Rony Rumes
Omhoog CUBA/C.RICA/ Pan'a HAÏTI / DOM. REP GUATEMALA MEXICO

PREAMBULE

Hispaniola , het historisch eiland dat de landen Haïti en Dominicaanse republiek herbergt, werd door ons samen bezocht in het kader van een evaluatie van aldaar aanwezige ontwikkelingsprojecten.

In Haïti betroffen het eerder projecten van ontwikkelingshulp onder het initiatief van de heer Oscar Meuleman , ere-voorzitter van de Christelijke Mutualiteit Mechelen en projecten gesteund door het VKW Mechelen (zie verder).

In de bateyes van de suikerrietplantages van de Dominicaanse Republiek bezochten we projectinitiatieven van de CM- Mechelen (mutualiteit) , maar ook ontwikkelingssamenwerkingsprojecten van de ngo's SAGO/MUDHA/MOSCTHA , gesteund door de gemeente EDEGEM.
(oprichten onafhankelijke winkels (colmades) in de bateyes, vrouwenemancipatie, sanering dorpen...).

Verslag van de bezoeken Haïti vindt U verder onder punt 4. Chronologisch verslag van de bezoeken

Verslag van bezoeken in de Dominicaanse Republiek punt 5, klik hier

 

                                                                                    “ Als de lambi roept” (R. de Caluwé)  

HAÏTI

Navel van de Caraïben

Parel van de Antillen [1]  

1.      Haïti, een slavenstaat. [2]  

‘Constitution cé papier, baionette cé fé ‘(Creools Spreekwoord)  

Haïti is houder van een sliert records: ontbering, analfabetisme, ziekten, de eerste ontdekking van Colombus, de eerste zwarte slaaf, de eerste onafhankelijke negerrepubliek (1804), kampioen qua uitbuiting en corruptie onder de clan Duvalier, van immer verse golven bootvluchtelingen naar Florida en de Bahama’s toe, van massaconcentraties in krottenzones. Geen census kent precies de cijfers van dood of leven, vermits dit land geen bevolkingsregisters houdt; en waar de haalbare leeftijd gemiddeld rond veertig, maximaal rond vijftig jaar schommelt. Van de zuigelingen sterft er 1 op 5, 1 op 2 peuters haalt geen vijf jaar, van de rest bezwijkt er nog 15% vóór de pubertijd.
…/…
Eén blazoen bezit Haïti daarbij wel: zijn strategisch nut. Navel van de Caraïben, is Haïti één van de intiemste buren van het Panamakanaal, brug tussen Noord- en Zuid Amerika, amper negentig kilometer verwijderd van rood Cuba door het Wind Ward nauw.
 

2.      Primaire zorg: Gezondheidszorg  

“De rots in het water kent de smart niet van de rots in de zon”(Creools spreekwoord)  

Wie een eerste maal voet zet op Haïtiaanse bodem, wordt overspoeld door de indrukken van armoede, ontbering, gebrekkige gezondheid….
Hoe kan een volk enige economische structuur , enige welstand teweegbrengen als aan de eerste voorwaarde van minimale gezondheid nog niet voldaan is?  

“ Haïti est une terre de beauté et de paradoxe, un espace de misère, de passion et de grandeur qui rend toute analyse difficile; l’analyse de la situation de santé n’échappe pas à la règle.

La vie de la majorité de haïtiens est un cauchemar…/…[3]  

Le tableau décrit est bien sombre. Dans ce document très compréhensif et superbement structuré, n’apparaissent que de rares points de lumière, comme la diminution de la mortalité infantile, l’éradication de la polio, par exemple, au milieu d’un immense amas de problèmes.  

Il ressort du texte que nous sommes fort en retard en matière de salubrité élémentaire, de contrôle des maladies contagieuses et transmissibles, d’information et d’éducation sanitaires, que la répartition des ressources est inégalement faite et que l’instabilité politique de ces derniers temps a considérablement aggravé la situation…./…” [4]  

Tijdens ons bezoek bij Dr. A.M. Diouf, OMS, [5] moesten wij vernemen dat de situatie er sindsdien alleen maar op verslechterd is….  

Of zoals de eindconclusie van het OMS luidt:  

Il  est temps de mettre la Santé sur l’agenda  

3.      Van Gezondheidszorg naar Ontwikkelingssamenwerking  

Ontegenzeggelijk heeft een land zoals Haïti, met een van de laagste per capita inkomen ter wereld, nood aan buitenlandse hulp.
Deze bijstand kan verscheidene vormen aannemen.  
Buiten internationale en nationale hulpverlening, bilaterale akkoorden,  ‘TRADE NOT AID’ ,  - vormen die wij in deze context buiten bespreking houden -,  kan een mogelijke nuttige inbreng gebeuren via een aantal kleinschalige of beperkte initiatieven. Van ontwikkelde gemeenschap naar ontwikkelingsgemeenschap, van een lokale/regionale/nationale vereniging met steun aan een gelijkgerichte vereniging/instelling in het ontwikkelingsland.  
Uiteraard zullen zulke vormen van hulp en samenwerking slechts zin hebben indien een zekere continuïteit kan gegarandeerd worden door een politiek stabiel klimaat, de wil tot vooruitgang, initiatief, zelfwerkzaamheid enz…  

Of zoals de Vice-Consul van België , de heer Gerrit Desloovere het verwoordde:[6]

Waar het op aankomt is dat kleine financieringen vaak juist hoognodig zijn om grotere projecten en programmafinancieringen zinvol te maken of te laten slagen.

Vaak blijkt in de realiteit tevelde dat een of andere kleinigheid vergeten is door de projecttheoretici en dat het juist voor die zaken moeilijk is om financiering te vinden. Een kleine som kan soms een situatie deblokkeren.

