|

|
|
STAP
3 |
Voor
de derde stap is kennis van de tweede onontbeerlijk,
maar verder is de derde niet echt moeilijker.
De tactiekonderwerpen zijn relatief gemakkelijk en ook
de lessen over de verdediging tegen tactiek zullen geen
problemen opleveren. Alleen het insluiten is lastig. Het
is te vergelijken met mat zetten, alleen is nu niet de
koning maar een ander stuk de klos.
Verder is er aandacht voor de eerste pionneneindspelen.
Voor sommigen kinderspel maar voor leerlingen die nog
problemen hebben met ruimtebeheersing een zware dobber.
In deze stap beginnen we met het aanleren van
ondersteunende vaardigheden. Een daarvan is het
‘vooruitdenken’. De leerling rekent uit zijn hoofd
de mogelijkheden op het bord uit en visualiseert (het
voor de geest halen van de stelling) tegelijkertijd de
nieuw ontstane situatie op het schaakbord. De beheersing
van deze vaardigheid verschilt per leerling enorm.
|
|
INHOUD
STAP 3
1: De
opening afmaken
2: Aftrek en dubbelschaak
3: Aanval op gepend stuk
4: Mat in twee (toegang)
5: Het vierkant
6: Uitschakelen verdediging
7: Verdedig tegen dubbele aanval
8: Klein plan
9: Remise
10: Röntgen
11: De opening
12: Verdedig tegen penning
13: Mobiliteit
14: Sleutelvelden (1)
15: Gepende stukken
16: Dreigingen
17: Sleutelvelden (2)
|
 |
|
 |
De
bedoeling van de werkboeken is dat de leerlingen de
behandelde stof inoefenen. Op de oefenbladen in het
werkboek staan de opgaven gerangschikt volgens
thema. Zo leren ze patronen te herkennen die in het
praktische schaak kunnen worden toegepast. |
|
|
|