Dial H For Hitchcock
Op
29 april 2005 was het 25 jaar geleden dat één van
de grootste regisseurs ooit het aardse tranendal verliet. Alfred
Hitchcock liet een enorm uitgebreid en hoogstaand oeuvre na. Het
lijstje onsterfelijke klassiekers van zijn hand spreekt nog altijd
tot de verbeelding: ‘Vertigo’, ‘Psycho’,
‘The Birds’, ‘North by Northwest’, ‘The
Man Who Knew Too Much’, het zijn er maar een paar van een
ronduit fantastische lijst. Warner Bros viert deze verjaardag
met de release van een 6-delige DVD-box met een paar bekende en
minder bekende films. ‘Strangers on a train’ en ‘North
by Northwest’ waren al eerder afzonderlijk verschenen, maar
voor de andere films, ‘I confess’, ‘The Wrong
Man’, ‘Dial M for Murder’ en ‘Stagefright’
is het de eerste verschijning op de digitale drager. Het is een
uitstekende gelegenheid voor de filmliefhebber om ook de minder
bekende films van de grootmeester te ontdekken.
Drie periodes
Het werk van Hitchcock kunnen we algemeen opdelen in drie
grote periodes. De eerste periode is de ‘Britse’
periode en het spreekt voor zich dat hierbij alle films horen
die hij in Groot-Brittannië draaide in de jaren twintig
en dertig. Hitchock leerde hier het vak en maakte de overstap
mee van stille naar geluidsfilm. Hij werkte grotendeels met
dezelfde crew en dezelfde producers aan een twintigtal films.
In deze periode zien we hoe hij alle aspecten van het filmmaken
alsmaar beter onder de knie krijgt. Hij experimenteert en
ondergaat de invloed van onder meer de Russische montagetheorieën,
de Duitse manier van enscenering en de camerabewegingen van
bijvoorbeeld een Murnau. In de jaren twintig-dertig wordt
hij een echte vakman die zich specialiseert in het thrillergenre.
Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt ligt de Britse filmindustrie
op apegapen en waagt Hitchcock de overstap naar Hollywood.
De tweede periode uit zijn carrière neemt een aanvang:
die van de eerste Hollywoodjaren (tot 1948) waarin hij zich
verder bekwaamt in het thrillergenre. Om zijn onafhankelijkheid
te bewaren moet hij het wel opnemen tegen het studiosysteem
dat hem allerlei beperkingen wil opleggen. Eigenzinnig gaat
Hitchcock echter zijn eigen weg. Zijn films worden film noir-achtig
en dragen alle kenmerken hiervan: gefilmd in zwart-wit met
de typerende belichting, extreme camerastandpunten en –bewegingen.
Een paar vroege uitschieters zijn ongetwijfeld ‘Shadow
of a doubt’, ‘Notorious’ en ‘Spellbound’.
Gestaag groeit zijn reputatie en dat zou leiden tot een grotere
artistieke vrijheid.
Vanaf 1948 markeert men de derde periode waarbij hij zowel
aan de kassa als bij de critici hoog scoort. Het is dan ook
de periode van zijn allergrootste successen en zou duren tot
zijn ‘pensioen’ in 1976. In deze derde periode
gaat hij inhoudelijker en vormgeeflijker verder dan ooit tevoren.
‘The Rope’ bijvoorbeeld is opgevat als één
ononderbroken shot, waarbij de weinige cuts zo goed mogelijk
verborgen blijven. Voor ‘Rear Window’ bouwt men
het tot dan toe grootste indoor decor en de kijker ziet de
film enkel vanuit het standpunt van het hoofdpersonage, waardoor
de identificatie volkomen wordt. In ‘Dial M for Murder’
speelt de actie zich af in één enkel appartement.
De nachtmerrie-achtige aanpak van ‘The Birds’
tenslotte staat dan weer in schril contrast met de verklarende
traditie van de Hollywoodfilm. Het is bovendien opvallend
hoe belangrijk de psychologische tekening van de personages
wordt in het latere werk van Hitchcock. ‘Psycho’
en ‘Vertigo’ staan er bol van, maar bijvoorbeeld
ook films als ‘Marnie’ of ‘The Wrong Man’
hebben een zeer grote psychologische dimensie.