Belangrijk is dat het niet om verspreide alleenstaande punctuele zaken gaat, maar dat de interventie, hoe klein en tijdelijk dan ook, kadert in een ruimere context.

Vaak bereikt men meer met een kleine hulp binnen een bestaande structuur en groep dan met enorme bedragen voor het opzetten van grote projekten zonder maatschappelijk draagvlak en zonder duurzaamheid.

In geval van micro-financieringen komen de garanties van duurzaamheid, efficiëntie en resultaten niet van de interventie zelf, maar van de context waarin ze zich afspelen.

De keuze van de kanalen is daarom enorm belangrijk: kanalen die een reële sociale inplanting en draagvlak hebben.  

Wellicht kunnen tal van voorbeelden voorgaande redenering staven.  
Om die reden onthouden wij graag een aantal opgesomde voorwaarden opdat (de financiering van) micro-projecten zouden kunnen slagen:

                        ·        dat het niet gaat om verspreide alleenstaande punctuele zaken,

·        dat de interventie, hoe klein en tijdelijk ook, dient te kaderen in een ruimere context,

·        dat de gekozen kanalen een reële sociale inplanting en draagvlak hebben.  

Een en ander brengt ons tot de indeling van de aard van de voorgenomen interventie.  

1.      Noodhulp  

Noodhulp is meestal een onmiddellijk en tijdelijk gevolg van een rampsituatie.  
Internationale en nationale dienstverlening en financiële bijstand dienen om het lenigen van de onmiddellijke nood in ad hoc – rampensituaties.  
Het effect beperkt zich tot het onmiddellijk lenigen van de hoogste nood in de getroffen gebieden.
 

2.  Ontwikkelingshulp  

            De doelstelling van de hulp is ditmaal wel degelijk een ontwikkelingsland. 
            Het karakter van de tussenkomst is hulp verlenen in de continue noodsituatie waarin een land zich bevindt, juist omdat                het land de nodige middelen niet ter beschikking heeft (stelt).

Typisch voor deze hulp zijn de domeinen van primaire behoeften: Gezondheidszorg, huisvesting, kleding …, bijna alle gericht op het lenigen van tekorten en behoeften van een gekozen populatie.  
Het hoeft geen betoog dat Haïti nood heeft aan zulke ontwikkelingshulp.  
In de meest concrete vorm betreft dit de toevoer van water, medicamenten, kleding…  
Het effect van deze hulp is het (tijdelijk) draaglijker maken van de primaire  toestand van de geholpen personen, wat mogelijk is zolang de externe bron blijft bestaan…

In deze context is de basis van zelfwerkzaamheid, duurzaamheid en ontvoogding moeilijker te situeren.  
Het gevaar van deze hulp is zelfs een onbewuste creatie van afhankelijkheid en gelatenheid. Men blijft steken in de paternalistische sfeer van ‘geven en krijgen’.  

3. Ontwikkelingssamenwerking                                                            “Geef geen vis, maar leer hen vissen”  

Bedoeld wordt een samenwerkingsverband tussen een gemeenschap/vereniging in een ontwikkeld land en een gemeenschap/vereniging in een ontwikkelingsland.  
Doel is een op termijn duidelijke verbetering van de situatie in het ontwikkelingsland gepaard gaande met de ontvoogding en zelfstandige uitbouw van het project op duurzame wijze zonder dat na verloop van tijd verdere interventie van de externe bron nog nodig blijkt.  
Het begrip samenwerking duidt op een werking, zowel in het ontwikkelingsland als in het ontwikkelde land.

De groep in het ontwikkelingsland ervaart en beschrijft zijn noden, in de vaste wil hieraan zelf te willen verhelpen (zelfwerkzaamheid) met alle middelen die hiervoor kunnen ingeroepen worden.  
Voorwaarde van de samenwerking is dat het project na een zekere tijd kan verder evolueren tot ontwikkeling/economische ontvoogding van de geholpen groep zonder verdere vraag naar externe inbreng.

De groep in het ontwikkelde land (van dezelfde orde van grootte) brengt via sensibilisatie, bewustwording en animatie in eigen kringen kennis bij van de ontwikkelingsproblematiek aan eigen leden, en is bereid tot tijdelijke injectie van de ontbrekende elementen in het samenwerkingsproject. Meestal betreft dit duidelijk gerichte financiële steun vb. voor aankoop van ontbrekende materialen.  

Keuze van de projecten zal dus altijd een multiplicatief effect (moeten) hebben en ligt meestal in de domeinen van primaire economie (landbouw, veeteelt, waterwinning, economische ontvoogding, individuele beroepsvorming….) én de vorming in het algemeen. In een later stadium betreft het meestal de uitbouw van een kleine bedrijvigheid door alternatieve tijdelijke financiering.  

Essentiële voorwaarden van succes zijn zeker: een stabiel politiek regime dat positief meewerkt aan de projecten, de wil van de bevolking om uit de impasse te geraken, de zelfwerkzaamheid, het streven naar een duurzame verbeterde situatie, projecten die door de eigen bevolking gedragen worden binnen hun maatschappelijke context en cultuurpatroon, controle- en opvolgingsmogelijheid, culturele betrokkenheid en uitwisseling, wederzijdse kennis van ontwikkelde en ontwikkelingsgemeenschap.  

Indien zulke projecten concreet kunnen kaderen in de standpunten van de  Belgische of  EEG ontwikkelingspolitiek, is een cofinanciering van resp. 4x of 2x het oorspronkelijk ter beschikking gestelde bedrag mogelijk.

Tegelijkertijd is men (via de betrokken NGO’s) verzekerd van bevoegde controle op de uitvoering van de projecten.  

