| INTERVIEWS > FRANK DE BLEECKERE | |||
-Oudenaarde, 7 mei 2001-
"Ik laat veel toe, als het maar niet te opzichtig wordt ..."
|
Op een boogscheut van mijn ouderlijk huis is internationaal topscheidsrechter Frank De Bleeckere gesetteld. Daar had ik een afspraak met 's lands beste arbiter. We wisselden van gedachten in de zithoek alsof we elkaar al verschillende jaren kenden. Frank en zijn al even sympathieke echtgenote vertelden vlot en boeiend. En als het aangenaam is ... dan viegt de tijd. Ik kon zoveel interessants vragen, maar ik moest ergens de lijn trekken. Inmiddels is Frank voor de tweede maal op rij verkozen door de spelers tot scheidsrechter van het jaar. Voetbalkennis wenst hem uiteraard van harte proficiat! |
VOETBALKENNIS: Hoe maakt u zich verstaanbaar tegenover de spelers op het veld?
Frank De Bleeckere: In België wordt dat meestal beperkt tot Nederlands en Frans, alleszins wat de kapiteins betreft. Meestal zijn de spelers Belgen die de landstalen beheersen, ofwel is het een buitenlander die al een tijdje bij de club speelt en die één van deze talen inmiddels ook al min of meer machtig is. Internationaal wordt er geconverseerd in het Engels.
VOETBALKENNIS: Hoe reageer je indien de spelers tegen u beginnen te zeuren in een taal die u niet machtig bent?
Frank De Bleeckere: Eenvoudig, doen alsof je het niet hoort. Dan moet je het niet begrijpen. Als je het toch niet verstaat moet je er niet op reageren ook. Als de mensen in de tribune het niet zien of horen, dan laat ik dat in het midden en pak ik hem wel op een andere manier (lacht geniepig). Ik laat veel toe, als het maar niet te opzichtig wordt. Als iedereen op de tribune het merkt moet je natuurlijk ingrijpen, anders laat ik dat gewoon over me heen gaan.
|
"Een scheidsrechter moet ook gevoetbald hebben" |
VOETBALKENNIS: Moet een scheidsrechter over een even goede of zelfs betere conditie beschikken dan de spelers? Hij moet immers overal aanwezig zijn …
Frank De Bleeckere: Beter weet ik niet, maar ze moet alleszins evengoed zijn. Ik train nu vrij professioneel. Ik zit in de talentgroep van de UEFA. Dit zijn tien jonge scheidsrechters die geselecteerd worden en ik ben één van hen. Ik wordt nu begeleid door Wenner Helsen, een professor van de universiteit van Leuven, die mijn trainingsprogramma’s maakt. Ik train dagelijks op basis van mijn hartslag. Vroeger had ik al een goede fysiek, maar nu is hij nog stukken beter omdat ik nu gericht train. Wij lopen toch ook tussen de tien en de twaalf kilometer op een wedstrijd. We moeten omnipresent zijn, we moeten overal lopen. Een verdediger kan even uitrusten als de bal vooraan is, even recupereren. Wij moeten overal zijn waar de bal is. We moeten niet op een bal trappen, geen duels aangaan, … maar qua afstand denk ik dat we meer afleggen dan een speler. Ik train momenteel vijf keer in de week plus een wedstrijd. Woensdag is mijn enige rustdag.
VOETBALKENNIS: Wat is het verschil van ontvangst in de verschillende landen?
Frank De Bleeckere: De gastvrijheid is overal evengoed, maar het ene land kan gewoon meer bieden dan het andere natuurlijk. Ga je naar een zuiders land zoals Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije dan heb je meer mogelijkheden dan pakweg in Slovenië of Slowakije. Die mensen daar zijn even hartelijk en doen ook hun best, als je meer middelen hebt, kan je een mooier hotel aanbieden … het zit hem soms in de details. Ik moet zeggen dat elke reis die ik inmiddels maakte zeer goed georganiseerd was. Natuurlijk is er een hemelsgroot verschil tussen bijvoorbeeld Boekarest en Milaan. Stap je in Boekarest uit het hotel, dan komen ze naar je toe om te bedelen, doe je dat in Milaan, dan zie je het mooie van Italië maar daar kunnen die mensen niet aan doen. De ontvangsten zijn in het algemeen zeer zeer goed!
|
|
VOETBALKENNIS: Is men onbewust door een iets betere, afgewerkte, perfecte ontvangst niet een beetje beïnvloed?
