WEINIG LUCHT !!!
© Xavier Merlin
Gasberekening, een belangrijk element van de duikplanning, is iets wat bij ons recreatieduikers niet effectief aangeleerd en gebruikt wordt. Pas wanneer je technische duiken gaat doen, wrakpenetraties of grotduiken wordt dit je zeker aangeleerd daar het levensnoodzakelijk is. Nochtans wordt plan your dive and dive your plan wel aangeleerd door PADI. De reden dat we geen grondig gasbeheer leren en toepassen is eenvoudig te verklaren. Als PADI duiker mag je GEEN deco duiken maken. Bijgevolg kan je steeds naar de oppervlakte in open water. Vanaf het moment echter dat je geconfronteerd zou worden met deco duiken en overhead omgevingen (dit zijn omgeving waar je niet direkt kunt opstijgen zoals bvb in een grot) dan moet het gasbeheer deel uitmaken van je duikplanning. Niettemin is het gasbeheer ook voor ons recreatieduikers bruikbaar. Bijvoorbeeld je hebt na de eerste duik nogal wat gas over en je vraagt je af of je met de resterende voorraad nog wel een bepaalde duik kan doen.
1 Bepaling van het terugkeerpunt
Er bestaan een hoop van mogelijkheden om tot een bruikbare berekening te komen maar we gaan ons hier beperken tot enkele. Veruit de meest gekende regel is de rule of thirds. Zoals de naam het zelf zegt gaan we 1/3 van de gasvoorraad gebruiken voor de weg naar het doel en behouden we 2/3 voor de terugweg. Dat wil dus zeggen dat we op de terugweg 1/3 voor onszelf hebben en 1/3 voor de buddy in een noodgeval. Het kan echter voorvallen dat de omstandigheden van de heenweg en de terugweg totaal verschillen zoals bvb heenzwemmen met stroming en terugzwemmen tegen stroming. In dit geval volstaat de rule of thirds niet en moet ze aangepast worden. We spreken dan van adjusted rule of thirds. Wanneer je bijvoorbeeld tegen stroom in begint en terugkeert met stroom heb je een terugkeerpunt na 1/3 verbruik + 10%. Zo zullen we bij een flesdruk van 180 bar keren bij 102 bar(180 - (60+18)). Omgekeerd, wanneer je begint met de stroom mee en terugkeert tegen de stroom in is het keerpunt 138 bar (180 - (60-18)). Het is belangrijk dat je in dit geval de duikplek goed kent en dat je de aanpassingen gradueel doet zodat steeds 2/3 van de gasvoorraad zal overeenstemmen met de uitgangstijd. Men kan behalve de rule of thirds nog veiligere schemas hanteren zoals bvb de regel van vijfden: 1/5 voor heenweg en 4/5 voor terugweg.
Hoe zit dat met het open water duiken?. Je kan een algemene regel hanteren : de helft + 15%, in ons voorbeeld dus 117 bar (90 + 27). Je kan ook de volgende waarden gaan gebruiken: ( uit bron 1 pagina 230).
|
DIEPTE |
OPSTIJGING vereist bij |
|
20-27m |
55 bar |
|
27-30m |
68 bar |
|
30-40m |
75 bar |
|
40-47m |
82 bar |
|
47 en dieper |
½ + 15% |
Let op voor technische duiken hebben we het hier nog niet gehad over de benodigde gasvoorraad voor decostops en eventuele mengsels die naast het bodemgas gebruikt worden (travel gas). Hier moet ook rekening mee gehouden worden en er moet eveneens een veiligheidsfactor ingebouwd worden.
2 Bepaling van de benodigde hoeveelheid gas
We hebben in het eerste punt gezien hoe we de hoeveelheid veilig kunnen verdelen tussen heen en terugweg, maar hoeveel hebben we nu exact nodig?
