| Engelentrompet, Datura, Brugmansia |
De engelentrompet werd vroeger, net zoals de in onze flora vaak verwilderde doornappel, bij Datura gerekend. Tegenwoordig behoort de boomachtige, niet winterharde kuipplant met de grote zoetgeurende bloemen tot het geslacht Brugmansia. Het verschil tussen een Brugmansia en een Datura is dat bij de Brugmansia de bloemen hangen en groter zijn, bij de Datura de bloemen staan en kleiner zijn. Brugmansia kan gestekt worden en de Datura dient via zaad vermeerderd te worden.
De naam is afgeleid van S.J. Brugman, een Leidse hoogleraar die tussendoor nog lijfarts was van Lodewijk Napoleon en zijn nederlandse benaming "engelentrompet" dankt de plant aan de grote trompetvormige en sterk geurende bloemen. Brugmansia is inheems in tropische Zuid-Afrika en Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika, in de warmere vlakten van het Andesgebergte en in grote delen van Azië is Brugmansia een middelgrote boom met een groot, vaak fluwelig blad.
De hangende trompet- tot buisvormige bloemen, hebben soms een sierlijk omgekrulde rand of zijn gevuld zoals bij de afgebeelde Brugmansia x candida 'Double White'. Ze zijn ook bij ons tot dertig cm groot.
Net zoals de doornappel veroorzaakt ook de 'Angel's Trumpet' hallucinaties. Medicijnmannen gebruikten hem voor hun rituelen: ingeademde rook van verbrande planten veroorzaakt spastische bewegingen, een bewijs dat een of andere godheid hen in bezit had genomen. Hun wartaal werd aanzien als een godsorakel.
In Europa kwam het tot een al even lucratieve toepassing: dieven mengden het verwante Datura-extract in drankjes waarmee ze nietsvermoedende slachtoffers bedwelmden.
Engelentrompetten zijn prachtige kuipplanten die de goede zorgen van de tuinier belonen met een weelderige bloemenpracht.. In de regel zijn de bloemen crèmekleurig tot lichtgeel, maar er zijn reeds kweekvormen in wit, roze, felgeel, oranje en rood, alsook tweekleurige varianten. Vanwege deze verscheidenheid is het vaak moeilijk te bepalen met welke soort men juist te maken heeft.
Verzorging
Een laagje scherven onderin de pot zorgt voor de broodnodige drainage. Kleiige, rijke potgrond is ideaal. Bovendien heeft deze gigant onder de potplanten een reuzehonger: ééns per week een geut opgeloste vloeibare plantenvoeding van de gebruikelijke concentratie vindt deze veelvraat lekker.
De grote bladeren verdampen veel water. Zorg ervoor dat de kluit nooit uitdroogt en geef steeds een ruime hoeveelheid water zodat de kluit ook binnenin nat wordt.
Brugmansia's willen veel licht, maar hebben een hekel aan de loodzware middagzon. Geef ze een warm plekje op het terras, in een veranda of de patio en beschut knoppen en bladeren tegen felle wind.
Standplaats
Zon tot halfschaduw, uit de wind. Optimaal is een plaats waar 's middags schaduw staat.
Groeivorm en snoeien
Brugmansia's groeien eerst loodrecht naar boven. Op een bepaalde hoogte splitst de tak dan een eerste maal. Op deze eerste natuurlijke "vork" verschijnt in het oksel de eerste knop. Vanaf deze eerste spontaan gevormde "vork" begint het zogenaamde "bloeibereik" van de plant en zal er tot het einde van het seizoen de ene bloem na de andere verschijnen.
Meestal vertakken de twee takken zich kort daarop een tweede maal. Bij oudere planten schieten nadien uit de aarde nog vele zijscheuten omhoog. Deze kunnen naar wens weggesneden worden of behouden blijven.
De plant verdraagt zonder enig probleem het insnoeien en wordt daardoor ook bossiger. Deze vertakkingen door snoeien zijn echter geen spontane vertakkingen en geven dus nog niet dadelijk bloemen.
Bloei
Vanaf midden mei tot het begin van de vorst.
Bloei kan bevorderd worden door de plant te gaan "dieven", dwz nieuwe jonge blaadjes die in de oksels van de grote bladeren komen er uit halen en zijtakken tot een minimum terugbrengen : twee, maximaal 3 hoofdtakken en geen of weinig zijtakken is meer dan genoeg.
Het dieven heeft een tweeledig effect, dwz de plant denkt dat hij misschien dood gaat en denkt dan aan de voortplanting en gaat dus bloemen maken en alle voedsel gaat de plant nu gebruiken om bloemen te maken .
