Home   Route   Verslagjes  Bagagelijst   Foto's   Contact

Vorige pagina

Logeren bij de Akha's (6/11/2003)

 

 

Na onze lange, slopende rit naar Luang Namtha sliepen we eerst goed uit waarna we allerlei boodschappen deden: we wisselden dollars om in kips, gingen naar de wasserij en informeerden bij het busstation naar de uurregeling naar het bergdorp Muang Sing. Het aantal wagens van internationale hulporganisaties in het straatbeeld was echt opvallend. We zagen jeeps met logo’s van Unicef, FAO, IFAD (International Fund Agricultural Development), het Rode Kruis, een Franse hulporganisatie voor kinderen en ook een met het logo van de Europese unie. Blijkbaar voelen veel hulporganisaties zich geroepen om een deel van het leed in het arme Laos te verzachten!

 

Maar de hoofdreden van onze calvarietocht naar Luang Namtha was het vlakbij gelegen nationaal park: The Nam Ha National Protected Area. Dit park is belangrijk voor het behoud van Laos' biodiversiteit en het is eveneens de woonplaats van bergvolkeren of minderheden als de Hmong en de Akha's. Met hulp van Unesco werd enkele jaren geleden een ecotourisme project opgericht waarbij twee- tot driedaagse trektochten naar de bergvolkeren worden georganiseerd. Een van de projectdoelstellingen is het trainen van lokale gidsen in het begeleiden van kleine groepjes toeristen, die zo op een verantwoorde manier kennis kunnen maken met de bergvolkeren. Het dorp waarin je overnacht krijgt een deel van de inkomsten van de trekking zodat de bewoners er ook een beetje voordeel bij hebben. Het was wel alle maal kleinschalig opgevat want toen we navraag deden bleek er nog helemaal niemand ingeschreven te zijn voor de komende dagen. Het was immers regenseizoen en dus minder ideaal om trekkings te doen. We moesten eerst nog twee liefhebbers zien te vinden vooraleer de trekking kon doorgaan anders moesten we maar een paar dagjes wachten. Begrijpen jullie nu waarom we altijd langer blijven hangen dan gepland? Net toen we wilden vertrekken, meldden zich nog een Nieuw-Zeelander en een Nederlander aan die ook wel geinteresseerd bleken maar er eerst nog even wilden over nadenken. We beloofden 's avonds terug te komen om te horen of we al of niet de volgende dag konden vertrekken en ondertussen huurden we voor minder dan een dollar per dag een fiets om de omgeving te verkennen! Fietsen in Laos is heel tof. Er is zo goed als geen verkeer, je geniet van allerlei straattaferelen, veel kinderen begroeten je met "sabaidee" ("hallo" in het Lao) en je rijdt bijna continu tussen de rijstvelden met schitterende zichten van de omringende bergen op de achtergrond. Ongeloofelijk mooi! Na de fietstocht hoorden we dat de trekking toch doorging. Bleken er nu plots wel 9 mensen ingeschreven zeker voor de driedaagse trekking en niemand voor de andere trekkings! Normaal mag de groep niet groter zijn dan 8 personen maar voor de ene extra lieten ze dat maar zo. Eigenlijk mochten we ons gelukkig prijzen want het was de eerste keer in een maand tijd dat er een trekking georganiseerd werd. (Wedden dat dat komt omdat er twee Belgen bovenaan de lijst stonden? Met Belgen heb je immers zelden last. Tenminste, dat werd ons al dikwijls verteld en wij spreken dat natuurlijk niet tegen!) Naast de Nederlander en de Nieuw-Zeelander waren er ook nog 5 Duitsers ingeschreven waarvan twee half Amerikaans-half Duits.

 

's Avonds lieten we ons als voorbereiding op de trekking eens goed masseren. In een simpel, houten hutje bij de rivier kon je voor twee dollar een uur vakkundig gemasseerd worden. Laos was dan ook wel het goedkoopste land op onze reis! Claude vond het nogal een trek- en rekgedoe maar omdat ik veel slapper ben (ja, echt waar!) kan ik daar veel beter tegen!!! Claude daarentegen kan het niet verdragen dat ze aan zijn nek friemelen. Je moet hen dat maar laten weten hé! Bij mij moeten ze mijn tenen gerust laten maar dat merken ze meteen omdat ik direct de slappe lach krijg zodra ze één teen vastpakken!

