| INTERVIEWS > BERT DHONT | |||
-KRUISHOUTEM, 2 september 2000-
"met vechten en hard werken kom je soms verder dan ..."
|
Op een zonnige woensdagavond werden we verwelkomd door de pas vader geworden Bert Dhont. Nog een beetje onhandig, plaatste hij zorgvuldig het kinderzitje in de wagen. “Proficiat, van het voltallige Voetbalkennis-team! Daarna ging het richting woonkamer waar het interview in de gezellige en comfortabele salon doorging. |
VOETBALKENNIS: Bestaat er echte vriendschap in het voetbalmilieu?
BERT DHONT: In het begin dacht ik dat er veel vriendschap was, maar nu heb ik daar een andere kijk op gekregen. Eens je in het profleven stapt zie je al vlug dat er veel concurrentie aanwezig is. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. Ik heb er dus ook enkele vrienden bij gekregen, maar laat ons toch concluderen dat er geen échte vriendschap heerst.
|
|
VOETBALKENNIS: Wat betekenen de supporters voor de club en spelers?
BERT DHONT: Supporters zijn zeer belangrijk voor de club,
ze zorgen immers voor de uitstraling. En de supporters van ’t Kiel
zijn daarvoor gekend, ze roepen hun ploeg vooruit. Ze zijn ook van
heel veel belang voor het vertrouwen van de spelers. Voor mij alleszins:
als de supporters achter me staan verdubbelt mijn rendement. Het is
natuurlijk zo dat ik hun vertrouwen hier nog moet winnen, aangezien
dit mijn eerste jaar bij GBA is. In Beveren kenden ze de immer werkende
Bert Dhont.
Het is ook logisch dat niet iedereen pro Dhont is, maar wanneer je
eens een mindere pas geeft, waarop de supporters direct beginnen te
roepen, dan vreet dat aan spelers. Naarmate je ouder wordt leer je
dat toch te relativeren, toch brengt het extra stress mee, ook al
geven de anciens me de raad daar weinig aandacht aan te schenken.
Het omgekeerde is uiteraard ook waar hé!
VOETBALKENNIS: Heb je momenteel dit gevoel, nu het wat slechter gaat met GBA?
BERT DHONT: Neen, (twijfelend)…wel ja…ik voel gewoon dat ik nieuw ben en mij nog wat moet aanpassen. Ik heb de stap gezet van Beveren naar GBA en tracht er alles aan te doen om me hier te bewijzen. Hoe beter het gaat natuurlijk, hoe meer ze van mij zullen verdragen. Als je eens minder speelt en dat wordt direct afgestraft … zo geraak je wel eens uit balans. Het komt er op aan te werken en te werken. Daarom juist vind ik het vertrouwen van de supporters in mij heel belangrijk.
VOETBALKENNIS: Voel je nu dat een club groter, professioneler is? En hoe?
BERT DHONT: Het is toch iets wat je gemakkelijk aanvoelt … je voelt het vooral aan de entourage. Hoe hoger je speelt, hoe meer je verdient uiteraard, maar hoe meer stress dit met zich meebrengt ook. De stress is niet onbelangrijk! Je moet constant presteren, iedere training moet je bewijzen dat je bij de elf hoort, dat je wil spelen. Alles gaat er minder amateuristisch aan toe. Alles in perfect geregeld tot in de puntjes, niets is nog ”à l’improviste”. Iedereen is bijvoorbeeld na de wedstrijd verplicht om naar de business-seats te gaan!
|
|
VOETBALKENNIS: Ook op medisch vlak?
BERT DHONT: Ik mag zeker niet klagen over de medische begeleiding die ik in Beveren heb gekregen, die is daar zeer degelijk, toch gaat het er hier anders aan toe. Soms denk je dat ze je een behandeling geven waar ze in Beveren nog nooit van gehoord hebben. Ze kunnen je hier vlugger laten genezen dan bij de vorige clubs waarvoor ik heb gespeeld.
