| INTERVIEWS > HENK HOUWAART | |||
-HARELBEKE, 7 maart 2000-
"als ze kunnen voetballen, zorg ik er wel voor dat ze kunnen lopen"
| We kwamen aan in Harelbeke en begaven ons naar de kantine. Daar zat een zeer sociale, immer lachende Henk Houwaart bij een partijtje biljart. We maakten een afspraak en werden uitgenodigd om na de training naar zijn bureau te komen voor het interview. "Omdat het daar iets rustiger babbelen is." En jawel, na zijn nieuw contract bij KAA Gent en de daarbij horende mediabelangstelling van de afgelopen week, gaf de voetbalstrateeg openhartig antwoord op al onze vragen. |
VOETBALKENNIS: Zoekt een trainer een systeem voor zijn spelers of de spelers voor zijn systeem?
|
|
HENK HOUWAART: Als trainer wil je een modern systeem spelen. Momenteel is dat een 4–4–2 of een 4–3–3. Iedereen wil dat. Maar je moet eerst kijken of je spelers hebt die dat kunnen. Je weet net zo goed als ik dat men in België gewoon is mandekking te spelen. Consequent de mandekking in de zone of de mandekking overal waar je tegenstrever loopt. Nu moet men overschakelen naar zone-dekking en dat is juist de moeilijkheid. Omgekeerd, overschakelen van zone-dekking naar mandekking, is een stuk eenvoudiger.
Dat zijn dingen waar je veel moet op trainen, anders krijg je al gauw tactische problemen. Dus 4 op een lijn achteraan, 3 of 4 spelers in het middenveld en voorin 2 of 3 spitsen. Eenmaal dit vastligt is het afhankelijk van je beschikbare spelers. Heb je centraal bijvoorbeeld een grote man, zoals David Paas bij ons, dan speel je met 3 spitsen. Vanaf dan is het systeem dus in functie van wat je hebt in de kern. En dan moet je nog tactisch ingrijpen als je ziet dat er iets fout gaat. De volgende stap is je een beetje aanpassen aan de tegenstrever, maar meestal moeten zij zich aanpassen aan mij natuurlijk.
|
| |
HENK HOUWAART: Juist. Bijvoorbeeld Anderlecht, Gent en Moeskroen
spelen hetzelfde systeem als ons. Ze hebben er ook de spelers voor, en
dan is het natuurlijk prettig werken. Als trainer heb je dan ook weinig
werk, het enige dat je nog moet doen is onderhouden. Je moet er dus veel
op trainen door 6 tegen 6 te spelen, in de zone te spelen, … . Als
ze dat allemaal onder de knie hebben moet je als trainer enkel nog je
spelers in conditie houden, zelfvertrouwen schenken en zorgen dat ze fris
zijn. En natuurlijk ook steeds de stilliggende fasen blijven doornemen.
|
| "Dan pas je je een beetje aan aan de tegenstrever, maar meestal moeten zij zich aan mij aanpassen natuurlijk" |
VOETBALKENNIS: Is het dan de bedoeling steeds “driehoeken” te creëren op het veld om steeds voor die dekking te zorgen?
HENK HOUWAART: Je moet steeds een 2 tegen 1 situatie trachten te creëren
en dat kan met zo’n systeem. Het gevaar hieraan is natuurlijk dat je achteraan
soms man tegen man komt te staan. In dit geval hebt je spelers nodig die
man tegen man durven en kunnen spelen. Als je centraal 2 zo’n mannen hebt,
heb je geen libero meer nodig en heb je automatisch een man op overschot.
VOETBALKENNIS: Krijg je dan geen problemen als de tegenstrever de lange gestrekte pass toepast om steeds het spel te verleggen?
HENK HOUWAART: Als je met 3 spitsen speelt is het belangrijk dat je
zo vlug mogelijk de spitsen bereikt. Dan ben je al verplicht lange ballen
te geven. De spits moet dan de bal kunnen bijhouden zodat de rest kan
aansluiten. Als je combineert en op het middenveld gaat spelen duurt
het allemaal te lang, dan duurt het aansluiten te lang en komen de aanvallers
steeds met 2 verdedigers op de hielen te zitten. Dus er zit geen verrassing
meer in het spel. Ook met 2 spitsen moet je diep spelen, de spits
de bal laten vasthouden en de middenvelders de gaten laten induiken. Dit
vraagt allemaal veel training natuulijk, die automatismen moet je kweken.