 

Het was 's avonds wel een hele klus om in het pikdonker ons pensionnetje terug te vinden. Er was niets van straatverlichting en we zagen alleen silhouetten van mensen of huizen. Bovendien moesten we goed oppassen waar we liepen want de voetpaden leken wel overal opengebroken en soms waren er gaten van bijna een meter diep. We schuifelden dus van de ene schaarse lichtbron (klein winkeltje of huis) naar de andere. Gelukkig hadden de bewoners sinds kort tot rond middernacht elektriciteit zodat we toch af en toe wat licht hadden en we uiteindelijk toch ons bed terugvonden.

 

De volgende morgen stonden we vroeg op en na het ontbijt verzamelden we bij het kantoor van het ecotourisme project. Per songthaew werden we 17 km verder naar de ingang van het park gebracht. Tijdens de korte rit maakten we kennis met elkaar. Wie was er allemaal mee? Michael, een 24-jarige Duitser, net afgestudeerd in een of andere economische richting en een echte grapjas; zijn 18-jarige broer Christian (omdat hun vader bij Boeing werkte, hadden beiden een tijd in de Verenigde Staten gewoond vandaar hun dubbel paspoort); Martijn, een 25-jarige Nederlander die na een rondreis van drie maand in Azië in oktober opnieuw twee jaar communicatiemanagement wilde studeren al wist hij nog niet wat hij daar dan later wou mee aanvangen (misschien wou hij wel de lotto winnen); Brendan, een 26-jarige Nieuw-Zeelander die heel erg in talen geïnteresseerd bleek (hij wou perse alles weten in het Lao, wilde binnenkort Chinees leren en had ooit een Japanse vriendin gehad); Peter, een 20-jarige Duitse student die ook drie maand rondtrok in Azië en Stefan en Melly, een bevriend koppel van 21 jaar (met piercings en dreadlocks maar supervriendelijk) dat Peter kwam bezoeken en tenslotte twee oudere Belgen. Pong was een 31-jarige plaatselijke landbouwer die een cursus gevolgd had zodat hij af en toe een groep kon gidsen. Bij het koken werd hij geassisteerd door mevrouw Sing die hij altijd aansprak als "Mrs. Sing". Mrs. Sing sprak geen Engels maar dat deed Pong wel. Alhoewel hij zich in het begin verontschuldigde voor zijn gebrekkige uitspraak. Later bleken we hem wel gedeeltelijk gelijk te moeten geven. Het was niet altijd gemakkelijk om "vegetable" te begrijpen als dat woord in 4 stukken gekapt werd en de klemtoon verkeerd ligt maar altijd was er wel iemand die hem begreep dus dat zat wel goed. Mrs. Sing droeg de lunch en wij kregen elk onze watervoorraad om te dragen. Omdat Claude al de grote rugzak met ons gerief droeg en ik maar de dagrugzak met het fototoestel en wat kleine spullen kreeg ik dus meteen 4 kg extra. En die extra kilo’s hebben me parten gespeeld! Iedereen vond dat Claude een zware rugzak meehad maar wij hadden dan ook wat reservekledij mee, onze slaapzakken en wat koeken. Maar in vergelijking met Patagonia was de rugzak nu ook niet zo zwaar want we hadden niets van kampeergerief bij. Ja, ik heb gemakkelijk praten want ik moest hem niet dragen!

 

Het was bewolkt weer toen we vertrokken maar wel drukkend warm. Eerst liepen we een tijdje door het bos langs de rivier. Het tempo lag niet te hoog dus dat zat wel goed. Maar toen begonnen we plots de hele tijd de Nammat rivier over te steken over geïmproviseerde bruggen. Eerst viel dat nog behoorlijk mee: de boomstam die als brug fungeerde was nog breed, droog en stabiel en met een beetje balanceren lukte dat wel. Ik ben in elk geval enkele keren droog over geraakt terwijl de meesten al kniehoog door het water liepen. Ik wou perse mijn schoenen droog houden want ik vind het vreselijk om natte voeten te hebben en zeker in het begin van de dag! Pong waarschuwde de hele tijd dat we regelmatig onze benen en schoenen moesten controleren op bloedzuigers. Ik dacht dat dat niet voor ons bestem d was want Claude en ik hadden lange broeken aan, dikke kousen en bottinen. Maar plots bleek Stefan, die ook een lange broek aanhad, toch een bloedzuiger op zijn been te hebben! Jekkes! Het was nog een klein exemplaar maar hij begon zich al vol te zuigen met bloed! Pong beweerde dat je ook bloedzuigers op bezoek kan krijgen door tussen natte bladeren of op  vochtige grond te lopen. Vooral na een regenbui is het opletten geblazen. Brrr... ! Geregeld controleerden we dus onze benen op die vieze beesten. Ik geloof dat ik ergens bij de vijfde of zesde rivierovergang in het water gesukkeld ben. STOM, STOM, STOM, nu had ik toch natte voeten en we hadden nog een hele tocht voor de boeg!  Gelukkig was ik er niet helemaal ingekletst. Het was deze keer immers geen boomstambrug maar een springwedstrijd van de ene steen naar de andere waarbij ik er een miste. Claude was toen de eni ge van het gezelschap die nog droge voeten had.

