De geschiedenis van Parijs

 

 

 

 

Het Romeinse Parijs: Lutetia.

Rond 250 ac. vestigde de Keltische stam van de Parisii zich op enkele eilandjes in de Seine: ze noemden hun nederzetting Lutetia. In 52 ac. werd Lutetia door de legaat Labienus voor Rome veroverd.

De Romeinen maakten van Lutetia een handelscentrum op het kruispunt van land- en waterwegen.

In de 3° eeuw stierf de eerste bisschop van Parijs, Saint Denis, de marteldood op de Mons Martyrum (Montmartre). Op het île de la Cité werden twee kerken gebouwd op de plaats van een Romeinse Mercuriustempel. Later zou op die plaats de Notre Dame verrijzen.

Met het verval van  het Romeinse rijk kwam ook het verval van Lutetia:de nederzetting op de Rive Gauche werd verwoest en de bevolking verschanste zich op het Ile de la Cité, dat omwald werd. Sainte Geneviève redde in 451 Parijs van de Hunnen en werd naderhand patrones van de stad.

                                             

De Middeleeuwen: ups en downs.

Tegen het eind van de 5° eeuw werd Parijs veroverd door de Franken onder leiding van Clovis. Clovis maakte van Parijs zijn hoofdstad. Onder zijn opvolgers, de Merovingers, bleef Parijs in naam de hoofdstad van Frankrijk, maar de koningen verbleven er zelden. Karel de Grote verlegde het centrum van zijn rijk zelfs naar Rome en Aken. Verwaarloosd en slecht verdedigd, werd de stad in de 9° eeuw herhaaldelijk verwoest door de Noormanen.

Met de troonsbestijging van Hugo Capet, hertog van Parijs, begon voor de stad een nieuwe bloeiperiode: Parijs werd het centrum van de administratie en van de handel.  Opde linkeroever werd St-Germain-des-Prés een machtige abdij. In de herlevende handel en nijverheid  in de 11° en 12° eeuw had Parijs, aan de druk bevaren Seine ruimschoots haar deel. De machtigste gilde van de schippers gaf Parijs haar wapenschild: een schip met zilveren zeil met het devies: "Fluctat nec mergitur" (het schommelt op de golven, maar gaat niet onder). De stad begon zich nu ook geleidelijk op de rechteroever uit te breiden.

Onder Philippe-Auguste, de eerste grote urbanisator van Parijs, werd de eerste omwalling gebouwd tussen 1180 en 1223. Een haveninstallatie, de eerste hallen, de Notre Dame, het  Louvre, hospitalen en kloosters verrezen. Vele straten werden geplaveid, het stadsbestuur werd gereorganiseerd en in 1215 werd de universiteit gesticht in het Quartier Latin. Door professoren als Robert de Sorbon, naar wie de Sorbonne genoemd wordt en de geleerde Abélard, die studenten aantrok uit heel Europa werd Parijs het intellectuele centrum van West-Europa.  Voor de theologie (scholastiek, Thomas van Aquino) was Parijs een werelberoemd studiecentrum. Er waren duidelijk drie wijken:

In de honderdjarige oorlog (1337-1453) had Parijs veel te leiden van de Engelse bezetter, de pest en de economische crisis. Als gevolg daarvan werd de bevolking in aantal gehalveerd, en kwam ze in opstand onder leiding van Etienne Marcel. Ten gevolge van de herhaalde onlusten in de stad vestigden de Franse koningen zich buiten het stadscentrum. In 1370 kreeg Parijs nieuwe wallen ter hoogte van de Grand Boulevards.

De Renaissance: op naar de gouden eeuw.


Onder Karel XI (1461-1483), verschenen de eerste Hôtels of stadspaleizen, zoals het Hôtel de Sens en het hôtel de Cluny in het stadsbeeld.  De abdij van Saint-Germain-des-Prés kreeg het voorrecht om een jaarmarkt van een week te houden. Na verloop van tijd werden de jaarmarkt en de daaraan verbonden kermis verlengd tot ze drie volle maanden animatie brachten in de stad.

Onder François I (1515-1547) begon het vorstelijk absolutisme zich af te tekenen: Parijs werd de hoofdstad van een sterk gecentraliseerde staat. Onder dezelfde koning werd de renaissance uit Italië geïmporteerd. Na de bouw van de kastelen aan de Loire, zoals Blois en Chambord, liet François I de middeleeuwse burcht van het Louvre afbreken en vervangen door een paleis in renaissancestijl: de Cour Carrée du Louvre. Het bouwwerk zou pas in de 19° eeuw voltooid worden onder Napoleon III. Op 500m vn het Louvre bouwde Catharina de Médici, de vrouw van Henri II, het Paleis van de Tuileriën (1564), dat tijdens de opstand van de Commune in 1871 door brand verwoest werd.

