Versailles

 

Het jachtslot van Louis XIII.

In 1624 liet Louis XIII op de eenzame hoogte van Versailles een jachtslot optrekken en 9 jaar later liet hij het geschikt maken voor permanente bewoning. Het slot is opgetrokken in rode baksteen. Witte zandsteen versterkt de hoeken en dient als decoratief element rond vensters en deuren. Het hoge, steile dak is gedekt met blauwe leien. Hier bracht Louis zijn dagen door, ver van Parijs en ver van de politiek, die hij aan Kardinaal Richelieu overliet, tot aan zijn dood in 1642.

De residentie van de Zonnekoning.

15 jaar bleef het slot onbewoond. Toen bracht Louis XIV er zijn maïtresse Louise de la Vallière onder. Eerst wou hij het slot omgeven met een lusttuin vol beelden en waterpartijen, maar na korte tijd rijpte de droom van een grootse residentie in een uniek kader.

Op 17.08.1661 ontving minister Foucquet de koning op zijn kasteel in Vaux-le-Vicomte. Daar maakte Louis XIV kennis met het driemanschap dat het project van Vaux-le-Vicomte gerealiseerd had: de architect Le Vau, de decorateur Le Brun en de tuinarchitect Le Nôtre. Enkele maanden later viel Foucquet in ongenade en het drietal ging over in koninklijke dienst.

Het Park: de eerste verbouwingen 1661-1668.

In 1661, het jaar waarin Louis XIV autocratisch begon te regeren, liet hij Le Nôtre starten met de tuinaanleg. De werkzaamheden zouden 45 jaar duren. In die tijd is hij de schepper geworden van de klassieke Franse tuin, die uitdrukking gaf aan de ideeën van rationaliteit en vorstelijke macht.

De Franse tuin wordt beheerst door strenge axialiteit, geometrische regelmatigheid en geordende overzichtelijk­heid. Tussen twee symmetrische diagonaal assen, vormt de hoofdas van het park een indrukwekkend perspectief, dat achter het Tapis Vert en het Grand Canal doorloopt tot het verblauwt in de verte.

Le Nôtre heeft niets aan het toeval overgelaten: overal heeft zijn menselijk intellect zijn sporen achtergelaten: elk stuk wilde natuur werd geweerd: de grasvelden werden geknipt tot groene tapijten; struiken werden gesnoeid tot heggen of tot geometrische figuren; wegen en perken volgden meetkundige patronen; water stroomde niet in een natuurlijke beekbedding: het lag stil, effen als een spiegel in kanalen ofwel spoot het op uit kunstige fon­teinen; bloemen wisselden niet langer met de seizoenen; potplanten werden in kassen geteeld en in een nacht tijd kon een leger tuinwerklieden heel het bloemendecor wijzigen; lanen en pleinen werden bevolkt met allegorische klassieke beelden in verguld lood of in marmer. De hele tuin was bedoeld als een decor voor de koninklijke hofstoet.

De tuin van Le Nôtre had ook een symbolische betekenis: Het park ligt als het aardrijk aan de voeten van de heersende monarch. De fonteinen van Latona, Apollo en Diana verrijzen naar de identificatie van Louis XIV met de Zonnegod. De Neptunusfontein symboliseert de macht van de vorst over de zeeën. En overal zijn de symbolische bedoelingen nadrukkelijk merkbaar: beelden stellen de jaargetijden voor of de grote rivieren van Frankrijk en de wereld, of de elementen, die door de koning bedwongen worden.

Château de Versailles

 
[Versaille]

 

De enveloppe van Le Vau.