Dit laatste wijst erop dat Alfred Hitchcock veel meer was
dan een geroutineerde maker van thrillers. De bijnaam ‘Master
of Suspense’ doet dan ook tekort aan de diepgang van
zijn films. Anderzijds is de titel wel gerechtvaardigd omdat
hij de knepen van het vak enorm goed beheerste. Hitchcock
was vooral geïnteresseerd in emoties, en niet in een
rationeel ontrafelen van een mysterie. Hij wou de kijkers
spanning bezorgen door ze mee te laten leven met de personages,
wat wezenlijk verschilt met een whodunit-concept. Identificatie
is in zijn oeuvre van enorm belang. Hij creëert suspense
door de kijker dingen te laten zien die de personages zelf
nog niet weten. Door middel van parallelmontage zien wij bijvoorbeeld
dat er een slechterik een trap opkomt, terwijl een ander personage
in een van de kamers een kast aan het doorzoeken is of iets
dergelijks. Het verschijnen van zo’n bad guy is geen
verrassing, we weten dat hij eraan komt, we krijgen m.a.w.
geen boe-moment. Hitchcock wou vooral dat het publiek voelde
“pas op er komt iemand aan” en dat het meevoelde,
sympathiseerde met de protagonisten. De kijkers weten wat
er staat te gebeuren, alleen de afloop is nog onzeker. Het
bekendste voorbeeld is bijvoorbeeld “The man who knew
too much”. De kijker weet al vrij snel wat het plan
van de terroristen is: de moord op een politicus zal plaatsvinden
tijdens een orkestopvoering. De film concentreert zich dan
ook op de vraag of de protagonisten dit plan zullen kunnen
verijdelen. Als geen ander kon Hitchcock zijn spanning opbouwen
naar een grandioze finale.
Meer dan zomaar thrillers
Hitchcock was dus veel meer dan enkel een uitstekend vakman.
De thriller was eigenlijk maar een basis voor de meeste van
zijn films. Hierin integreerde hij dan allerlei metaforen
en beschouwingen over de menselijke natuur. En die zijn niet
zo fraai: onder de vlekkeloze normaliteit schuilen vele vormen
van waanzin die vroeg of laat naar boven komen met alle gevolgen
vandien. Veel personages worden gedreven door de laagste driften
van de mens: geld, jaloezie, obsessie, ontrouw, eerzucht.
Opvallend aan veel Hitchcockfilms is dat de misdaden niet
bepaald ‘spectaculair’ zijn: we krijgen geen maffia-afrekeningen
of bankovervallen, maar misdaad binnen de huiselijke kring.
Het gevaar komt van bekenden, verwanten, een beetje zoals
Jef Vermassen beschrijft in zijn recent verschenen boek. In
‘Shadow of a doubt’ wordt de misdaad geplaatst
in een landelijk en zonovergoten dorpje in tegenstelling tot
de donkere, anonieme en bedreigende grootstad. Hitchock plaatst
hiermee de misdaad in het hart van de Amerikaanse samenleving,
als iets wat doorgedrongen is tot in de kleinste plaatsjes.
Een dergelijke premisse – de vijand schuilt in onszelf
– is des te opmerkelijker voor de oorlogssituatie waarin
de VS en bijgevolg de hele Hollywoodfilm toen verkeerde, want
deze film dateert al van zo vroeg als 1943. Het is een teken
aan de wand om te zien hoe Hitchcock afweek van allerlei ongeschreven
regels en niet bang was om risico’s te nemen. Het waren
vooral de Franse cineasten van de Nouvelle Vague die als eersten
het auteurschap van Hitchcock erkenden. Een goed voorbeeld
daarvan is het boeklange interview van Francois Truffaut met
Hitchcock dat na al die jaren nog altijd zeer interessant
is voor wie bezig is met “nadenken over film”.
Stage Fright
‘Stage Fright’ heeft de reputatie van een problematische
film. Het publiek moest er niets van hebben en ook Hitchcock
beweerde later niet tevreden te zijn met het resultaat. Ten
onrechte eigenlijk, want het mag dan zeker niet de beste Hitchcock
zijn, slecht is de film verre van. De oorzaak van de slechte
ontvangst zit hem in het feit dat Hitchcock in het begin gebruikt
maakt van een zogeheten ‘onbetrouwbare verteller’.
De flashback die we te zien krijgen blijkt naderhand vals.
Dit procédé – denken we bijvoorbeeld maar
aan een recente film als ‘The Usual Suspects’
– was op dat moment baanbrekend en wellicht is dat de
reden dat de film weinig succesvol was. Het is een mooie gelegenheid
om deze wat vergeten film opnieuw te waarderen. De klassieke
Hitchcockthema’s zitten er alvast allemaal in: het passionele
geweld, de romantische perikelen en de persoonsverwisselingen
zijn de kernbegrippen van een verhaal rond de moord op de
man van een toneeldiva, gespeeld door een fantastische Marlene
Dietrich.
Eve
Gill (Jane Wyman) neemt een dubbelrol op zich: enerzijds is
ze een actrice in opleiding, anderzijds doet ze zich voor
als dienster om het raadsel te doorgronden. Haar vader lijkt
een joviale Schot, maar hij is terzelfdertijd een geslepen
smokkelaar. Eve’s aanvankelijke vriend Jonathan Cooper
speelt op zijn beurt een heel dubieuze rol en ga zo maar door.