In de tweede helft van de 16° eeuw werd Frankrijk geteisterd door godsdienstoorlogen. Parijs was een bolwerk van katholieken.In de Barholomeusnacht (1572) werden in heel het land 10.000 Hugenoten vermoord, onder wie de Duc de Guise, de ongekroonde koning van Parijs en ook 3000 Parijse Calvinisten. Na de moord op Henri III, kon Henri de Navarre, de leider van de Hugenoten de troon bestijgen onder de naam Henri IV (1509-1610), nadat hij eerst het protestantisme had afgezworen. Legendarisch is zijn uitspraak: " Paris vaut bien une messe".

Henri IV voerde een verlichte politiek en Parijs leefde weer op. De koning was populair: drie jaar na zijn dood kreeg hij als eerste Franse koning een ruiterstandbeeld op de Square du Vert Galant. (Het volk noemde Henri IV  'Le Vert Galant' omwille van zijn licht ontvlambare aard en zijn hoffelijkheid). Aan Henri IV dankt Parijs ook de Place Dauphine, de Place des Vosges en de verkaveling van het Quartier du Marais, waar vele mooie hôtels zijn opgericht. Zijn tweede vrouw, Maria de Médicis, zette zijn bouwpolitiek verder: voor haar werd het Palais de Luxembourg opgericht. Zij was het ook die de mooie wandelweg 'Le Cours de la Reine' langs de Seine liet aanleggen.

De 17° eeuw: de gouden eeuw.

Onder Louis XIII (1610-1643) werd de omwalling verlengd om de toegenomen bevolking te beschermen. Op het Île Saint-Louis, dat ontstaan was door de samenvoeging van het Ile Notre Dame en het Ile aux Vaches, werden deftige hotels opgericht langs vooraf getrokken straten. Richelieu bouwde het Palais Cardinal, dat hij bij testament aan de koning overmaakte, en dat sindsdien Palais-Royal genoemd werd.

Louis XIV, le Roi Soleil (1643-1715), verbleef niet graag in Parijs. Tijdens de opstand van de Adel (La Fronde 1646-1653), onder het regentschap van zijn moeder, Anne d'Autriche, en kardinaal Mazarin, moest de jonge koning uit Parijs wegvluchten. Toen Lodewijk XIV zelf begon te regeren, overwon hij de adel en verlaagde hen tot een kruiperige hofadel in het Palais de Versailles, dat hij gebouwd had als teken van zijn absolute macht. Ook in Parijs moest de koninklijke macht zichtbaar gemaakt worden: het Louvre kreeg een indrukwekkende voorgevel, de Collonade van Perrault, aan de stadszijde en Le Nôtre legde de Jardins des Tuileries aan. Het Hôtel des Invalides werd opgericht voor de verzorging van zieke en gebrekkige soldaten. Aan de achterzijde ervan bouwde Louis XIV de Dôme des Invalides. Dichter bij het centrum werd de Place Vendôme aangelegd en de triomfbogen van Porte St-Denis en Porte St-Martin opgetrokken om de  oorlogssucessen van Lodewijk XIV te onderstrepen.

De veiligheid van de stad verbeterde door het plaatsen van 650 lantaarns, de hygiëne verbeterde door de aanleg van nieuwe ruime wijken en fonteinen. De pest epidemies behoren tot het verleden.

In de 17° eeuw werd de eerste schouwburg gebouwd: Molière speelde zijn stukken in de toneelzaal van het Palais-Royal, waar de uit zijn gezelschap gegroeide Comédie Française tot op de huidige dag haar voorstellingen geeft.

Louis XIV stichtte ook de Académie Française waardoor Parijs een centrum van kunst en wetenschap werd. Het literair salon kwam in de mode. Vrouwen als Madeleine de Scudéry ontvingen selecte gezelschappen in hun salons. De 'Samédis du Marais' in het salon van Ninon de Lenclos zijn een begrip gebleven. Parijs is het culturele centrum van Europa in de eeuw der Verlichting. De bevolking steeg van 575 000 in 1670 tot 700 000 in 1784.

omwalling 1630 Louis Philippe

De 18° eeuw: de eeuw van de revolutie.