VOETBALKENNIS: Hoe groter het budget, hoe groter de club?
BERT DHONT: Daar komt het op neer. Meer geld, betere ploeg, …, maar als je verliest ook meer miserie.
VOETBALKENNIS: Hoe komt het dat de ene speler vlugger “geneest” dan de andere? Een profspeler revalideert bijvoorbeeld veel sneller dan een amateur ...
BERT DHONT: Tja, dan gaan ze met jou naar een specialist en werken ze meer “to the point”. Ook de behandelingen die een prof ondergaat per dag, wordt bij de amateur gespreid over een ganse week. Om dit alles te verduidelijken kan ik enkele voorbeelden geven: als je een kwetsuur hebt en men beslist een echografie te laten nemen dat wordt alles voor je geregeld, ze gaan zelfs mee. Zo moet er niet gezeverd worden over de pijn die je al dan niet zou hebben. Ik vind dat schitterend. Een ander voorbeeld is de behandeling van ontstekingen. Vroeger schreef men enkele ontstekingswerende pilletjes voor, nu spuit men de ontstekingswerende stof rechtstreeks in de te behandelen plek. Je zit dan ook niet met bepaalde maagproblemen die je door al die pilletjes krijgt.
VOETBALKENNIS: Is “voetbalspelen” nog het mooiste beroep, ook als het veel stress en verplichtingen met zich meebrengt.
BERT DHONT: Een voetballer die zegt dat dit niet waar is die begrijp ik niet. Het is een zeer mooie job; je bent veel thuis, je hebt een tof leven. Volgens mij is het een perfect leven als vedetten hun carrière kunnen combineren met weggaan. Wanneer je eens iets kunt gaan drinken, je amuseren, enz. Ook ik vind het een tof beroep, al moet ik er zeer veel voor opofferen. Als mijn benen het toelaten wil ik het op z’n minst tot mijn 35ste doen, daarom doe ik er ook zoveel voor.
![]() |
|
|
VOETBALKENNIS: Is rust zó belangrijk voor een voetballer?
BERT DHONT: Rust is heel belangrijk. Toen mijn dochtertje geboren was (bij het opnemen van dit interview was Bert Dhont drie dagen vader, red. Voetbalkennis) kwam de physical trainer onmiddellijk met raad: Je zal niet veel slapen en door de euforie zal je dat ook niet voelen, … Je moet je verplichte rust nemen!
VOETBALKENNIS: Een maand geleden was ik samen met een medewerker van Voetbalkennis op GBA i.v.m. het onderzoek rond lenigheid bij profvoetballers. Daar viel mij op dat praktisch iedereen rustte over de middag. Ik dacht bij mezelf: moest ik slapen tussen 2 trainingen, dan geraak ik de tweede training nooit meer op dreef ...
BERT DHONT: (Zuchtend) Tjaaa…. Die eerste 10 minuten van de tweede training is dat altijd pffff… en dan nog die gebruikelijke stomme opwarming die veel voetballers haten. Na een zware ochtendtraining is dat toch even aanpassen, maar eens je terug op het goede spoor zit loopt het wel los. Daar heb je eigenlijk gelijk in. Sommigen slapen ook niet, velen kaarten over de middag. Maar ja, je moet er wat voor over hebben ook hé. Ik heb er al velen met hun carrière zien spelen, spelers met veel meer talent dan mij, maar die het verkwisten.
VOETBALKENNIS: Mag je als speler steeds opkomen voor je mening of moet je soms de volgeling uithangen?