Bij het dieven (dat je moet blijven doen) moet je wel opletten dat je niet een soort "komkommertjes" weg haalt want dat zijn de bloemen.
Tijdelijk minder mest geven kan de bloei ook bevorderen
Wanneer de engelentrompet warm overwintert, kan ze de ganse winter door bloeien, maar men moet ze toch wel een rustperiode gunnen. Sterk terugsnijden in de herfst vertraagt wel de bloei in het volgende groeiseizoen.
Water
De planten hebben zeer veel water nodig. Op hete dagen moet zowel 's morgens als 's avonds gegoten worden. Watergebrek uit zich onmiddellijk door slaphangend blad, maar na een gietbeurt herstelt de plant zich snel. De aarde moet goed vochtig blijven maar overtollig water is uit den boze en kan leiden tot wortelrot.
De hoeveelheid water hangt af van de condities : hoe warm, hoe vochtig, hoeveel wind, hoeveel zon en of de plant binnen of buiten staat. Wanneer de plant verwelkt wijst dit op watertekort, maar te natte aarde (zeker bij koeler weer) kan leiden tot wortelrot. Goede drainage is dus van groot belang en men moet oppassen met onderschotels en het overtollige water weggieten.
De beste manier is de planten gieten met niet te koud water tot de potkluit helemaal doordrenkt is. Deze handeling pas herhalen wanneer de potkluit weer droog is. NOOIT HERHAALDE MALEN MET KLEINE BEETJES GIETEN, de lucht moet opnieuw in de potkluit kunnen doordringen zoniet riskeert men de gevreesde wortelrot.
Brugmansia verdraagt ook kalkhoudend water. De rode soort geeft hieraan zelfs de voorkeur.
Bemesting
De planten groeien in gewone potgrond, maar door hun grote behoefte aan voedingsstoffen is bijkomende bemesting aangewezen. Eenmaal bemesten per week is aanbevolen. In de zomer, tijdens de bloeiperiode mag tweemaal ook. In het voorjaar moet bemest worden met weinig stikstof, om de bloei te bevorderen. Het is ook goed om in het begin van het groeiseizoen een bemester met langdurige werking in de aarde te stoppen. Best is deze twee vormen van bemesting te combineren. Voor deze plant geldt inderdaad : "veel geeft veel". Vanaf midden augustus de bemesting langzaam aan afbouwen. Ook jonge planten nog niet te sterk bemesten.
Tijdens de winter spaarzaam meststof toedienen en de dosis langzaam terug verhogen bij de aanvang van de lente. Onvoldoende bemesting geeft langzame groei, lichtgroen blad en weinig bloemen.
Vermeerdering (stekken)
Vermeerderen kan door stekken. Daarvoor snijdt men takken met blad maar zonder bloeiknoppen af. Een goede perfecte stek moet er houtachtig uitzien of tenminste knobbels op de groene stam vertonen.
De stekken steekt men 5 tot 7 cm diep in vochtige aarde. Een pot tussen de 6 en 10 cm. is zeker voldoende. Zet ze op een warme plaats uit het zonlicht en let op met water geven
Beworteling volgt probleemloos wanneer de aarde voortdurend vochtig gehouden wordt. Dit stekken gebeurt bij voorkeur in de zomer, maar het kan ook bij het terugknippen in de herfst : de stekken hebben dan een ganse winter om wortels te vormen.
Jonge planten die nog niet rijp zijn kenmerken zich door rechtopstaande verticale groei zonder zijtakken. Wanneer men hiervan stekken neemt zullen deze er veel langer over doen om tot volwassen bloeiende planten uit te groeien. De stekken blijven lange tijd verticaal groeien en zullen slechts in een later stadium rijp worden en beginnen vertakken en dan nadien bloemen produceren.
Wanneer men echter stekken neemt van een rijpe plant en deze afsnijdt boven de Y-vork die het begin van de bloeivorm aangeeft, zullen de nieuwe planten in minder dan een jaar tijd bloemen produceren.
Meestal worden stekken genomen van 12-18 cm, langer kan echter ook. Snij ze af boven of onder een knop, dit is de plaats waar nieuwe takken, bladeren en bloemen ontstaan. Verwijder vervolgens alle kleine nieuwe blaadjes, zodat de stek zich kan concentreren op het vormen van wortels en geen strijd moet voeren om deze zware nutteloze bladeren in leven te houden.
