vrijheid


Hoe heerlijk, ach hoe licht

Is het verzaken van een plicht,

Het boek dat voor ons ligt

Blijft ongelezen, dicht!

Studeren stelt niets voor.

Zonder één moeilijk woord.

 

De rivier stroomt voort, uiteindelijk,

En de bries die blaast,

Zo vanzelfsprekend ochtendlijk,

Heeft, daar ze tijd heeft, geen haast …

 

Boeken zijn vellen papier met inkt bedrukt.

Studeren is iets dat onduidelijkheid verduidelijkt

Het verschil tussen niemandal en niets.

 

Hoeveel beter is het, wanneer het mist,

Te wachten op Dom Sebastião,

Of hij nu komt of niet!

 

Groots is poëzie, goedheid, schone kunsten …

Maar kinderen zijn 's werelds schoonste gunsten,

En bloemen, muziek, maanlicht, en de zon die op z'n hoogst

Teleurstelt als hij niet doet groeien maar verdroogt.

 

En al het overige is dus

Jezus Christus,

Die geen verstand van financiën had,

Noch, naar verluidt, een bibliotheek bezat …

 
 

(16.03.1935)

 
 

Fernando Pessoa

(uit: Cancioneiro/Liedboek)

 
 

vertaald door August Willemsen

(uit: Gedichten door Fernando Pessoa, Arbeiderspers, 1978)

 

<<

>>





©Arbeiderspers - pagina laatst gewijzigd: 25 oktober 2003