BERT DHONT: Dat hangt wat van het karakter af. Je leert het ook wat door ervaring. In Deinze heb ik bijvoorbeeld eenmaal mijn gedacht verkondigd en dat is niet in goede aarde gevallen. Toen was ik bijna gestopt met voetballen. Ik ben daarna ook wat kalmer geworden, wat niet wil zeggen dat ik altijd zal volgen. Ten opzichte van de trainer moet er ook wat respect zijn, je moet je trainer appreciëren. Ik durf ook wel eens mijn gedacht zeggen, maar ik ga eerder aankloppen bij de trainer. Dan vraag je bijvoorbeeld wat je fout doet, waaraan je moet werken. Eerder dit dan tegenover een ganse groep. De trainer weet dan ook waarmee je bezig bent.
| "als de supporters achter me staan verdubbelt mijn rendement. |
VOETBALKENNIS: Wat als men zegt “Geef eens je mening over ...”?
BERT DHONT: Zeker doen, maar niet in groep. Onrechtstreeks valt ge dan misschien de trainer aan en dan lijdt hij gezichtsverlies. Ik heb 1 keer een stift genomen en op het bord beginnen tekenen voor de ganse groep, dat doe ik nooit meer!
VOETBALKENNIS: Heb je meestal dezelfde visie als je trainer?
BERT DHONT: Ja ja (zelfbewust), ook bij de trainer waarbij mijn menig in slechte aarde was gevallen zat ik eigenlijk wel op dezelfde golflengte. Ik zal zeker niet vergeten dat hij zeer veel voor me heeft betekend, dat hij aan de basis staat van wat ik totnogtoe heb bereikt.
VOETBALKENNIS: Worden er bij GBA afspraken gemaakt over wat al dan niet mag worden gezegd in de pers.
BERT DHONT: Neen, maar in Beveren heb ik het wel eens meegemaakt. Er waren toen “zogezegde” geruchten rond financiële problemen. Men zei toen wel dat ze zoiets nooit meer wilden lezen, want dat was niet waar. Bij een bepaalde journalist heeft men ook gezegd om hem links te laten liggen, omdat hij niet eerlijk schrijft en daardoor komt er alleen maar miserie.
| "Degryse is misschien wel te goed voor eerste klasse" |
VOETBALKENNIS: Meestal is dat als het slecht gaat zeker?
BERT DHONT: Tuurlijk, als het goed gaat is dat allemaal geen probleem. Tja, enkel toen we met Beveren bijna degradeerden heeft men ons gevraagd op te letten wat we vertelden. Ik vind dat normaal ook. Als je dan nog enkele niveau’s hoger kijkt dan zie je dat ze in Ajax zelfs mediatraining geven.
VOETBALKENNIS: Heb jij ooit mediatraining gehad?
BERT DHONT: Neen ik heb dat nooit gekregen?
VOETBALKENNIS: Vind je het nodig?
BERT DHONT: Moa ... ja, het zou wel mogen. Ik heb nog maar weinig problemen gehad doordat ik iets verkeerds heb gezegd. Dat kan je verhinderen door na te denken vooraleer je bepaalde uitlatingen doet. Ik ben ook blij dat ik een degelijke vorming heb (Bert Dhont is handelsingenieur, red. Voetbalkennis). Een goede vorming is nuttig in interviews, maar het kan ook van groot belang zijn wanneer je stopt met voetballen. Ook al kan ik niet rechtstreeks met mijn studies iets doen als voetballer, toch heeft het me al zeer goed geholpen.
VOETBALKENNIS: Kan je voetbalintelligentie trainen?
BERT DHONT: Ik heb zeer veel bijgeleerd van Emilio Ferreira op tactisch vlak. Ook van Franky Van der Elst heb ik al veel opgestoken. Hij heeft trouwens altijd gefungeerd op de positie die ik nu speel. Hij blijft bijvoorbeeld eens na met mij om bijkomende tips te geven.
Trainer worden kan je misschien leren, maar niet op drie maand. Moest bijvoorbeeld Trond Sollied (succesvol trainer in België die op het moment van het interview Club Brugge traint, red. Voetbalkennis) een cursus schrijven en die wordt dan gebruikt, dan zou er naar mijn mening ook veel mooier voetbal gebracht worden, want Trond Sollied is een man met een schitterende visie.