Het toneel in ‘Stagefright’ is dan ook een zeer
letterlijke metafoor voor waar het in bijna alle Hitchcockfilms
om draait: mensen spelen een rol in de publieke ruimte. Er
zit bijvoorbeeld een fantastische scène in de film
die geënsceneerd is al was het een toneelregistratie.
De twee personages staan aan beide uiteinden van het beeld
en de camera staat recht op hen. Ook de belichting en de tekst
doen sterk aan een toneelopvoering denken, alleen gaat het
hier om een romantisch beladen ontmoeting tussen twee mensen
in de realiteit. De moraal is duidelijk: het echte leven verschilt
niet veel van toneel.
Kortom, ‘Stagefright’ is niet zomaar een matige
thriller, integendeel. De film zit vol met details die hem
daardoor naar een hoger niveau brengen. Ook nog een fijn weetje:
wanneer Marlene Dietrich on stage een nummer zingt, is de
nummerkeuze van “Lazy Girl” niet toevallig: het
is een hint die aangeeft dat ze dan wel zin had om haar man
om te brengen, maar gewoon te lui was om de daad bij het woord
te voegen.
Strangers on a train
Dat laatste idee wordt verder uitgewerkt in ‘Strangers
on a train’. Deze film begint met een ontmoeting tussen
twee vreemden in een treincoupé. Het gesprek tussen
Guy en Bruno neemt echter een wending wanneer de laatste voorstelt
om ‘van moord te wisselen’. Bruno zal Guy’s
vrouw vermoorden omdat die hem in de weg staat en in ruil
moet Guy Bruno’s vader vermoorden. Aangezien er geen
verband tussen de twee is zouden ze allebei met de moord moeten
wegkomen. Guy doet het gesprek af als een dwaas idee maar
de poppen gaan aan het dansen als Bruno zijn deel van de ‘deal’
volbrengt. Guy zit in moeilijkheden, want hij weigert zijn
deel te doen. Bruno chanteert hem echter door te suggereren
dat hij de moord op zijn vrouw wel eens in zijn schoenen kan
schuiven als het moet. In ‘Strangers on a train’
is er heel duidelijk sprake van de verschuiving van schuld.
Guy heeft met de uiteindelijke moord fysiek niets te maken,
maar hij gaf Bruno wel gelijk na de uiteenzetting van zijn
plan – wat deze laatste dus interpreteerde als een soort
‘groen licht’. Op zich is met die toestemming
niet zoveel mis want wie zou denken dat zo’n ideetje
echt gemeend zou zijn?

Het is pas als de moord gebeurd is dat Guy een deel van de
schuld op zich neemt, wanneer hij beslist om niet naar de
politie te gaan. Hij wil namelijk de politieke terugslag van
het schandaal vermijden. Erger nog, hij lijkt op een bepaald
moment zelfs bereid om zijn deel van het plan te voltrekken,
namelijk de moord op Bruno’s vader. Op dat moment wordt
Guy dus veel meer een medeplichtige dan een slachtoffer. Hitchcock
ensceneert de hele film alsof de twee personages twee kanten
van eenzelfde persoon zijn. Er zijn immers grote gelijkenissen
tussen de twee, zoals de briljante beginsequentie lijkt aan
te tonen. De twee personages stappen elk aan een kant van
de trein op en ze lijken wel elkaars spiegelbeeld. Maar er
zijn ook grote tegenstellingen: Guy zien we meestel overdag
en in het licht, Bruno is dan weer de persoon van het donker
en de nacht.
Hitchcock lardeert zijn film volop met het ‘criscross-motief’
dat hij zelf aanbracht en dus niet terug te vinden is in de
roman die aan de basis lag van de film. Het dubbele tennisracket
is bijvoorbeeld een duidelijk embleem, maar verder zijn er
de kruisende benen, de kruismontage van de tennismatch en
de compromitterende aansteker. Deze visuele motieven zijn
een zoveelste bewijs van het meesterschap van Hitchcock, die
als geen ander vorm en inhoud aan elkaar wist te knopen. Voorts
zit er een zekere homoseksuele ondertoon in de film en daarom
bestaan er twee verschillende versies van. In de DVD-box zijn
de twee versies samengebracht en het is interessant om de
twee naast elkaar te zetten.

I confess
Het thema van de schuldverschuiving komt opnieuw terug in
het donkere drama ‘I confess’. Dit is een minder
bekende film van de meester, maar de echte liefhebbers schatten
ook deze zeer hoog in. De film plaatst een moreel dillema
centraal: een priester krijgt tijdens een biecht te horen
dat een van zijn medewerkers een moord op een advokaat gepleegd
heeft. Father Michael moet echter het biechtgeheim respecteren
en kan deze informatie dus niet doorgeven aan de politie.
