| GESCHIEDENIS > ONTSTAAN VAN HET VROUWENVOETBAL | |||
"Het vrouwenvoetbal begon bij Sparta"
door
Jurryt van de Vooren
Vrouwenvoetbal in Nederland
wordt in 1972 officieel ingevoerd, zo’n halve eeuw nadat vrouwen het algemeen
kiesrecht hebben verworven. Het is dus pas 26 jaar geleden dat de KNVB
erkent dat voetbal niet alleen is voorbestemd voor mannen. Na langdurige
discussies tussen vrouwelijke voetballers en de heren uit het bestuur
mogen vrouwenteams lid worden van de bond. In 1896 was er echter al in
Rotterdam een poging gewaagd om ook vrouwen te laten voetballen.
Voetbal in Nederland is zo’n honderd jaar geleden nog maar jong. Vlak voor de eeuwwisseling wordt het alleen maar beoefend door mannen en jongens uit de hoogste kringen, tot aan de adel toe. Deze sport is in die jaren niets anders dan een elitesport, omdat de minder gefortuneerden doodgewoon het geld en de tijd niet hebben om zich een hele middag te vermaken, laat staan het avondje in een kroeg daarna te bekostigen. En als ze dat al wel hebben, staat een vereniging het niet toe dat een arbeider wordt toegelaten. Standsverschillen zijn nog echte standsverschillen.
De gefortuneerden laten zich dus niet in met ‘het plebs’, maar de afstand tussen mannen en vrouwen, mits uit hetzelfde geciviliseerde milieu, is weer relatief klein. Dit in tegenstelling tot de ‘volkse milieus’, waar de rolverdeling vrij duidelijk is. Dat betekent overigens niet dat net zoveel vrouwen als mannen uit de hoogste milieus een sport beoefenen, maar de verhoudingen liggen wel beter.
Sparta, dat op 1 april jongstleden zijn 110e verjaardag vierde, is in 1896 dus ook een elitaire club. Het heeft een aantal vrouwelijke leden, dat in dat jaar een brief ontvangt van Engelse sportgenotes. De ‘English Ladies Footballclub’ uit Londen vraagt de Spartaanse vrouwen of ze belangstelling hebben voor een wedstrijd. Het Rotterdamse clubbestuur stemt in met het verzoek, maar dan grijpt de Nederlandse Voetbalbond (pas in 1929 wordt ze koninklijk) in. Op straffe van het ontzeggen van het lidmaatschap van de voetballers uit Spangen wordt de geplande ontmoeting op botte wijze verboden. Sekseverschillen bij de NVB zijn nog echte sekseverschillen.
De mannelijke Olympische gedachte
Het nationale voetbalbestuur neemt met dit standpunt geen ongebruikelijke positie in, omdat tot in de hoogste Olympische kringen weerstand bestaat tegen de vrouwelijke belangstelling voor sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder. Zo keert Pierre de Coubertin, geestelijk vader van de moderne Olympische Spelen, zich regelmatig tegen vrouwelijke deelname. "Men moet opmaken," zegt hij begin deze eeuw, "dat de echte Olympische held in mijn ogen de volwassen mannelijke alleenstrijder is."
Het NVB-bestuur vestigt ook de nadruk op het mannelijke karakter van het voetbal. Het verbod wordt dan ook afgekondigd omdat de goede naam van het voetbal zou worden aangetast als vrouwen zich op het veld begeven. "Voetbal is alleen een sport voor vrouwen als ze op de tribunes zitten," luidt één van de reakties. Alleen het idee al van vrouwen met een voetbal bezorgt de heren de ergste nachtmerries: "Hardlopende vrouwen en voetbalsters vormen een weinig verheffende aanblik."
Het is niet verheffend, maar vooral onzedig. Welke kleren moeten ze bijvoorbeeld aantrekken? Een broek is volgens de bestuurders een kledingstuk dat voorbestemd is voor mannen. Maar het dragen van een jurk of rok werpt weer te veel zicht op die lichaamsdelen die door de andere sekse alleen aanschouwd mogen worden in de slaapkamer van de wettige echtgenoot.
Volgens de NVB is die slaapkamer, en natuurlijk de keuken, de ideale plaats voor vrouwen. De vrouw dient de man en geeft deze ondersteuning daar waar nodig is. Op de tribune dus, als haar echtgenoot als mannelijk strijder zijn historische en genetische plicht vervult, kan de vrouw helpen met haar aanmoedigingen en aanwezigheid. In 1929, dus al weer bijna dertig jaar na Sparta’s poging, eert de voetbalbond die vrouwen die weet hebben van deze rolverdeling. Het jublieumboek dat jaar naar aanleiding van het veertigjarige bestaan van de NVB wordt daarom opgedragen aan "die vrouwen die het stille leed der eenzaamheid droegen om haar man zijn voetbalvreugd te gunnen als speler, bestuurder of scheidsrechter".
Chelcea
Het weerhoudt sommige vrouwen niet om toch te gaan voetballen, maar erkenning van de voetbalbond krijgen ze niet. Zelfstandig regelen ze wedstrijden met elkaar, wat niet echt gemakkelijk is met zo weinig vrouwenclubs. Maar goed, ook bij het mannenvoetbal is ooit een eerste club geweest die geen tegenstanders kon vinden behalve zichzelf. In 1933 wordt Chelcea opgericht, de eerste gemengde club van Nederland. De leden kiezen de clubnaam uit bewondering voor het Engelse Chelsea, maar door hun enthousiasme verschrijven ze zich.
Ook nu weer grijpt de KNVB in. Nu wordt gedreigd met een geldboete als een vereniging de euvele moed heeft tegen een vrouwenteam te spelen. Chelcea wordt na vijf jaar maar weer opgeheven.
De maatschappij verandert, maar de voetbalbestuurders blijven wars van het vrouwenvoetbal. Lo Brunt is in de jaren vijftig bestuurder van de KNVB en speelt in 1954 een grote rol bij de invoering van het betaalde voetbal in Nederland; ook zoiets waar de bond jarenlang tegenstander van is geweest. Nadat Brunt toeschouwer is bij een training van vrouwelijke voetballers (op een parkeerplaats!) spreekt hij de sportsters vaderlijk toe: "Dames, ik bid u, doe het niet!"
Nog enkele decennia lang slaagt de KNVB erin om het vrouwenvoetbal buiten de deur te houden, tot in 1973 het bestuur de handdoek in de ring gooit. Waar Sparta als eerste club in 1896 een wedstrijd probeert te organiseren tussen vrouwenteams, leidt dat in 1972 tot erkenning van het vrouwenvoetbal. Alle verbonden en gebeden van de voetbalbond ten spijt. Als er dus een god bestaat is die langzaam maar rechtvaardig.