VOETBALKENNIS: Waar let je op bij het scouten van spelers?
HENK HOUWAART: Ik hou van voetbalspelers. Ik ben niet zoals de meeste trainers. Die houden van grote, atletische mensen die hard kunnen lopen. Ik hou er in eerste instantie van dat ze goed kunnen voetballen. Als ze dat goed kunnen, zal ik er wel voor zorgen dat ze goed kunnen lopen en atletisch zijn. Een supporter komt enkel maar naar een goed voetballend geheel kijken. Tenminste, ik toch als voetbalkenner.
|
|
VOETBALKENNIS: Gebeurt dit in het huidig voetbal niet te weinig ?
HENK HOUWAART: Ja, dat gebeurt te weinig. Vandaag de dag zijn er
te weinig technische begaafdheden
bij de spelers en te weinig evenwicht in een ploeg, krijg je holderdebolder
voetbal. Het is misschien wel krachtig en je behaalt resultaten, maar
mooi is het allemaal niet natuurlijk. Dat is niet waar een voetballiefhebber
naar het stadion voor komt.
VOETBALKENNIS: Waar let je dan op als je een tegenstrever wil scouten?
HENK HOUWAART: Ten eerste natuurlijk op hun systeem. Spelen ze in de zone, spelen ze mandekking? Spelen ze verdedigend, spelen ze aanvallend? Ik kijk ook nog naar de stilliggende fasen, die belangrijk zijn in alle sporten. Zorgen dat we niet verrast worden bij zo’n situatie. En dan probeer ik ook de zwakke punten bij de tegenstrever te vinden om daarop dan te trainen.
| "de meeste kleine clubs gaan failliet gaan omdat ze geen speler meer kunnen transfereren" |
VOETBALKENNIS: Het Bosmanarrest is misschien dan wel goed geweest voor de spelers en de trainers, maar is het ook goed geweest voor het voetbal?
HENK HOUWAART: Ik vind niet dat voor de spelers en trainers het Bosmanarrest goed is geweest. Het is enkel goed geweest voor de allerbeste spelers. Voor de middelmaat en de zwakkere spelers is het eigenlijk een zeer slechte zaak.
Het voordeel is dat je na je contract nog wat kunt gaan bijverdienen. Toch is het zo dat de hele goeie spelers veel kunnen bijverdienen maar de anderen gewoon nog het minimumloon kunnen krijgen.
Het is slecht geweest voor het voetbal, want de kleine clubjes kunnen nu geen speler meer verkopen om zo hun kop boven water houden. Vroeger probeerden ze een goede speler voor grof geld te verkopen en konden dan 2 à 3 jaar verder, maar nu gaan de meeste kleine clubs failliet omdat ze geen speler meer kunnen transfereren.
| "ik ben Belg hé" |
HENK HOUWAART: Dat kan altijd, maar dan moet er in alle opzichten geld boven water komen.
In Nederland geeft bijvoorbeeld de Nationale Lotterij zeer veel geld . Ook de KNVB geeft 60 miljoen aan de clubs. Bij ons is dat 12 miljoen. Het verschil tussen 60 miljoen en 12 miljoen is toch wel zeer groot. En trouwens, 12 miljoen is vlug op in het budget van een topclub.
HENK HOUWAART: Ja natuurlijk, ik ben Belg hé! (glimlacht)
HENK HOUWAART: Ja, dat is waar. Maar de mensen moeten iets zien. Als je naar het voetbalstadion gaat en je ziet niets dan ga je als voetballiefhebber toch liever naar een klein ploegie waar je na de match in de kantine een pint kunt drinken en waar je plezier hebt.
Als je daarentegen naar het stadion gaat in eerste klasse en je ziet leuk voetbal, met nog wat ambiance na de wedstrijd ook, dan blijf je gaan, want topvoetbal is altijd nog interessanter dan het kleine voetbal.
