Montparnasse

 

Op deze plaats op de linkeroever verhief zich eertijds een puinheuvel, waar de studenten van het Quartier Latin hun Latijnse verzen kwamen debiteren. Ze noemden de plaats Mont Parnasse, naar de Parnassus berg bij Delphi, zetel van Apollo (God der Kunsten) en van de Muzen (godinnen van de inspiratie). Na de Franse revolutie ontstonden de eerste cafe's en cabarets, toen nog aan de rand van de groeiende metropool. Rond 1900 werd Montparnasse het internationale verzameloord van avant-garde kunstenaars als opvolger van Montmartre. We noemen de schilders H. Rousseau, le Douanier, Modigliani, Soutine, Chagall, Leger, Picasso, de beeldhouwer Zadkine, de schrijvers Apollinaire, Breton, Cocteau, Hemingway, de cineast Eisenstein, de componisten Satie en Strawinsky. Na het vertrek van de artisten (na WO II werd de rol van Parijs overgenomen door o.m. New York) bleef Montparnasse een volkse buurt met veel kleinhandel, kleine industrieen en een bruisend uitgangsleven.

Er is een enorme centralisatie van kantoren, van de tertiaire sector in het noodwesten van Parijs. Sinds de jaren '60 en '70 poogt men deze sector te decentraliseren door in overleg tussen overheid en prive-sector in andere stadsgedeelten en in de banlieue grote tertiaire groeipolen te creëren om op die manier het verlies van arbeidsplaatsen in de secundaire sector op deze plaatsen te compenseren en de werkgelegenheid in het algemeen te spreiden. Door de kantoorruimten bij de stations op te trekken hoopte men de pendelstroom door de stad te beperken en verkeersmoeilijkheden , van de traditionele zakenwijk op te lossen. Twee voorbeelden hiervan zijn het centrum Bercy nabij de Gare de Lyon en het ensemble Maine­Montparnasse bij het gelijknamig station.

Het Ensemble Maine-Montparnasse omvat thans een building van 12 verdiepingen (200 firma's), een shopping-center (8 verdiepingen waarvan 6 ondergrondse); grote parkings, een sportcomplex, een postsorteercentrum, het nieuwe heel moderne station Maine-Montparnasse en de wolkenkrabber : Tour Maine-Montparnasse

De architectuur in Parijs bereikte lange tijd geen grote hoogten. Met deze toren van 210m hoogte, 56 verdiepingen, heeft de stad nu ook zijn wolkenkrabber en destijds de grootste van Europa. Het strenge verticalisme van de pijlers, ononderbroken in hun hoge vlucht, wordt verzacht door de harmonisch gebogen omtreklijnen van het gebouw in de vorm van een afgeknotte amandel. De toren bestaat uit twee samenstellende delen : een centrale doorlopende kern van gewapend beton waaraan het stalen gebinte zodanig vastgehecht zit dat de uitzetting ervan onder invloed van de temperatuur en de beweging ervan door de wind, soepel opgevangen wordt. Tussen de pijlers: 39.000m2 gefumeerd glas of 7200 vensters. Enkele cijfers : 500.000 ton op fundamenten tot 70m diep. 52 verdiepingen met kantoren wat overeenkomt met een straat van 52 flatgebouwen met 5 verdiepingen. Het elektriciteitsverbruik evenaart dat van een stad met 30.000 inwoners. 7000 mensen werken er. Een computer waakt over het functioneren van de technische installaties en controleert permanent 3000 veiligheidsposten. Vanaf de toren prachtig uitzicht tot 40 Km ver.

Montpornasse ! Tout le monde descend ! ledereen uitstappen ! En alle Bretoenen stapten uit de trein, waarna ze hun anker uitwierpen in de buurt van het station dat het eindpunt vormde van de spoorlijn uit Bretagne.. Zo begint hun verhaal, een verhaal van arme migranten op de vlucht voor de ellende op het platteland. Een beetje zoals de Aziaten van het 13de arrondissement, vormden de Bretons in het begin van de 20° eeuw clans, begonnen een café en noemden het naar hun thuishaven, stampten een pannenkoekenrestaurant uit de grand, richtten clubs en folkloristische verenigingen op en zetten de tradities van het thuisfront verder. Ook nu nog blijft de wijk rond de Tour Main-Montparnasse een levendig uitgangscentrum.

Interessante bezienswaardigheden in de buurt zijn Musée Zadkin: een piepklein museum op mensenmaat waar in een schitterende tuin een woud van beeldhouwwerken staat. Zadkine was van Russische oorsprong en kwam in 1909 in Parijs terecht. Beïnvloed door het kubisme schudde hij de normen van de beeldende kunst van zich af en verscheurde en verwrong zijn werken, die ondanks dit toch een heel gevoelige menselijkheid meekregen.

Daarnaast hebben we l'Observatoire waar de meridiaan van Parijs doorloopt. Ook de catacomben van Denfert-Rocherau die dateren uit het eind 18° eeuw zijn een bezoek waard. Men heeft er in de ondergrond van de kalk en gipsgroeven karrenladingen vol met beenderen en doodshoofden van alle kerkhoven van Parijs in onder gebracht.Tenslotte hebben we het kerkhof van Montparnasse waar  Baudelaire, Serge Gainsbourg, Camille Saint-Saëns, Sartre, Guy de Maupassant,... begraven liggen.

Montparnasse Tower