Alsof dat nog niet erg genoeg is, wordt de priester zelf verdacht
van de moord. Hij kan dus zichzelf vrijpleiten door uit de
biecht te klappen, maar zit ethisch in de knoop omdat hij
absoluut trouw wil blijven aan zijn eed.
De film is eerder een theoretisch vraagstuk waarbij men de
limieten aftast van hoe ver het biechtgeheim reikt. Zoals
bij de meeste van Hitchcocks films gaat het hier dan ook niet
om een ‘whodunit’-gegeven. Zijn films bevatten
geen verhaal waarbij een inspecteur allerlei verdachten ondervraagt,
waarbij de regisseur de kijker om de tuin leidt met allerhande
plotwendingen en waarbij de dader pas op het einde ontmaskerd
wordt. Neen, in ‘I confess’ bijvoorbeeld weten
we al na een paar minuten wie de moord gepleegd heeft. De
vraag is dan ook wat er met de personages gaat gebeuren, hoe
ze met de feiten omgaan, wie ervoor gaat opdraaien en wie
de dans gaat ontspringen. De enige verrassingen die in deze
film zitten, hebben uiteindelijk niets met de moord te maken.
Michael blijkt namelijk een affaire gehad te hebben met een
vrouw van een politicus, nog voor hij priester werd. Het slachtoffer
was van plan om de twee hiermee te chanteren. De recherche,
zoals altijd opgevoerd als een bende knoeiers, ziet hierin
een motief van de priester om de advokaat te doden. Opnieuw
zien we hoe ogenschijnlijk onverdachte burgers en institutionele
figuren (priester, advokaat, de vrouw van een politicus) alweer
het een en ander te verbergen hebben.
Ook hier
komt er halverwege de film een sterke romantische dimensie.
De affaire tussen Ruth en Michael - let op de Bijbelse namen
- krijgen we te zien op een bijzonder idyllische manier, zodat
het lijkt alsof de herinnering te mooi is om echt bestaan
te hebben. Ook hier kunnen we eigenlijk spreken van een onbetrouwbare
verteller: de flashback is verteld vanuit het standpunt van
een romantische, hunkerende, bijna geobsedeerde vrouw die
het verleden mooier voor ogen heeft dan het eigenlijk was.
De enigzins overbelichte beelden en de enscenering (met slow-motion
op een bepaald moment) is zo overdreven romantisch dat het
niet waar kan zijn. Nog typisch Hitchcockiaans: de jonge Michael
vertrekt naar de oorlog, neemt afscheid en is ‘veranderd’
als hij terugkeert. Maar een echte verklaring voor zijn roeping
en zijn diepgewortelde spirituele houding krijgen we nooit
te zien, wat ook tegen de verwachtingen ingaat. ‘I confess’
staat overigens bol van de christelijke symbolen. Als de film
naar zijn einde loopt en het ernaar uitziet dat Michael niet
zal spreken en zijn lot zal dragen, krijgen we bij de meest
dramatische momenten telkens een kruisbeeld te zien op de
achtergrond. Als Michael tijdens een spirituele contemplatie
twijfelt om zich aan te geven, lijkt het alsof hij aan een
soort kruisweg bezig is. Na het proces wordt hij op de trappen
uitgejouwd en geminacht door de massa. De overeenkomsten met
het passieverhaal zijn dan ook legio.
‘I confess’ heeft weinig spannende momenten
en is geen echte thriller. Enkel tijdens een finale klopjacht
komt er wat aktie, voor de rest zijn er vooral dialoogscènes.
Normaal gezien zou dit resulteren in een redelijk saai drama,
maar Hitchcock is erin geslaagd om toch een uiterst boeiend
verhaal te vertellen dat vooral gedragen wordt door de akteerprestaties.
Tot in de kleinste rollen castte hij zeer goede akteurs. Vooral
de hoofdrol van de priester, vertolkt door Montgomery Clift,
is fenomenaal. Deze vroeggestorven akteur was een van eerste
om de ‘method acting’ te introduceren. Deze manier
van akteren, waarbij de akteur zich helemaal probeert in te
leven in een rol, zorgde ervoor dat Clift zeer overtuigend
gestalte kon geven aan zijn verscheurde personage. De overvloedige
close-ups van de getormenteerde priester zorgen dan ook voor
een sterke identificatie, essentieel voor Hitchcocks cinema.
Het zorgde wel voor conflicten met Hitchcock die het knap
lastig had om bij ieder shot uitleg te moeten geven over de
psychologische toestand van het personage. Zijn befaamde uitspraak
dat je akteurs moet behandelen als vee, is ook al veelbetekenend.
Hij zag akteurs als een onderdeel van het cinematografische
geheel, als objecten die hij wou controleren en een plaats
geven binnen een beeld. Hij kon dan ook niet om met akteurs
die tegenstribbelden of andere ideeën over een scène
hadden. In zijn ogen moesten ze gewoon doen wat hij zei, daarvoor
werden ze tenslotte betaald.