 

Na een uur lieten we de rivier achter ons en begonnen we te klimmen. Het werd meteen een heel stuk lastiger want het ging erg steil omhoog langs een smal aarden padje. Het duurde niet lang of het geroezemoes viel stil en alsof het nog niet lastig genoeg was, begon het toen ook nog te regenen! Bakken water vielen er uit de hemel! We hadden net de tijd om snel de regenjassen aan te doen en de hoes over de rugzak te trekken want Pong klom weeral verder. We liepen de hele tijd door een dichtbegroeid woud en eigenlijk vond ik dat best jammer want zo zagen we niet veel van de omgeving. En die stortregen maakte het er al helemaal niet beter op want het padje werd een echte glijbaan! Moeilijk stappen hoor op een glibberige helling waar er&n bsp;af en toe wat "treden" in uitgestapt zijn! Omdat mijn antislippinnetjes aan de onderkant van mijn schoenen onderweg bijna allemaal afgesleten zijn, ging ik dus meer naar beneden dan dat ik in de goede richting opschoof. Weinig motiverend! Bovendien kreeg ik het zo warm met die kap van de regenjas op mijn hoofd en door de hevige regen zag ik bijna niets meer. En ik kreeg honger.... en we bleven maar klimmen en het zag er niet naar uit dat Pong een rustpauze wou inlassen. Die helling was daar ook wel niet de meest geschikte plaats voor! Ik begon me al te beklagen dat we ons niet voor de driedaagse tocht ingeschreven hadden! Pfff.... ik vond er helemaal niets aan om misschien wel drie dagen in de regen te stappen of beter te glijden en dan nog met natte voeten en Pong die bleef maar zeggen dat we moesten uitkijken voor bloedzuigers. Telkens ik dat woord hoorde, voelde ik het wel ergens jeuken en dan wou ik weer eens mijn kousen en schoenen uitdoen om alles te controleren! We waren nog steeds niet boven! Er leek maar geen einde aan die helling te komen! Plots had ik het zo lastig dat ik een soort appelflauwte kreeg. Ik kon geen stap meer verzetten vooraleer ik wat  gegeten had dus bleef ik maar even achter om wat koekjes te eten. Claude kwam kijken waar ik bleef en zei dat we bijna boven waren en dat Pong ons daar opwachtte. Oké, dat zag ik dus nog net zitten en als laatste van de hele groep arriveerde ik uiteindelijk ook boven! Oef! Pong vroeg of het lastig was wat ik volmondig beaamde hoewel ik nog niet eens een zware rugzak moest dragen! Amaai, amaai, amaai! Blijkbaar vond Michael dat ook wel want hij vroeg of het tweede deel van de dag even zwaar was. Pong beweerde van niet. Martijn zei dat hij ook nog nooit zoiets gedaan, nu ja ik ook niet. De klim op het geitenpad naar Fitz Roy in Argentijns Patagonia vond ik ook wel heel la stig maar het was daar tenminste niet zo warm!

 

We stapten nog 5 minuten door vooraleer we schuilden in een eenvoudig hutje voor de lunch. Het hutje was eigenlijk niet meer dan een afdakje van riet waaronder een mat lag maar we zaten droog. Mrs Sing legde enkele bananenbladeren op de mat waarop ons middagmaal kwam. We kregen sticky rice (dit is kleverige rijst die je in een balletje moet rollen; ik vind het vrij zwaar maar het vult natuurlijk wel goed), groentensalade, gekookte bamboescheuten, een soort vleesmengsel en bananen. We hadden allemaal reuzenhonger en na die zware klim vonden we alles lekker. Plotseling stopte het met regenen en na de lunch had ik weer meer energie en zag ik het weer beter zitten. Met de zon was het ook zoveel aangenamer en we trokken weer verder. Pong had inderdaad niet gelogen: het wa s stukken minder lastig. We liepen meer op een plateau en af en toe hadden we toch al eens een mooi uitzicht. Alhoewel ik het bijlange niet zo mooi vond als de trekking in Birma. We zagen ook geen mensen of dieren alleen maar bomen en hoge grassen. Ja, misschien waren we in Birma wel een beetje verwend geweest!

