Geschiedenis
Oorspronkelijke naam: Dokhi Apso
De Tibetaanse terriërs zou afkomstig zijn uit ‘De Verloren Vallei’ in Tibet. Meer dan 2000 jaar geleden begonnen de monniken in de kloosters met de fok ervan. Ze werden beschouwd als ‘heilige honden’ en ‘geluksbrengers’. Daarom werden ze nooit verkocht maar werden ze als geschenk gegeven aan monniken die op doortocht waren om hen veilig terug thuis te brengen en om vrede en geluk te brengen over hun klooster. In uitzonderlijke omstandigheden werden ze ook aan gewone mensen ten geschenke gegeven uit dankbaarheid of voor bewezen diensten. Hierdoor werd dit kostbare ras verspreid over gans het land en werd het door iedereen gewaardeerd.
Alhoewel Tibetaanse terriërs soms gebruikt werden als waak- en herders honden werden ze vooral gewaardeerd als echte metgezellen toegewijd aan hun familie en hun huis. De Tibetanen noemden hen ‘Kleine mensen’ en behandelden hen als kinderen van het gezin.
Het ras werd voor het eerst ingevoerd in Engeland in de jaren 30 door Dr. Agnes Greig. Zij stond aan het hoofd van een vrouwen hospitaal in India. Zij had de vrouw van een Tibetaanse handelaar geopereerd die leed aan een tumor. Gedurende de behandeling liet ze het hoogzwangere teefje van de vrouw in haar hospitaal verblijven. Als teken van dank kreeg Dr. Greig een van de puppies. Zelf kwam Dr. Greig van een fokkers familie en dankzij haar kwam de eerste Tibetaanse terriër naar Engeland.
Kwekers van buiten Engeland kregen interesse in het ras en de Greigs (Dr. Greig en haar moeder) stuurden honden naar Italië in 1937 en naar India , Denemarken en Duitsland in 1939.
Lamleh (de kennelnaam van Dr. Greig) honden gingen naar Zweden, Zwitserland en Italië in de naoorlogse periode.
In 1953 vond John Downey een harig, klein hondje aan de dokken ‘Dusky’. Later werd hij na de beoordeling van verschillende keurmeesters door de Engelse Kennel Club erkend en geregistreerd als Tibetaanse terriër onder de naam van Trojan Kynos. Hij en een goudkleurig teefje Princess Aureus of ’Dawn’ werden het paar dat aan de basis ligt van de bekende Luneville kennel.
De verkoop als huishond van een puppy teefje lag in 1956 aan de basis van de export van Lamleh Tibetaanse terriërs naar de Verenigde Staten. Van 1957 af zond Dr. Greig 16 Lamleh Tibetaanse terriërs naar Alice en Henry Murphy. Het waren van haar beste honden. Met deze honden begon mevr. Alice Murphy haar eigen lijn Lamleh of Kalai.
In 1972 zond Nancy Greig haar laatste hond naar Alice Murphy. Hij was een goud en witte reu, Rah Jah of Lamleh, haar persoonlijke favoriet en volgens haar eigen zeggen de enige die ooit op haar bed mocht slapen. Dr. A. R. H. Greig stierf zes en een halve maand later.
Het is dankzij het werk en de inspanningen van deze eerste fokkers dat wij nu kunnen genieten van dit wonderbare ras. |