Het
resultaat van de method acting was anderzijds wel schitterend.
Hitchcock slaagde erin om beelden te scheppen van pratende
mensen waarvan men aan de blikken in de ogen kan zien wat
de personages denken. Dat is pure klasse en in zijn andere
films keert dit steevast terug. Het was dan ook zijn typische
manier om scènes op te bouwen. Hij was vooral geïnteresseerd
in aktie-reaktie-composities. Veelbetekende close-ups van
personages op een bepaald gebeuren dat off-screen of in een
vorig shot te zien is. Deze beeldopbouw creëert, naast
de goedgeschreven dialogen en het akteerwerk, de rijke psychologische
dimensie in zijn werk.
De film heeft bovendien een vrij elliptische structuur.
In het begin zien we een nachtelijk beeld van de stad Quebec,
begeleid door romantische muziek. Dan krijgen we de moord
te zien gevolgd door de biecht. Dan volgt de hoofdmoot van
de film, een hele reeks bekentenissen tussen verschillende
‘koppels’, doorsneden met de romantische flashback,
die bijna precies in het midden van de film geplaatst is.
Uiteindelijk volgt er een finale bekentis in de theaterzaal,
komt er opnieuw een moord, waarna we opnieuw hetzelfde beeld
van Quebec zien, ditmaal overdag. Dit laatste symboliseert
de catharsis: na het drama, de ‘nacht’, is er
een oplossing gekomen, er kan een nieuw begin gemaakt worden,
er breekt een nieuwe dag aan. De muziek bij de begin- en eindmontage
verwijst naar het romantische motief van de hunkerende liefde
van de vrouw. Na een paar minuten, zonder veel woorden, weten
we waar de film om draait: enerzijds het dilemma van de priester
en anderzijds het probleem van de onmogelijke, romantische
liefde. Dat is de pure kracht van cinema.
In de eindsequentie zit ook een sterke metaforische dimensie.
Net zoals in ‘Stagefright’ speelt het finale drama
zich af in een theaterzaal, opnieuw verwijzend naar het rollenspel
dat de personages spelen. ‘I confess’ werkt nog
veel verder het gegeven uit van het individu dat in het sociale
verkeer een bepaalde rol speelt. De anderen hebben een bepaald
beeld van het individu maar dit strookt helemaal niet met
de echte persoon binnenin. Het conflict tussen rol–beeld–verwachtingen
en de echte gevoelens–verzuchtingen is vaak de hoofdoorzaak
van alle problemen in het Hitchcock-universum. Het hoeft dan
ook geen betoog dat de films van Hitchcock veel meer zijn
dan zomaar thrillers of genrefilms. Zoals gezegd is dat niet
veel meer dan het raamwerk of het vertrekpunt waaraan hij
dan allerlei bespiegelingen koppelt.
Dial M for Murder

Met zijn volgende film keerde Hitchcock terug naar de echte
suspensefilm, wanneer een man de moord beraamt op zijn vrouw.
‘Dial M for Murder’ is dan ook veel minder beschouwend
als ‘I Confess’ en veel meer gericht op puur entertainment.
“When the batteries are running dry, take a hit play
and shoot it”, zei hij erover. Hitchcock nam het project
er snel tussendoor en de opnames namen niet meer dan een maand
in beslag. De film kwam er omwille van een contractuele verplichting
met Warner Brothers: hij moest nog één film
maken om zijn contract te vervolmaken. Hij hield altijd vol
dat het een tussendoortje was dat niet veel voorstelde en
daarom was hij zeer bescheiden over het resultaat. Dat is
eigenlijk ten onrechte. De film is één grote
les in enscenering, waarbij de dingen getoond worden op het
juiste moment, waarbij er exact op het juiste moment geknipt
wordt, waarbij de ontwikkeling van ‘plot’ en ‘character’
wondermooi samenvalt en waarbij de suspens perfect gegangmaakt
wordt door het precieze gebruik van set-ups en pay-offs.
Om
het voor zichzelf boeiend te houden, koos Hitchcock ervoor
om het gebeuren plaats te laten vinden in één
appartement. Hij koos ervoor om de constructie van het toneelstuk,
waar de film op gebaseerd is, te behouden. De eenheid van
plaats is echter een procédé dat zeer ongewoon
is voor het filmmedium. ‘The Rope’ vergde een
groot aanpassingsvermogen van de kijker omwille van de continuë
camerabeweging en dat was allicht de reden voor het beperkte
succes. In ‘Dial M for Murder’ besloot Hitchcock
om minder extreem te werk te gaan. 95% van de film speelt
zich af in het appartement, maar heel af en toe krijgen we
een shot van daarbuiten. Bovendien is hij erin geslaagd om
zodanig veel verschillende invalshoeken te gebruiken zodat
we nooit het gevoel krijgen van constant dezelfde beelden
te zien. De actie verplaatst zich voortdurend, en via de belichting
dompelt hij de scène onophoudelijk in andere sferen.