Terwijl Le Nôtre volop bezig was met de tuin, bouwde Le Vau de Vieille Aile opzij van de Cour Royale. Toen Louis XIV in 1668 besloot van Versailles zijn hoofdresidentie te maken, liet hij het jachtslot met een nieuwbouw omgeven, zodat het kasteel in een keer drie maal groter werd. Aan de stadszijde bleef het uitzicht ongewijzigd, maar aan de tuinzijde kreeg het kasteel het uitzicht van een Italiaans Palazzo in renaissancestijl. De tuingevel bestaat uit een zware sokkel, waarboven de wand van het piano nobile geleed wordt door kolossale zuilen, die een hoofdgestel dragen. Boven de attica is het traditionele steile dak vervangen door een licht hellend dak, dat schuilgaat achter een balustrade met vazen en trofeeën.

In 1671 konden horden schilders, stucwerkers en decorateurs aan het werk onder leiding van Le Brun, om de Grands Appartements in de richten: dit waren staatsievertrekken, waar Lodewijk drie maal per week 'appartement' hield van 19 tot 22 uur.

In de decoratie van het Salon d'Hercule wordt Lodewijk gehuldigd als de nieuwe Hercules, de weldoener van de mensen, die daarom beloond werd met de opname in de gemeenschap van de Olympische goden. De verwijzing naar de Goddelijke en menselijke natuur van Hercules dient om de koninklijke aanspraken op religieuze en wereldlijke macht te wettigen. In het Salon de l'Abondance wordt hulde gebracht aan het mecenaat van Louis XIV, die door koninklijke privileges en door de koninklijke manufakturen de tapijtnijverheid en de keramische industrie tot bloei had gebracht. In het Salon de l'Abondance werden verfrissingen aan de genodigden aangeboden. Het salon diende ook als biljartzaal.In het Salon de Venus beeldt het plafondfresco uit hoe Venus de andere goden aan zich onderwerpt. In de gewelfhoeken stellen antieke geliefden de liefde voor van Louis XIV zijn wettige vrouw Marie Thérèse. In het Salon Salon de Diane symboliseren de voorstellingen het zoeken naar nieuwe landen en naar onbenutte rijkdommen. Het Salon de Mars was oorspronkelijk de zaal van de koninklijke lijfwacht. Zo is het militair karakter van de voorstellingen te verklaren. Later diende het salon als concertzaal. Het Salon de Mercure was een paradeslaapkamer van Louis XIV, het Salon d'Apollon word gebruikt als troonzaal.

Aan de warme zuidkant liggen de Grands Appartements de la Reine. De plafondfresco's stellen voorbeeldige vrouwen uit de oudheid voor. De pronkslaapkamer werd gerestaureerd zoals in de tijd van Marie Antoinette. In de antichambre de la Reine hangt een mooi portret van de laatste Franse koningin met drie schattige kinderen door de kunstenares Vigée-Lebrun.

 

 

 

De Galerie des Glaces en de Trianons. J. H. Mansard.

In 1668 kreeg J. Hardouin Mansard de opdracht het paleis te vergroten. Hij bouwde de Zuidervleugel voor de konink­lijke prinsen en voor de gelegitimeerde koninklijke bastaards. De Noordervleugel was bestemd voor andere hofdignitarissen. Toen beide vleugels of waren, strekte de tuingevel van het paleis zich uit over een afstand van 580 m. Om de eentonigheid van de bouwmassa to breken zijn op geregelde afstanden risalieten aangebracht.

Voor de gevel van Le Vau bouwde Mansard de beroemde Galerie des Glaces, een spiegelgalerij van 73 m lang, 10,5 m breed en 12,5 m hoog. De Galerij werd door Le Brun versierd met kleurige fresco's die de roem van Louis XIV verkondigen, door zijn overwinningen op het slagveld en door diplomatie. De hulde culmineert in het centrale fresco dat de apotheose van de zonnekoning voorstelt. Het licht dat door 17 grote ramen naar binnen valt, wordt weerkaatst in 17 even grote spiegels tegen de achterwand. In zijn glorietijd liet Louis XIV daar commodes plaatsen uit massief zilver. 's Avonds werd de zaal verlicht door reusachtige kristallen luchters en door vergulde toorts­draagsters uit massief zilver.