Frank De Bleeckere: Nee, voor een Europabeker of een Wereldbekerwedstrijd zit je daar telkens voor drie dagen en moet men verplicht minimum een vier sterren hotel aanbieden. Maar vier sterren in België is ook niet vergelijkbaar met vier sterren in Roemenië. In elke grootstad zijn er wel ketens zoals een Intercontinental of Hilton enz., waardoor het overal evengoed is eigenlijk. Krijg je iets meer, dan is dat mooi meegenomen, maar voor mij speelt dat in principe geen enkele rol.
VOETBALKENNIS: Speelt het dan echt geen rol of je wordt ontvangen in het stadion van Anderlecht of Brugge in plaats van dat van Aalst? Ook op dit niveau zullen de middelen waarschijnlijk al verschillen.
Frank De Bleeckere: Meestal zijn wij maar juist in het stadion voor de wedstrijd en gaat het daarna richting restaurant dus …
VOETBALKENNIS: U komt uit een scheidsrechtersfamilie. Je bent inmiddels de derde generatie die het spel wil leiden. Klopt het cliché dat een scheidsrechter iemand is die te licht is bevonden als voetballer?
Frank De Bleeckere: Ja, maar ik denk wel dat je als scheidsrechter ook gevoetbald moet hebben. Ik heb gespeeld bij KSV Oudenaarde en DES Leupegem, en inderdaad ik kwam te kort. De stap om scheidsrechter te worden was dan in mijn geval niet veraf. Het blijft volgens mij als scheidsrechter een nadeel als je nooit voetbal gespeeld hebt. Indien je zelf hebt gevoetbald voelt je beter de intentie van de speler, wat hij gaat doen, wat hij wil doen … Aan het grimas van een speler kan je al meestal afleiden of een fout gemeend is of niet. Ook op de manier waarmee hij op de tegenstander in gaat … . Dat zijn zaken die je enkel kan begrijpen als je zelf gevoetbald hebt, dus dit is zeker en vast een groot voordeel.
|
"Wij lopen toch ook tussen de tien en de twaalf kilometer op een wedstrijd" |
VOETBALKENNIS:
Vanuit de KBVB zijn grenzen bepaald qua leeftijd om als scheidsrechter
verder te promoveren e.d. Wanneer je eerst een voetbalcarrière wil
uitbouwen en daarna de stap richting scheidsrechter wil zetten zoals
Dick Jol in Nederland dat heeft gedaan is dit toch niet evident?
VOETBALKENNIS: Velen die wel de capaciteiten bezitten zullen door deze regel toch afhaken vrees ik. Denk maar aan oud-spelers. Is dit dan geen slecht reglement?
Frank De Bleeckere: Ik denk het niet …
VOETBALKENNIS: Is het nodig eerst miniemen te fluiten om dan te kunnen overstappen naar een eerste elftal? Dat zijn toch twee compleet andere aanpakken?
Frank
De Bleeckere: Dat wel, maar je moet ergens beginnen, anders
ga je subjectief worden. Als de ene moet beginnen bij de miniemen
en de andere zou mogen starten bij de reserven, dan wint de ene drie
seizoenen op de andere.
VOETBALKENNIS: Ja maar als je in een vorige carrière nog profvoetballer bent geweest, dan ken je de reglementen al, dan zal je fysisch wel in orde zijn, …heb je toch een zekere voorsprong.
Frank De Bleeckere: Maar ’t is niet omdat je een profspeler bent geweest dat je ook een goeie scheidsrechter zal worden. Het kan natuurlijk wel. Het mooiste voorbeeld hiervan is Dick Jol die eerst in Kortrijk gespeeld heeft en op zijn dertigste als scheidsrechter is begonnen in Nederland Na twee jaar floot hij al in tweede nationale. Nu behoort hij tot de top.
|
"Bij de klassieke Coopertest moeten we 2700 meter aankunnen" |
VOETBALKENNIS:
Heeft hij daar ook alle categoriën moeten doorlopen?
VOETBALKENNIS: Nu iets heel anders, verdient een scheidsrechter niet te weinig?
Frank De Bleeckere: Natuurlijk, veel te weinig (lacht)! Het is al veel verbeterd in vergelijking met vroeger maar we moeten zeker verdere inspanningen blijven leveren. Het beste voorbeeld dat je kan nemen is Nederland: het is ons buurland en het is bijna even groot. Zij hebben AJAX, Feyernoord en PSV, wij hebben Club Brugge, RSC Anderlecht en Standaard CL. Je kan ons dus een beetje vergelijken en daar verdient de scheidsrechter het dubbele van bij ons. Daar moeten wij ook naar streven.
VOETBALKENNIS: Op naar professionele scheidsrechters?
Frank
De Bleeckere: Neen,
semi-professionalisme daar moeten wij naartoe. Dat is bijvoorbeeld
werken in de voormiddag zodat je dan in de namiddag thuis bent om
te trainen.