Hij verlevendigt de film ook nog eens door op sommige momenten
heel vreemde camerastandpunten in te nemen. Bij de bespreking
van de moordplot bijvoorbeeld zien we een hoogteshot van het
appartement, waarbij de camera de verschillende kamers passeert
als was het een plattegrond. Deze techniek was toen vernieuwend
en tegenwoordig zien we die heel vaak (weliswaar verfijnd)
terugkeren bij alle mogelijke ‘heist movies’.
Hitchcock heeft het dus gepresteerd om de eindeloze dialogen
van het toneelstuk over te zetten naar de film en ze bijna
ongewijzigd te integreren in een visueel intrigerend gegeven.
Dat is een heuse krachttoer die haaks staat op zijn bescheidenheid.
‘Dial M for Murder’ is ook nog eens gefilmd in
3-D, omdat dat in de jaren ‘50 de hype van het moment
was in de cinemazalen. Het was de bedoeling om hiermee de
concurrentie met de opkomende televisie aan te gaan. Het publiek
moest de film bekijken met zo’n typische bril waarbij
één glas rood is het andere groen. Maar vooruitziend
als hij was liep Hitchcock niet in de val om shots te integreren
die specifiek gericht zijn op het 3-D-effect zoals een frontaal
neerkomend mes. Daardoor ziet de film er heel normaal uit
en is het gebruikte procédé niet storend. De
gimmick staat het verhaal dan ook nooit in de weg.

‘Dial M for Murder’ herneemt de thema’s
van ‘Strangers on a train’. Ook hier speelt de
meester met de verschuiving van schuld. Tony Windace is een
oudere tennisster die zijn overspelige, rijke vrouw (Grace
Kelly) wil laten vermoorden. Om de verdenking af te wenden
probeert hij een perfect alibi te creëren en hij chanteert
ene Lesgate om de moord te voltrekken. Het plan mislukt echter
wanneer de vrouw erin slaagt haar belager af te slaan en hem
te doden met een schaar. Net als in ‘Strangers on a
train’ gaat het opnieuw om een (ditmaal oudere) tennisspeler
die het liefst van zijn vrouw verlost is. Ook hier is de pleger
van de moord niet de echte schuldige. Voorts gaat Hitchcock
in deze film zeer ver in de publieksmanipulatie. De perverse
spanningsopbouw is zeer effectief en in eerste instantie worden
we als kijker zodanig bewerkt dat we eigenlijk wensen dat
het moordplan werkt. Nadien keert de identificatie om en willen
we dat de schuldige ontmaskerd wordt. Het is heel duidelijk
te zien hoe de suspense werkt, tot tweemaal toe: een eerste
keer zien we hoe het moordplan van Windace opgevat is, waarna
de spanning voortvloeit uit het wel of niet slagen ervan;
de tweede keer zien we hoe de inspecteur een plan beraamt
om Windace in de val te lokken en opnieuw genereert dit de
spanning. Als kijker weten we tweemaal wat er gaat gebeuren
– of net niet. Dit is nogmaals een bewijs dat het bij
Hitchcock niet gaat om Agatha Christie-achtige toestanden.
‘Dial M for Murder’ blijft bovenal een briljante
stijloefening met veel cinematografische hoogstandjes, waarbij
Hitchcock demonstreert dat hij alle facetten van het filmmaken
perfect kan aanwenden om het publiek te bespelen in de richting
die hij bepaalt. De opvallende camerahoeken en de secuur opgebouwde
parallelmontages die leiden naar een dramatische ontknoping
– het ‘horror’shot van de schaar in het
schouderblad – hebben na al die jaren nog steeds niets
aan effectiviteit ingeboet.
The Wrong Man
Na
‘Dial M for Murder’ was Hitchcock ‘vrij’
en kreeg hij een veel grotere creatieve vrijheid door zelf
co-producent van zijn films te worden. Het zou het begin inluiden
van zijn meest tot de verbeelding sprekende periode, waarin
hij thematisch en stilistisch verder zou gaan dan voorheen.
Zijn volgende project, ‘Rear Window’ was meteen
raak. De veelgelaagdheid van deze voyeuristische thriller
is tot op de dag van vandaag nauwelijks te vatten. Ook met
het meer conventionele ‘To catch a thief’ scoorde
Hitch bij pers en publiek. De jaren daarop zou zijn faam enkel
toenemen met de TV-serie ‘Alfred Hitchcock Presents’
en de films ‘The trouble with Harry’ en ‘The
Man who knew too much’.
