Zeg kwezelken wilde gij dansen

 

Zeg, kwezelken, wilde gij dansen?
Ik zal u geven een ei.
Wel neen ik, zei dat kwezelen.
Van dansen ben ik vrij.

'k En kan niet dansen,
'k en mag niet dansen.
Dansen is onze regel niet.
Begijntjes of kwezelkens dansen niet. (4e str.: wel)

Zeg, kwezelken, wilde gij dansen?
Ik zal u geven een koe.
Wel neen ik, zei dat kwezelen.
Van dansen word ik zo moe.

Zeg, kwezelken, wilde gij dansen?
Ik zal u geven een paard.
Wel neen ik, zei dat kwezelen.
't En is mij 't dansen niet waard.

Zeg, kwezelken, wilde gij dansen?
Ik zal u geven een man!.
Wel ja ik, zei dat kwezelen.
'k Zal dansen al wat ik kan.