Iriscopie
 

 

Start
Wie ben ik?
Contact
EPFX of QXCI/SCIO
VEMMA Voedingssup
Reinigingskuur
Bachbloesems
Dermasegmentale
Iriscopie
Kruiden
NRT Kinesiologie
NST
Oorkaarsen
Reiki
SAM
Spagyriek
Voedingsbegeleidiing
Voetreflexologie

Iriscopie                                                      

Iriscopie is het observeren van het oog. Het is geen geneeswijze, maar een duidingsmethode.

Hoe iriscopie precies is ontstaan is niet bekend. Wel is er een anekdote die verhaalt hoe de grondlegger, de Hongaarse arts Ignatz von Peczely, bij een zieke uil een vlekje op zijn oog ontdekte. Toen het dier was genezen, was ook het vlekje verdwenen. Voor een zo nauwkeurig mogelijk registratie en voor de juiste duiding werd een systeem ontworpen dat de iris verdeelt in straal- en cirkelvormige zones. Zij komen overeen met de (plaatsen van) organen.

Zones

Er zijn drie hoofdzones. Ze hebben te maken met functies van organen die voor de opname, de verwerking en de uitscheiding van stoffen zorgen. Daarnaast zijn er zes kleine zones. Die staan voor de maag (1e), de darmen (2e), bloed en lymfevaten (3e), spierstelsel (4e), het skelet-systeem (5e) en de huid (6e). De basiskleuren van de iris zijn blauw, grijs en bruin. Soms ziet men in blauwe of grijze ogen toxine-vlekken in de vorm van donkergekleurde pigmentvlekken. Een oog of een deel daarvan, kan van blauw naar bruin veranderen. Belangrijk is het kleurverschil van de iris na ziekte van een orgaan.

Onderzoek

Met behulp van een sterke lichtbron en een vergrootlens wordt de iris bestudeerd. 

Signalen

Er zijn twee soorten tekens te zien in de iris: ten eerste de pigment- of kleurtekens, ten tweede structuur- of vormverschillen zoals gaatjes in het weefsel. Bij kleurtekens gaat het bijvoorbeeld om gelige verkleuring, onnatuurlijke kleurringen, witte, donkere en zwarte tekens als stippen of lijnen en krampringen. Witte tekens kunnen onder andere wijzen op ontsteking, donkere tekens op functievermindering en zwarte tekens op substantieverlies.

Duiding

Zoals gezegd is iriscopie meer het opsporen van zwakten van organen dan het behandelen daarvan. Het is een aanvullende duidingsmethode waarmee bijvoorbeeld leveraandoening, problemen aan hart en nieren en stoornissen in de wervelkolom kunnen worden opgespoord.