Ik
combineer een voltijdse job met 4 trainingen per week. Mijn leven
kan je samenvatten als opstaan, werken, trainen en aan slapen.
Je
moet dan ook nog het geluk hebben een flexibele overste te hebben.
Als ik vier dagen naar Italië moet en wat later opnieuw een week weg
moet, dan moet je een goede baas hebben, want anders lukt dat gewoonweg
niet.
Kijk
naar Duitsland of Italië, daar zijn het echte profs. In Duitsland
verdient men iets van een 200 000 BEF (4958 euro) per wedstrijden
in Italië iets van een 3 á 4,5 miljoen BEF (74368 à 111552 euro) op
een jaarbasis.
|
|
VOETBALKENNIS: We hebben zopas gezien dat je zo’n vier à vijf keer traint per week, maar wat doe je concreet om je conditie op peil te houden?
Frank
De Bleeckere: Dat
zijn trainingen van anderhalf uur die hoofdzakelijk bestaan uit loopoefeningen.
Werner Helsen, professor aan de KUL, stelt mijn trainingsschema op.
Op het einde van de week stuur ik hem een fax met de wedstrijden die
ik moet leiden en aan de hand daarvan stelt hij een volledig wedstrijdschema
op.
Bijvoorbeeld
een duurloop van 25 minuten met een hartslag tussen 129 en 146. Alles
is mooi uitgedokterd en zeer efficiënt. Daarnaast krijg ik ook veel
spurttrainingen.
Ik
begin altijd met 20 minuten opwarming, gevolgd door een high intensity
(een duurloop aan hoge snelheid), daarna is er meestal een spurtgedeelte
en tot slot een low intensity (een iets tragere duurloop) en tenslotte
een cooling down. Zo kom je al vlug aan anderhalf uur trainen en dit
herhaal ik zo’n vier-vijf keer per week.
Soms
heb ik ook een recuperatietraining de dag na een wedstrijd. De dag
voor de wedstrijd is de training eveneens minder zwaar. Alles wordt
opgebouwd in functie van de wedstrijden.
VOETBALKENNIS: Doen jullie ook de klassieke Coopertest?
Frank
De Bleeckere: Die deden we vroeger. De Belgische scheidsrechters
krijgen vier maal per jaar een test voorgeschoteld van de voetbalbond.
Daar zit o.a. de Coopertest in, alsook twee keer 50 meter spurt en
twee keer 200 meter die we telkens binnen een bepaalde tijd dienen
te lopen. Bij de klassieke Coopertest moeten we 2700 meter aankunnen.
Ik
heb vernomen dat de UEFA de Coopertest aan de kant wil schuiven omdat
deze niet representatief is voor de wedstrijdsituaties. Men zou bezig
zijn een nieuwe test uit te werken waarbij men wandelen, lopen (voorwaarts
en achterwaarts) en spurten zou combineren. Binnen drie à vier jaar
zal de Coopertest passé zijn denk ik.
|
"Je moet tegen veel bestand zijn!" |
VOETBALKENNIS: Er zijn ook een aantal trainingen voor scheidsrechters dacht ik …
Frank De Bleeckere: Om de 14 dagen hebben wij op donderdag een training in Brussel, op de Heizel. De week dat we geen training hebben zitten we in Gent op de Blaarmeersen met de Provincie Oost-Vlaanderen. Die trainingen zijn verplicht.
VOETBALKENNIS: Wat is het nut van dergelijke trainingen?
Frank De Bleeckere: In Brussel train je met de volledige groep eerste klasse-scheidsrechters. Mochten die trainingen er niet zijn dan zie je je lotgenoten praktisch nooit. In Gent komen we samen met de Vlaamse scheidsrechters van hogere afdelingen. Vroeger ging men na de match nog iets drinken, maar nu gaat praktisch iedereen direct naar huis. Ik moet zeggen dat dit veel veranderd is. Het is een individuele sport geworden, het is ieder voor zich. Hoe meer geld er te verdienen valt, hoe meer concurrentie er in de rangen sluipt, dat is logisch. Iedereen wil aan de top geraken omdat er geld mee te verdienen is of om de naambekendheid. Mensen kijken naar u en je geraakt vertrouwd met het voetbalmilieu, da’s plezant natuurlijk. In België zijn we maar met 7 internationals en iedereen wil daar natuurlijk bijhoren. Concurrentie houdt ons ook scherp (lacht).
VOETBALKENNIS: Vind je dat scheidsrechters ondergewaardeerd worden?