Maar dan moeten we naar het moderne, aantrekkelijke voetbal. Daarom is het ook zo belangrijk dat iedereen probeert het moderne systeem te spelen. Om dat te verwezelijken moeten ze al in de jeugd beginnen met 4-4-2 of 4-3-3 te spelen. Maar spijtig genoeg primeren de resultaten altijd bij de jeugd hé. Dat is verkeerd, ze moeten in de zone man tegen man durven spelen, ook al bij de jeugd. Ze zouden zo veel meer leren dan dat ze nu doen door in mandekking te spelen.
| "je leert veel meer bij de jeugd door in zone te spelen dan in mandekking" |
HENK HOUWAART: Het is natuurlijk belangrijk dat de supporters komen, maar het belangrijkste is de sponsoring. Als die sponsoring er niet is kan een ploeg nooit rondkomen. Het is meegenomen als je met 10.000 of 25.000 man in je stadion zit, dan heb je er nog een extraatje bij, maar het belangrijkste is dat je goeie sponsors hebt, dat je altijd kan leven, dat je iedereen kan betalen zoals het moet.
VOETBALKENNIS: Moeten we dan niet naar een Bene-liga of iets dergelijks streven om zo de grote sponsors aan te trekken?
HENK HOUWAART: Dat geldt terug alleen maar voor de grote clubs. Voor de rijke is dat weer goed maar voor de arme is dat weer verkeerd. Ik vind dat het gewoon zou moeten blijven zoals het is, maar met meer subsidies. De stad moet wat bijspringen, zoals dat hier het geval is (Henk Houwaart bedoeld de stad Harelbeke, red. Voetbalkennis), of de Lotto of de KBVB moeten maar eens over de brug komen. Het moet ergens vandaan komen. Je moet eens naar andere landen kijken wat voor subsidies men daar krijgt, bijvoorbeeld in Frankrijk. In Nederland beginnen ze met 1 miljard, hier is dat 120 miljoen, natuurlijk zitten we dan in de problemen.
| "al in de jeugd moeten ze 4-4-2 of 4-3-3 spelen" |
VOETBALKENNIS: Waarom zijn de stadions in Nederland zoveel beter?
HENK HOUWAART: Ja, tuurlijk is het daar veel beter, ook commerciëel. Als je de stadions in Nederland ziet zijn er winkels beneden, zijn er cafés beneden,… er is daar van alles te doen. En dan is er nog het commerciële. De vrouwen komen, bij wijze van spreken, winkelen of op een terrasje zitten zonder naar het voetbal te kijken binnen in het stadion. Ze zitten gewoon binnen op een terrasje in de hal rond het stadion. Dat is uniek. Er is een orkestje in de ene hoek , een ander orkestje in de andere hoek, er is ambiance. De mensen willen iets hebben voor hun geld. Voetbal is ginds een uitstap. Niet zoals hier, voetbal en dan weg. Het mooiste voorbeeld daarvan is . Je zit gewoon binnen op het terras, het voetbal begint en de mannen gaan kijken terwijl de vrouwen meestal blijven zitten. Ze zien een aantrekkelijke wedstrijd, komen terug en daarna is het pinten drinken en dansen,… Prachtig is dat. Dat is commerciëel werken, daar moeten we ook hier naar toe.
HENK HOUWAART: Ik denk dat het in Nederland opener is. Daar spelen ze allemaal man tegen man, met 3 of 4 op één lijn. Daar ga je meer doelpunten zien (hier vergist Houwaart zich zoals blijkt uit onze statistieken, red. Voetbalkennis), ga je aantrekkelijkere partijen zien. Of het voetbal op zich een stuk beter is dan hier durf ik nog te betwijfelen. Het zijn daar ook maar een paar clubs, topploegen, die het mooie voetbal brengen, zoals het hier in België het geval is. Momenteel is dat hier Anderlecht en misschien nog Standard. Voor de rest is het allemaal redelijk. Gent speelt redelijk, Moeskroen speelt redelijk.
Het verschil is misschien dat er in Nederland meer topploegen zijn.
| "er moet in alle opzichten geld boven water komen" |
VOETBALKENNIS: Wat vind je van de regel om op ieder wedstrijdblad verplicht 3 spelers te plaatsen van -21 jaar om de doorstroming van de jeugd te bevorderen?