VOETBALKENNIS: Gaan de theorieën van Sollied of Ferreira rond in het voetbalmilieu of hoe weet je dat allemaal?
BERT DHONT: Dat gaat rond, Sollied zijn systeem wordt meer en meer gekend. Totnogtoe heeft hij met Club Brugge het maximum van de punten, speelde hij vorig seizoen met KAA Gent Europees, ...
Ferreira zal volgens mij ook een goeie trainer worden, na misschien een paar keer tegen de muur te zijn gelopen. Hij heeft een visie en hij wijkt daar niet van af. Hij heeft mij enorm veel bijgebracht.
|
|
VOETBALKENNIS: Kun je niet het meest leren door met je hoofd tegen de muur te lopen?
BERT DHONT: Ja, dan leer je het meeste bij. Mannen met veel lef die botsen wel eens af en toe, maar die geraken dikwijls heel ver, en Ferreira is zo iemand. Hij zal zeker nog eens worden afgemaakt in de pers als het eens wat minder gaat, omdat hij steeds opkomt voor zijn eigen mening. Maar hij zal altijd wel een ploeg vinden en goeie resultaten neerzetten omdat zijn systeem gewoon goed is, omdat hij een goeie aanpak heeft. Hij komt er wel!
VOETBALKENNIS: Als je moet kiezen tussen de top in tweede of de degradatie in eerste klasse, wat doe je dan?
BERT DHONT: Ik verkies spelen in eerste, maar het merendeel kiest voor tweede. Ik kies gewoon voor het hoogste niveau, ook al is dit een gans seizoen afzien. Het hoogste niveau is iets om fier op te zijn. Top tweede klasse is louter financieel beter.
VOETBALKENNIS: Financieel is de top in tweede dus gunstiger?
BERT DHONT : Tuurlijk. Er zijn veel spelers die met een eerste klasse-contract zakken naar tweede. Als je onder dezelfde condities (in het bijzonder de premies) kan spelen en veel punten pakt dan verdien je beter je boterham dan in de degradatiezone eerste klasse. Maar bij mij primeert nog steeds het prestige, je moet fier zijn op wat je bereikt.
BERT DHONT : Persoonlijk zou ik nu ook de stap wagen naar het buitenland moest ik de kans krijgen. Zoals gezegd primeert de eer en het prestige, maar als je in de Spaanse tweede klasse drie keer zoveel kan verdienen als hier, moet je toch eens goed wikken en wegen. Ook al speel je dan niet of zit je op de bank, je verdient zoveel meer en je hebt altijd goed weer ... je komt na twee jaar terug en je bent al bijna binnen. Je zou moeten dom zijn om het niet te doen. Ik ben 100% zeker dat ik het ook zou doen. Maar stel dat ik naar Nederland kan gaan voetballen voor anderhalf keer meer, dan bedank ik voor de eer. Je bent dan beter dat je bij je “roots” blijft, bij je familie, in je eigen omgeving waar je je gelukkig voelt. Ook dat speelt bij mij mee. Moest er echt een lucratief bod komen …
VOETBALKENNIS: Als je de evolutie van Bert Dhont bekijkt zit het buitenland er misschien nog in? Jij bent toch een voorbeeld voor velen?
BERT DHONT : (Tevreden) Ja, ik heb inderdaad veel vorderingen gemaakt de laatste jaren, maar je moet je eigen grenzen kennen. Ik denk voor mezelf dat ik nu toch al iets moois bereikt heb. Ik denk bijvoorbeeld aan sommige jonge gasten die meer talent hebben dan mij, maar te vroeg voor het grof geld kiezen. Dat vind ik jammer.
VOETBALKENNIS: Je bent toch een voorbeeld voor gasten die het niet meer zien zitten.
