elisabeth Thielens weduwe Joannes Conix en nu in huwelijk met Franciscus van der Elst. Ze had met haar eerste man een zoon, Joannes Adrianus Conix, omtrent 23 jaren oud. Op 9 april 1734 maakte ze, met haar man testament voor notaris binnen Antwerpen, mr. Guilhelmo Francisco Masquar. Ze werd er als langstlevende tot oppertestamentelijck momboiresse over haar zoon aangesteld. Op 12 februari 1759 heeft ze voor notaris Petrus Joseph Cools, Michiel De Hantsetters tot mede-momber geassumeerd. Verzoekster en haar minderjarige zoon (nochtans uit haren hoofde) bezitten gemeenschappelijk enige perceeltjes van landen in Coursel, land van Brabant als in het land van Luijck. Ze willen die publiek verkopen.

 

1759, 4 september. Folio 179.

Akte van notaris Petrus Josephus Cools waarin Elisabeth Thielens weduwe Joannes Conix - en - Michiel Hantsetters, de 1ste als moeder-momber de 2de als momber van Joannes Adrianus Conix, volmacht geven aan Franciscus van der Elst, 2de man van de 1ste comparante, om grond te verkopen in Coursel.

 

1760, 25 augustus. Folio 182.

Toestemming van de schepenen van het land Lummen, Brabantse justitie buiten vrijheid, met name: L. Smets, Jacobs, Tits, Schodts en A. Smets, om de percelen onder Coursel waarvan sprake in voorgaande gichten, te mogen verkopen.

 

1760, 2 december. Folio 184.

Voor schepenen van het land Lummen Brabants recht buiten vrijheid verkopen Peeter Dries en Peeter Pelsers als mombers van Anne Marie Ceyssens, tegenwoordig in het klooster der celsusteren tot Hasselt, aan Catharina Smeets, present door haar zoon Peeter van Ubbel: huis en hof op de Witterswinninghe tot Coorsel gelegen. Palende O. de erfgenamen Servaes Ceijssens; W. de erfgenamen Peeter Feijen; Z. Aert Cauwberghz; N. die gemijne heijde. Voor 340 gulden Brabants Luiks. Godspenninc: 5 stuivers. Lijccop: ton bier. Belast met 200 gulden aan de erfgenamen Bertus van der Aa en 200 gulden aan mr. Maris tot Beringhen.

 

1760, 22 december. Folio 185.

Op deze dag wordt het onroerend goed gegicht dat aan het einde van een aantal zittingen, publiekelijk is toegewezen aan Dymphna Van der heijden weduwe Joan Vervorst. Voor 620 gulden en 30 hogen.

Verkopers zijn: de representanten van Jan Van der heijden, met name:

Henricus Volders als man-momber Maria Anna Maes, zich sterk makende voor zijn zwagerin en zwager:

Anna Catharina Maes en Joannes Slangen.

Franciscus Van de Grinten als man-momber Maria Catharina Van der heijden, zich sterk makend voor zijn zwagers: Simon en Anthoon Van der heijden.

Verkocht wordt: een bempdt de verkopers bij successie ab intestato gedevolveerd tot Vurten onder Coursel. Gelegen omtrent den Eerdwegh. Palende O. Jan Sroijen; W. Jan Ceijsens en Peeter Cops; Z. Jaspar Reijnders; N. Peeter Dries. Belast met 3 gulden jaarlijks aan de kerk van Coursel, voor het jaargetijde van Marten Kenens.

Perceel is opgeroepen door gerechtsdienaar Thomas Reijmen ten huize van Henrick Tielemans tot Coursel op 12 november 1760. Getuigen: P. van Postel en P. Franciscus Wouters. Quod attestor: J. Nulens, notaris.

Magister J.H. Convents biedt in naam van zijn schoonmoeder Dimphna van der Heijden, 620 gulden boven de last. Hij verbetert zijn koop met 30 hogen. Getuigen: P. Vanpostel en Matheus Geybels.

Op 26 november 1760 werd er niet meer gehoogd. Getuigen: P. van Postel en B. Roucourt.

Op 10 december 1760 werd er niet meer gehoogd. Getuigen: B. Roucourt en Henrick Tielemans.

Op 22 december 1760 heeft de kaarsbranding plaats en is het erf verbleven aan Dijmphna van der Heijden en wordt de koop gegicht.