HENK HOUWAART: Ik vind dat zeer belangrijk in tweede klasse. In eerste klasse ligt dat helemaal anders, dat is topvoetbal. Maar in tweede klasse zou ik zeker op termijn doorvoeren dat er niet meer dan drie buitenlanders mee mogen doen en dat er op de feuille vier, vijf jongens onder de 20 jaar moeten staan. Ik vind dat de normaalste situatie, dan zou je doorstroming krijgen. 33 jaar geleden was het zo dat je niet meer dan drie buitenlanders mocht opstellen, dan had je allemaal Belgen die in je ploeg speelden. Bij Gent stonden er op een bepaald moment elf buitenlanders aan de aftrap. Akkoord, je behaalt resultaten, maar voor de doorstroming van de jeugd en voor het Belgisch voetbal is dat niet goed. Je moet daar volgens mij in de tweede en derde klasse naar streven, begin daar met 3 buitenlanders en 3, 4 of 5 spelers onder de 20 jaar.
VOETBALKENNIS: En dan het systeem sateliet-clubs?
HENK HOUWAART: Juist.
VOETBALKENNIS: Hoe hoog schat je het aandeel in van de trainer in een ploeg?
HENK HOUWAART: Dat is heel belangrijk natuurlijk. In eerste instantie moet een speler met veel plezier naar de training komen. Het is een pluspunt voor de trainer wanneer hij het aantrekkelijk maakt voor zijn spelers, dat hij geen vervelende trainingen geeft. Een trainer moet natuurlijk ook voetbalverstand hebben. Hij moet met zijn spelers kunnen praten over taktiek, over een situatie. Hij moet zelfvertrouwen geven aan een speler, hij moet een psycholoog zijn. Daarboven moet hij ook nog alle soorten taktische richtlijnen kunnen geven aan zijn spelers. Een trainer is dus heel belangrijk.
VOETBALKENNIS: Wanneer een trainer één van deze eigenschappen ontbreekt, is het dan per definitie een slechte trainer?
HENK HOUWAART: Als hij bijvoorbeeld geen persoonlijkheid heeft kan hij nooit een goeie trainer zijn. Je moet boven de spelers kunnen staan. Je moet met je spelers kunnen opschieten. Eigenlijk moet je trainer zijn en psycholoog. Je spelers een schouderklapje kunnen geven. De ene speler heeft dat nodig, de andere niet. Je moet voortdurent met je spelers bezig zijn.
| "bij de jeugd primeren resultaten, dat is spijtig" |
VOETBALKENNIS: Een toptrainer, moet die ook topvoetballer geweest zijn?
HENK HOUWAART: Nee dat hoeft niet speciaal, maar ik denk wel dat het belangrijk is dat je topvoetballer bent geweest, als je over alles wil meepraten. Als je geen topvoetballer bent geweest en je hebt alles van horen zeggen is het ook moeilijker iets door te geven. Ik denk ook dat sommige spelers naar je opkijken als je zelf topspeler bent geweest. Dan denken ze van "ja, hij is toch goed geweest, dus zal het wel weten". Als je dan nog de persoonlijkheid bezit om alles over te brengen aan je spelers, dan denk ik dat je het kan maken als trainer.
VOETBALKENNIS: Een Heyseldiploma of een ander trainersdiploma, is dat noodzakelijk?
HENK HOUWAART: De praktijk is altijd het belangrijkste.
VOETBALKENNIS: Je kan het dus niet leren op de schoolbanken?
HENK HOUWAART: Nee, onmogelijk. Ernst Happel zei altijd "Tik-Tak kan je leren, tak-tiek niet", je hebt dat of je hebt dat niet. En het is ook zo. Je heb het voetbalmindende in je of niet. Daar wordt je met geboren. Je kan niet naar school gaan en zeggen ik ga eventjes trainer worden. Dat is onmogelijk.
VOETBALKENNIS: Als je nu als trainer 1 oefening moet geven. Welke is dat dan?