De beschermelingen van Mme de Pompadour, de matraisse van Louis XV, de achterkleinzoon van de Zonnekoning, verfraaiden verder Parijs. De Place de la Concorde werd aangelegd. Om zonen van verarmde edelen de kans te geven een militaire loopbaan uit te bouwen liet zij de Ecole Militaire aanleggen aan de rand van de Champs de Mars. Ook de Palais de l'Elysée, Palais Royal, allemaal hoogtepunten van het Classicisme werden gebouwd.

In de libertijnse 18° eeuw werden weinig kerken gebouwd. Toch kreeg architect Soufflot de opdracht een nieuw kerkgebouw op te richten ter ere van Sainte Géneviève. In 1781 wijzigde de Constituante de bestemming van het gebouw en maakte er een mausoleum van voor de groten van de Natie: het Panthéon.

In de 18° eeuw ontstond het litérair café, waar de burgerij samenkwam om te discussiëren over politiek, literatuur en kunst. In het oudste van die cafés, de Procope, werden de denkbeelden van de Encyclopédie en van de Franse revolutie geboren. Diderot, d'Alembert, Voltaire en Rousseau waren er de beroemdste bezoekers.

Enkele jaren voor de revolutie liet Lodewijk XVI een nieuwe Mur des Fermiers Généraux aanleggen, niet om de stad beter te verdedigen, maar om beter belastingen te kunnen heffen. Deze muur komt overeen met het tracé van de huidige buitenste boulevards.

De revolutie van 1789 heeft zeer veel schade aangericht aan het architecturaal- en kunstpatrimonium van Frankrijk, maar heeft de basis gelegd voor de democratie en de huidige westerse waarden van onze maatschappij. Op 14 juli 1789 werd de Bastille, staatsgevangenis en symbool van het vorstelijk absolutisme afgebroken, en een revolutionaire gemeenteraad erkend. Op 5 oktober 1789 werd de koninklijke familie, door een grote menigte gedwongen Versailles om te ruilen voor het Palais des Tuileries. Parijs beheerste voortaan de revolutie. De kortstondige parlementaire monarchie was een mislukking en Lodewijk XVI stierf onder de guillotine. Enkele duizenden zouden hem volgen na een kort verblijf in de Conciergerie. De revolutie brak meer af dan gebouwen. De confiscatie van kerkelijke bezittingen bracht heel wat mogelijkheden voor de vastgoedsector. Het Louvre werd een museum.

 

De 19° eeuw: Parijs wordt een moderne grootstad

Met Napoleon kwam de rust weer en keerde de bouwwoede terug. Napoleon wilde in Parijs de sfeer van het keizerlijke Rome oproepen: daarom bouwde hij de Arcs-de -Triomphe du Carrousel en de l'Etoile en ook de Madeleinekerk als tempel ter  ere van 'La Grande Armée'. Ook de beurs en een heel stel bruggen werd gebouwd. Het Louvre werd verder uitgebreid en het museum raakte vol met al dan niet gestolen kunstschatten.

Hij begon met de modernisering van de stad: de Seine werd ingebed tussen hoge kaaimuren, de straten werden voorzien van voetpaden en gasverlichting. Onder de straten kwam een uitgebreid rioolsysteem. In 1828 reed de eerste paardentram. Parijs telde 700 000 inwoners, meer dan 1000 straten verlicht met 10 500 lantaarns, een vijftigtal markten, vijf slachthuizen, een speciale wijnopslagplaats en 4000 openbare verkeersrijtuigen.

Parijs werd een centrum van vermaak: het mondaine leven verplaatste zich van het Palais Royal naar de Grands Boulevards, gelegen tussen de Madeleinekerk en La Bastille. Vooral de Boulevard des Capucines en de Boulevard des Italiens werden het geliefkoosde trefpunt van de elegante Parijzenaars. Daar lagen selecte café-restaurants zoals de 'Café de la Paix', de 'Café de Paris', de 'Café Riche' en de 'Café Hardy'. Uit die tijd stamt het gezegde: "Il faut être hardi (=stoutmoedig) pour dîner chez Riche et Riche pour dîner chez Hardy". Door de industrialisering was het lot van de arbeider ellendig. honderden schoorstenen, fabriekjes, stapelruimtes verschenen in de faubourgs. De eerste socialistische denkbeelden schoten wortel en waren de oorzaak van de februari-revolutie van 1848.

Vooral onder het tweede keizerrijk (1852-1870) veranderde Parijs van uitzicht: de overbevolkte stad (1 miljoen inwoners), had nog altijd een middeleeuwse wegeninfrastructuur. Napoleon III wilde de hygiëne verbeteren en de haarden van sociale onrust uitroeien. Daarvoor moesten zijn troepen zich snel in de stad kunnen verplaatsen. Door Haussman liet hij hele wijken slopen en brede, rechte wegen aanleggen, zoals de Boulevars St-Germain, St. Michel, Sébastopol en de Avenue de l'Opéra. De Opéra Garnier belichaamt schitterend de praalzucht van het tweede keizerrijk. Nu het verkeer zich kon ontwikkelen steeg het aantal inwoners (1 825 000) en voertuigen   (60 000 ).