Frank
De Bleeckere: Ik mag daar eigenlijk niet van klagen, trouwens
ik denk dat niemand daarover mag klagen. Als je ziet dat ik vorig
jaar op 34 jarige leeftijd door de spelers verkozen werd tot de beste
arbiter van het jaar dan moet ik toch even slikken. Ik floot dan pas
4 jaar in eerste nationale. Ik denk dat ik dan wel goed bezig ben
want anders zouden die spelers mij niet al die punten geven. Zo een
prijs lijkt mij het waardevolste ook!
VOETBALKENNIS: Waarschijnlijk is de waardering bij de supporters verder te zoeken? Wat je van hen soms allemaal te horen krijgt ...
Frank De Bleeckere: Oh, die mensen betalen daarvoor natuurlijk. Meestal durft men geen kritieken geven op de man af. Veel negatieve kritieken krijg ik trouwens niet echt. Ik ben ook iemand die er steeds voor gaat. Ik doe telkens mijn uiterste best. Indien ik dan eens zie op televisie dat ik een foute beslissing nam ben ik ook niet te beroerd dat toe te geven.
|
"Tegen mij mag een speler gerust eens zijn gedacht zeggen" |
VOETBALKENNIS: OK, maar zoiets als wat jl. op RSC Anderlecht - GBA gebeurd is, raakt u dit niet als scheidsrechter? (Geval Blareau waarbij de supporters zongen dat zijn moeder een hoer was. Blareau staakte enkele minuten de wedstrijd totdat het gezang ophield).
Frank De Bleeckere: Bij de ene zijn zulke zaken gevoeliger dan bij de andere.
VOETBALKENNIS: Niemand is daar toch immuun voor? Ook een scheidsrechter niet.
Frank De Bleeckere: Voor mij is dit onbelangrijk. Iedere scheidsrechter moet voor zichzelf bepalen waar de grens ligt. Ik denk niet dat ik het zou gehoord hebben. Ik vind dat je niet moet overdrijven ook. Ik heb gisteren beelden gezien van Club Brugge - RSC Anderlecht. Ze filmden daar een vrouw in close-up en je ziet dat ze iets aan het zingen is. Het is een vrouw van rond de twintig á vijfentwintig jaar schat ik, zeer gedistingeerd, iemand waar je weinig slechts kan over zeggen. Je ziet haar mond bewegen en opeens krijg je ook de klank en hoor je haar zingen: 'Jantje Köller, uw vrouw is een hoer'. Als je daarop reageert voelen zulke mensen zich nog veel interessanter. Als je niet reageert zijn ze het na drie minuten beu.
VOETBALKENNIS: Dus het spel stilleggen bij bepaalde opmerkingen, zoals de nieuwe regel het omschrijft, is eigenlijk niet zo goed?
Frank De Bleeckere: Tja, ... ik heb het ook meegemaakt met Jan Köller. Tijdens RSC Anderlecht - FC Antwerp begonnen ze dat ook te roepen. Ik heb aan Jan gevraagd wat hij ervan vond. Als het voor u te erg wordt moet je het zeggen, dan kan ik iets laten omroepen en eventueel de wedstrijd stilleggen. Köller heeft me gewoon geantwoord: "ik ben dat al gewoon, dat is elke week zo." Toen heb ik gezegd: "OK, maar als het té erg wordt moet je maar een seintje geven." Hij is niet bij mij geweest en na 5 minuten heb ik het gejouw niet meer gehoord ook. Iedereen heeft zijn eigen persoonlijkheid en de ene kan dat al beter verdragen dan de andere. Ik ga daar geen standpunt innemen.
|
|
VOETBALKENNIS: Maar het wordt niet in de cursussen uitgelegd hoe je moet reageren in zo'n situaties?
Frank
De Bleeckere: Neen dat is een kwestie van aanvoelen. Je kan
evengoed een tegeneffect uitlokken. Je kan het spel stilleggen en
daardoor provocerend overkomen, wat het nadien nog slechter maakt.
Maar anderzijds kan het probleem ook zijn opgelost na het stilleggen
van de wedstrijd. Je moet daar een beetje geluk bij hebben.
Eén ding staat vast, het zou niet mogen in een voetbalstadion, maar
ja. De meeste mensen zijn enorm gestresseerd en voor velen is het
voetbal dan een uitlaatklep. Als het dan eens wat minder gaat dan
begin je soms domme dingen te doen waar je achteraf spijt van hebt.
Maar ze hebben er voor betaald dus waarom niet? (lacht)
VOETBALKENNIS: Is het voetbal zelf agressiever geworden?
