|
Zo is het allemaal begonnen
Mijn
liefde voor de karper, want koi is niets anders dan prachtig gekleurde
karpers, is begonnen toen ik een jongen van ongeveer 12 jaar was.
Daarvoor gingen mijn vriendjes en ik ook al gaan vissen op stekelbaarsjes
met regenwormen aan een draadje geknoopt. Een lucifer deed diens als dobber.
Dit deden we in een stuk beek die aansloot op een kleine natuurlijke drinkwatervijver
voor koeien.
We gingen ook regelmatig salamanders vangen, met een emmer aan een koord
gebonden, in nog een andere vijver, ja, de interesse naar wat er onder
water leefde was groot.
We namen deze dan mee naar huis en plaatsten de dieren in een plastiek
bakje. Groot was mijn verbazing toen ik de volgende dag zag dat ze spoorloos
verdwenen waren.
Ik had natuurlijk vergeten het bakje met iets af te dekken.
Mijn vader was een heel grote vinkenliefhebber en ik moest dan ook bijna
wekelijks mee naar de vinkenzetting om te tekenen.
Na een bepaalde wedstrijd
had hij met een drietal vinken prijs en ik weet het nog heel goed, voor
de laagste prijs waren er nog twee naturaprijzen over in de tombola, namelijk
een korte werphengel en iets anders.
Ik heb toen mijn vader ervan kunnen overtuigen
om voor de hengel te kiezen en zo had ik mijn eerste hengeltje wat eigenlijk
een forelhengel was.
Toen ik daarna op bezoek ging bij mijn buurjongen was hij niet thuis, zijn
ma vertelde dat hij gaan vissen was met nog enkele andere buurjongens
naar de visvijver van Hernieuwenburg te Wielsbeke.
Geïnteresseerd als ik was ben ik dan maar per fiets gaan kijken naar
de vijver.
Er werden vooral voorns (blieken) gevangen en af en toe ook
een zeelt.
Ik mocht van een vriend ook eens proberen om wat vissen te
vangen.
Dit lukte behoorlijk goed en ik had natuurlijk nog meer de smaak
te pakken.
Toen een andere visser een karper aan zijn lijn had was ik
erg onder de indruk van de trekkracht die de karper uitoefende op de lijn en als de karper op het droge lag was ik meteen verkocht, ik wilde ook zulke
vissen vangen.
Na veel zagen en blijven zagen kreeg ik mijn eerste vaste hengel. Dit
was een glasvezel hengel van 6,50m wat voor een jongen als ik een lang
stuk was en ook redelijk zwaar. Daarbij kreeg ik ook nog een leefnet om
de gevangen vissen in te stoppen en een koffertje om wat klein gerief
voor vislijntjes te maken, in op te bergen.
Om aan de oever te zitten
moest ik het dan nog doen met een plooistoel.
Later toen ik in het V.T.I.
te Waregem school liep, hebben we in het tweede jaar houtbewerking zelf
een viskoffer gemaakt.
Onze leraar praktijk was ook een visser, vandaar..
De dag was aangebroken om eindelijk met mijn vrienden te gaan vissen.
Er werden veel voorns gevangen en soms zat daar wel een goudwinde tussen.
Aan de forelhengel die uitgeworpen was werd niets gevangen. De goudwindes
werden in een emmer meegenomen naar huis en in een plastieken kuip
geplaatst.
Dit was eigenlijk mijn eerste tuinvijver. Ja, in die tijd bestond
er nog geen vijverfolie. Er waren wel al voorgevormde polyestervijvertje,
je weet wel van die fel blauw gekleurde die toen heel duur waren.
Af en toe werd de lijn stuk getrokken van een karper die met de maden
vertrok. Onze lijntjes van 1 kg trekkracht waren natuurlijk niet opgewassen
tegen dit brute geweld. Daar moest een oplossing voor gevonden worden.
Dit was een karperhengel. Na weer wat zagen aan moeders oren en wat drinkgeld
gespaard te hebben gingen we naar de hengelsportwinkel in Meulebeke om
een werphengel en een molen te kopen. Gelukkig was ik, toen we buiten
kwamen met mijn nieuwe hengel. Ik zal ze nu wel meester kunnen die karpers.