In het machtig decor van de spiegelzaal liet Wilhelm II zich in 1871 tot Duits keizer uitroepen. In 1919 namen de Fransen revanche toen Clemenceau, Wilson en Lloyd George daar het Verdrag van Versailles ondertekenden.

Twee salons sluiten de Galerie des Glaces in: aan de noordzijde het Salon de la Guerre met een portretreliëf van de koning als Romeins veldheer door Coysevox; aan de zuidzijde het Salon de la Paix, waar de weldaden van de regering van de Grote koning geprezen worden. De twee salons zijn gedacht als de twee schalen van een balans, die door de machtige en wijze koning in evenwicht worden gehouden en die hij naar goeddunken naar de ene of naar de andere kant kan laten doorslaan.

Aan de stadszijde vergrootte Mansard het paleis door de bouw van de ministeries aan weerszijden van de cour d'Honneur. Aan de linkerzijde, achter de ministeries bouwde hij Le Grand Commun, een dienstencentrum waar 2.000 mensen werkten en woonden.

Aan de zuidzijde van bet Paleis bouwde Mansard een Orangerie rond een diepgelegen terras, dat beschut werd tegen de koude noord-oostenwind. De zomertuin werd met de parterres verbonden door de monumentale Trap met de Honderd Treden.

Aan de noorderdwarsarm van Le Grand Canal bouwde Mansard bet Trianon de Marbre of Grand Trianon, zo genoemd naar een voormalig gehucht Trianon. In dit tuinpaleis kon de koninklijke familie even ontsnappen aan de wurgende hofetiquette. Met Grand Trianon bestaat uit twee vleugels in lichtgeel marmer, die door een galerij met gekoppelde Ionische zuilen uit rood marmer verbonden worden. Achter het Trianon ligt weer een Franse geometrische tuin. Met interieur is volledig gerestaureerd in Empirestijl (neo­Classicisme) en in de stijl Louis-Philippe. Momenteel wordt het Grand Trianon gebruikt bij staatsie bezoeken van buitenlandse staatshoofden.

Het meesterwerk van Mansard in Versailles is de Slotkapel (1699 - 1710). Zoals de meeste paleiskerken bestaat de kapel uit twee verdiepingen, maar in tegenstelling tot de traditie zijn de twee kerken hier met elkaar verbonden. De benedenkerk was bestemd voor het publiek, de koning en zijn hovelingen woonden de dagelijkse diensten bij op de tribunes. Het interieur is een prachtig voorbeeld van barok-Classicisme. De arcadengalerij op de benedenverdie­ping draagt een hoge, rondlopende galerij met feestelijke Korinthische zuilen. De buitenwanden zijn doorbroken door grote ramen, waardoor zacht wit licht naar binnen stroomt en de gehele ruimte vult. Licht valt ook naar binnen door de bovenlichten in het tongewelf: Zo wordt een indruk gewekt van een lichte, transparante ruimte. De versiering is aristokratisch sober aangebracht: de hoofdkleuren van het interieur zijn wit en goud. Door kleur en decoratie wordt de aandacht getrokken naar bet koor met het hoofdaltaar en naar het orgel. De plafondschilderingen zijn van leerlingen van Le Brun: het absisfresco van de Lafosse stelt de opstanding van Christus voor; In het gewelffresco van het schip (Coypel) verkondigt God de geboorte van de Messias te midden van engelen met de passiewerktuigen en van profeten op de gewelf pendentieven. Boven de koninklijke tribune heeft Jouvenet het pinksterwonder afgebeeld; onder de gedaante van een duif zweeft de H. Geest precies boven het hoofd van de koning.

 

De tijd van Louis XV:De Rococo in Versailles.