 

Na twee uur wandelen zagen we plots een vreemde constructie met allerlei rieten hangertjes aan. Pong vertelde dat dit een spiritpoort was en dat een buitenstaander die absoluut niet mocht aanraken! Elk Akha dorp heeft twee van die poorten om de kwade geesten uit het dorp te houden. Akha's hebben namelijk geen godsdienst. Het zijn animisten. Dit betekent dat ze geloven dat alles en iedereen een geest heeft. Hun voorvaderen, de berg, de rijstvelden, de rivier, alle huizen en alle dieren hebben een geest en die moet gunstig gestemd worden. Daarom vind je dikwijls kleine rieten hangertjes zomaar ergens middenin de velden om die te beschermen tegen slechte geesten. Als er matjes aan de spiritpoort liggen, dan gaat er in het dorp een ceremonie door en zijn buitenstaan ders er niet welkom. Pong vertelde ook dat, wanneer we onder de poort door liepen, we minstens verplicht waren om een huis binnen te gaan zoniet zouden de dorpelingen ons als kwade geesten kunnen beschouwen. Voor ons Westerlingen leek het allemaal maar prietpraat maar de Akha's geloven er heel erg in en Pong drukte ons op het hart om hun regels zeker niet te overtreden. Hij vroeg ons ook om in het dorp niet te roepen, geen takken te breken, schouders en knieën te bedekken, geen opium te roken wanneer ons dat aangeboden werd (slecht voorbeeld voor de jeugd) en zei dat het niet hoorde dat mannen in het vrouwengedeelte van het huis komen. Veel om te onthouden maar we beloofden ons best te doen. Je moet het wel allemaal maar weten hé? Stel dat je daar in je eentje toevallig voorbij komt en je doet wat fout, krijg je meteen het hele dorp op je nek!  

 

Even beetje later passeerden we al enkele kleine hutjes op palen gezet. Het bleken voorraadplaatsen voor rijst te zijn. Uit veiligheid bewaren de Akha's hun rijstvoorraad een eindje uit het dorp. Indien er brand zou uitbreken in het dorp dan hebben ze tenminste nog hun voedsel zodat de clan geen honger hoeft te lijden. Rijst is namelijk hun hoofdvoedselbestanddeel. Pong drukte het in zijn grappig Engels als volgt uit: “de mensen zijn arm maar niet zo arm want ze hebben rijst om te eten”. Ja, in vergelijking met veel Afrikaanse landen zijn ze inderdaad beter af want ze hebben tenminste water zodat ze nog iets kunnen telen. De Akha's telen voornamelijk rijst om in hun voedsel te voorzien maar hun inkomen komt vooral uit de opiumhandel . De overheid probeert de papaverteelt de laatste jaren af te bouwen maar als bergvolk hebben de Akha's weinig alternatieven. Hoog in de bergen zijn papavers één van de weinige gewassen die nog makkelijk groeien. Het eindprodukt is licht om te dragen (belangrijk als je alles in manden op je rug langs bergpadjes moet transporteren) en de opiumhandel is nu eenmaal een erg winstgevend zaakje. De keerzijde van de medaille is wel dat heel veel Akha's zelf verslaafd zijn aan hun geteeld produkt. Daarom probeert de regering er nu wat druk achter te zetten om de papaverteelt voorgoed uit te roeien.

 

Plots zagen we tussen de rijstvoorraadplaatsen enkele Akha meisjes zitten. Het was een kleurrijk zicht: veel roze en rode tinten en dan die speciale hoofddeksels die zo typisch zijn voor de Akha's. Het traditionele hoed bestaat uit twee delen die versierd worden met oude, zilveren muntstukken, veren en kettingetjes en generaties lang doorgegeven wordt. Het zijn echte familiestukken en het getuigt dan ook van weinig eerbied voor hun cultuur als je harde dollars biedt om zo een hoofddeksel te willen kopen. Hetzelfde geldt voor hun zilveren juwelen. Nooit vragen om te kopen dus! We bleven een tijdje zitten tussen de meisjes waarbij er vooral veel gestaard werd. Zij naar ons en wij naar hen! Eventjes vragen of we een foto mochten nemen en jawel, enkele vonden dat niet erg maar andere blijkbaar wel want die verstopten hun gezicht.

