Pompoen (Cucurbita Pepo) - Komkommerfamilie
De pompoen behoort tot de komkommerachtigen of Cucurbiteae. Deze grote familie vindt zijn oorsprong in Zuid-Amerika, waar ze al sinds jaar en dag werden verbouwd door de Indianen. In de 16e eeuw kwam de pompoen voor het eerst naar Europa. Ook de augurk, komkommer, courgette, meloen, kalebas, sierkalebas,… behoren tot deze familie. Pompoenen zijn er in uiteenlopende vormen en maten. Ze hebben alle gemeen dat de smaak van het vruchtvlees vrij neutraal is.
Pompoenen en kalebassen zijn geel bloeiende klimplanten waaraan decoratieve vruchten groeien.
|
|
De planten worden zelden in de handel verkocht, Kweken dient dus door middel van zaden te gebeuren, Deze kunnen ook vaak zelf uit vruchten worden gehaald.
Ter plaatse zaaien kan pas tussen 15 mei en 15 juni. Zaaien in potjes kan gebeuren vanaf begin april. Zodra de eerste echte blaadjes verschijnen, moeten de plantjes worden opgepot in een rijker potmengsel bestaande uit 2/3 compost en 1/3 bladaarde. Pompoen is zeer vorstgevoelig, maar eind mei kunnen de plantjes in de volle grond uitgeplant worden. |
Pompoenen groeien het best in een zonnige omgeving en dan het liefst zo'n zes uur per dag. Normaal gesproken hebben pompoenen zo'n vier tot vijf (vorst vrije) maanden nodig om tot een volgroeide pompoen te komen. Ze doen het goed op alle gronden die voldoende warm zijn en daarom is een composthoop een goede plaats om ze op te laten groeien.
Pompoenen hebben ook graag veel ruimte om te kunnen groeien, de scheuten kunnen dan ook vele meters lang worden en zullen vele zijscheuten vormen. Als je dus van plan bent om pompoenen te gaan kweken zorg dan eerst voor een ruime plaats in de tuin. Ranken kunnen echter verlegd of ingekort worden naar behoefte.
| Voor het beste resultaat laat je twee tot drie scheuten aan de plant groeien zodat als daar de pompoenen aan gaan groeien de voeding in de pompoenen gaat zitten en niet verspild word aan talloze nieuwe scheuten. Als je twee of drie scheuten hebt waar al een aantal pompoenen aan zitten haal dan steeds opkomende zijscheuten weer weg zodat alle voedsel naar de pompoenen gaat . Voor het kweken van wedstrijd pompoenen laten ze zelfs één scheut per plant zitten zodat alle voedsel in die ene pompoen gaat zitten en dus erg groot kan worden. Gebruik genoeg mest voor een optimaal resultaat (maar overdrijf niet en lees goed de gebruiksvoorschriften van de meststof). | ![]() |
Als de pompoenen zo'n twintig centimeter in doorsnee zijn kun je ze het beste rechtop zetten dus met het steeltje naar boven, zo krijg je een mooie ronde pompoen. Doe dit wel heel voorzichtig zodat niet de steel gaat scheuren.
![]() |
Pompoenen hebben veel water nodig dus houd de grond vochtig maar ook weer niet te nat. Als het echt warm weer begint te worden is het aan te raden ze twee keer per dag water te geven je kunt voor een juiste indicatie de bladeren van de plant in de gaten houden, als de bladeren er mooi groen en gezond uit zien dan krijgen ze genoeg water. |
Wanneer de winter nadert verzwakt de plant en wordt door meeldauw aangetast. Kort daarna verdwijnen de grote bladeren, terwijl er vaak nog vruchten aan het rijpen zijn.
De eerste pompoenen zijn tegen september rijp De vrucht is rijp wanneer deze zwaarder is dan hij lijkt te zijn, bovendien klinkt een rijpe vrucht hol.
Voor de eerste herfstnachtvorst moeten vruchten worden geoogst. Lichte vorst kan al fataal zijn. Een vrucht is rijp wanneer door verhouting op de vruchtstengel overlangs strepen verschijnen, een soort rimpels die we het best kunnen vergelijken met een kurklaagje. Als je de pompoen gaat oogsten laat dan altijd een steeltje van een centimeter of vier aan de pompoen zitten en laat de steeltjes op een droge plek indrogen (dit bereik je na zo'n dag of tien. Doe je dit niet, dan begint al snel een rottingsproces. Pompoenen moeten voorzichtig geoogst worden zonder ze te beschadigen om ook rotting tijdens de bewaartijd te voorkomen.
Als je de pompoenen op een vorstvrije, droge enigszins warme plaats bewaart kun je ze zeker vier maanden goed houden en vaak nog wel langer.
De steel van de grote soorten is in een rijp stadium bruin en verdroogd. De vruchten zijn hard. Na het oogsten de vrucht na laten rijpen in de zon (3 weken) en dan bij een temperatuur van 15-20 °C bewaren
