( Click on the picture to see more )
( Click on the red words to see more )

Solo exhibition: CC
"De Oude Pastorij": Nieuwenrode, Belgium: february 2004.
Introduction
by Frans Boenders.
Rudolf
Vantilborgh, die ik, in wat volgt, zal benoemen met het door hem gekozen
acroniem Ruvanti, - Ruvanti voert ons in deze overzichtstentoonstelling van
multimediaal werk mee op een bijna sjamanistische tocht, waarin we langs aarde,
hemel en hel komen. Hij houdt er vooral halt, maar slaat er nergens zijn tenten
op. De aarde waarop wij wonen, de hel en haar demonen, de hemel en zijn goden
– het zijn wat de Engelsen “states of mind“ noemen. Geen “states” of
staten waarvan je het staatsburgerschap kan verkrijgen en waarin je kunt wonen,
maar staten van je geest. Je kunt ze ook zien als eilanden, ei-landen die je ei
zo na geneigd bent als echt en vast te ervaren; maar het zijn nu eenmaal geen
vaste-landen, deze ei-landen. De onophoudelijke bewustzijnsstroom, die wij
“ik” noemen, vaart van onze geboorte tot aan onze dood, deze drie eilanden
af: Aarde, hel, hemel. Hel, aarde, hemel. Hemel, hel, aarde. Onze geest doet die
eilanden aan, zoals een veerboot het ene eiland met het andere verbindt, zonder
dat de aangevaren eilanden zich daarom verenigen tot één vasteland. De geest
doet wat het veer doet, dat aandoet, aanvaart, aanlegt en enige tijd aanblijft
– om vervolgens weer weg te varen, af te varen, of te blijven, en elders af te
leggen wat het eventueel op het aangedane eiland heeft opgedaan. De voortdurende
reis, die wij leven noemen, is niets dan die onophoudelijke veertocht, op en af,
langs de drie eilanden. De stroom van het leven houdt niet op – ook al houdt
de geest die wij de onze of “ik” noemen op te bestaan. “Het” van leven
is sterker dan “ik” van degene – u en ik – die nu leeft. Met al deze
rare zinnen wil alleen maar gezegd zijn dat Ruvanti dezelfde rare gedachten en
gevoelens, die in deze rare zinnen rondtollen, in zijn rare werk een zichtbare
gestalte geeft. Om te beginnen beweegt die gestalte, die je met een afgesleten
woord “kunst” mag noemen. Kunst is niet eeuwig, al horen we dat niet graag.
Kunst beweegt, net zoals het leven beweegt. Dat inzicht is misschien geboren met
Marcel Duchamp, maar is eerst in de jaren vijftig van de vorige eeuw echt in ons
bewustzijn en de kunstpraktijk beginnen door te dringen – met de ideeën en
acties van Yves Klein – de schilder van het romantische en mystieke
ultramarijnblauw waarin hij zowel kosmische voorstellingen als naakte lichamen
schilderde -, en vooral in de verschijning van John Cage. Cage is Duchamp, maar
dan gelukkig zonder Duchamp’s cynisme en met de inzichten van het Zen
Boeddhisme. Het werk van Ruvanti vertrekt van Cage’s ontdekkingen dat het
statische niet bestaat; dat wat nu leeft ook nu waarde heeft omdat het straks
alweer veranderd is; dat ook het banale, alledaaagse ( zoals geluiden en lawaai,
afval en resten, toeval en lelijkheid ) is zoals het is en ontwikkelt zoals het
is. Doordat niets stilstaat en rust in wat het is, is alles verbonden met alles.
Elk leven is samenleven, elke kunst is multikunst of, met de term van
Ruvanti’s tentoonstelling, multimedia. Foto’s, video, computertekeningen,
digitale prints en interface – alles is koren op Ruvanti’s molen om zijn
boodschappen de wereld in te sturen.
Maar laat ik even de weg overlopen tussen Cage, een halve eeuw terug, en
Ruvanti, aan het begin van dit derde millenium. De integratie van de diverse
kunsten, zoals muziek, dans, theater en beeldende kunst heeft veel nieuwe
creativiteit losgemaakt. In de jaren zestig, zeventig en tachtig met de
Fluxusgroep, de vaders van de videokunst Wolf Vostell en Nam June Paik, de
mystieke acties van Hermann Nitsch en Otto Mühl, de speelse magiërhappenings
van James Lee Bryan, de rondtrekkende, gedateerde ansichtkaarten sturende On
Kawara, de coyotevriend en bomenaanplanter Joseph Beuys, de met individuele
emoties kampende Marina Abramovic.
Met deze snelle zevenmijlslaarzentocht langs de protagonisten uit de voorbije
decennia wil ik alleen maar aangeven dat de vele nieuwe en vernieuwende ideeën
altijd – of bijna altijd – individueel zijn uitgedragen.De multiart en de
multimedia bleven gebonden aan één kunstenaar, die telkens een eigen invulling
van de integratiegedachte voorstelde. Opvallend voor velen onder de genoemde
individuele kunstenaars is precies de voortdurende beweging, de veerboot langs
de eilanden van de gewone werkelijkheid - de aarde -, de geïntensifieerde,
verheven werkelijkheid - de hemel -, en de neerhalende, negatieve en
destructieve werkelijkheid - de hel -. De drie zijn niet één vasteland, maar
eilanden die voortdurend weer in elkaars zicht komen nadat ze even uit elkaars
gezichtsveld zijn verdwenen. Zoals Robert Folliou, nog zo’n protagonist uit
die multiart-tijd zei:
“ Le vagabond de l’art est toujours en voyage “.
