a a a a a a

   
   

DIFFERENTIATIE

Eenmaal de leerkracht zicht heeft op de sterke en zwakke punten van de leerlingen, wordt dit als vertrekpunt genomen voor een gedifferentieerde aanpak binnen de klas. Bij differentiëren krijgt elke leerling een opdracht op zijn/haar niveau. De leerlingen werken niet meer allemaal tegelijkertijd aan hetzelfde onderwerp.

Differentiatie naar tempo:

  • Het kind krijgt hierbij de mogelijkheid om op zijn / haar eigen tempo leerstof te werken. Wanneer een kind de opdracht heeft afgerond, gaat het verder met een volgend onderwerp.

Differentiatie naar moeilijkheidsgraad ( basis- en verrijkingsstof)

  • Ook hierbij krijgt een kind de mogelijkheid om in een eigen tempo te werken, met het verschil dat een kind die de stof al beheerst verder werkt aan een verdieping op de stof. Alle kinderen moeten een bepaalde minimumstof beheersen. Kinderen die de minimumstof nog niet beheersen kunnen deze rustig afmaken en slaan de verdieping over.

Differentiatie naar interesse

  • Binnen de klas of school worden de leerlingen gegroepeerd op grond van hun interesses of de keuze voor een bepaald onderwerp.

Differentiatie naar niveau ( verlengde instructie, hoekenwerk, contractwerk,…)

  • Binnen de klas of de school worden groepen van leerlingen gevormd op grond van hun begaafdheid of hun vorderingsniveau. Men probeert hier dus aan te sluiten op het niveau van het kind.

Door het differentiëren in de klas is het mogelijk bepaalde tekorten en/of leerstofonderdelen voor bepaalde kinderen bij te sturen.

Didactische differentiatie wordt toegepast in de kleuterklassen en in de lagere school.