 

4.      Chronologisch verslag van de bezoeken/ ontmoetingen afgelegd in Haïti (week van 8 tot 14 februari 1998)  

8 februari: Port-au-Prince (P.a.P.)  

            1.      Kennismaking met Gerrit en Patricia Desloovere-Vermander die beiden meer dan 20 jaar in Haïti werkzaam zijn. 

Gerrit is vice-consul van België in Haïti, prof. in ontwikkelingseconomie aan de staatsuniversiteit van P.a.P. en in Dallas (USA), en adjunct-directeur van COHAN-BRD Coöpération Haitiano Néerlandaise - Bureau de Recherche et de Développement

Patricia heeft vele jaren ervaring in onderwijsprojecten, een 20-tal jaren voorschoolse opleiding in Cité Soleil, krottenwijk P.a.P.

            2. Ontmoeting met dr. Camille Archange, MSTH, Mutualité de Santé des Travailleurs Haïtiens; 
            onderhoud bij dr.
Archange thuis

Dr. Archange bespreekt de plannen van de vernieuwde opstart met een mutualiteit, met een duidelijke scheiding tussen CTH, Confédération des Travailleurs Haïtiens (de vakbond) en MSTH (de mutualiteit).
De heer Dorvilliers, secretaris-generaal van CTH denkt de problemen te kunnen oplossen met een herstructurering nl. met de aanwerving van een algemeen beheerder, 2 adjuncten en 10 militanten.
Deze 10 militanten zouden jaarlijks een aansluiting van 5000 gezinnen (± 15000 leden) moeten realiseren.
Dr. Archange drukt de hoop uit dat de Wereldsolidariteit niet zou ontmoedigd geraken omdat dit proces zo moeizaam verloopt.
 

3. Mon Rêve, procuur van Scheut

Paul Bouchar, regionale overste.
Hugo Triest, oud-directeur van Radio Soleil, nu verantwoordelijk voor het Lambi-fonds: een intermediaire organisatie van basisprojecten.
Raymond De Caluwe, auteur van "Als de Lambi roept".
Guido Reynaers, die een dispensarium runt in Roche Platte, deelt mee dat de verpleegster die op kosten van de CM heeft gestudeerd, dit jaar afstudeert en in zijn dispensarium zal blijven werken.
Omwille van een noodzakelijke herstelling aan de auto waarmee we het binnenland in rijden, zullen we pas een halve dag later kunnen vertrekken en o.m. het geplande bezoek in Roche Platte moeten overslaan.

9 februari 98

1. Gonaïves – Deux Poteaux

            Contactpersoon: Zuster Clara-Maria, zuster van Moeder Theresa

            Zusters van moeder Theresa zijn hier net gestart met een ziekenhuis enkel voor zwaar zieken: TBC, kanker en aids.
            Laten hier vooral injectiespuiten en –naalden achter.
 

2. Acul-Samedi

            Contactpersonen: Jeannine Debeleyr en Raymond De Caluwé

ABOS-project: opstarten van een socio-culturele vrouwenbeweging.  
In aanloop: sociologisch onderzoek gestart via huisbezoeken, samen met inlandse verpleegster, bij 17000 inwoners in gebied van circa 25 km²; voorziene duurtijd ± 1 jaar/  
Jeannine heeft 30-tal families met ondervoede kinderen in voedselprogramma van 6 weken.  
Er is vooral een tekort aan proteïnen: geen runderen (gestolen en over de Dominicaanse grens verkocht door militairen).Vaders verlaten vaak het gezin om werk te zoeken over de grens en keren vaak niet terug. Moeders doen aalerlei "commerce", eveneens over de grens en verwaarlozen hun kinderen.  
Opzet van het programma van Jeannine: in het dorp zelf inkomensgenererende activiteiten opzetten voor de vrouwen, zoals naaiatelier, winkel of kleine bedrijfjes zodat de vrouwen in het dorp kunnen blijven en voor de kinderen kunnen zorgen.
 

10 februari 1998  

1. Acul-Samedi

Met Jeannine Debeleyr bezoek aan dorpje Acul-Samedi, met bijzondere aandacht voor enkele kinderen die in haar 'voedselprogramma' zitten.  
Ze licht de stand van zaken van de studies van de verpleegsters en laboranten toe en vraagt verdere ondersteuning hiervoor.  
Laten medicamenten achter voor dispensarium en 12-tal CM-handdoeken die  Jeannine wil gebruiken als geschenk bij de eerstvolgende geboortes in Acul-Samedi.  
Zeer grote nood aan melkpoeder: vraag wordt overgemaakt aan Rob Padberg, (consul-generaal der Nederlanden), Bureau de Nutrition et de Développement, die we later in de week ontmoeten in P.a.P.  
Laten enkele grote algemene medisch-pedagogische platen over het menselijk lichaam achter.
 

2. Terrier Rouge

Contactpersoon: Jos De Bouw, scheutist.  
Coöperatief tuinbouwproject.  
70-tal gezinnen bewerken en onderhouden elk 9 groentenbedjes, 2 oogsten per jaar.  
Water wordt opgepompt, aangedreven door zonne-energie, gift van Rotary International.  Deze pomp wordt ook jaarlijks door Rotary nagekeken en onderhouden.  
Nood aan lichte vrachtwagen om oogst naar markt in Cap Haïtien te voeren voor verkoop: produktie groter dan eigen verbruik. Mogelijke samenwerking onderzoeken met Belgische Boerenbond en/of bedrijven rond Mechelse Tuinbouwveiling.
 