Daarna achtte hij de tijd rijp om weer met iets speciaals
op de proppen te komen. ‘The Wrong Man’ is een
film die de typische elementen herneemt, maar dan op een zeer
persoonlijke manier. In deze film maken we kennis met Manny
Balestrero, een doodbrave huisvader die ineens aangeduid wordt
als een overvaller. Wat volgt is een heuse nachtmerrie: de
politie en de justitie begaan een vreselijke gerechtelijke
dwaling waaraan Manny en in tweede instantie zijn vrouw helemaal
ten onder gaan. Uiteindelijk vindt de politie per toeval de
echte overvaller (maar de film suggereert dat het evengoed
opnieuw een ‘verkeerde man’ kan zijn) en komt
Manny terug op vrije voeten. Zijn vrouw blijft echter gebroken
achter.
Het gaat hier niet om een thriller maar om een keihard psychologisch
drama. Het idee kwam voort uit een trauma dat Hitchcock op
jonge leeftijd had opgelopen toen zijn vader vals beschuldigd
werd. Dat is meteen de reden waarom zijn films allesbehalve
hoog oplopen met politie en gerecht. Nergens wordt dat echter
zo uitgewerkt als in deze film. Het gaat hier dus opnieuw
om een plot die draait om een persoonsverwisseling, maar ditmaal
concentreert de regisseur zich op de mentale gevolgen die
dit voorval voor een doorsnee gezinnetje heeft.
Ook
hier vinden we het element van de schuldverschuiving: de echte
schuldige lijkt ongestraft te blijven en de psychotische vrouw
denkt dat zij schuld treft aan de hele situatie. De vernedering,
de wanhoop en de machteloosheid staan helemaal vooraan. Het
betrof hier dan ook waargebeurde feiten, die Hitchcock bijzonder
aangegrepen hadden. Om de kijker hierop te wijzen kondigt
hij zelf de film aan in de eerste minuut. De bijzonder donkere
en dramatische belichting van deze eerste scène is
kenmerkend voor de hele film. New York wordt herschapen in
een expressionistische, onpersoonlijke, onmenselijke grootstad,
een paranoïde nachtmerrie waarin iedereen zich tegen
een onschuldig individu keert. Net voor de eindcredits krijgt
de kijker de mededeling dat alles goed afliep met het gezin,
maar niets was minder waar. Hitchcock was naar verluidt verschrikkelijk
razend om dit ‘happy end’ dat de filmmaatschappij
achteraf ingelast had, maar hij was niet bij machte om het
nog te veranderen. Henry Fonda, die de hoofdrol voor zich
nam, slaagt er perfect in om de juiste toon te vinden. Zijn
wanhopige gezichtstrekken zijn gepast maar niet overdreven,
realistisch en hartverscheurend. De vertolking licht in de
lijn van die van de priester in ‘I Confess’. Ook
hier zijn het de ogen en het gelaat die op een subtiele manier
een spiegel van de ziel vormen.
Opnieuw is dit een bewijs van hoe precies Hitchcock erin
slaagt om zijn publiek zich te laten identificeren met zijn
protagonist. Hier wordt de techniek niet aangewend om spanning
te creëren maar om dezelfde gevoelens van onrecht en
machteloosheid over te brengen. Het resultaat is een zeer
donkere, tragische film waar geen greintje relativering of
humor in zit.
North by Northwest
Het wrong man-thema keert ook terug in ‘North by Northwest’.
Deze keer wendt Hitchcock dit uitgangspunt aan voor een razende
achtervolgingsthriller. Het is de langste film die hij gemaakt
heeft en is ook een van zijn bekendste. TCM bijvoorbeeld programmeert
hem bijna iedere maand en de film passeert in iedere cursus
scenarioschrijven of filmgeschiedenis. Er is al zoveel over
gezegd en veel valt er dus niet aan te ontdekken, maar het
blijft natuurlijk entertainment van de bovenste plank. De
korenveldsequentie en de cliffhangerscène op Mount
Rushmore blijven na al die jaren nog steeds ongeëvenaard.

Het verhaal: Cary Grant speelt Roger Thornhill, die verstrikt
raakt in een mysterieus web van politieke intriges. Enkele
onbetrouwbare CIA-agenten menen in hem de niet-bestaande spion
George Kaplan te herkennen en ontvoeren hem. Dit personage
werd verzonnen door de CIA om hun echte dubbelagente, Eve
Kendall, uit het zicht te houden. De malafide spionnen zijn
van plan om enkele belangrijke staatsgeheimen door te verkopen
aan een vijandige natie. Per toeval wordt Thornhill verdacht
van een moord en om te ontkomen moet hij daadwerkelijk de
identiteit van Kaplan aannemen. Na een ontmoeting met Eve
Kendall wordt hij in een val gelokt maar hij weet te ontkomen.
Slechts na een lange zoektocht ontdekt Tornhill de ware toedracht.
