Home - About me - Mijn schoolervaringen - Recente gebeurtenissen - De praktijk 1 - De praktijk 2 - De conclusie


Startcompetentie

Al enige tijd was ik van plan om mijn eerste ervaringen als leerkracht op papier te zetten. Stel je voor, na een verblijf van negen jaar in Maleisie, kwam ik in 1999 terug naar Europa. Ik had daar hoofdzakelijk gewerkt in de reiswereld, was in het huwelijk getreden met een plaatselijke schone en leefde met de gedachte dat mijn stoffelijk overschot ooit een laatste rustplaats zou vinden in Aziatische grond. Toen kwam de economische crisis van 1998 en op slag veranderde mijn toekomstbeeld. Wat begon als een beurskrach in Bangkok, breidde zich als een olievlek uit naar Jakarta, Kuala Lumpur, Singagapore en zelfs tot in Tokio! Mijn enige leservaring tot dan toe bestond uit het geven van individuele prive lesjes Engels aan Chineesjes uit Taiwan en Indonesie, die in Singapore naar school gingen.

Mijn echtgenote en ik besloten om onze matten op te rollen in Kuala Lumpur, in het vliegtuig te stappen en op tijdelijke basis in te trekken bij mijn vader. De man was gelukkig nog in leven en kerngezond. Hij was weliswaar af-en-toe een beetje ‘Oostindisch doof', maar ach, wij kwamen net uit die streek. Je gaat dan na twee dingen op zoek: een baan en een huis. Een tijdelijke job bij een beveiligingsfirma was snel gevonden. Die hebben altijd mensen nodig. Het feit dat ik meertalig was hielp. Zo kwam er in ieder geval brood op de plank. Daarnaast begon ik met het schrijven van een ontstellende hoeveelheid sollicitatiebrieven.

Op een dag zegt een nichtje, zelf werkzaam in het onderwijs: ‘Waarom ga je niet voor de klas staan? Dat lijkt me echt iets voor jou. Bovendien hebben ze mensen tekort....'. Enkele dagen later zat ik op het ‘Arbeidsbureau', zoals het toen nog heettte, tegenover een vriendelijke dame. Zij was de ‘onderwijsspecialist' en onderwierp mij aan een soort ‘sollicitatie-verhoor'. Haar conclusie:' U lijkt mij inderdaad het type dat zijn draai zal vinden in het onderwijs. Ik zie u wel zitten als geschiedenisdocent.” Dat was al de tweede die zoiets zei in betrekkelijk korte tijd.

Ik kwam in de papiermolen terecht en wachtte af. Enkele dagen later, we leven eind augustus, gaat de telefoon. “Goedenavond, mijn naam is Joossen en ik ben rector van het Marcklandcollege in Oudenbosch. Ik ben op zoek naar een leraar geschiedenis. Wilt u op gesprek komen?' Een week later zat ik voor Joossen en zijn rechterhand, die er overigens uit zag alsof hij regelmatig de jeneverfles ter hand nam. (Achteraf bleek dat de brave man er inderdaad ‘niet in spuugde'). Het gesprek verliep vlot. Waar ik gestudeerd had...? Over mijn onderwijservaringen waren we snel uitgepraat... . Toch leek het me wel een positief gesprek. Maar of het wat zou worden? ‘U hoort nog van ons', waren de afscheidswoorden van de rector.

Er gingen een paar dagen voorbij. Op donderdagavond zit ik met vader en echtgenote te genieten van de ‘after dinner coffee'. Plots gaat de telefoon. Pa pakt op. ‘Het is voor jou'

‘Ja, met Joossen hier. Wij denken dat u wel geschikt bent voor de baan. Kunt u zo snel mogelijk langs komen?'

De openingsvergadering aan het begin van dat schooljaar was mijn eerste ervaring in het onderwijs. Ik was terecht gekomen op een voormalige ‘huishoudschool' nu bevolkt met VMBO-meisjes. Alleen maar meiden! Ik mocht geschiedenisles gaan geven aan bijna alle klassen en ik kreeg ook nog een vierde klasje waar ik maatschappijleer aan mocht geven. Zonder boek, want dat hadden ze niet. Ik moest zelf maar wat bedenken.