Frank De Bleeckere: Agressiever denk ik niet, 't is professioneler en fysieker geworden. De mensen trainen ook elke dag en trainen op specifieke fases. De tegenstander wordt enorm bestudeerd. Ze weten wie op welke manier speelt. Ze weten ook wie de scheidsrechter is, ze weten wie wat tolereert. Het is heel professioneel geworden, maar agressiever denk ik niet. Het ziet er soms agressiever uit omdat er zoveel op het spel staat, het is business geworden. Alles draait om geld. Het spel is veel vlugger geworden. Als ik de beelden zie van mij pa die 10 à 15 jaar geleden arbitreerde, dan is de speelsnelheid enorm toegenomen. De acties worden vlugger en de fysiek is belangrijker geworden. Daarenboven zijn de belangen veel groter. Als je ziet wat RSC Anderlecht verdiend heeft door in de Champions Leage te spelen en daardoor konden zeggen dat de landstitel maar bijzaak is ... We moeten alleen maar kampioen spelen om die Champions Leage te halen. Maar we zijn happier als we de CL kunnen halen. Waarom, omdat ze automatisch al miljoenen binnenrijven enkel door erbij te zijn.
|
"Als je niet reageert zijn ze het schelden na drie minuten beu" |
VOETBALKENNIS: Tracht je het geven van gele kaarten uit te stellen in een wedstrijd?
Frank De Bleeckere: Dat moet je aanvoelen ...
VOETBALKENNIS:
Op welke moment voel je dan dat je niet anders kan dan een kaart boven
te
halen?
Frank
De Bleeckere: Wel, daar ligt het verschil tussen een goede
en een zeer goede scheidsrechter. Een zeer goede arbiter voelt dat
onmiddellijk aan en die heeft daarbij soms een beetje geluk. Soms
moet je de eerste minuut al een rode kaart trekken.
Bijvoorbeeld Racing Genk - SK Lommel, de terugwedstrijd voor de beker
van België: zeer belangrijk voor Genk om het seizoen te redden en
dan moet je Ban uitsluiten na 10 minuten. Dan weet je als scheidsrechter
dat je je het volgende kwartier geen fouten kan veroorloven als je
niet wil dat de wedstrijd een dramatisch verloop kent! En in het hol
van de leeuw krijgt je ook nog eens 20 000 supporters van Genk tegen
u. Vijf minuten daarna krijgt de keeper van Lommel iets tegen zijn
hoofd en ja, dan heb ik ze een kwartier zeer kort gehouden. Daarna
liet ik hen terug voetballen en dan is de match zonder verdere problemen
verlopen. Als de spelers niet meewillen, dan kan je doen wat je wil,
het zal nooit lukken. Het is dus terug een beetje geluk. De ene keer
lukt dat en de andere keer lukt dat minder.
VOETBALKENNIS: Is het dan niet absurd dat je eerder geel krijgt voor reclameren dan bij een zware tackle?
Frank De Bleeckere: Ik kom daarvoor terug op het voorgaande, dat hangt af van het incasseringsvermogen van de scheidsrechter. Tegen mij mag een speler gerust eens zijn gedacht zeggen zolang het maar beleefd blijft en dat het niet te opzichtig is. Als ze met de armen in de lucht naar een scheidsrechter toestappen dan is dat vragen naar iets hé. Dat is totaal iets anders dan dat ze naast u komen gelopen en zeggen: hé jongen gaat het niet vandaag? Hoe zit dat hier? Hebt ge niet goed geslapen deze nacht? Zijt ge vannacht uitgeweest ofzo ...
VOETBALKENNIS: Velen kunnen zich toch niet beperken tot beleefd reclameren? Toen ik zelf voetbalde moest ik regelmatig eens tussenkomen om een medespeler tot bedaren te brengen.
Frank De Bleeckere: Ze zeggen wel eens iets anders, maar als dat tussen ons blijft dan zal ik daar nooit geel voor geven ofwel moet het al serieus kwetsend zijn. Maar dat gebeurt heel zelden. Ik pak ze wel terug op een ander moment. Als ze bijvoorbeld een serieze kans hebben gemist, dan loop ik er ook eens naast en zeg: "komaan jongen, toen ik bij de preminiemen speelde kon ik dat beter". Dat is dan met een lach opgelost en ze zeggen achteraf met u kunnen we nog eens lachen en babbelen. Eigenlijk is dat een veel betere oplossing dan die gele kaarten trekken.
|
"Een Europees- en een Wereldkampioenschap zou de absolute top zijn" |
VOETBALKENNIS: Scheidsrechter zijn in een topmatch en de wedstrijd volledig in handen hebben, geeft dit een gevoel van macht?
Frank
De Bleeckere: Ja!