En ja, ik ving zo mijn eerste karper(tje)s.
 |
 |
Dit
waren vissen van tussen 1kg en 4kg. Wat voor mij heel wat avontuur opleverde.
Aan de vaste hengel werden veel zeelten gevangen.
Ik had toen nog ook het geluk dat er in Oostrozebeke een hengelsportwinkel
opende wat de aanzet tot het vissen nog meer aanwakkerde.
Wat later kreeg ik de toestemming om te gaan vissen in een privé-vijver
van een slager niet ver van mijn thuis en daar werden grote karpers gevangen
met broodkorsten. Dit was pas spektakel toen je de karper zag naderen
om de korst te nemen.
De
karper neemt een broodkorst |

Deze mooie
spiegelkarper was het resultaat |
Ik
voelde m'n hart in mijn keel kloppen, zo opwindend was dit. En de dril van
die vissen waren allen telkens een spannend avontuur. Er werd natuurlijk
ook wel eens een karper verspeeld, tot mijn grote spijt. Soms schoot de
vis los van de haak omdat ik te vroeg had aangeslagen. Maar dit bracht alleen
maar ervaring bij.
In die vijver zorgden de karpers ook voor nakomelingen. Als ik daar ging
vissen met de vaste hengel werden er veel voorns en kleine karpertjes gevangen.
Er zaten heel mooie bij, vooral de spiegelkarpertjes waren de leukste. Ik
heb er ook meegenomen naar huis en werden in de kuip bij de goudwindes gezet.
Al spoedig dreigde de plastiek kuip te klein te worden en moest er naar
een groter alternatief gezocht worden.
Dit werd ingevuld door een badkuip. Het was er nog een uit zink, zo eentje
van na de oorlog, die ik kreeg van een vriend van mijn vader.
Ze werd gevuld met water en de karpertjes en goudwindes werden er in gezet.
Om het uitspringen te voorkomen werd er een kippendraad over gespannen.
Dit beschermde de vissen ook tegen de katten die er soms nogal verlekkert
naar zaten te kijken. Ik had een keer gezien dat een kat met haar poot de
draad probeerde los te maken. Daarna werd de draad met haken in de grond
verankerd.
Het water was na een week natuurlijk al aan het verkleuren door de zweefalgen
want er werd totaal niet gefilterd.
We zagen de vissen alleen maar als ze voedsel kregen. Toch werd het water
om de drie a vier weken volledig ververst.
Voor het vullen werd altijd pompwater gebruikt en dat betekende zo ongeveer
20 emmers volpompen.
In de winter werden de vissen bij het voorspellen van een vorstperiode uit
de kuip gehaald. De grootste werden in het hok gezet in een plastiekkuip.
Toen het ook binnen begon te vriezen bracht ik de vissen onder in de kelder.
De kleinste karpertjes werden in een aquarium van 80 x 50 x 40cm ondergebracht
op een kast in de woonkamer.

Mijn eerste aquarium
Daarop was eerst een filtertje dat door luchtcirculatie werkte geplaatst.
Nogal snel bleek dat dit onvoldoende was en werd er een kleine Eheim potfilter
aangekocht en aangesloten.
De filter moest toch ook om de week uitgespoeld worden omdat deze al aan
het dichtslibben was. Hier kreeg ik ruimschoots de tijd om de karpertjes
te opserveren.
Ik vond het heel plezierig om de karpertjes zo bezig te zien in de bodem.
En dat het echte gravers zijn, werd daar duidelijk bewezen. Soms werd het
grind op bepaalde plaatsen volledig weggehaald en was de glasplaat bloot.
Geen wonder dat de filter steeds dichtslibde. Dus, je kunt je voorstellen
hoe ze te keer kunnen gaan in de bodem van een plantenvijver. Ik spreek
hier over vissen van tussen de 8 en 15cm!
In
het voorjaar werden de vissen dan bij zachte weersomstandigheden terug
buiten gezet.
Ik heb dit zo 6 jaar herhaald. Toen ik in 1989 in het huwelijk trad en
mijn ouderlijk huis verliet, gingen mijn vrouw en ik op een appartement
gaan wonen.