 

We waren er nu bijna en na 20 minuten stappen, zagen we Ban Nammat Kao, het Akha dorp waar we onze eerste nacht zouden doorbrengen. Hoog in de bergen wonen bijna 200 mensen in 27 hutten. Er zijn geen echte wegen in het dorp, het vee loopt gewoon tussen en onder alle hutten door, er is geen school, geen dokter en de mensen spreken er een eigen taal. Behalve de dorpschef die enkele woordjes Lao spreekt, begrijpen ze er dus geen Lao! Hun taaltje is bovendien enkel een gesproken taal; een geschreven versie bestaat niet eens! De kinderen kwamen ons begroeten en enkele vrouwen probeerden hun vers geoogste groenten te verkopen aan Pong en Mrs. Sing. Bijna alle benodigheden voor het avondmaal werden gekocht aan de dorpelingen zoda t zij er ook wat aan verdienen. Enkele kinderen wilden zelf gemaakte armbandjes samengesteld met nootjes of zaden verkopen. Het was opvallend dat hele jonge kinderen al voor hun jongere broer of zus zorgen. We zagen kinderen van nauwelijks 6 jaar met op hun rug een baby in een doek geknoopt. Veel kinderen waren heel sjofel gekleed en de allerkleinsten liepen gewoon in hun blootje rond of hadden enkel een T-shirtje aan. Luiers verversen hoeft daar niet! Pong vertelde later dat de vrouwen weinig tijd hebben om voor hun kroost te zorgen omdat zij voornamelijk instaan voor het werk op de rijst- en papavervelden. Continu hoorden we ook kinderen huilen en niemand die naar hen omkeek. Sommige hadden ook een dikke buik. Misschien door de éénzijdige voeding of mischien waren ze wel ziek? Geneesmiddelen tegen malaria of andere tropische ziekten hebben ze immers niet. Een malaria-aanval proberen ze te onderdrukken met het drinken van e en zelfgemaakte thee. Dan toch maar liever elke week een Lariam slikken!

 

Terwijl Pong en Mrs Sing het avondmaal bereidden, liepen wij wat in het dorp rond (Michael en Christian waren zo moe dat ze zelfs even gingen slapen). Door de hevige regen was het nogal een slijkerige bedoening en plotseling begon het opnieuw te gieten waardoor we weer onze hut inspurtten. In een Akha dorp zijn alle hutten op palen gebouwd en meestal zijn er twee ruimtes voorzien: een kookruimte en een slaapruimte. Ze koken op een houtvuur en binnen de kortste keren hing de hele hut dus vol rook! Hoesten! Daarom bewaren ze hun rijst dus apart, al die vuurtjes stoken in die rieten hutten kan inderdaad gevaarlijk zijn! Op enige afstand van de hut was een eenvoudig toilet voorzien maar het was er wel stikdonker. 

 

Net vóór het eten kwamen Peter, Stefan en Melly binnen. Ze waren uitgenodigd geweest bij een familie en mochten mee aanschuiven voor het diner. Naast rijst stonden er allemaal vreemde dingen op het menu en omdat het binnenin zo donker was had Peter, een overtuigd vegetariër, een wit brokje genomen in de overtuiging dat dit wel een groente zou zijn. Toen hij het in zijn mond stopte, bleek het echter puur varkensvet te zijn en de sukkelaar heeft het natuurlijk moeten opeten. Daarna kregen ze nog Lao Lao aangeboden en opium maar toen zijn ze er vanonder gemuist. Ons menu zag er beter uit en we kregen zelfs het gezelschap van de dorpschef. We aten eerst soep van jonge rotantwijgen (normaal wordt rotan gebruikt om stoeltjes en dergelijke van te maken maar in een jong stadium en gekookt is rotan best nog bruikbaar voor soep). Daarna kregen we gekookte rijst, gebakken bamboescheuten, gekookte jonge varens en een heel sterk chilisausje en om alles door te spoelen kregen we lauwe, groene thee. Vooral die bamboescheuten vond ik heel lekker! Pong vertaalde voor ons de verhalen van de dorpschef over het leven in zo een bergdorp. Bleek dat ze twee maanden geleden enkele keren na elkaar nachtelijk bezoek gekregen hadden van een tijger die hun varkens kwam opeten. Maar het was alweer een tijd geleden dat ze hem nog gehoord hadden. 's Nachts dus beter niet naar het toilet gaan! Na het eten wilden enkele jonge Akha meisjes nog een massage geven aan hun bezoekers maar Claude en ik lieten die maar aan ons voorbij gaan en speelden een spelletje kaart. Martijn nam er wel één en vroeg ons om een foto te nemen. Later vroeg hij zich wel af of hij in Nederland d oor die foto geen problemen met justitie zou krijgen want die meisjes waren wel erg jong. Pong verzekerde ons dat ze 15 jaar waren maar wij konden het moeilijk geloven. Rond negen uur waren we allemaal zo moe dat we bijna omver vielen van de  slaap. We hadden minder dan vijf uur gewandeld die dag maar op zo een lastig parcour bleek dit voor de meeste toch meer dan voldoende. Wij kregen allemaal een matje, een deken en een muskietennet en we zochten elk ons plekje op de vloer. Eigenlijk zou ik op de grond best wel goed geslapen hebben, er was immers niemand die luid snurkte, maar het regende uren aan een stuk en ik dacht aan de slijkerige toestanden die ons de volgende dag weeral te wachten zouden staan. Zucht!