3. Terrier Rouge

Contactpersoon: Sus Dierckx, scheutist.  
Verantwoordelijk vanuit het bisdom voor gezinspastoraal en family-planning.  
Sinds het einde van het embargo: geen verbetering van de levensomstandigheden.
 

4. Thomassique

Contactpersoon: Fons Van Hooidonk, scheutist, aalmoezenier van het staatshospitaal.  
Krijgen regelmatig hulp van Katharinaziekenhuis Eindhoven.  
Bij gebrek aan regering in Haïti: geen benoemingen (en betalingen) van dokters en verplegend personeel.  
Dringend nood aan kinderarts, chirurg, dokter algemene geneeskunde.  
Goede verbinding Hinche - P.a.P. dringend noodzakelijk.
 

5. Hinche

Contactpersonen: zusters Angèle, Rosa en Maria, zusters van Sint-Vincentius van Kortemark.  
Ze zijn actief in onderwijs en gezondheidszorg vooral naar jongeren toe.  
Zuster Angèle werd door president Aristide gedecoreerd voor haar uitzonderlijke inzet voor het onderwijs in Haïti (decoratie is nog steeds niet aangekomen).  

De zusters danken voor de offsetmachine die ze via Oscar Meuleman hebben ontvangen.

6. Saltadère

Contactpersonen: Myriam Bayens en Lieven Laga.  
Dispensarium, parochiaal werk, opleiding verplegenden.  
Geven pakket platen voor opleiding van verplegenden (van Belgische Rode Kruis), CM-handdoeken en medicamenten.  
Op vraag van Oscar Meuleman heeft Myriam Bayens samen met de verantwoordelijke voor CICM, Jean de Dieu Yamatumba, nagedacht over mogelijke CPP-projecten op te starten in de buurt van Mombin Crochu.

1.      een kasaverie: het maken van maniokpannenkoeken.  

Er is een delco-generator voorhand. De oven  moet  gerestaureerd worden. Hiervoor moeten aarden stenen worden gemaakt. Dit veronderstelt een werkfonds.

2.      Een lasatelier

Opzet: jongeren opleiden tot lasser. Nood aan werkfonds en fonds voor aankoop van ijzer. Delco voorradig.

3.      Drogen van mango's

Opzet: maken van gezonde snoep van teveel aan fruit voor onmiddellijke consumptie, voor lokaal verbruik. Bedrijvigheid voor moeders in het dorp zelf, zodat ze geen "commerce" moeten gaan doen over de grens en zo voor hun kinderen kunnen zorgen.  
Apparaat verkrijgbaar in P.a.P.  
Werkfonds nodig voor aankoop mango's en verpakking.

4.      Varkenskweek  
Aandacht  voor gezonde kweek. Vaccinatie voor de dieren. Veronderstelt samenwerking met veearts(en).

5.      Landbouwanimatoren  
In samenwerking met Protos.

6.      Kredietverlening aan vrouwen

Voor allerlei kleine bedrijfjes. Marktuitrusting.

7.      Silo

Opslag van landbouwprodukten. Werkfonds nodig.

CPP staat voor Company Partnership Plan: een alliantie tussen het Verbond van Christelijke Werkgevers en Kaderleden (VKW), Trends (Roularta Media Group) en de niet-gouvernementele organisatie ACT. Het houdt een peterschapsformule in waarbij ondernemingen in Vlaanderen een gepersonaliseerd partnership onderschrijven met een - zij het dan op kleinere schaal - vergelijkbaar bedrijfje ergens in de derde wereld.  

11 februari 98

1.      Saltadère

Met Myriam en Lieven: bezoek aan het dorp Saltadère:

Schooltje, groet aan de vlag; alle kinderen hebben een stuk hout bij in ruil voor middageten, vaak enige maaltijd per dag.
Oud dispensarium omgevormd tot naaiatelier.  
Voorraadmagazijn medicamenten: moet 4 andere dispensaria en/of apotheken bevoorraden.  
Dispensarium met inlandse verpleegsters.  
Kerk met prachtige Haïtiaanse kruisweg en kunstig uit hout gemaakt altaar en lezenaars.  
Myriam, oud-personeelslid (verpleegster en studente) van Covabe (Duffel) wordt door Covabe 'gesponsord'.  "Bij 3000 personeelsleden kan er eentje meer betaald worden, die dan in Haïti werkt" dixit Guido Van Oevelen.
Myriam zou het prettig vinden over een paard te beschikken om de bergen in te trekken om vaccinaties te gaan doen bij de plaatselijke bevolking.  

2.      Hinche

Stop aan naaiatelier van zuster Maria.  
Kopen en bestellen geborduurde kaartjes, servetten, zakdoeken en tafellakens.

3.      Verschillende stops aan drinkwatervoorzieningen aangelegd door Protos.  

Lange moeilijke weg terug naar P.a.P.  

12 februari 98

1.      Brise-tout

Contactpersoon: Jean-Mary Melita

Dispensarium van Cohan service sociale  
Doen daarnaast via huisbezoeken (agents de santé) aan preventieve geneeskunde.  
Zeer zorgvuldig bijgehouden consultatieboeken en patiëntenfiches.  
Dringende nood aan enkele bedden voor opvang van zieken gedurende enkele uren of 1 dag; momenteel geen plaats voor.  
Verzorgen ook pomotieprogramma voor vrouwen:  
Tehuis voor ongehuwde moeders (13 à 20 jaar); opvang van hun kinderen tot 3 jaar; aanleren van een beroep aan de "fille-mères": naaien, bakkerij en patisserie, haakwerken: opleidingen van 2 jaar.
 

2.      A.P.A.A.C. Association pour la Prévention de l'Alcoolisme et autres Accoutumances Chimiques

Contactpersoon: Jan Berghmans, scheutist, directeur van A.P.A.A.C.