Men kan ook stekken laten wortelen op water. Plaats hiervoor de stekken in een beker met meerdere centimeters water. Hou ze op een warme plaats maar niet in het directe zonlicht. Laat het water nooit oud of te koud worden, anders zullen de stekken rotten. Het beste is om uw stekken in de zomer buiten op een schaduwrijke plaats te houden. Ververs het water regelmatig tot wortelvorming optreedt.
Na enige dagen zal U de knobbeltjes (pre-wortels) zien zwellen. Indien u dit wenst kan u op dit ogenblik uw stekken in verse aarde uitplanten. Vermeng de stekaarde met een belangrijke hoeveelheid perlite en/of vermiculite. Een pot van 8 cm is voldoende. Let op met water geven, beter te droog dan te nat. Plaats de nieuw opgepotte stekken op een warme plaats uit het directe zonlicht.
Bij elke van deze methodes kan het bewortelen 2 tot 6 weken duren. Nadat de plant een redelijk wortelgestel ontwikkeld heeft kan je ze in een 2 tot 3 liter pot verpotten en ze nadien aan de zon laten aanpassen. Let echter nog steeds op met water.
Er werden ook reeds bevredigende resultaten behaald met het stekken in zand. Wortels waren flink ontwikkeld op 17 dagen. Er werd om de 3 à 5 dagen water gegeven.
Overwinteren
De plant verdraagt sterke terugsnoei. Daardoor kan men bij plaatsgebrek in de winter de plant bijna tot op de grond afsnijden. Nochtans zal ze het jaar daarop dan later bloeien. Wil men terugsnoeien, maar toch ook snel bloemen krijgen, moet men erop letten de snoei te beperken tot boven de eerste spontane Y-vertakking.
Optimaal overwinteren gebeurt licht en bij 5-10 graden, in noodgevallen mag het ook donker. In het laatste geval verliest de plant zijn bladeren en zal de plant later in bloei komen.
Licht overwinteren kan ook bij 10-18 graden, maar in geen geval warmer, aangezien de plant anders geen winterpauze heeft en ononderbroken verdergroeit. Bovendien is het licht in de winter niet sterk genoeg en zullen de scheuten slap worden. Dan moet in het voorjaar teruggesnoeid worden.
Water geven moet in de winter en tot begin maart teruggebracht worden tot hooguit eenmaal per week. In maart de grond in pot of kuip vervangen door nieuwe grond en weer beginnen met regelmatig water geven.
Verpotten
Algemeen is aan te bevelen de planten alle jaren, of zeker om de twee jaar in een grotere pot om te planten. Zoals bij andere planten moeten de vervilte wortels worden weggesneden, dat bevordert nieuwe groei. Maar ook wanneer men niet verplant, zal de engelentrompet het nog niet laten afweten.
Ziektes en insecten
Brugmansia's kunnen te lijden hebben van bladluis, rode spint en witte vlieg. Ook opletten voor groene rupsen. Bladeren die geel worden wijzen meestal op gebrek aan voedingsstoffen.
Waarschuwing
Alle delen van de plant zijn giftig.
Q Waarom bloeit mijn brugmansia niet ?
1- Het is een nieuwe zaailing. soms duurt het twee jaar vooraleer gezaaide brugmansia's beginnen te bloeien.
2- De stek werd genomen van onrijp (niet bloeiend) hout (zie hoger)
3- Bij het snoeien van de brugmansia heb je de eerste Y-vertakking weggesneden.
4-De plant is tijdens de winter tot op de grond bevroren. Soms vechten deze bevroren planten zich een weg terug en groeien en bloeien opnieuw.
5- Je gebruikt niet genoeg meststof.
6- De plant krijgt niet genoeg zon.
7- De plant staat te warm. Tracht hem morgenzon te geven en schaduw in de namiddag.
Q Waarom verwelken de stengels van mijn plant, worden ze geel, sterven ze af ?
1- Virus
2- Ziekte van de aarde zoals verwelkingsziekte.
3- Nematoden
4- Wortelrot
Q Waarom verliest mijn plant bladeren en knoppen ?
Het is normaal, zoals bij vele struiken en bomen, dat de plant regelmatig de onderste bladeren afstoot. Echter in geval van sterk bladverlies tijdens het groeiseizoen kan een van de volgende problemen aan de oorzaak liggen :
1- De plant lijdt aan een tekort of een teveel aan water.
2- De plant lijdt aan een voedseltekort.
3- De plant lijdt onder extreem warme of koude temperaturen.
4- De plant lijdt aan een erge vorm van spint.
5- De plant lijdt aan een virus of een ziekte.
Wanneer je nog meer vragen hebt kan je die stellen in volgend forum (uitsluitend over brugmansia's) :