BERT DHONT : Ja, ik ben misschien een stimulans voor gasten in tweede of derde nationale die verre van uitblinkers zijn, maar die zich altijd willen inzetten, die zelfs de moed hebben om de vrijdag en de zaterdag thuis te zitten en zich te soigneren voor de zondagmatch in plaats van te pintenlieren. In de jeugdreeksen was ik absoluut niet beter dan de rest, in tegendeel, maar door ervoor te vechten en hard te werken kom je soms veel verder dan iemand met meer kwaliteiten.
|
|
VOETBALKENNIS: Je moet ook geluk hebben ...
BERT DHONT : Ik zeg altijd “geluk moet je hebben en geluk moet je afdwingen”. Je moet er natuurlijk ook veel voor doen. Ik kwam in Deinze terecht bij een ploeg die twee keer kampioen speelde, ik ben naar Beveren gegaan die net was gezakt en onmiddellijk kampioen speelde, hup naar eerste ... dat is natuurlijk geluk hebben. Maar had ik mij niet verzorgd dan had ik nooit in Beveren gespeeld. Je moet geluk hebben en het een “pushken” geven ook!
VOETBALKENNIS: Past een betere speler zich gewoon aan in de ploeg af kan je op een hoger niveau blijven spelen om je ploeg meer bij te brengen, ik denk nu maar aan Degryse.
BERT DHONT : Ja, Degryse kan een ploeg beter doen draaien, ge hebt zulke mannen. Degryse is misschien wel te goed voor eerste klasse. Zijn kwaliteiten zijn zo hoogstaand dat hij de ploeg meetrekt. Volgens mij kan je individueel een ploeg op een hoger niveau brengen als je ver genoeg zakt, omdat je dan té goed bent voor de ploeg waarin je speelt. Hoe groter het verschil tussen de twee niveau’s hoe makkelijker het is om de ploeg mee omhoog te trekken.
VOETBALKENNIS: Is mandekking nog belangrijk of voorbijgestreefd?
BERT DHONT : Dat is zeer belangrijk! Ik weet dat onze trainer dat ook belangrijk vindt. Nu wordt er wel meer en meer “zone” gepredikt door heel veel trainers, maar kijk eens hoeveel doelpunten er worden gescoord ieder weekend ... Dit is niet omdat de verdedigers slechter zijn geworden, maar omdat ze in zone spelen en de aanvallers vrijer worden gelaten. Ik blijf erbij, iemand die kiest voor het goed oude systeem – twee mandekkers en één libero daarachter, met mandekkers met een “over-mijn-lijk-mentaliteit”– heeft nog altijd een zeer efficiënt systeem. Als je vroeger een mandekker op Zetterberg plaatste lag Anderlecht lam. De uitblinker van de ploeg die Anderlecht punten afsnoepte was gegarandeerd de mandekker van Zetterberg.
VOETBALKENNIS: Hoe denk je RSCA nu te moeten bekampen? Mandekking op Koller?
BERT DHONT : Tja, dat is de man hé. Hij is zo danig goed en sterk, hij is te goed voor België. Het is goed dat er nog eens iemand zo is in ons land.
|
|
VOETBALKENNIS: Hoe groot schat je de kracht van een trainer in?
BERT DHONT : Heel groot! In Beveren was dit zeker 50% met Ferreira, maar dat is wel het meeste dat ik reeds ben tegengekomen. Hij heeft zo’n impact gehad en zo’n ommekeer teweeggebracht, chapeau! Ik zal hem nooit vergeten! Terwijl een doorsnee trainer in totaal ¼ vertegenwoordigt, nam Ferreira ¼ tactiek voor zich met daarbij ¼ mentaal. Zeggen aan je spelers dat ze ook goed zijn, dat ze kunnen voetballen, ze wijzen op hun kwaliteiten.
Een trainer moet menselijk zijn. Van der Elst is dat ook, hij is zelfs nog zachter in de omgang dan Ferreira.
VOETBALKENNIS: In welk stadion speel je het liefst?
