a a a a a a

   
   

ZORGBELEID

1.Visie op zorg doorheen de scholengemeenschap
Als scholengemeenschap willen wij aan elk kind gelijke kansen bieden op kwaliteitsvol onderwijs. Dit is het uitgangspunt van onze schoolorganisatie. Elk kind dient in zijn of haar groei tot volwassenheid zoveel mogelijk kansen te krijgen om te leren en om zichzelf te ontwikkelen.
Het zorgbeleid van onze scholen waakt er over dat kinderen met specifieke onderwijsbehoeften bijzondere aandacht krijgen, zonder de leerkansen van de andere leerlingen uit het oog te verliezen.
Elke leerling telt! We hebben dan oog voor de diversiteit van onze kinderen. Als scholengemeenschap trachten we, binnen de grenzen van onze eigen draagkracht, tegemoet te komen aan de individuele vragen en behoeften van elk kind. Dit houdt in dat we ons richten op het oplossen van problemen en op het voorkomen ervan.

2.Zorg in onze school

  • Zorgbeleid op drie niveaus

    De uitbouw van een zorgbeleid veronderstelt steeds het uitvoeren van zorgtaken op drie niveaus.
             a. Het coördineren en het stimuleren van zorginitiatieven: ‘het niveau van de SCHOOL’
             b. Het ondersteunen van de leerkrachten: ‘het niveau van de KLAS’
             c. Het begeleiden van de leerlingen: ‘het niveau van het KIND’

    De zorgtaken op deze drie niveaus mogen niet van elkaar gescheiden worden.
    De zorgcoördinator is het aanspreekpunt voor zowel leerlingen als leerkrachten, ouders, externe hulpverleners, …
  • Wat betekent dit meer specifiek?

    - Met het zorgteam werken aan het opstellen, het realiseren en het bewaken van een zorgvisie, beleidsplan en actieplan.
    - Coachen en begeleiden van alle zorginitiatieven, zowel binnen als buiten de klaspraktijk.
    - Opvolgen van het kindvolgsysteem.
    - Organiseren van MDO’s.
    - Contacten leggen en samenwerken met externen zoals CLB, logopedisten, …
    - Coachen en ondersteunen van leerkrachten binnen de klaspraktijk.
    - Begeleiden van kinderen met een bepaalde zorg: sociaal/emotioneel, gedrag, leerproblemen, …
    - Aandacht voor elk kind, want ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen unieke manier.
    - Een leeromgeving creëren op maat van het kind.

    Kinderen met leer-of ontwikkelingsstoornissen kunnen we niet “genezen”.
    Niet alle problemen kunnen opgelost worden. Wat we wel kunnen bieden is steun, de nodige hulpmiddelen en handvaten, zoals:
    - Zoeken met de klasleerkracht/CLB/ouders naar een gepaste begeleiding voor het kind.              
    - De klasleerkracht ondersteunen door in kleine niveaugroepjes of individueel het kind extra te begeleiden.
    - Regelmatig te overleggen met ouders/CLB/klasleerkracht en de eventuele vorderingen goed op te volgen
    - Op regelmatige basis afnemen van testjes (landelijk bepaald) om ons onderwijs op tijd bij te sturen.

  • In de praktijk

    Als de leerkracht een ‘zorgvraag’ heeft stapt hij naar de zorgcoördinator. Deze wordt dan ingeschakeld om extra ontwikkelingskansen te bieden aan een groepje leerlingen of één leerling.
    Deze ondersteuning vindt, in de mate van het mogelijke, in de klas plaats. Als deze ondersteuning niet voldoet wordt er extra materiaal gezocht/aangemaakt om deze leerlingen nog beter en eventueel klasextern (in de zorgklas) te begeleiden.
    Ook het CLB wordt geraadpleegd en de ouders worden op de hoogte gebracht van deze stappen.
    Als de toegepaste strategieën van het schoolteam nog ontoereikend zijn kan er externe hulp aangeraden worden. Dit gebeurt altijd in overleg met het schoolteam, CLB en de ouders.
    De zorgcoördinator helpt ook bij het afnemen van screeningen en testjes. Dit gebeurt soms ook in de zorgklas.
    De ouders kunnen met vragen altijd terecht bij de klasleerkracht of de zorgleerkracht. Deze
    manier van werken geeft extra kansen aan leerbedreigde kinderen.
  • Zorg op school heeft grenzen!

    Indien we als school alle kansen hebben geboden aan het kind en het komt niet tot een verdere ontwikkeling, dan bepalen we als school onze zorggrens. Als het kind ontmoedigd geraakt en niet meer tot leren komt, als de draagkracht en draaglast van de klas onhoudbaar is, als het welbevinden en de betrokkenheid van het kind achteruit gaat, als de externe hulp niet meer voldoende blijkt dan zullen we als school, na veel beraad met alle partijen, beslissen om voor het welzijn van het kind een ander type onderwijs te kiezen. Zo geven we het kind nieuwe kansen om op zijn/haar tempo toch tot een optimale ontwikkeling te komen, met perspectieven voor zijn/haar toekomst.
  • De ouders als gesprekspartner.

    Bij ons worden de ouders steeds via open communicatie, met wederzijds respect betrokken bij elke evolutie van hun kind.
    Indien er binnen het zorgteam wordt bepaald dat er extra onderzoek en begeleiding voor het kind nodig is, zal dit eerst in overleg en met toestemming van de ouders gebeuren.
    Als school willen wij ook de ouders ondersteunen in het soms moeilijke aanvaardingsproces van de extra zorgen die een kind nodig heeft om tot een optimale ontwikkeling te komen.
    Elk kind is uniek.
  • De zorgklas en Winky (kom even onder mijn vleugels).
    We mogen zeker ook het sociaal-emotionele aspect van zorg niet uit het oog verliezen, dus
    willen wij van onze zorgklas een klas maken waar iedereen terecht kan en zich veilig voelt.
    Winky, de vogel, gaat daarbij een rol spelen met het motto:
                       “Iedereen kan iets, niemand kan alles”
    De bedoeling is dat op termijn de kinderen die zich niet goed in hun vel voelen de weg naar
    de zorgklas (naar Winky) zelf vinden zo dat wij heel snel mogelijke probleempjes kunnen
    helpen oplossen.