De benodigde hoeveelheid gas is afhankelijk van het individueel gasverbruik (ook die van de buddy, want de meest conservatieve bepaalt de duikplanning) en de duikomstandigheden. Veelal wordt hiertoe de S.A.C (surface air consumption) berekend. Dit is het luchtverbruik op diepte omgerekend naar de oppervlakte toe zodat deze verhouding gebruikt kan worden om het gasverbruik te bepalen op om het even welke diepte. Er zijn terug verscheidene manieren om de SAC te berekenen. Ik zal mij hier beperken tot de meest bruikbare en betrouwbare methode. De meest nauwkeurige methode bestaat erin om met behulp van een luchtgeïntegreerde computer het gasverbruik nauwkeurig te meten over een bepaalde tijdstip aan de oppervlakte. Bijvoorbeeld: je hebt een 12 liter fles met daarin 10 bar lucht m.a.w 120 liter lucht. Als je ontspannen ademt aan de automaat en het duurt 10 minuten vooraleer de fles leeg is dan is je SAC 12 liter per minuut. Opgepast, zorg ervoor dat de fles die je gebruikt al een hele tijd op eenzelfde temperatuur is en dat er geen significante temperatuurswijziging is tijdens het vaststellen van de SAC. Als je de SAC kent kan je die gemakkelijk omrekenen naar diepte. Zo zal een verblijf van 15 minuten op 30 meter, indien je een SAC van 12l/min hebt, op een ontspannen duik je 720 liter of 60 bar gas kosten op een 12 liter fles (12 x 4 x 15). Merken we op dat de SAC altijd berekend wordt op een normaal verbruik. Bij het duiken in koud of stromend water moet je een veiligheidsfactor inbouwen. Indien je een SAC van 12l/min hebt wordt deze dan bvb 16l/min (12 + 1/3). Merken we op dat er computerprogrammas zijn die op basis van je duikprofiel je SAC kunnen berekenen. Hou rekening met het feit dat dit goede indicatiewaarden zijn maar dat ze niet nauwkeurig genoeg zijn. Probeer zelf je SAC te berekenen zoals hier aangegeven in dit artikel en te gebruiken. Je kan heel gemakkelijk voor een square profile de benodigde gashoeveelheid berekenen zoals bvb bij een duik op een wrak op de Noordzee. Bij multilevel duiken, waarbij je tijdens het verloop van de duik ondieper komt te duiken in verscheidene stappen (levels), moet je in principe voor ieder niveau apart het gasverbruik berekenen en de waarden optellen om het totaal gasverbruik te kennen.
We hebben het al eens vermeld doch we herhalen het hier nogmaals, het luchtverbuik van je buddy is ook belangrijk. De meest luchtbehoevende duikbuddy bepaalt de duikplanning. Naast een verschillend luchtverbruik speelt ook de beschikbare hoeveelheid gas mee: niet iedereen heeft dezelfde flesinhoud ! Daarom volgt hier een klein inzetje om flesinhouden van de ene flesinhoud naar de andere om te rekenen om berekeningen te vergemakkelijken.
Omrekenen verschillende flesinhouden
Stel : na een duik hebben twee duikers lucht over. De ene duiker heeft een fles van 12 liter met nog 70 bar over en de andere duiker heeft in zijn fles van 15 liter nog 85 bar over. Beiden hadden 200 bar in de fles. Wie heeft het meest verbruikt en hoeveel bedraagt het verschil ? Bereken bovendien hoeveel dit verschil bedraagt in bar op de fles van de zuinigste duiker.
Berekening vanuit het standpunt van het verbruik in liter :
200 bar x 12 liter = 2400 liter - 840 liter (70 bar x 12) = 1560 liter
200 bar x 15 liter = 3000 liter - 1275 liter (85 bar x 15) = 1725 liter
1725 liter - 1560 liter = 165 liter / 15 liter = 11 bar meerverbruik op de 15 liter fles
capaciteitscoëfficiënt :
Verhouding 12 liter naar 15 liter is vermenigvuldigen met 0.8 zijnde (12/15).
Verhouding 15 liter naar 12 liter is vermenigvuldigen met 1.25 zijnde (15/12)
capaciteitsverschil :
12 liter naar 15 liter : 200 bar - (200 x 1.25) bar = -50 bar
15 liter naar 12 liter : 200 bar - (200 x 0.8) bar = +40 bar
Berekening vanuit standpunt van het verbruik in bar :
12l : (200 bar x 0.8) - (70 x 0.8) = 104 bar verbruikt
15l : 200 bar - 85 bar = 115 bar verbruikt
115 bar - 104 bar = 11 bar meerverbuik op de 15 liter fles
Berekening vanuit het standpunt van de reserves in bar :
((70 bar x 0.8) + 40 bar) - 85 bar = 11 bar
Antwoord : de duiker met de fles van 15 liter heeft 11 bar meer verbruikt. Wenst men te weten hoeveel dit bedraagt op een fles van 12 liter :
Berekening vanuit het standpunt van het verbruik in bar :
(200 bar - 70 bar) - ((200 bar - 85 bar) x 1.25) = -13.75 bar
Berekening vanuit het standpunt van de reserves in bar :
((85 bar x 1.25) - 50 bar) - 70 bar = -13.75 bar
Algemene formule berekening verschil reserves in bar :
Omgerekende reserve = (Reserve x capaciteitscoëfficiënt) + capaciteitsverschil.