 

De volgende morgen werden we al rond heel vroeg wakker omdat de hele kamer weer met rook gevuld was. Pong en Mrs. Sing waren toen immers al het ontbijt aan het koken. Koken is het juiste woord want we kregen rijst, een soort varenssoep, een ei-tomaat-ui mengsel en een chilisaus als ontbijt! Eventjes slikken en dan toch maar proberen wat binnen te krijgen. Voor alle veiligheid hebben we toen ook onze koekjesvoorraad wat aangesproken want ik wou deze keer wel genoeg energie hebben. Het bleef maar regenen waardoor het hele dorp  weeral in een modderpoel veranderd was maar net toen we wilden vertrekken kwam de zon erdoor. Mijn schoenen waren na een nachtje drogen nog steeds vochtig binnenin. Ik vond dat absoluut niet aangenaam maar gelukkig had ik ten minste droge kousen zodat het natte gevoel nog meeviel. Melly daarentegen had weinig reservekledij mee en moest dus naast haar natte schoenen ook nog eens natte kousen en natte kleren aandoen! Blijkbaar vond iedereen het nu plots toch niet meer zo een slecht idee dat Claude een grote rugzak meehad. Wij hadden tenminste droge kleren. Melly kreeg nog een van onze second skin pleisters om op haar reuzenblaar te plakken. Na 7 maanden hadden wij nog geen enkele gebruikt dus kon er wel een vanaf. Weeral 5 g minder meetsjolen!

 

Rond half tien vertrokken we dan eindelijk. Deze keer stond een dagtocht naar het dorp Ban Nammat Mai op het programma. Ban Nammat Mai is een Akha dorp dat afgesplitst is van het dorp waar we net gelogeerd hadden. Tien jaar terug bleken de rijstvelden niet meer voldoende groot te zijn om het hele dorp te voeden en dus was een deel van de bevolking op zoek gegaan naar een nieuwe plek verderop in de bergen. Het eerste half uur liepen we wat op modderige padjes maar nadien werd het beter. De zon gaf meer en meer kracht zodat alles snel opdroogde. Bovendien hoefden we ook niet meer zoveel te klimmen zodat het veel aangenamer was om te wandelen. Zo kan je tenminste eens rondkijken! Iedereen vond het veel plezanter dan de eerste dag en er werd veel gelachen en gekletst. We liepen af en toe door rijstvelden en soms zagen we een mooie vallei maar naast enkele Akha's kwamen we verder eigenlijk niemand tegen.

 

 's Middags picknicken we weer in een hutje middenin de rijstvelden. Tijdens het plant- en oogstseizoen van de rijst eten de bergvolkeren 's middags in die hutjes maar nu konden wij er gebruik van maken. Mrs. Sing had 's morgens ook al gekookt voor onze lunch en deze keer stonden op ons menu: hardgekookte eieren, kleefrijst, een auberginepuree met look, chili, suiker en zout (heel lekker, mocht ik thuis eens een bende ambetanterikken op bezoek hebben dan ga ik dat ook eens ineenflansen maar dan met extra veel chilipepers!) en stukken kip waar meer benen en vel dan vlees aanhingen zodat ik dat maar overliet voor de anderen. Ons picknicplekje bleek populair te zijn bij allerlei kleurrijke, grote vlindersoorten en sommige kwamen g ewoon op je T-shirt zitten!