HENK HOUWAART: Altijd met een bal hé. Als je een echte voetballer bent wil je een bal zien. Je weet net zo goed als ik dat wanneer je zegt "ballen weg, we gaan een oefening doen in het bos of we gaan coopertest doen" dat er dan velen zijn die last hebben van de benen, van de hamstring, van de kuiten, ze hebben dan verrekkingen, ... Dat doen ze niet graag, de mooiste oefeningen zijn altijd met de bal.
VOETBALKENNIS: Maar niet specifiek één oefening ?
|
|
HENK HOUWAART: Nee, dat niet. Een wedstrijdvorm is altijd plezant voor een speler. Maar op sommige momenten moet je iets leren ook hé. Automatismen leren. Het beste is volgens mij nog altijd wedstrijdvormen, dat is het leukste voor de speler, samen met die bal werken.
HENK
HOUWAART: Het is logisch dat je een reglement moet maken, ook wij
hebben dat. Een half uur voor de training moet je aanwezig zijn, na de
training moet je allemaal in het spelershome zijn,.... elke minuut te
laat betekent een boete van 100 BEF.
Persoonlijk denk ik dat, wanneer je met voetbal bezig bent, je dat gewoon
doet. Dan ga je een half uur van tevoren hier zijn, dan ga je altijd op
tijd zijn, dan doe je dat met liefde.
|
|
HENK HOUWAART: Er zijn mensen die niet graag "een bruintje" zien en er zijn er die zeggen " of ze nu bruin , geel of paars zijn, het maakt niet uit". Welke kleur dan ook, voor mij is het allemaal hetzelfde.
HENK HOUWAART: Nee, dat bestaat niet. Je hebt zowel blanken als bruintjes die rotvervelend kunnen zijn. Ik kijk naar de kwaliteiten. Ik heb natuurlijk liever elf Belgen in mijn ploeg hé, maar dat is onmogelijk. Als je bijvoorbeeld naar Lokeren kijkt, daar heb je zeventien van die bruintjes rondlopen. Dan zeg je toch als supporter "waar zijn we met bezig?"
HENK HOUWAART:In België vind ik Standard en Anderlecht het gezelligste. In het buitenland, tja... in Nederland hebben ze verschillende prachtige stadions. Vitesse heeft bijvoorbeeld een prachtig stadion omdat het veld onder de tribune wegschuift naar buiten. Wanneer ze beginnen te spelen komt het veld terug. Het heeft erop geregend, ... Het schuift eronder weg. Dat is iets uniek natuurlijk. Feyeroord is ook prachtig, het Ajax-stadion, de ArenA, is eveneens prachtig ...
|
|
HENK HOUWAART: Gezelligheid, dat is het!
HENK HOUWAART: Nee, Barcelona bijvoorbeeld vind ik ook mooi maar ik denk als je dan 120 000 toeschouwers hebt en je zit helemaal bovenin, dat je heel weinig ziet, dat die poppetjes heel klein zijn. In het Heyselstadion gans bovenaan moet je al iets van het voetbal afweten om te zien wie er daar beneden loopt. In dat opzicht zit je te ver van het veld verwijdert. Een piste moet er voor mij al niet rond zijn. Je moet boem allemaal op het veld zitten! Geen piste, voor voetbal is dat uit den boze. Je weet hoe dat commercieel gaat hé, je hebt de atletiek, verschillende evenementen, ... er moet geld binnenkomen.
HENK HOUWAART: (lachend) Jazeker, ik heb nu acht weken mijn zelfde kostuum aangedaan, dezelfde onderbroek. Zeven keer hebben we een goed resultaat behaald. Zaterdag hebben we verloren dus mijn kostuum gaat uit, ik ga een ander aantrekken.
HENK HOUWAART: (terug ernstig) Nee nee, dat is zo! Gewoon bijgeloof!
|
|
HENK HOUWAART: Slecht! Voor de wedstrijd is dat niet
goed. Mischien opnieuw dat bijgeloof, maar als ik aan sex deed de donderdag,
vrijdag of zaterdag dan had ik loden benen. Als ik dat niet deed
dan voelde ik mij frisser. Ik zal het dus niet doen. Ik zal de zondag,
maandag en dinsdag ... (neemt lachend een pauze) ... mijn schade
wel inhalen.
HENK HOUWAART: Ja, dat heb ik 25 jaar geleden al gezegd.