Verschil = omgerekende reserve - andere reserve.
Vermelden we volledigheidshalve dat de meeste luchtgeïntegreerde duikcomputers een indicatie geven van de resterende luchtvoorraad tijdens de duik zoals bvb AIR REMAINING TIME. Wees hierbij zeer voorzichtig omdat er een extrapolatie van gegevens op het voorbije verleden gebeurt naar de toekomst toe. Plotse wijzigingen in de duikomstandigheden (meer stroming dus meer luchtverbruik) zullen een weerslag hebben op de resterende luchtvoorraad berekening. Zodoende mag je niet je duik plannen op basis van deze waarde, maar kun je het wel gebruiken als controle middel en het is mooi meegenomen als er een alarmfunktie aan vast zit. De duikcomputer mag NOOIT de duik leiden. Jij leidt de duik en de beste computer zit nog altijd tussen jouw twee oren ! Wees steeds alert en gebruik je duikcomputer enkel als alarm en controlemiddel.
De echte duikbeslissingen, die neem jij zelf! Wie slim is, duikt conservatiever (blijf bvb 5 minuten van je decolimiet af), zo heb je een grotere marge wanneer er problemen mochten rijzen. Merken we nogmaals op dat het NITROX duiken in bepaalde omstandigheden je zowiezo een grotere marge geeft! Zo heb je met NITROX EANX36 met maximale partiële zuurstofdruk van 1.4 op een diepte van 27 meter (bvb wrakje Wemeldinge galjoen-zonder-poen) een non-decotijd van maar liefst 40 minuten in plaats van 23 minuten! Deze non-deco waarden zijn afkomstig van een SUUNTO solution nitrox computer ingesteld op A0. Toch blijft het hier ook raadzaam om een extra veiligheidsmarge in te bouwen.
Tot slot nog even mijn persoonlijk gasbeheer overzichtje:
|
type |
keer |
boven |
deco |
maximum diepte |
|
1 |
v+50 |
50 bar |
NEE |
40m (1) |
|
2 |
v+80 |
80 bar |
NEE |
40m (1) |
|
3 |
t=t-1/2 of (2) v=v-1/3 |
|
JA (3) |
56-180(4) |
Type:
Beschrijft het type van duik
1 Recreatie
2 Noordzee
3 Wrak/grot/Technisch
Keer:
Beschrijft de hoeveelheid gas in bar waarbij men de terugweg inzet naat het vertrekpunt. Bij een wrakduik kan dit de terugweg naar de afdaallijn zijn.
Boven:
Beschrijft de hoeveelheid gas in bar die men nog heeft bij het boven komen.
Opmerkingen:
V=voorraad gas, met als uitgangspunt dat men steeds terugkeert naar de afdaallijn, anders kan men met behulp van een SMB (Surface Marker Buoy) opstijgen naar de oppervlakte wanneer men 100 bar bereikt.
(1) Enkel lucht (21% zuurstof), voor nitrox kan dit bij een hoger zuurstof percentage een mindere diepte zijn! Vanaf 30 meter heb je met lucht stikstofnarcose, dus frequenter uw manometer nakijken!
(2) Terugkeren bij helft van bodemtijd of 1/3 verbruik van gasvoorraad. Hetgeen het eerst voorkomt.
(3) Enkel indien gepland. Een volledig uitgerust decostation dient voorzien te worden, eventueel met verschillende trappen (3-6-9 meter).
(4) Afhankelijk van het gebruikte bodemgas. Bij trimix is dit 180 meter (HPNS beperking). Voor lucht is dit 56 meter (OXTOX beperking).
Aanbevelingen:
Noordzee:
fles van 15 liter
nitrox max PPO2: 1.4
minimum ervaring: 30 duiken in stroming.
Wrak/Grot/Technisch:
Specifieke opleiding noodzakelijk
Drie lampen en twee haspels nodig
Dubbelset met twee ontspanners
Referentie bronnen:
(1) MIXED GAS DIVING - the ultimate challenge for technical diving, Tom Mount -Bret Gilliam ISBN-0-922769-41-9. Paginas 127-232
Gebruikte afkortingen:
HPNS: High Pressure Nervous Syndrome
OXTOX: Oxygen Toxicity