In 'La Belle Epoque (1871- 1914) oefende 'Le Gai Paris' een enorme aantrekkingskracht uit op al wat naam en faam had: het was de tijd van Offenbach, van de French Cancan en van restaurants zoals Maxims. In casino's vloeide de champagne overvloedig en werden fortuinen verspeeld.

De grote wereldtentoonstellingen illustreerden de vooruitgang van de industrie en techniek. Het nieuwe bouwmateriaal, staal en glas werden aangeewond voor de bouw van  de Eiffeltoren (1889) opgericht en het Grand en Petit Palais(1900) en de Pont Alexandre III. Het eerst metrostel reed in 1900.   Montartre was sinds 1860 in de stad opgenomen werd op grond van een belofte na de nederlaag van Frankrijk tegen Duitsland in 1870, de nationale Basilique du Sacré-Coeur gebouwd. Artiesten en bohémiens brachten er een groot deel van hun tijd door in cabarets. De Prefect Poubelle verbood in 1883 het weggooien van afval op straat en introduceerde de Sac de Poubelle.

Parijs vandaag: een economisch en cultureel centrum

Het uitzicht van de de Parijse binnenstad is sinds 1900 weinig veranderd. Vanaf 1900 tot aan de WOII is de wijk Montparnasse het mekka van de internationale avant-garde kunst (Picasso en vele anderen). De twee wereldoorlogen hebben de stad niet geschonden. In mei '68 was het Quartier Latin het gevechtsterrein van de revolterende studenten.

De Parijse agglomeratie telt 12 miljoen inwoners. In Parijs stad wonen 2 600 000 mensen. Dit brengt grote verkeersstromen met zich mee. Ondanks de aanleg van de Boulevard Périphérique, een ringweg van 35 km lengte, wordt Parijs geteisterd door verkeersopstoppingen.

Administratief is de Franse hoofdstad verdeeld in 20 arrondissementen, die elk uit 4 Quartiers bestaan. Parijs is een belangrijk industrieel centrum, met sectoren zoals de auto- en vliegtuigindustrie en de chemische nijverheid. Belangrijk zijn ook de haute-couture en de productie van luxe-artikelen en cosmetica. Tenslotte is Parijs ook het voornaamste handelscentrum van Frankrijk en het hart van de Franse financiële en verzekeringswereld.

       

De bussen van het openbaar vervoer transporteren dagelijks 2,5 miljoenmensen. De metrolijnen hebben een lengte van meer dan 100 km en iedere dag maken 4 miljoen mensen er gebruik van. Het RER (Réseau Express Régional) verbindt de steden in de agglomeratie met Parijs door middel van snelle treinverbindingen. Parijs heeft 9 spoorwegstations en drie luchthavens.

In het laatste kwart van de 20° eeuw hebben vele wijken van Parijs een metamorfose ondergaan. In deze pôles restructurateurs werden hele kwartieren met de grond gelijk gemaakt en werden er nieuwe gebouwen opgericht. In de wijk van de Tour en Gare Montparnasse zijn een nieuw station, nieuwe woningen en burelen gebouwd. Daardoor werd dit stadsdeel een bruisende uitgangsbuurt. Op het plateau Beaubourg werd het Centre Pompidou opgericht. De oude hallen, waar elke nacht duizenden vrachtwagens aan en af reden om de stad te bevoorraden, werden gesloopt. Zo verdween een pittoresk stukje Parijs dat door Emile Zola ' Le ventre de Paris' genoemd werd. In de plaats werd een ultra modern shopping centrum gebouwd: Le Forum des Halles.

Ook de socialistische president F. Mitterand heeft zijn stempel op Parijs gedrukt. Met een ingesteldheid zoals de zonnekoning liet hij er de Opéra de la Bastille, La Défense met de Triomfboog van de mensheid, het volkspark van La Villette, de glazen Piramide in het Louvre bouwen. Ook het gerestaureerde Musée d'Orsay, waar de schilderkunst uit de 19° eeuw wordt tentoongesteld behoort tot de blikvangers van het huidige stadsbeeld. Elders kregen oude gebouwen zoals het Odéon, het Palais Bourbon, de Opéra Garnier en zelfs de Notre-Dame hun vroegere schoonheid terug door een grondige reinigingsbeurt.