Centrum voor alcoholisme en drugbestrijding.  
Ambulante verzorging en behandeling van alcohol- en drugverslaafden.  
Preventie, rehabilitatie en documentatie.  
Programma voor volwassenen, adolescenten en straatkinderen.

Interessant detail aan dit bezoek: Jean-Mary Melita van COHAN service social, die bij ons is, kende het bestaan van A.P.A.A.C. niet en worstelt met dezelfde problematiek, vooral naar straatkinderen toe; ze krijgt info over A.P.A.A.C. van Jan Berghmans.  

3.      Cité 9

Contactpersoon: Jean-Mary Melita.

Dispensarium Notre Dame de Lourdes, kleuter- en lagere school midden in sloppenwijk.  
Ook hier preventieve medische zorg via huisbezoeken, naast de zorgverstrekking in het dispensarium.  
Hebben eveneens behoefte aan extra ruimte met 2-3 bedden voor opname van acute zieken voor enkele uren of 1 dag.  
Ook hier worden alle gegevens van patiënten en hun behandeling nauwgezet genoteerd in boeken en op fiches.  

4.      Lunch

Nodigen Jef en Luc Lannoo, salesianen, alsook Jean-Mary Melita, uit voor de lunch.  
De broers Lannoo  vertellen honderduit over hun werk in de sloppenwijken van P.a.P.
 

5.      Cohan Service sociale

Contactpersoon: Yvonnette Garçon.  
Verantwoordelijk voor de opleiding van verpleegkundigen die studiebeurs hebben.  
Heeft ook de leiding over de dispensaria van Cohan Service sociale..
 

6.      Cité Soleil

Contactpersonen: Luc en Jef Lannoo.  
Bezoeken project gesponsord door A. Kinsbergen, ere-gouverneur van de provincie Antwerpen, voor families met gehandicapt(e) kind(eren).  
Bezoeken de waterbedeling: dagelijks 30 000 emmers drinkbaar water via vernuftig verdeelsysteem met dikke waterslangen vanop muurtjes bedeeld zodat waterdragers zich niet moeten bukken.  
Met Jef Lannoo door de dichtstbijzijnde steegjes van Cité Soleil.  
Zien de kleuterschool van Patricia Vermander.  
Stop aan het ziekenhuis Ste Catherine waar dr. Camille Archange werkt.  
Geven aan Luc Lannoo het pakketje bestemd voor het adoptie-kindje van Luc Vermost dat we spijtig genoeg zelf niet  konden ontmoeten.
 

7.      CTH - MSTH

Contactpersonen: Louis Dorvillier, secretaris-generaal van CTH en dr. Camille Archange.  
Gesprek over CTH (syndicaat) en MSTH (mutualiteit).  
Gestart in 1986, in 1991 alles terug op nul.  
Recent terug opgestart met mutualiteit bij enkele specifieke groepen: bedienden van de openbare dienst en havenarbeiders.  
Opzet: 5000 gezinnen (15 000 leden) voor MSTH per jaar realiseren.  
Ongeveer zelfde gesprek, zelfde problematiek als op 8 februari '98 besproken bij Dr. Camille Archange thuis.  
Dorvillier is ervan overtuigd dat er in ieder geval een algemeen beheerder voor CTH moet aangeworven worden, alsook 2 adjuncten en 10 militanten; er zal ook een nieuwe raad van beheer moeten opgericht worden.  
De loonkost van de algemeen beheerder, van de 2 adjuncten en van de 10 militanten moet na 1 jaar voor 25 % terugbetaald worden door de bijdragen van de leden, na 2 jaar: 50 % en  na 3 jaar 100 %.  

In een land waar nog praktisch geen sociale zekerheidsvoorzieningen bestaan, lijkt dit wel een zeer ambitieus en  weinig realistisch plan.

8.      Home Mamosa

Langs studentenfoyer Mamosa van Jan Hoet, scheutist: hier wonen 14 kinderen uit Noord-Haïti, die middelbare of hogere
 (verpleegkundige) studies volgen.
Laten 3 sets volleybaltruitjes achter. Jan Hoet zelf niet  thuis.  

13 februari 1998

1.      B.N.D.: Bureau de Nutrition et de développement.

Contactpersoon: Saskia en Rob Padberg.  
Rob Padberg en Saskia (sinds 1978 in Haïti)  werken sinds 1986 voor BND.

Begeleiden zeer gedifferentieerde programma's:

·        Voedselvoorziening voor circa 30 000 kinderen per dag: in kleuter- en lagere scholen in heel Haïti.

·        Logistieke ondersteuning: bijscholing leraren om totale onderwijsniveau op te trekken; infrastructuur scholen verbeteren (latrines; watervoorziening: drinken en hygiëne: handen wassen voor het eten), schoolkantines (schoolmaaltijd draagt bij tot gezondheid en betekent substitutie voor het gezinsinkomen: motivatie voor regelmatig schoolbezoek).

·        Bijzondere aandacht voor de jeugd.

Meeste voedingswaren die door BND worden verdeeld, worden ingevoerd uit Europa (ook wel rijst uit Thailand en China, bonen uit Nicaragua en uit Turkije).  
Idealiter zou men de oogst van de lokale boeren willen kopen; spijtig genoeg liggen de prijzen voor de inlandse landbouwproducten vaak veel te hoog; toch werd er in 1997 500 ton voedsel op de eigen markt gekocht: bonen, maïs en millet.  
Gezien de afnemende melk- en boterberg in Europa: minder aanvoer van melkpoeder.  
Er wordt druk gezocht naar een vervangprodukt dat eveneens rijk is aan proteïnen en tevens gemakkelijk verteerbaar: weaning food.  
Tijd tekort om dit  interessante gesprek zinvol af te ronden!