Daar installeerde ik het aquarium met daarin de kleinste karpertjes en
een paar goudvissen.
Op het appartement begon ik mij behoorlijk te vervelen. Dat dit niet voor
mij weggelegd was werd nogal snel duidelijk.
Ik had behoefte aan een tuin. Na 1 jaar en 4 maanden, in augustus van
het jaar 1990, hebben we onze eigen woning aangekocht.
Hier heb ik een tuin van 24.5m diep op 9.5 m breed.
Er stonden 9 fruitbomen verspreidt over gans het grasperk en nog eens
3 rond het tuinhuis. Ook stond er een beukhaag van vooraan tot achteren
langs een houten scheidingswand.
Onze tuin bij
de aankomst
Ik
was wel blij dat er een tuinhuis stond, zo moest ik er geen aankopen.
Na de rijke peren en appel oogst in de herfst van dit jaar, werden alle
fruitbomen verwijderd.
Hoewel we er heel wat weggaven, hadden we zodanig veel peren dat ze afvielen
en lagen te rotten op het gras wat alleen maar wespen aantrok.
Mijn grasperk lag er als een heuvelland bij, dit door de wortels van de
fruitbomen die de aarde omhoog drukten.
Trouwens, het was meer onkruid dan gras.
De beukhaag werd ook volledig verwijderd. Ik begrijp niet waarom de vorige
bewoner langs een houten scheidingswand een haag heeft gepland.
Zo was er zeker een meter plaats verloren.
De tuin na de grote opkuis
In de winter lag de tuin er nogal naakt bij maar ik had genoeg tijd om
plannen te smeden wat ik ervan zou maken.
Er werden verschillende tekeningen gemaakt.
Mijn buurman, toen nog werkzaam bij de waterleiding als tekenaar, is een
creatieve persoon en ook hij zette zijn ideeën op papier.
Zo ontstond, na wat aanpassen en verbeteren, het grondplan.
Het
voorjaar deed zijn intrede.
In april werd het gras omgespit en alle wortels van de fruitbomen werden
verwijderd.
Er werden ook nog van drie bomen de afgezaagde wortels uitgegraven, waarvan
er één behoorlijk dik was.
Volgens mijn buurman hadden daar pruimenbomen gestaan.
Een kist met geld ben ik niet tegengekomen, spijtig..
Toen het terrein er weer plat bij lag werd er een tuinman aangesproken
om het gras te komen zaaien.
Deze heeft nog eerst de aarde gefreesd, dan het gras gezaaid en de bodem
plat gerold.
Na enkele weken zag dit er al veel beter uit.
Ik had ook plantenborders uitgetekend.
In die vakantie van 1991 heb ik met kasseistenen die afkomstig waren van
straatuitbraak, de borders opgebouwd. Er werd één laag in de grond geplaatst en daarbovenop een tweede gemetseld. Dit zorgde voor een goedkope, duurzame en mooie afwerking.
Deze borders werden met eenjarige zomerbloemen aangeplant wat voor een mooi zicht zorgde in de zomer.
Ik heb toen ook al rond mijn tuinhuis muurtjes gemetst die later de aarde,
afkomstig van de geplande vijver, zouden tegenhouden.
De tuin opnieuw
ingericht
Ik
ben toen al gaan kijken naar verschillende tuincentra en bij mensen die
een tuinvijver hadden.
Ik verzamelde ook zo veel mogelijk documentatie en informatiefolders.
Toen maakte ik voor de eerste keer kennis met koi.
Dit was in september 91 bij Holvoet toen ze nog in Bissegem gevestigd waren.
Wauw, dit had ik nog nooit gezien, zulke grote mooie karpers.
Ik zou later zeker zulke vissen houden.
Voor mij was dit een droom die werkelijkheid geworden was. Karpers, maar
dan nog wel in zulke mooie kleuren.
Toen ik de prijzen zag schrok ik wel enigszins. Veel te hoog voor mijn budget
natuurlijk.
Ja, ik stond natuurlijk bij de grootste te kijken.
Ik was niet meer te stoppen, er moet een vijver komen.
Na overleg met de vrouw, werd beslist om een kleine plantenvijver te maken met folie.
Eind september 91 begon ik aan de graafwerken van de vijver.
 |