Allicht is de figuur van Marina Abramovic van meer dan gewone betekenis geweest
voor de richting van Ruvanti’s geestelijke reis. Abramovic is hét prototype
van de hedendaagse nomade, nu eens duizenden kilometer ver op de weidse en grote
Chinese Muur, dan weer opgesloten in een kamertje geconfronteerd met oeremoties
als angst en pijn, eenzaamheid, agressie en genot.
Ruvanti heeft in zijn artistieke veerboot heel wat goederen opgeslagen: foto’s
en video, staged photography, digitale beeldvorming op schildersdoek,
installaties, staaldraad, papier, schilderwerk op computer - niet als een
collectie van gadgets of hebbedingetjes, maar als stapstenen van interactiviteit
op weg naar alweer een volgend eiland.
Op één eiland zitten in geel - volgens Ruvanti de kleur van de nervositeit -,
in geel gehulde meisjes te midden van het lawaai en de drukte van een
staalfabriek. Het levende-warme en het koude staan hier naast elkaar, een warm
lichaam naast koud staal, maar in interactie: My body dreams the cold hard
steel.
In de grote zaal op de begane grond ziet men veel hel en
een weinig hemel in “Het Verloren Paradijs”. Een man in zwart priesterkleed
maar met ontbloot geslacht, een
pinhelm, die wij wel eeuwig met Pruisisch militarisme zullen associeren, en een
armband waar nog net het ss-teken niet op staat, grijnst ons aan, terwijl opzij
een andere man bloed urineert en onderaan een blauwbeaderde fallus oprijst uit
een karkas. Op het eiland van de dubieuze “Zaligverklaring” “zegent” een
man met een varkensachtige kop, voorzien van stigmata in de handpalmen, een
jonge vrouw. Onderaan assisteert de paus, voor de gelegenheid een hondse
gedaante. Een stukje hemel toont de kunstenaar, verkleed als extatische
Amerikaanse toerist in een van oergroen overwoekerd “Eden”, naast een
verleidelijke Eva die de appel dit keer op het hoofd draagt en de pythonslang
aan de leiband houdt.
Op
weg naar boven krijgt u voedsel voor uw gedachteleven, met een reflectie op
twee, dubbelheid, verdubbeling, ontdubbeling, spiegeling en gezichtsbedrog. Het
eiland heet “Aarde”. Twee in geel geklede meisjes zitten, elk in een
videomonitor opgesloten, tegenover elkaar. Het zijn tweelingen, die niet elkaar
bekijken maar elk zichzelf, in dezelfde tweezijdige spiegel, maar wel hun
commentaar uitwisselen, in het Russisch, over de zenuwkoepel van koperdraad die
over hun hoofden wordt geweven.
Helemaal
in de nok van dit gebouw heeft Ruvanti in “Ground Zero” zichzelf nog eens
afgebeeld, half sfinx, half doodsengel, zwevend boven een pleurante die rouwt om
de vallende geraamtes van de menselijke overmoed – een ondubbelzinnige
herinnering aan de tragiek van “Elf September”. Veel hel en weinig hemel, ik
zei het al. Aarde krijg je volop, ook al in dezelfde nok, met het schitterende “Pleidooi”,
waarin Ruvanti in een reeks verglijdende digitaal vervaardigde beelden op
gelijkvormig doek de verwording van de zeer aardse techniek van de argumentatie
demonstreert. De retor – redenaar, politicus, wetsdoctor, leraar, prediker –
begint met redelijkheid, om via knepen en verdraaingen de glimp van
aanvankelijke waarheid te demoniseren tot manipulatie en leugen.
Het
pièce de résistance van deze expositie heet, met de beroemdste woorden uit de
wereldliteratuur: “To Be or not to Be”. Het gaat om wat ik in het begin van
deze inleiding een sjamanistische tocht heb genoemd. Zowel aarde als hel als
hemel wordt er aangevaren. Het specifieke lichtende groen van de infrarode
opnamen dompelt zowel de videobeelden als de fotostills in een onaardse sfeer.
Maar onder een zwarte doek ligt een gestalte ( of is het onder de aarde?) en zit
ook een andere anonieme gestalte. Een hemels, want engelachtig, gezicht kijkt
ons nu eens aan op het scherm, om dan weer te verdwijnen achter het doek. Ze is
en ze is niet. Een
fluisterstem beweegt psalmodiërend van “I want to be” naar “I don’t
want to be”. Verschijnen
en verdwijnen, levenswil en doodsverlangen - ze kenmerken de menselijke
conditie.
Het
besluit. Ruvanti is een ethisch kunstenaar, die zijn techniek en zijn kunst
gebruikt om het leven en de levenstocht te verlichten. Hij is gefascineerd door,
en verontwaardigd over, de misleiding, de leugen en de verwarring van onze tijd.
Zijn werken brengen een soms verpletterend requisitoir tegen deze misstanden.
Hij wijst op de vele idolen, drogbeelden, dwalingen en schurkenstreken. Op de
wereldleiders die oorlog stichten, de religieuze leiders die een absurde moraal
voorschrijven maar zelf aan pedofiele misdaden schuldig zijn, de intellectuelen
en kunstpausen die absurde of waanzinnige theorieën en kunsten onderstreven.
Maar Ruvanti is niet alleen een maker van visuele folippica’s, hij heeft ook
humor, zelfkritiek en - vooral - de gave om, met de eenvoud van poëzie, de
levensvragen aangrijpend op te roepen - op weg naar het volgende eiland.
Frans
Boenders, 8 februari 2004.
BACK
- HOME