Mandala
Het woord mandala
is een woord uit het Sanskriet, een oud Indiase taal en betekent cirkel met een
kern. Het centrum stelt God voor, de oorsprong, het
geheime,
de essentie van alle natuurverschijnselen. Deze cirkel heeft een speciaal
karakter; ze stelt de ruimte voor waarbinnen de mens zelfstandig en zonder
inmenging van buitenaf zichzelf als een eenheid kan en mag beleven. Ze beschermt
ons en geeft ons een gevoel van veiligheid en afgrenzing en een gevoel van rust.
Een mandala vertelt iets dat in symbolen wordt uitgedrukt. De cirkel heeft geen
begin en geen einde en is dan ook het symbool voor heelheid en de oneindigheid.
In oude culturele en filosofische tradities komen we het gebruik van de cirkel
tegen. Ook als symbool voor de zon, de wereld, de totaliteit van de kosmos. Op
allerlei rotstekeningen, graven en muren vinden we de cirkel als symbool, maar
ook spiralen en labyrinthen. De cirkel heeft door de eeuwen heen een bijzondere
plaats ingenomen in de symbooltaal en is het geometrische symbool dat de meeste
bekendheid heeft gekregen. Ook in architectuur, kunst en rituelen is en wordt de
cirkel veelvuldig toegepast.
Het meest bekend zijn de boeddhistische mandala's uit Tibet
en India waar de
mandala een belangrijk hulpmiddel is om zich te concentreren bij het mediteren,
maar wordt ook gebruikt bij de inwijding van boeddhistische monniken. De
zandmandala's worden al eeuwen lang volgens vaststaande regels gemaakt en is een
actieve vorm van meditatie. Als de mandala klaar is wordt hij ritueel
teruggegeven aan de aarde door het zand in een stromende rivier te gooien. Het
maken van de mandala is een oefening in onthechting, het gaat om de weg die je
volgt en niet om het eindresultaat.
Het Christendom
bracht ons de roosvensters in de Gotische kathedralen en kerken.
In de kathedraal van Chartres in Frankrijk, ligt een prachtig labyrint op de
vloer en boven het altaar bevindt zich een roosvenster. Op 21 juni, met het
begin van de zomer, schijnt de zon precies door het roosvenster op het labyrint.
De betekenis van een labyrint kunnen we zien als de weg die de mens via vele
omwegen aflegt om uiteindelijk zijn centrum te bereiken.

En dan zijn er de
prachtige Islamitische mandala's. Omdat beeltenissen van God bij de Islam
verboden zijn, ontstonden er in de Islamitische kunst oneindig veel
fantasievolle, gekleurde en geometrische patronen.
In sommige Indianen culturen werd en wordt nog steeds gebruik gemaakt van de
cirkel vanuit haar helende kwaliteiten; uit deze cultuur stamt het medicijnwiel.
De Kelten
waren een kunstzinnig volk dat prachtige gebruiksvoorwerpen en sieraden maakte.
Ze zijn vooral bekend om hun vlechtwerk dat tegenwoordig erg populair is in de
vorm van tatoeages.
De Zwitserse dieptepsycholoog, professor Jung introduceerde de mandala hier in
het westen. Hij geloofde dat de mandala een soort opslagplaats is van de psyche
en dat de vormen en kleuren een speciale betekenis hebben voor de maker van de
mandala.
Toen Jung zelf in een ernstige crisis belandde, ontdekte hij de helende kracht
van de cirkelvormige tekeningen aan den lijve.
We kunnen zeggen dat de mandala een spiegel van ons menselijke zijn is. De
mandala omvat zowel de psyche, zowel ons bewustzijn als ook ons persoonlijke
onderbewuste en beelden uit het collectieve onbewuste(archetypen). Alles wat we
tekenen is informatie over ons zelf.