 

In de namiddag hadden we het weer aan ons been. We mochten weer een rivier oversteken! De eerste keer raakten we nog droog over maar de tweede boomstambrug vonden we nogal hoog dus liep bijna iedereen maar liever door het water. Weeral natte schoenen en de mijne waren nu net droog!  Pong liep voorop en zocht de meest ondiepe plekjes uit maar we zaten toch bijna tot ons middel in het water. Het water was wel niet koud dus viel het al bij al nog mee. Wel weer opletten voor die verdomde bloedzuigers! Bij de derde rivierovergang was het primitieve bruggetje ingestort dus hadden we geen keus en toen had iedereen natte voeten. Gelukkig bleef de zon schijnen en toen we de laatste keer de rivier over moesten, zagen we het dorp al liggen. Na die eerste lastige dag w aren we er de tweede dag vlugger dan verwacht. Kleine jongetjes waren zich aan het wassen in het water van de rivier. Pong zei dat dit ook onze badkamer was. Tja, ik weet niet of we er direct properder van werden want het water was wel heel bruin maar we zagen er in elk geval veel kleurrijke vlinders: wit met oranje stippen en hele grote zwarte met blauwe patronen en allemaal waren ze bijna 7 cm groot!

 

Nadat we weer langs de spiritpoort gelopen hadden, kwamen we het dorp binnen. Het was veel mooier dan het eerste: alles zag er veel netter uit al was het maar omdat er tussen de huizen gras groeide en het veel minder modderig was. We werden weer onthaald door joelende kinderen die naar onze mening nogal agressief waren in hun verkoopstechnieken. Al de eerste tekenen van de slechte invloed van het ecotourisme??? We bleven even staan kijken wat Pong deze keer allemaal kocht voor het avondeten (het leek anders verdacht veel op dat van de vorige dag). Maar er werd wel een kip geslacht voor ons! Eén exemplaar voor 11 personen! En die bergkiekens hebben niet het formaat van een kalkoen! We namen een kijkje in het dorp en enkele jongeren waren een soort voetvolley aan het spelen met een rieten balletje. Martijn, Brendan, Peter en Claude vormen een team tegen de plaatselijke jeugd en ze wonnen wel zeker. Ik heb een foto genomen als bewijsmateriaal maar deze komt niet op de website. We moeten nog iets overhouden voor onze thuiskomst hé! Plotseling begon het weer te regenen en we schuilden wat in onze hut waar we een kaartspelletje speelden met onze kattenkaarten. Dit kaartspel, met op elk kaart een kattensoort, is op deze reis al meermaals een succesnummer gebleken! Telkens wij dit bovenhalen, staat er binnen de kortste keren een hele boog mensen om ons heen. In Laos hebben we daardoor zelfs het woord "kat" in het Lao geleerd. Niet dat dat zo een prestatie is want hun woord voor kat is "miauw"! Claude had het snel door omdat we altijd “miauw” hoorden als we aan het kaarten waren. Ik geloofde het eerst niet maar het bleek inderdaad waar te zijn. Na mijn Birma tip (longyi kopen) stel ik dus voor om een kattenkaartspel mee te nemen naar Laos. De beter begoeden kunnen ook een digitale camera meenemen want daar zijn ze ook zot van. Nog nooit mensen zo vreemd zien opkijken als de Akha’s wanneer ze zichzelf op het schermpje zien! Terwijl we aan het kaarten waren, hoorden we Michael vragen hoeveel een kip kost in zo een Akha dorp. Die economisten kunnen het toch niet laten hé! We hebben wel veel van opgestoken van Michaels nieuwsgierigheid want bij de Akha's gelden volgende tarieven: voor 3 US dollar heb je al een kip; voor een varken betaal je 25 US dollar en een buffel kost 100 US dollar. Pong vertelde er nog bij dat in zijn dorp een tractor 4 buffels waard was en dat je in ruil voor een buffel een vrouw mag huwen. Althans dat had hij betaald voor de zijne! Dat wisten we ook al weer. Het was ondertussen buiten stikdonker en binnen moesten we ons behelpen met kaarslicht. Mrs. Sing was volop aan het koken en dus hing de hut&nbs p;weer vol rook. Dat taai bergkieken moest natuurlijk lang sudderen en daardoor duurde het een hele tijd voor ons avondeten klaar was. Deze keer kregen we gekookte rijst, gebakken bamboescheuten, soep van varens en chilisaus met kip. Hoewel Mrs. Sing heus wel haar best deed, misten we onze kok van de trekking in Birma toch een beetje. Wat die allemaal klaarmaakte in een korte tijd met beperkte mogelijkheden! Mmmh, we hebben daar nogal gesmuld! Na het eten kwamen de Akha meisjes weer vragen wie massage wilde, al waren er deze keer minder liefhebbers. Die massage is eigenlijk niet veel meer dan wat duwen op je rug en op je benen en dat terwijl je op een mat ligt die vol vlooien zit. Nee, dank je wel! Ondertussen waren de kaarsen bijna opgebrand en dus was het tijd om te slapen. De matten werden weer uitgerold en net toen we wilden slapen, barstte er een zwaar onweer los boven het dorp. De donderslagen sloegen rond onze oren! Na een uur was het ergste gelukkig voorbij en konden we terug slapen.