2.      Promess

Stop bij Promess: groothandel voor de verdeling van geneesmiddelen van de UNO en van allerlei medisch materiaal. Het is de Haïtiaanse tegenhanger van Escapo.  
Vragen naar contactpersoon Dr. Bijoux: niet aanwezig.  
Blik op magazijnen met medicamenten en allerlei medisch hulpmateriaal.

3.      CPH: Comité Protos Haïti

Contactpersonen: Anne Coutteel, Dave van Wonterghem en Colette Lespinasse.  
Ze lichten het werk van Protos in Haïti toe: allerlei projecten in verband met watervoorziening, drinkwater, visvijvers, waterleidingen, waterbeheer, …  
In het kader van haar managementvorming aan de universiteit is Colette bezig met oprichting en begeleiding van KMO's: ze vraagt info over CPP van VKW en/of het ontwikkelingssamenwerkingsproject van NCMV.  
Via de NGO  Protos worden vrijwel alle financiële middelen vanuit België aan de verschillende initiatieven in Haïti verdeeld.  
Veel te weinig tijd voor dit interessante onderhoud!

4.      SOE (Service Oecuménique d'Entraide)

Contactpersonen: Solange Henrys en Marilise Rouzier.  
Socialistische coöperatief: promoten het hergebruik van geneeskrachtige planten en kruiden.  
Hebben reeds verschillende interessante brochures gemaakt: les cahiers de Médecine Naturelle du SOE  
Hun werk wordt gesteund door ECHO: l'Office Humanitaire de l'Union Européenne.  
Dankzij fondsen CM-Mechelen (via Oscar Meuleman) worden de SOE-brochures bezorgd aan de dispensaria die Oscar opgeeft.

5.      OMS: (l'Organisation Mondiale de la Santé)

Contactpersoon: Dr. Marie-Andrée Diouf, vertegenwoordigster  van OPS-OMS in Haïti.  
Ontvangen zeer gedocumenteerde studie over gezondheidstoestand in Haïti: uitgave 1996.  
De studie geeft een analyse van de dramatische toestand waarin het land verkeert en geeft prioriteiten aan naar de toekomst toe. De aangepaste versie die in juni 1998 uitkomt zal nog veel uitzichtlozer zijn.  
De basishulpmiddelen ontbreken om de belangrijkste en meest noodzakelijke hulpacties in heel Haïti te kunnen uitvoeren.  
Er is een totaal gebrek aan vaccinaties, voorbehoedsmiddelen en noodzakelijke medicamenten.  
De kapitaalverschaffers (bailleurs de fond) raken ontmoedigd.  
Dr. Diouf dankt de CM-Mechelen voor de middelen waarmee 14 initiatieven in de gezondheidssector in Haïti geholpen worden. 

Tevens drukt ze haar sterke waardering uit voor de financiële bijdrage voor de opleiding van in totaal een 40-tal     studenten genees- en verpleegkunde in Haïti: dit is een belangrijke wissel op de toekomst.

6.      Ecole nationale des arts et métiers Don Bosco

Contactpersonen: paters Stra en Damien, salesianen.  
In 3 instituten, vooral technisch onderwijs, leren 150 straatkinderen en 20 à 30 jonge ex-gevangenen een beroep aan. Zij wonen en studeren hier.  
Bezoeken ateliers en slaapvertrekken.  
Boeiende, positieve filosofie van opvang, opleiding en voorbereiding tot de maatschappij. 

Pater Stra  hoor Vlaamse paters steeds bidden "Whisky is good Maria" (Wees gegroet Maria)

7.      Restavec, Foyers Maurice Sixto.

Contactpersonen: Anne-Marie Van den Driessche, pater Miguel en Leslie.  
Dagelijkse opvang van 500-tal kindslaven.  
Krijgen minimaal onderwijs, psychologische begeleiding, medische verzorging en krijgen de kans een aantal artisanale vaardigheden te leren.  
Hebben nood aan overdekking van soort speelplaats die dienst doet als eet- en vergaderplaats en voor kerkdiensten: bescherming tegen felle zon en stortregens: zou polyvalente ruimte kunnen worden.

Nijpend tekort aan drinkbaar water: dichtbijgelegen rivierbedding is helemaal uitgedroogd o.m. door onoordeelkundig de bomen gekapt te hebben.  
Bezoeken "maisons d'accueil" in opbouw, gesponsord door minister-president Luc Van den Brande: voor de opvang van "weggelopen" kindslaven, in afwachting van oplossing met de "werkgever" en/of met de oorspronkelijke familie van het kind.
-    

14 februari 1998

1.      Sportterreinen van de stad

Contactpersoon: Jan Hoet, scheutist.  
Zien de volleybalploeg van Mamosa aan het werk (in nieuwe truitjes van M. Espeel en van M. Roels).  
Bespreken met Jan Hoet verdere betoelaging van verpleegsterstudies van meisjes uit zijn studentenfoyer Mamosa; doet nog nieuwe aanvraag.  
Jan Hoet is directeur van het Creools tijdschrift  Bon nouvel, dat op grote oplage wordt verspreid.  

2.  Delmas 63: Cohan service sociale 

 Contactpersonen: Yvonette Garçon en mad. Thomas.
Wij zijn uitgenodigd op officiële diploma-uitreiking van 20-tal studenten geneeskunde, verpleegkunde,       verpleegassistenten en medisch technische krachten.  
Student geneeskunde dankt, in naam van alle anderen, CM-Mechelen voor de subsidiëring van hun studies.  
We worden letterlijk in de bloemen gezet.  
Bezoeken het nieuwe pand van Cohan SS dat, naast de administratie, ook onderdak zal bieden aan ongehuwde moeders met hun kindjes. De kinderen worden opgevangen terwijl de moeders een beroepsopleiding kunnen volgen.  