Ik heb nu onlangs Standard CL - KAA Gent gefloten, een belangrijke
wedstrijd voor de derde plaats. Ik voelde na 20 minuten aan dat ik
de match zeer goed onder controle had. Dan voel je daar zeer goed
bij, maar dan weet je ook dat je die andere 70 minuten ook enorm geconcentreerd
moet blijven! Want fluit je 1 of 2 keer onzeker, dan krijg je alsnog
een moeilijke wedstrijd. De concentratie is enorm belangrijk. En je
kan pas een goede concentratie aanhouden als je fysisch in orde bent.
Als je de laatste 10 minuten moe wordt, dan zal uw concentratie ook
minder scherp worden en ga je soms dingen zien die anderen niet
zien. Je zal het spel van verder beginnen volgen enz. Ik blijf erbij,
voor mij vertegenwoordigt een goeie fysiek nog altijd 50% in de arbitrage.
Maar
een gevoel van macht is toch veel gezegd. Ik voel mij niet machtig
op het terrein. Je mag dat aan de spelers vragen ook, ik sta nauwelijks
boven hen. Ik praat veel met de spelers, ik noem bijna alle spelers
met de voornaam, dat is een drempel die je verlaagt. Veel spelers
spreken ook mij aan met mijn voornaam, maar ze weten: dat is de lijn
en ik ga er niet
over. Het is niet omdat ik vriendelijk ben met die mannen dat ze daar
moeten van profiteren! Neen, het blijft een rechte lijn en wanneer
ze daarover gaans is het geel of zelfs rood, maar dat aanvaarden
ze dan ook.
Het zijn allemaal van die kleine details die het doen. 2 minuten voordat
het spel begint neem ik de lijnrechters mee om de schoenen te controleren.
Ik ga dan bij elke speler om hem een hand te geven en een goede wedstrijd
te wensen. Dan verlaag je die drempel en geef je niet het gevoel van
die is hier de baas! Het geeft een sympathieke indruk, waarom zou
dat niet mogen? Op den duur appreciëren ze dat en ben je, als je consequent
bent, meer als kameraden op het terrein. En soms moet je ze dan pakken:
"nu ga je te ver en de volgende keer weet je het!", zulke
dingen zullen ze dan ook aanvaarden. Ik heb veel vrienden onder voetballers.
Ik mag dat gerust zeggen! Maar als je ze dan moet fluiten dan is iedereen
gelijk voor de wet en na de wedstrijd moet daar dan soms een keer
over gediscussieerd worden ...
VOETBALKENNIS: Stoort het u niet dat maar weinig de mening wordt gevraagd aan scheidsrechters na een betwiste fase? Na de wedstrijd mogen de spelers aan de camera uitleg geven, maar de scheidsrechter niet.
Frank De Bleeckere: Je zal het misschien niet geloven, maar na het einde van de wedstrijd weet ik van de helft van de fases niet meer wat ik gefloten heb. Dus moet je mij niet vragen hoe het eerste doelpunt is ontstaan, want dan weet ik dat soms niet meer. Ik ben te geconcentreerd bezig met het volgen van het spel dat ik daar geen oog voor heb. Ten tweede, als je een fase op een bepaalde manier hebt geïnterpreteerd zoals je ze hebt gezien dan heb je dikwijls andere camerastandpunten waarbij je de fase totaal anders ziet. Die beelden heb je niet gezien vooraleer je de commentaar zou moeten leveren. Veel commentaar kan je ook niet kwijt, je kan immers niet terugkomen op je beslissingen.
|
"een goeie fysiek is 50% van de arbitrage" |
VOETBALKENNIS: Het is dus eerder een voordeel dan een nadeel? Het is toch opmerkelijk dat scheidsrechters zich niet willen/mogen verantwoorden.
Frank
De Bleeckere: Soms moet je wel eens wat dichter bij de pers
staan. Die deur van de arbiter is precies altijd afgegrendeld. De
mensen durven daar niet eens op kloppen om onze mening te vragen.
Ik probeer daar ook verandering in te brengen want je hebt die mensen
nodig en zij hebben u ook nodig. Het is een beetje een wisselwerking,
maar direct na de wedstrijd ben je soms emotioneel en is het
beter om niets te zeggen. Maar dan vraag je om de dag daarop eens
te telefoneren, maar dat gebeurt te weinig.
VOETBALKENNIS: Wat is de ultieme droom van elke scheidsrechter?
Frank
De Bleeckere: Als je begint bij de miniemen heb je de ambitie
om 3de of 4de provinciale te fluiten. Wanneer je dit hebt bereikt
verleg je de grenzen en tracht je naar 1ste provinciale. Zo blijf
je telkens je grenzen verleggen tot je aan de top bent. Dit is dan
eerste klasse. Hoger geraak je niet in België, maar dan
opeens wil je de Europese toer op. Wanneer je opgenomen bent bij de
UEFA wil je de wedstrijden van het hoogste niveau. Zo blijft er steeds
een gezonde ambitie.