 

De volgende morgen regende het gelukkig niet meer. Na het ontbijt van nog maar eens rijst, bamboe en soep van varens (ik had de indruk dat er steeds meer bleef liggen) hadden we nog een korte wandeling van 3 uur voor de boeg naar het dorp Block Thai waar we terug zouden opgehaald worden. Hoewel we misschien niet zo een grote afstand hoefden af te leggen, vond ik het toch weer niet zo gemakkelijk. We mochten weer veel klimmen en elke klim werd dan nog eens gevolgd door een glibberige afdaling, die minstens zo tijdrovend was als de klim en eens beneden kon je weer opnieuw beginnen! Christian kreeg het toen ook wat moeilijk en bleef even achter terwijl Claude beweerde dat dit stuk voor hem het lastigste was van de hele trekking. Ik had natuurlijk mijn slechte dag al gehad in het begin. De felle zon maakte het er ook niet makkelijker op. Bijna iedereen werd die laatste dag het slachtoffer van die akelige bloedzuigers. Melly had er eerst twee, ik daarna één (van je been afslaan en daarna als een gek overal kijken of je hem inderdaad kwijt bent) en Brendan had er zelfs 5!!! We moesten nog twee keer de rivier over die zo breed was dat boomstambruggetjes niet meer voldoende waren om er over te geraken, dus gingen we er gewoon door. Nog maar eens natte schoenen! Toen we rond de middag eindelijk in het dorp waren, was iedereen blij dat we er waren! Mijn voorraad koeken bleek plotseling heel geliefd want iedereen zag scheel van de honger. Die rijst met varens op je nuchtere maag is toch niets voor ons! Achteraf gezien vond ik het wel een mooie ervaring om bij de Akha’s te slapen. Ik ben nu ook wel blij dat we het gedaan hebben maar ik zou het geen “gentle walk through de forest” (gemakkelijke wandeling door het woud) noemen zoals de trekking omschreven werd.

 

Omdat onze groep het heel goed met elkaar kon vinden, besloten we die avond allemaal samen iets te eten in een restaurantje. We nodigden Pong en Mrs. Sing uit om hen te bedanken voor de goede zorgen. Ik vond dat wel een leuk idee en Pong was duidelijk in zijn nopjes want hij beweerde dat het voor hen veel te duur is om op restaurant te gaan. Ook al is dat dan naar een heel eenvoudig plekje. Die avond was Pong netjes op tijd maar Mrs. Sing was niet van de partij. Pong verklaarde dat de echtgenoot van Mrs. Sing haar geen toestemming gegeven had om met ons uit eten te gaan. Ze was immers al bijna drie dagen van huis weggeweest! Ja, voor ons moeilijk voor te stellen maar in Laos niet zo vreemd. Michael en Christian hadden nog een Engelsman Paul meegebracht die in hun pensionnetje logeerde er werd die avond heel wat afgelachen tussen de Duitsers, de Belgen, de ene Nederlander en die Engelsman. Oorlogsverhalen weet je wel! Martijn tegen Michael: “Wij hebben die klote oorlog toch niet begonnen” waarop een hele discussie volgde. Later zei Paul toen hij al die flessen bier zag staan die Michael en Christian achterover sloegen:”Jullie Duitsers zijn gek om zoveel bier te drinken”. Waarop Michael zei: “ Wij moeten wel gek zijn om tweemaal een oorlog te beginnen!”  Martijn dan weer: “Zelfs mijn grootouders zouden hierom kunnen lachen.” en zo ging het de hele avond maar door... en Pong.. die amuseerde zich best en verkondigde wijsheden als “alcohol is bad for health but good for friendship” waarna hij nog maar eens de fles lao lao doorgaf!

 

 

Groetjes

 

Sabien

Volgende pagina