3.  Asile communal: gemeentelijk ouderlingentehuis.

Contactpersonen: Suze-Jean Nlemba en Dr. Evelyne Archée.  
90-tal residenten in 2 zalen.  
CM-Mechelen heeft hier gezorgd voor ontspanningsruimte, ijskast, lakens, matrassen.  
Nog nood aan ondoordringbare onderlakens voor incontinente residenten.  
Suze-Jean Nlemba wil nog 4-tal verplegenden laten specialiseren in geriatrie.

4. IPESI (Institut de Promotion d'Etudes et de soins Intégrés)

Contactpersoon: Suze-Jean Nlemba.  
Zij licht de verschillende deelprojecten van IPESI toe:  

-        
vorming

-         documentatie, bibliotheek

-         peterschappen voor studenten in de medische sector

-         gezondheidscentrum

22 verplegende hebben zich al in Zwitserland gespecialiseerd i.s.m. Zwitserse NGO: Terre des hommes.
Vraagt 250 exemplaren van het Creoolse handboek voor verplegende: "Waar geen dokter is".  
IPESI heeft 500 leden die jaarlijks 60 gourdes betalen (120 BEF): hiervoor hebben ze gratis toegang tot de bibliotheek en tot de regelmatig georganiseerde voordrachten.

5. COHAN BRD

Contactpersonen: Maurice Fouron, directeur en Johny Darius, informaticus.  
Maurice Fouron licht het ontstaan en de doelstelling van COHAN BRD toe.  
. ontstaan als een tussenschakel tussen geldschieters en NGO's in Haïti;

. geven adviezen bij voorgelegde projecten, onafhankelijk van de staat;

. willen de projecten op termijn volledig op Haïtianen laten overgaan;

. volgen de technische bijstand en opvolging op het terrein.

Johny Darius bespreekt met Rony de beschikbare computerprogramma's.

5.  Bezoeken  aan MOSCHTA  en MUDHA in de Dominicaanse Republiek
(16 - 19 februari 1998)
 

Tijdens ons verblijf in Santo Domingo ontmoeten we twee organisaties nl. MUDHA en MOSCTHA en bezoeken we vijf bateyes of communidades waar deze twee organisaties werkzaam zijn.  
Op 16 februari
maken wij kennis met de coördinatrice Solain Pierre Dandré en de medewerkers van MUDHA: Movimiento de mujeres Dominico-Haitianas (de beweging van Dominico-Haïtiaanse vrouwen).  
De werking van MUDHA situeert zich in de bateyes. Een batey is een woonkamp waar de suikerrietkappers en hun families verplicht verblijven in geïsoleerde nederzettingen. Ze leven en wonen er in mensonwaardige omstandigheden.  

De overgrote meerderheid is van Haïtiaanse afkomst.  
Binnen het kader van haar ontwikkelingssamenwerkingsprojecten steunt de gemeente Edegem het project  'Volkswinkels in de bateyes' in de periferie van de hoofdstad Santo Domingo.  
De uitvoerende organisatie ter plaatse is MUDHA; de NGO waarmee vanuit België wordt samengewerkt is SAGO.  

Op 18 februari ontmoeten we dr. Joseph Cherubin, secretaris-generaal van MOSCTHA: Movimiento socio cultural de los trabajadores Haitianos (de socio-culturele beweging voor Haïtiaanse gastarbeiders in de Dominicaanse Republiek).  

De werking van MOSCTHA situeert zich eveneens in de bateyes en concentreert zich hoofdzakelijk op het vlak van gezondheidsopvoeding en eerstelijnsgezondheidszorg. Daarnaast zet MOSCTHA zich ook in voor de mensenrechten van de Haïtianen in de Dominicaanse Republiek, die spijtig genoeg dagelijks grondig met de voeten worden getreden.

Dr. Cherubin licht ons tevens de werking van AMUTRABA toe: de mutualiteit van arbeiders in de bateyes.  
Opgericht in maart 1996, werkt AMUTRABA voornamelijk op volgende terreinen:  

-        
eerstelijnsgezondheidszorg, in vijf vaste dispensaria en ambulante gezondheidszorg in zes andere bateyes

-         de uitgave van een driemaandelijks tijdschrift 'El Congo'

-         programma's rond gezinsplanning

-         promotie van hygiëne en leefmilieu in de bateyes

-         opleiding van vrijwillige gezondheidspromotoren.

AMUTRABA heeft momenteel een 250-tal leden. Gezien het zeer lage inkomen van de meeste arbeiders, is het moeilijk de mensen ertoe te overtuigen lid te worden van de mutualiteit.  
AMUTRABA heeft geen andere buitenlandse steun dan hetgeen ze ontvangen van Wereldsolidariteit. Voor het jaar 1997 zouden ze nog niets ontvangen hebben. Uiteraard zou dr. Cherubin het ten zeerste waarderen mochten wij deze vaststelling meedelen aan Wereldsolidariteit in België.  
Dr. Cherubin en zijn medewerkers hebben een nieuw drieledig project uitgeschreven waarvan ze ons een exemplaar bezorgen met het verzoek het in België kenbaar te maken.  
Naam van het project: ontwikkeling en verbetering van de koopkracht van Haïtiaanse immigranten Dominicaanse bateyes.

Het project omvat:

-         een vormingsinitiatief voor gezondheidsanimatoren

-         de oprichting van een zestal winkels  (cfr. het project dat Edegem i.s.m. MUDHA steunt) en een centraal magazijn

-         het creëren van werkkapitaal voor leningen voor kleine initiatieven.

