Schicksalsanalyse

 

De Hongaarse psychiater en psychoanalyticus Szondi ontwikkelde intuïtief de idee dat vrijheid en dwang het lot van de mens kenmerken. Dwang vanuit een - bij Szondi hoofdzakelijk - genetisch bepaalde aanleg. Vrijheid, door het vermogen om een arbeid te leveren die deze aanleg en de uitdagingen in het leven verwerkt. De mens verandert hierbij (factor p : identificatie) en neemt standpunten in (factor k : ontkenning en bevestiging).
Dit spel van het lot tussen dwang en vrijheid openbaart zich volgens Szondi in belangrijke levensdomeinen: liefdeskeuzen, vriendschappen, beroepskeuzen, keuzen van ziekte en dood. Deze keuze zijn niet noodzakelijk bewuste keuzen. Maar elk domein openbaart een gerichtheid (keuze) die voorspruit uit het spel van dwang en vrijheid. Szondi spreekt in dit verband - met een knipoog naar Goethe - van "Wahlverwantschaften", electieve affiniteiten of voorkeuren.
Vanuit deze klinische intuïtie bestudeerde Szondi stambomen en relaties. Zijn genetische theorie wordt door de hedendaagse menselijke genetica niet gevolgd. Op psychodynamisch vlak vroeg hij het terrein dat hij aldus had ontgonnen te erkennen als "het familiale onbewuste", ergens tussen het individuele onbewuste van Freud en het collectieve onbewuste van Jung.
Om zijn onderzoek naar de - familiale - determinanten van een persoon te vereenvoudigen, ontwierp Szondi een testmethode gebaseerd op het keuzeprincipe. In deze test wordt de proefpersoon uitgenodigd om zijn/haar sympathie of antipathie te kennen te geven t.o.v. foto's van geesteszieken, omdat geesteszieken op een radicale manier specifieke factoren zouden belichamen van het menselijk driftleven.
In deze zin is de theorie van Szondi analytisch van inspiratie. Haar erfelijkheidsleer die de driften verankerd in het genetisch materiaal geeft haar een biogiserende onderbouw. Szondi heeft op zijn biolgisch - dynamische theorie een variante van de actieve analytische therapie ontwikkeld: de Schicksalsanalytische Therapie. Daarin manifesteert zich wellicht ook de invloed van de psychoanalytische school van Budapest (Ferenczi, Balint, enz.).
In 1963 bracht Jacques Schotte hulde aan L. Szondi met zijn "Notice pour introduire le problème structural de la Shicksalsanalyse" en opende hiermee het programma voor de werkzaamheden van "de School van Leuven": het principe van de analyse van de mogelijkheden van het menselijk bestaan door zijn moeilijkheden en lijden (pathische).
Deze school verkoos de psychoanalytische lektuur van het schema van Szondi verder door te voeren, de biologische basis aan de kant te zetten ten voordele van verdere analytische fundamenten, en bovenal de structurele waarde van het driftenschema (Triebsystem) verder uit te werken. Deze ontleding van Szondi's oeuvre bracht er de fundamentele coherentie en heuristische betekenis voor de analyse van het menselijk bestaan mee aan het licht.
Deze "tour de force" ging gepaard met een her-denken van het hele veld van de psychiatrie en van de psychoanalyse. Zij verliep in de schaduw van een andere krachtmeting, die uitging van Jacques Lacan in Parijs, en was kennelijk minder uit op het verwekken van breuken, al deed zij er niet voor onder in het ontwikkelen van radicale heroriënteringen in de theorie en de praktijk van zowel de psychiatrie als de psychoanalyse. Deze ontwikkeling - steeds verder gericht op het blootleggen van het spel van, en de grondelementen die aan het werk zijn in elk bestaan draagt de kiem in zich van een "antropopsychiatrie": de mens en zijn bestaan beter leren kennen door zijn pathologische ervaringen, en de fundamenteel menselijke dimensie binnen elk vorm van psychisch lijden.
 
 
Het Leopold Szondi forum van Leo Berlips