De
film dondert van de ene locatie naar de andere en daarin ligt
de verklaring van de enigmatische titel: de reis van Tornhill
verloopt naar het noord-noordwesten. De film begint aan de
Oostkust, in het VN-hoofdkwartier in New York. Hitchcock diende
het interieur helemaal na te bouwen in de studio op basis
van foto’s die assistenten in het geniep hadden genomen
tijdens een toeristenbezoek. Ook een scène net buiten
het gebouw werd clandestien opgenomen. Hitchcock had dus niet
het geluk om in het VN-gebouw te mogen opnemen zoals Sydney
Pollack dat wel mocht met zijn recente ‘The Interpreter’.
Voorts zitten er nog een paar andere noord-noordwest-referenties
in de film: in een taxi krijgt de chauffeur de opdracht om
eerst noordelijk en dan westelijk te rijden; een bepaalde
verplaatsing gebeurt in een vliegtuig van Northwest Airlines;
tenslotte verwijst de titel naar een quote uit Shakespeare’s
Hamlet: “I am but mad north-northwest”.
De film is bovenal “a fantasy of the absurd”
zoals Hitchcock het noemde. Tornhill is inderdaad een speelbal
van machinaties waar hij geen besef en dus geen vat op heeft.
In deze film hekelt de meester dan ook de hogere klasse: de
bonzen van de CIA zijn bereid enkele levens van onschuldigen
op te offeren om enkele staatsgeheimen te vrijwaren (die geheimen
komen we nooit te weten – het zogenaamde MacGuffin-principe
dat vaak terugkeert). Tussendoor haalt hij met een paar rake
zinnen ook de reclamewereld en diens hypes onderuit. Het absurdistische
element wordt nog verder uitgewerkt door de onmacht van het
Tornhillpersonage uit te diepen. In het begin lijkt de glamour
boy alles onder controle te hebben, maar algauw blijft er
van zijn zelfvertrouwen niet veel over. Hij ondergaat het
verhaal en van zijn macho-mannelijke ongenaakbaarheid blijft
niet veel over – de film lijkt hem zelfs bij momenten
uit te lachen. Ook hier zien we de ‘femme fatale’
terugkeren. In veel Hitchcockfilms ligt een aantrekkelijke
vrouw aan de basis van een plot die de mannen in grote problemen
brengt – in deze film is het wel heel erg duidelijk.
Dat is onder meer ook het geval in ‘Stagefright’,
‘To catch a thief’ en in een onbewuste vorm ook
in ‘I confess’ en ‘Dial M for Murder’.

Net als in zijn andere films staan persoonsverwisselingen
en rollenspelen hier centraal. Iedereen liegt, bedriegt en
geeft zich uit voor iemand anders. Opmerkelijk aan de film
is wel dat Hitchcock deze donkere premisse bijzonder lichtvoetig
aanpakt. ‘North by Northwest’ is naast een subliem
geconstrueerde thriller eigenlijk ook een hilarische komedie.
Omdat de personen allerlei rolletjes spelen geeft dit aanleiding
tot allerlei dubbelzinnige en vermakelijke conversaties. Vooral
het romantische spel tussen Tornhill en Eve is hiervan een
mooi voorbeeld. De sexuele insinuaties vliegen ons letterlijk
om de oren (om nog maar te zwijgen over het wel heel erg dubbelzinnige
eindshot)
Conclusie
Het loont dus zeker de moeite om nog eens terug te keren
naar de oude Hithcockklassiekers. Zelfs nu nog zijn ze zeer
interessant om te bekijken en dat is enkel mogelijk omdat
Hitch een enorm grote vakman was. Zijn experimenten met bijvoorbeeld
camerabewegingen en technisch complexe shots zorgen ervoor
dat zijn films niet ouderwets ogen. Het enige verschil met
hedendaagse films is dat er bij hem nauwelijks gruwel te zien
is. De spanning komt van suggestie en suspense, niet uit de
exploitaite van schrikwekkende beelden. De identificatie met
zijn personages is zo groot omdat hij veel aandacht besteedt
aan karakterontwikkeling via de vele dialogen en het subtiele
akteerwerk. De psychologie van de personages krijgt veel aandacht
en daarom begrijpen we ook zo goed waarom ze doen wat ze doen.
Het werk van Hitchcock bevat een rijkdom op vele gebieden
en we mogen hem met recht een rede een groot ‘auteur’
noemen. We zouden nog uren kunnen doorgaan met verdere analyses,
maar dat zou weinig zinvol zijn. Het belangrijkste is dat
zijn werk gewoon bekeken en herontdekt wordt, zodat het verder
kan blijven leven bij de nieuwe generaties. Dat heeft de meester
van de suspense zeker verdiend.
Alfred Hitchcock - The Signature Collection
Stagefright
Strangers on a train
I confess
Dial M for Murder
The Wrong Man
North by Northwest
^ top
^ back
|