Voorziene duurtijd van het project: twee jaar

Omvang: het voorziene werkterrein omvat: 24 bateyes met gemiddeld  1 800 inwoners of een totale bevolking van circa 43 200 eenheden. Het project is degelijk uitgewerkt en voorgesteld. Het omvat een begroting zowel voor het eerste als voor het tweede geplande werkingsjaar.  

Verslag van de bezoeken

Op16 februari 1998 hebben we de bateyes Palmarejo en Palavé bezocht; 
op 17 februari Mata Mamon, San Joacquim en Guaricano.

De levensomstandigheden zijn schrijnend:  
-        
meestal geen enkele medische voorziening; zelfs niemand die opgeleid is voor eerste hulp bij ongevallen

-         geen drinkbaar water, geen elektriciteit, geen toilet, soms niet in een heel dorp

-         families, verschillende generaties, 10 tot 12 personen hebben een woonruimte, slaapruimte inbegrepen, van 2 à 4 vierkante meter

-         de mensen slapen op wat lompen op aangestampte aarde

-         een gore vuile gracht, vol met afval, loopt door het dorp: broeinest van allerlei besmettelijke ziekten en ideale kweekplek voor insecten, ratten en ander ongedierte

-         de bateyes zijn ver verwijderd van elk normaal dorp en na zonsondergang is er geen openbaar vervoer meer voorzien

-         vaak is er zelfs niet één telefoon in de hele nederzetting.

In elk van de bateyes ontmoeten we animatoren van MUDHA of MOSCTHA.  
Hun inzet en enthousiasme zijn bewonderenswaardig. De resultaten komen slechts zeer moeizaam tot stand: elke dag moeten ze met nieuwe moed terug beginnen. We bezoeken de verschillende colmades die door MUDHA worden uitgebaat.  

Op 17 februari brengen we een bezoek aan een suikerrietplantage. De hitte is verzengend. De braceros, de suikerrietkappers, werken vaak van circa 5u 's morgens tot 19 à 20 00 's avonds. Hun enige eten en drinken de hele dag bestaat uit enkele suikerrietstengels en wellicht wat zelfgestookte rum. De braceros worden op papier 'vergoed' volgens het gewicht van hun oogst. Met dit document of ticket kunnen ze dan aankopen doen in de winkels van de eigenaar van de plantage, waar zij dan slechts voor 80 à 90 % van hun ticket 'waar krijgen voor hun geld'. Om dit onrecht tegen te gaan, heeft  MUDHA zelf reeds een viertal winkels of colmades opgericht. Zoals blijkt uit het hierboven beschreven project, wil MOSCTHA dit eveneens gaan doen.  

Op17 februari is er 's avonds ter onzer ere een 'gaga' georganiseerd in een van de bezochte bateyes: het is een voorbereidend feest op de festiviteiten van de goede week.  
Het is pikdonker en in de hele nederzetting is er geen elektriciteit. Hier en daar brandt een vuurtje, een kaars of een olielamp. Onder een afdak staan de dorpelingen te zingen en te dansen. Een primitief orkestje brengt met enkele bamboe-instrumenten een zeer eentonig, zich telkens herhalend ritme voort. Een viertal in felgekleurde doeken, met spiegeltjes en pailletten versierd, verklede dansers brengen opzwepende dansen naar voren. Het gehele gezelschap verplaatst zich van onder het afdak, naar een open vuur; iedereen moet over een beek springen of stappen; helpende handen zijn welkom want het is stikdonker. De dansers en de muzikanten worden aangemoedigd met flessen rum.  

De menigte raakt opgezweept, hier en daar zijn er dansers in trance. Het feest dat voor ons begon zal de hele nacht voortduren.
Wij moeten nog een lange eenzame weg van zeker een uur terug naar de stad.  
Het was een speciale belevenis: een mengeling van katholieke en Afrikaanse gebruiken, zeer dicht bij de natuur.
 

Besluit over ons bezoek aan de bateyes in de Dominicaanse republiek

Het was boeiend vast te stellen dat de twee organisaties die we bezochten in de Dominicaanse Republiek zich inzetten voor eenzelfde onderdrukt volk met name de Haïtiaanse gastarbeiders, hun families en afstammelingen die in mensonwaardige omstandigheden wonen in één van de 500 bateyes in dit land.

Meer dan waar ook ter wereld is ontwikkelingssamenwerking hier op zijn plaats, steeds met het uiteindelijke doel voor ogen: op termijn moet het volk zelf zijn eigen lot in handen kunnen nemen.

Wij vrezen wel dat de weg nog lang zal zijn en dat er internationaal recht zal moeten geschieden om de scheefgetrokken situaties hier recht te trekken.

___________________________________________________________________________________________________________________

[1] Haiti , Microsoft ENCARTA ( Bijlage A)
[2]
Bernard Henry, Haïti, een slavenstaat,  blz 17, 1988
[3]
Analyse de la situation sanitaire, Haïti 1996,  Conclusions, Organisation Panamericaine de la Santé, Organisation  Mondiale de la Santé., Port au Prince, Haïti juin 1996. 
[4]
  Dr Ary Bordes, Président de l’ Association Médicale Haïtienne, OMS 1996, Préface, op.cit. 3
[5]
  zie verder Bezoeken
[6]
  Prof. Gerrit Desloovere, Vice-consul van Belgïe,“Gezondheidszorg in Haïti,: een eigenzinnig financieringsbeleid”, Département des sciences du Développement, Université de l’Etat, Port-au-Prince.
[7]
  Gerrit Desloovere, op. cit. Voetnoot 5

 

    e-mail: rony.rumes@pandora.be