Rekenen met mengsels of het waarom van mengsels - Deel 3 : bodem, travel en decogas


© Xavier Merlin


Je zal je wellicht al afgevraagd hebben waarom technische duikers zoveel verschillende flessen meenemen. Het is immers hen niet te doen om meer gasvoorraad te hebben maar wel om gassen efiicient aan te wenden. Met efficient bedoel ik zodat de gradient (het verschil in de spanning tussen het gas in het weefsel en de omgeving) maximaal is voor een optimale gasuitwisseling (ook genoemd “OFFGAS PHASE”). Zo zal men bvb decogassen aanwenden waarbij de hoeveelheid stikstof dermate klein is dat men maximaal stikstof uit het lichaam kan verwijderen door het uit te ademen.


Het is terug belangrijk om op het juiste moment (diepte) het juiste mengsel te gaan gebruiken. Vandaar dat er wordt gehamerd op het juist labelen en gebruiken of monteren van de flessen tijdens een opleiding tot technical diver. De meeste ongelukken bij het technische duiken hebben betrekking tot verkeerde manipulaties bij het omschakelen van de gassen. Een technische duiker heeft meestal drie verscheidene gassen ter beschikking. Het bodemgas is het gas dat de duiker gebruikt op zijn doeldiepte. Het travelgas is het gas dat de duiker gebruikt tijdens de afdaal of opstijgfase. Soms kan het zijn (vooral wanneer de PPO2 van het travelgas < 0.16) dat de duiker het bodemgas aanwendt in de eerste 10 a 15 meters. Het decogas is het gas dat de duiker gebruikt om zijn decostop te maken. Het zal nu al wel iedereen duidelijk zijn dat een technical diver een gedetailleerde berekening moet maken van de hoeveelheid benodigd gas alsook de soort.


Meestal wordt als bodemgas lucht gebruikt tot op een maximale diepte van 61 meter (PPO2 = 1.5). Laten we echter niet vergeten dat we hier te maken hebben met stikstofnarcose!. Dieper dan dat wordt trimix gebruikt als bodemgas. Bij trimix wordt de toxiciteit van zuurstof vermindert door de hoeveelheid zuurstof te minderen (>= 0.16 PPO2!) en het narcose effect van stikstof gereduceerd door vervanging door helium. Als decogas en travelgas worden meestal diverse nitrox mengsels gebruikt waaronder bvb EANx80 (decogas op 10m 1.6 PPO2), EANX30 (travelgas op 36m 1.4 PPO2) enz...


Het word je nu duidelijk waarom ik in de eerste twee delen zoveel aandacht besteed heb aan Dalton, MOD en EAD. De technical diver moet inderdaad het MOD van zijn verscheidene gassen kennen en op het juiste moment een switch doen van travelgas naar bodemgas en omgekeerd en van travelgas naar decogas. Ook moet de technical diver een bail-out procedure voorzien zodat hij bvb een volledige decostop kan uitdoen op het bodemgas alleen. Het is je nu ook al duidelijk dat men deze duiken GOED op voorhand moet plannen. Men gebruikt hiervoor gespecialiseerde software waar men rekening houdt met de te nemen switches. De technical diver schrijft de duik over op een slate onder de vorm van een run table. Daarop staat op per opvolgende tijdsduur wat er moet gebeuren (bvb een switch naar mengsel x). Hij gebruikt enkel een dieptemeter en een uurwerk. Thans zijn er nu ook duikcomputers op de markt (bvb NITEK 3) waarmee men in real time gasswitches kan doen. Ondanks dat moet de technical diver goed weten waarmee hij bezig is! Planning blijft een essentieel onderdeel.


In het volgende deel zullen we dieper ingaan op trimix. Dit gas laat ons toe op een veilige manier redelijke dieptes te halen (tot op 180 meter !).




home

Please email your comments to this hungry mailboxmail