de Zon



Bibnet


de zon



In een heelal dat zich zoals we hebben gezien vaak ontwikkelt via extreme gebeurtenissen, vertegenwoordigt onze ster, de zon, een voorbeeld dat als baken van rust kan worden gezien. De zon, die vermoedelijk 4,5 miljard jaar geleden is gevormd, is een middelgrote ster met een doorsnee van circa 1,4 miljoen kilometer, ongeveer 120 keer zo groot als de aarde. Zoals alle sterren bestaat de zon volledig uit gas, voor 70% uit waterstof, voor 28% uit helium, het scheikundig element dat daar direct op volgt en slechts voor 2% uit complexere elementen. De zon heeft een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 6000░C, terwijl inwendig, in het hart waar kernreacties plaatsvinden die de energie produceren om de ster gaande te houden, een plasmatoestand heerst. Daar is de temperatuur exreem hoog, vermoedelijk meer dan 15 miljoen graden. De druk bereikt 250 miljard atmosfeer en de dichtheid is 150 keer zo hoog als die van water.

Door de energiebalans binnen de zon wordt er 386 miljard megawatt per seconde geproduceerd, die voortkomt uit de kernfusie van 700 miljoen ton waterstof naar 650 miljoen ton helium per seconde. De 50 miljoen ton massa die verloren gaat, is omgezet in energie die vanuit het hart van de zon na een reis van meer dan een miljoen jaar het oppervlak bereikt. Vanf het oppervlak wordt deze energie de omringende ruimte ingestraald en bereikt zij in acht minuten de aarde. Ook al lijken deze waarden ongelooflijk hoog in onze ogen, in werkelijkheid wordt de zon als een rustige ster van het type G geclassificeerd, een van de meest voorkomende soorten, zoals we zien wanneer we ons melkwegstelsel of ook andere bestuderen. Deze extreem stabiele toestand van de zon zal zijn langzame evolutie vermoedelijk nog vier Ó vijf miljard jaar zal voortzetten. Het is een absolute voorwaarde voor het voortbestaan van onze planeet en het leven op aarde.



de aarde



Op dit moza´ek van afbeeldingen die satelieten hebben gemaakt is onze planeet te zien. Een planeet waar leven is ontstaan en geŰvalueerd, en die we daarom als uniek en speciaal beschouwen. Maar deze uitzonderingspositie hangt vermoedelijk alleen samen met ons huidige onvermogen om ten minste een paar van de andere miljarden planeten te zien en te bestuderen die in ons en in miljarden andre sterrenstelsels bestaan. We zien de aarde zoals die zich na vier miljard jaar heeft geŰvolueerd, maar daarvoor heeft de planeet vele veranderingen ondergaan.

De aarde heeft een doorsnee van gemiddeld 12 756 km en draait in een jaar tijd op een gemiddelde afstand van 149 600 000 km rond de zon. De atmosfeer is een subtiele lag van weinig meer dan een honderdtal kilometers boven het aardoppervlak, dat voor 71% bestaat uit water in vloeibare toestand.

De aarde lijkt dankzij haar positie in het zonnestelsel te genieten van gunstige voorwaarden voor het ontstaan van leven. Warschijnlijk is dit dus noch een speciaal noch een uniek geval in het heelal, maar in ieder geval wel een gelukkig toeval.

De aarde draait op een afstand van de zon die precies voldoende energie garandeert om het oppervlak te verwarmen, dat echter niet zo heet wordt dat het verbrandt, zoals bijvoorbeeld Mercurius. De massa van de aarde is verder groot genoeg om de moleculen uit de atmosfeer door de zwaartekracht aan te trekken en bezit, als enig bekend geval in het zonnestelsel, water in vloeibare toestand, het fundamentele element voor leven zoals wij dat kennen.

Uniek is ook de sateliet van onze planeet, de maan, die heel zwaar is vergeleken met de aarde. Het verloren stipje in het heelal waarop wij leven evolueert nog altijd.



de maan



De maan is een speciale natuurlijke dochter van de planeet aarde. Volgens een algemeen geaccepteerde hypothese zou de maan zijn ontstaan na de inslag van een grote planeto´de. Dit alles is ongeveer 4,5 miljard jaar geleden gebeurd.

Sinds enkele tientallen miljoenen jaren had de aarde, die nog geen satelieten had, haar vorm en consistentie gekregen. De botsingen met metero´den die zich vaak voordeden, leidden enerzijds tot een geleidelijke toename van het volume, en droegen er anderzijds samen met het verval van radioactieve elementen toe bij dat de inwendige temperaturen hoog bleven. De atmosfeer had oorspronkelijke kenmerken en was op dat moment ijl. De planeet aarde bleef een soort zwaartekrachtsput die voortdurend groeide. Hoewel ze profiteerde van voortdurend neervallende meteorieten die ze gemakkelijk opnam, bleef de aarde wel kwetsbaar voor botsingen met kosmische projectielen met een doorsnee van enkele duizenden kilometers.

Waarchijnlijk is door de inslag van een planeto´de van uitzonderlijke omvang in de half vloeibare massa van de aarde een deel losgeslagen en de ruimte ingeslingerd. Dit fragment kreeg echter niet genoeg snelheid en kon zo niet aan de zwaartekracht van de aarde ontsnappen. Het volume van dit fragment was minder dan 2%, corresponderend met de volumeverhouding tussen de maan en de aarde.

Voor de missies van Apollo plaatsvonden werd de maan gezien als vermoedelijk een grote planeto´de die in het zwaartekrachtsveld van de aarde gevangen was. Deze botsingshypothese wordt tegenwoordig waarschijnlijker geacht en is gebaseerd op de geologisch-scheikundige overeenkomsten tussen de gesteenten van de aardkorst en die van de aardbodem.



webmaster