|
|
Psephotus Haematonotus Gould
 |
Uiterlijk:
Mannetjes zijn aan de kop, hals en bovenborst groenblauw, aan de stuit rood,
aan de buik geel, de vleugels zijn blauwachtig groen, de voorste
vleugeldekveren een gele vlek, middelste staartveren donkerder en
blauwachtig tot het einde, snavel blauwachtig hoornkleurig. De vrouwtjes
daarentegen zijn overwegend groen gekleurd.
Lengte:
28 centimeter.
Herkomst:
Zuidwestelijk Queensland, Nieuw-Zuid-Wales, Victoria en Zuid-Australië. |
Kweek gegevens:
Deze soort
behoort tot de meest gehouden parkieten. Ze hebben hun populariteit vooral te
danken aan het feit dat het goede pleegouders zijn voor veel moeilijker te
kweken parkieten soorten. Deze soort kan het gehele jaar door in een buiten
volière gehouden worden en is zelfs bestand tegen strenge vorst. Het is niet
ongewoon dat deze soort twee maal per jaar broed. Een nest bestaat over het
algemeen uit 4 tot 8 eieren, die door het vrouwtje in 20 dagen worden
uitgebroed. Zij wordt door het mannetje op het nest gevoerd en verlaat dit dan
ook zelden. Na vier weken verlaten de jongen het nest en worden dan nog 3 weken
door beide ouders gevoerd.
Daarnaast worden
er tegenwoordig ook vele mutanten gekweekt van de roodrugparkiet, een aantal
zijn:Pallid, fallow, cinnamon, lutino, rubino (lutino-opaline), turqoise, blauw,
albino, roodbuik,......
Voeding:
Het basis dieet
voor deze vogels bestaat uit een mengsel voor grote parkieten. Verder zijn deze
vogels dol op groenvoer en ook op trosgierst. Natuurlijk hebben ze altijd grit
of maagkiezel tot hun beschikking. In de kweek periode wordt ook wel eivoer
genuttigd.
Deze soort wordt
geringd met 4,5 mm ringen
|
|