BERT DHONT : Ik speel het liefst op Olympia (= Jan Breyselstadion). Ik ben altijd al een supporter geweest van Club Brugge. Vroeger ging ik steeds naar Europese wedstrijden gaan kijken, staan roepen op Franky Van der Elst … Toen ik daar de eerste keer ging spelen, zat ik een kwartier voor de match niet in de cabine maar in de dug-out te kijken naar het veld. Spelen tegen Club Brugge doet me iets, het moet zelfs niet in hun stadion zijn. Tegen Club Brugge ben ik altijd dubbel gemotiveerd. Ik zou zelfs tot 4 uur ’s morgens mogen uitgaan de dag voor de wedstrijd, dan nog zou ik gebrand zijn op een prachtprestatie. Het zou eigenlijk niet mogen, ik weet dat wel, je zou voor iedere wedstrijd zo gemotiveerd moeten zijn. Anderlecht heeft eigenlijk het mooiste stadion, met grote voorsprong op de rest in België, zelfs na de verbouwingen voor Euro 2000, maar daar speel ik nooit goed.
BERT DHONT : Ik speel graag wedstrijdjes. Lopen doe ik ook graag, omdat het mijn sterkste punt is. Het is dankzij mijn loopvermogen dat ik geraakt ben waar ik nu sta.
Afwerken is voor mij minder belangrijk aangezien ik zelden voor doel kom. Overzicht houden en kaatsen is voor mij essentieel. Ik heb al gehoord dat er ploegen zijn die iedere dag 10 à 20 minuten trainen op kaatsen. Na de opwarming, van links naar rechts, want kaatsen doe je nooit recht op de man. Ik heb dat nog nooit meegemaakt, maar hier bij GBA is dat toch één keer per week of om de 14 dagen. Ik heb ondertussen ervaren dat ik dat toch al veel gemist heb, dat dat bij mij op een laag pitje staat.
VOETBALKENNIS: Wat denk je van een goeie jeugdopleiding? Ik kan enkel spreken uit mijn ervaring, dus ik veronderstel dat ik, of vlugger afhaak omdat je ziet dat je het niet aankan, of dat je er sterker uitkomt dan nu.
BERT DHONT : Ik geef je daarin gelijk. Opleiding is zeer belangrijk. Mijn broer is tactisch veel sterker dan ik omdat hij zijn opleiding genoten heeft bij Cercle Brugge en ik bij Zeveren Sportief in vierde provinciale. Op mijn 16de zat ik trouwens nog bij Zeveren, Stijn, mijn broer zat al in Cercle toen hij pas negen was. Die opleiding heb ik gemist. Ik was in de jeugd maar een middelmatig spelertje en niemand zou er ooit aan gedacht hebben mij naar Cercle te halen. Als middelmatige voetballer kom je al niet in Cercle Brugge. Anderzijds heeft mijn broer er iets minder moeten voor vechten … Hij heeft nu een job en voetbalt in vierde klasse. Hij is ook zeer tevreden. Ik weet niet wat nu het beste is. Voor mij is het ontbreken van die jeugdopleiding toch een gemis.
VOETBALKENNIS: Wat is het belang van afzonderingen?
BERT DHONT : Oh, dat kan nuttig zijn, maar ik heb ondervonden dat het alleen positief werkt als de volledige ploeg daar achter staat. De bedoeling die de trainer daarmee heeft zal wel goed zijn, maar ik heb ook al ondervonden dat 50% van de spelers dachten ‘waarom moeten we nu op vrijdagavond weg bij onze vrouw of vriendin?’ Ik heb een eigen voorbereiding, maar sommige trainers gaan enkel en alleen op afzondering om de ploeg in de hand te kunnen houden. Ze weten wat er anders gebeurt op de dag voor de wedstrijd. Veel afzonderingen, ’t schaadt meer dan dat ’t opbrengt!
Stijn Audooren
(foto's Barbara Willems)