Toen zeiden ze tegen me "als een
scheidsrechter meer verdient, gaan ze niet anders gaan fluiten".
Ik ben daarmee akkoord, maar je krijgt andere scheidsrechters. Je krijgt
oud-spelers die ook iets willen doen in de scheidsrechterwereld na hun
actieve carrière. En wat gebeurt er dan? Je krijgt betere scheidsrechters.
Als ik niet meer kan voetballen en ik kan geen trainer worden kan ik nog
altijd scheidsrechter worden. Als je het in je hebt, dan kan je een goede
scheidsrechter worden. Kijk maar naar Dick Jol in Nederland. Die is op
dit moment één van de besten van de wereld. Een oud-speler die scheidsrechter
is, die geld verdiend ...
| "in Nederland is naar voetbal gaan kijken een uitstap" |
VOETBALKENNIS: Hoe zit dat dan met die leeftijden? Je mag toch
niet te oud zijn om te
promoveren?
HENK HOUWAART: Ook een verkeerd reglement. Als je 17
jaar bent en je bent goed, dan moet je fluiten. Ben je 50 en ben je conditioneel
nog goed, dan moet je fluiten. Wat heeft de leeftijd daarmee te maken?
Als je goed bent, ben je gewoon goed. Hier is dat 40 jaar en je moet stoppen,
gewoon onzin.
HENK HOUWAART: Normaal gezien de maandag 2 keer, dinsdag 2 keer, de woensdag geef ik altijd vrij, donderdag 2 keer, vrijdag en zaterdag 1 keer en 's zondags spelen. Dit maakt 8 keer in de week. In het begin van de week conditie en daarna tactische en technische oefeningen, op vrijdag en zaterdag tenslotte stilstaande fases.
VOETBALKENNIS:
Is er nog een specifieke anekdote het vermelden waard?
HENK HOUWAART: (na diep nagedacht te hebben volgt ...) Ik
heb er zoveel hé ... Het mooiste heb ik meegemaakt met mijn zoon in Griekenland.
Dat vond ik heel leuk. Henkie, mijn zoon, speelde toen bij Club Brugge.
We zijn bij Panatinaikos gaan spelen en achter de match zijn we een pintje
gaan drinken. Toen zijn mijn zoon, Carl Huybrechts en Jan Ceulemans met
een taxi weggegaan. Op zekere moment zei Carl "ik moet even naar
het toilet". De chauffeur moest ook even. Beiden gingen pipi doen
aan de kant. Mijn zoon ging toen achter het stuur zitten en reed met de
taxi weg. Die chauffeur in grote paniek. Roepen en tieren, in het Grieks
vloekend, en achter die taxi lopen. Ze hebben toen ongeloofelijk gelachen.
Mijn zoon is dan teruggereden en heeft de taxichauffeur opgehaald. Daar
praten ze nu nog over, dat kleine Henkie Houwaart dat toen durfde te doen.
| "we moeten naar modern, aantrekkelijk voetbal" |
HENK HOUWAART: Gevaarlijk om dat te zeggen.(lacht geheimzinnig) Ik wens dat mijn zoon die nu haast vijf jaar is zijn papa opvolgt als groot voetballer. Het zit erin, hij kan al heel goed voetballen. Laten we maar hopen dat hij de eer van de familie Houwaart hoog houdt en dat we er een topvoetballer bijkrijgen. Er is er eentje op dit moment bij Ajax. Johnnie Nieuwburg die speelt nu bij Ajax 1(is het eerste elftal, red. Voetbalkennis). Het is een kleinzoon van mijn zus. Er is er dus opvolging, maar het is geen Houwaart hé. Ja let maar op, hij is pas 20 jaar. Ja, het zit wel in de familie. Hij heeft nog een broer van 17 die ook goed is. Deze speelt in Sparta. Maar ja, mijn zoon Henkie speelde ook bij Brugge en Michael heeft ook bij Club Brugge 2 gespeeld. Die was niet zo goed, maar de kleinste heeft talent. Hij groeit met het voetbal mee omdat hij altijd met zijn papa in het voetbal zit. Hij gaat overal mee naartoe. Laten we maar hopen dat hij doorbreekt!
Stijn Audooren
(foto's Barbara Willems)