Lodewijk XIV stierf in Versailles op 01.09.1715 om 8 uur 's morgens. Na de rouwperiode van drie maanden bleef het Paleis leeg. Louis XV werd opgevoed in het Paleis des Tuileries en de prins-regent resideerde in het Louvre.

Pas in 1722 keerde het hof terug naar Versailles. De jonge koning versoepelde de hofetiquette en hij wierf de architect Gabriel aan om een deel van het paleis te verbouwen en van meer comfort te voorzien. Gabriel ontwierp de Petits Appartements, een reeks van kamers die luxueus en gezellig werden ingericht, elk met een eigen bestemming en uitrusting: keukens, salons, werk-, leef­en slaapkamers. Naast de kamers kwamen gangen, zodat de privacy van de bewoners gewaarborgd werd. De ruimten waren kleiner en ze konden nu beter verwarmd worden door haarden of door kachels in faïence. De installatie van toiletten en badkamers met stromend water vergrootte aanzienlijk de hygiene aan het hof.

De decoratie is in Rococostijl: de Vlamingen G. M. op den Oort (Oppenordt) en Jaak Verberckt hebben een belangrijke bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van deze stijl, die gekenmerkt wordt door een voorliefde voor verguldsel en pastelkleuren en voor soepele gebogen lijnen. Het meest geliefde motief was de schelpvorm en de versieringen werden gekenmerkt door een lichte asymmetrie.

Aan de Cour Royale bouwde Gabriel de Vleugel van Gabriel in klassieke stijl. Gelukkig kreeg hij de kans niet om het Kasteel van Versailles in zijn geheel het uitzicht te geven van een klassiek bouwwerk.

Door toedoen van Madame de Pompadour kreeg Gabriel de opdracht om een hofopera te bouwen. De Opera van Gabriel is een meesterwerk geworden zowel wat betreft de architectuur en de rococodecoratie als wat betreft de akoestiek en de theatertechniek. De opera heeft een elliptisch grondplan. De parterre kon tot een feestzaal omgevormd worden.

Het Petit Trianon (1762 - 1768) is het laatste gebouw met kunsthistorische waarde dat in het park van Versailles werd opgericht. Gebouwd voor Madame de Pompadour, was het haar opvolgster Madame Du Barry die er haar intrek kon nemen. Het Petit Trianon is een charmant tuinpaleisje in klassieke vormen. De weinige kamers waren uiterst verfijnd ingericht.

 

 

 

 

 

 

 

Palais, Versailles, France Palais, Versailles, France Palais, Versailles, France

Het gehucht van Marie Antoinette: 1782 - 1784.

Zoals vele tijdgenoten, cultiveerde Marie Antoinette een romantisch verlangen naar de natuur. Ze richtte het Petit Trianon opnieuw in in neoklassieke stijl. Achter het Trianon liet ze het park veranderen in een Engels Park landschap. Er werden grote vijvers uitgegraven, en kunstmatige heuvels en grotten en watervallen gemaakt. Er kwamen romantische plekjes met werden, en replica's van antieke bouwwerken zoals de Temple de l'Amour. Te midden van dat alles werd een Hameau of gehucht gebouwd met peperkoeken huisjes. In het centrum stond een grote boerenwoning, die zoals een paleis uit twee vleugels bestond, die door een galerij met elkaar verbonden waren. Er was een molen, een melkerij. Achter de hoeve lagen moestuintjes. Aan de vijver werd een haventje met vuurtoren gesimuleerd. Marie Antoinette leefde op in die omgeving en of en toe nam ze deel aan 'het edele werk van de landlieden'.

Na de Revolutie werd het Paleis verlaten; de inboedel werd openbaar verkocht, de schilderijen verhuisden naar het Louvre. Onder Napoleon werden er gehandicapte soldaten in gehuisvest. Louis XVIII bracht er verarmde edelen in onder. Na rampzalige restauraties onder Louis-Philippe en Napoleon III, begon de wetenschappelijke restauratie in 1887.

 

Grand trianon