VOETBALKENNIS: Is de uUltieme droom van een topscheidsrechter dan de finale van een Wereldbeker of een finale van de Champions League?
Frank De Bleeckere: Nee, je moet ook altijd een beetje realist blijven. Als je international bent zeg je wel bij jezelf "ik zou toch graag eens een Uefabeker-wedstrijd fluiten" en die heb ik ook gefloten. Daarna wil je een voorrondewedstrijd van de CL en die heb ik al een vijftal keer gefloten. Een interland staat ook reeds op mijn palmares. Twee maanden geleden kreeg ik de kans een voorrondewedstrijd voor het WK te leiden. Wat schiet er nu eigenlijk nog over zou je denken? De echte beslissende strijd in de Champions League in goede banen leiden is mijn volgende streefdoel. Er zijn dus nog twee dingen die ik kan bereiken op het hoogst niveau. Eens RSC Anderlecht tegen Manchester United mogen fluiten zou de crème de la crème zijn. Maar een Europees- en een Wereldkampioenschap zou toch wel de absolute top zijn.
|
"eens lachen en babbelen is beter dan gele kaarten trekken" |
VOETBALKENNIS: De carrière van Frank De Bleeckere overlopend, kun je toch wel stellen dat die kans reëel is.
Frank De Bleeckere: Ja, misschien wel. Ik ben daaraan nu aan het bouwen en ik hoop in die eerste categorie te geraken van de UEFA. Als ik daarin zit kom ik automatisch voor die wedstrijden in aanmerking. Maar je moet erin geraken natuurlijk. Ik zit er nu juist onder en ik heb mijn ouderdom mee, ik ben een van de jongste dus als alles goed gaat, en ik krijg geen ongelukken te verwerken, dan zou die kans zich misschien wel een keer kunnen voordoen.
VOETBALKENNIS:
... en dan spreken we elkaar nog eens op het einde van de finale van
de
wereldbeker ...
Frank De Bleeckere: (lacht) Hmmm, dat is allemaal heel relatief hé. Op dat niveau zijn er ook nog andere dingen die meespelen. Maar ik blijf erbij als je in de eerste groep zit dan hebt je automatisch de CL-wedstrijden en dat op zich is al iets fantastisch. Dan zit je bij de 30 besten van gans Europa en dan ... ja dan kan er van alles gebeuren. Dan is het gewoon... ze moeten u graag hebben en dan wordt je geselecteerd voor andere wedstrijden.
VOETBALKENNIS: Heb je als scheidsrechter soms een schuldgevoel? Door een foute beslissing kunnen voetballers onrechtstreeks heel wat geld mislopen?
Frank
De Bleeckere: Vorig jaar is me dat twee keer overkomen. Ik
heb er een paar dagen niet goed van geslapen. In de laatste minuut
van de wedstrijd RSC Charleroi - Excelsior Moeskroen kopt Philippe
Albert naar doel, dacht ik, maar hij duwde de bal tegen de lat met
z'n hand. De bal eindigt uiteindelijk in doel in ik keur die goed.
De lijnrechter was zich ook van geen kwaad bewust waardoor die 11
splers van Moeskroen op me afstormden. Je voelt dan wel dat er iets
niet klopt, maar ik zweer het, ik had niets onreglementairs gezien.
's Avonds zie je dan op de beelden dat Albert de bal in doel klopt
met zijn hand.
Tja, ik heb geen fout gemaakt. Ten opzichte van mezelf heb ik niet
gefaald, ik heb het gewoon niet gezien. En kan je mij dat kwalijk
nemen? Ja en neen ... ik weet het niet, maar ik heb ook maar twee
ogen. Natuurlijk was het daarbovenop een wedstrijd die Canal+ live
uitzond, die mensen stonden daar met 14 camera's ... En ja de camera
die achter het doel staat had alles mooi vastgelegd, daar zie je het
heel duidelijk op.
VOETBALKENNIS: Wat vind je dan van het idee om camera's in te voeren die scheidsrechters kunnen bijstaan?
Frank De Bleeckere: Niet goed! Ik blijf erbij, in fases waar interpretatie mogelijk is, dan mag je daar nog een camera zetten. In het geval van de "hands" zou het duidelijk zijn geweest. Maar beslissen over een penalty aan de hand van beelden lijkt me niet altijd correct. Dat blijft volgens mij interpretatie. Je kan daar camera's zetten, maar als je dat beeld schuinlinks neemt ga je het anders zien dan eenzelfde beeld schuinrechts. Wat je wel kan doen is bijvoorbeeld een camera in een doel plaatsen om te zien of de bal al dan niet de lijn heeft overschreden. Dan is er geen interpretatie mogelijk en is het ofwel doelpunt ofwel niet. De match zal zich volledig anders oriënteren. Bij zulke situaties vind ik dat het moet mogelijk zijn in te grijpen.
|
"Scheidsrechter zijn is zeker ondankbaar ..." |
VOETBALKENNIS: En op welke manier zou je dat dan doen? De stadionomroeper die tussenbeide komt?