Het schooljaar begon de facto op dinsdag. Ik stapte het klaslokaal binnen en daar kwamen ze dan , mijn leerlingen. Een 30-tal meiden van een jaar of 14. VMBO-grieten die ik geschiedenisles moest gaan geven! Ik had het boek waaruit ze zouden werken nog nooit gezien, want dat had ik pas die ochtend gekregen. Ik werd als het ware zo voor de welpjes gegooid en dat jonkies ook scherpe tandjes hadden, daar zou ik spoedig achter komen...

Zonder het zelf te beseffen begon ik met een klassiekertje. ‘Pak allemaal een blad papier, vouw het dubbel, zet je naam er op en zet het voor je neer.' Daarna stelde ik mezelf voor en begon met lesgeven. Een systeem had ik nog niet ontwikkeld. Gelukkig hielden ze zich vrij rustig bij ‘die nieuwe' op de eerste dag. Ik liet ze hun boeken pakken en liet een van de meisjes iets voorlezen. Nadat ze een paragraafje gelezen had, gaf ik er wat uitleg bij. Daarna wees ik een nieuwe lezeres aan voor het volgende paragraafje. Zo werkten we het hele lesje af. Plots realiseerde ik me. ‘Hier sta ik dan met een klas vol kinderen die ik iets aan moet leren.' Op dat moment brak het zweet me letterlijk uit. Gelukkig had ik als voormalige reisleider geen moeite met spreken in het openbaar. En geloof me, een klasje leerlingen of een groepje toeristen. Erg groot zijn de verschillen niet!

In de weken die volgden werd ‘die nieuwe' flink uitgeprobeerd. Er waren meiden bij die zich geen biet interesseerden voor geschiedenis. Make-up, kleren, haarkleursel, nagellak en vriendjes, dat was pas interessant! Er waren klassen en meiden bij waar ik in de loop van het schooljaar een bloedhekel aan kreeg. Survival was het soms, meer niet! Meidenklassen... het verschrikkelijkste dat er is! (Jongensklassen ook trouwens, weet ik nu). Alles heb ik geprobeerd. Vriendelijk zijn, ‘paaien', schreeuwen, tekeergaan, meiden de klas uitsturen. Ik heb heel erg aan mezelf en aan mijn competenties getwijfeld. Het is dat ik Joossen beloofd had om een jaar lang op school te blijven, want anders was ik gillend weggelopen. Ik vond er geen donder aan, aan sommige klassen. Brutale, onbeschofte, ongeinteresseerde meiden waren het! Er waren momenten waarop ik ALLES zou willen doen, behalve een baan in het onderwijs. Fietsen verkopen, achter de vuilniskar lopen, het kon me niet schelen wat. Maar ik had de rector beloofd dat ik een jaar zou blijven.

Door toeval kwam ik in diezelfde periode ook nog gedurende twee semesters op de ‘Hogeschool Brabant' terecht als ‘gastdocent'. Ik mocht de studenten hier het een en ander gaan vertellen over de geschiedenis en de economische en de politieke ontwikkelingen van Maleisie. De omgang met deze hogeschoolstudenten compenseerde vooral gevoelsmatig het een en ander. Ik was schijnbaar meer competent als ik zelf dacht.

Ook op mijn eigen school was het natuurlijk niet louter ‘kommer en kwel'. Hier volgt een pareltje: ‘Mijnheer, laatst zat ik met mijn opa op het Alletta Jacobsplein en toen heb ik hem uitgelegd wie Aletta Jacobs was'. Ik had die schat wel op kunnen vreten...

Een andere gelegenheid:'Mijnheer, ik voetbal in een meidenelftal, komt u zondag kijken?' Ik ben die zondag gaan kijken, samen met mijn echtgenote, dat wel.

Aan het einde van het schooljaar zat mijn taak erop. Ik keek ondanks alles dankbaar terug. De meeste leerlingen waren lieve meiden met het hart op de juiste plaats. Natuurlijk zat er hier en daar een zwaart schaapje tussen, maar ach, ook dat hoort er bij. Ik was omringd geweest door een aantal geweldige collega's die altijd een luisterend oor hadden en die altijd bereid waren adviezen te geven. Met een bosje bloemen voor mijn vrouw nam ik afscheid en spoedig daarna ging ik solliciteren..... voor mijn volgende baan als... docent! Van een TOEVAL naar een BEWUSTE KEUZE.