Frank
De Bleeckere: Neen!
We hebben toch een vierde man, maar dat kost dan ook alweer veel geld,
maar het zou wel fantastisch zijn indien ze dat zouden kunnen doen.
De vierde man zou dan een scherm hebben waarbij hij de acties vanuit
verschillende oogpunten kan bekijken en hij ons dan kan verwittigen.
Op een halve minuut kan dat geklonken zijn, zonder problemen. Maar
je moet deze nieuwe werkwijze erdoor krijgen en dat is niet zo evident.
Het is inderdaad wel één van die hulpmiddelen die je in de toekomst
zou kunnen gebruiken, maar ik denk dat dit wel nog veraf is hoor.
VOETBALKENNIS: Men hoort wel eens: "Vandaag was de scheidsrechter uitstekend want we hebben niet gezien dat hij aanwezig was. Hij is niet opgevallen dus hij heeft goed gefloten".
Frank De Bleeckere: Dat is de waarheid! Ik blijf erbij, als de mensen zeggen na de wedstrijd: "wie was hier arbiter vandaag" dan wil dit zeggen dat de match vlot verlopen is, zonder pieken, en dat je dus een zeer goede match gefloten hebt.
VOETBALKENNIS: Is scheidsrechter zijn toch niet één van de meest ondankbare jobs?
Frank
De Bleeckere: Ondankbaar is het zeker. Veel mensen vragen
aan me: "waarom ben je ertoe gekomen om arbiter geworden?"
Bij mij lag dat ietsje gemakkelijker, het zat een beetje in de genen
denk ik, maar ik heb er ook enorm veel plezier van! Misschien denk
je nu, hoe kunt je nu je plezier halen uit een wedstrijd fluiten?
Wel ik heb Standaard CL - KAA Gent gefloten en ik heb daar echt van
genoten! Ik heb kunnen praten met die spelers, fouten fluiten,
twee gele kaarten gegeven. Als dan alles correct verloopt en er is
geen betwisting, dan voelt je je goed in een wedstrijd.
Dankzij
het voetbal ben ik ook iemand geworden die ik anders niet zou geworden
zijn. Ik ben veel mensen tegengekomen, ik ben in milieu's geweest
waar ik anders nooit zou komen. Ik heb mensen leren kennen die ik
zonder het voetbal nooit zou ontmoet hebben. Dankzij het arbiteren
heb ik naambekendheid verworven. Anders blijft je gewoon in de grijze
massa. Dat zijn allemaal zaken waarvan je kan genieten. Vorig jaar,
dat is een van de grootste voldoeningen, ben ik arbiter van het jaar
geworden, dat zijn dingen die ze mij niet meer kunnen afpakken. Al
win ik ze nu nooit meer, later kan ik toch zeggen dat ik ooit 1 jaar
den besten arbiter van gans België ben geweest. Dat kunnen er niet
veel zeggen. Dat zijn zo van die dingen waar je wel een beetje fier
op bent. Ik ben daar eerlijk in!
Nog zoiets, als scheidsrechter van het jaar werd ik ook ontvangen
op het stadhuis. Dat zijn allemaal toffe en heel plezante dingen.
De mensen van de sportdienst komen mij dan al eens vragen "hoe
zouden we dat oplossen, dit aanpakken ...". Je leert gewoon veel
mensen kennen en men apprecieert je mening. Mij hoor je er niets negatiefs
over zeggen. Voor mij is dat trouwens geen hobby meer, het is veel
meer dan dat eigenlijk.
Ik ben nu 34 dus mag ik het nog 11 jaar doen ... ik kan nog lang genieten
hé! (lacht)
|
|
VOETBALKENNIS: Tenslotte nog iets dat we aan iedereen vragen die we interviewen. Vul aan : voetbal is ...
Frank
De Bleeckere: Voetbal is... met 1 woord kunt je dat
niet omschrijven eigenlijk. Voor mij is voetbal tof, maar tegelijkertijd
ook hard en voor sommigen onrechtvaardig. Voetbal kan zeer onrechtvaardig
zijn, maar dat is er juist zo mooi aan.
Laat me het maar resumeren als tof, hard en voor veel mensen soms
onrechtvaardig. Zeker op ons niveau! Het gaat over zoveel geld, mensen
zetten zich daar soms zo hard voor in.
Stijn Audooren
