|
|
|

|
Jeugdschaak Trainingscentrum
Koninklijke Ieperse Schaakkring |

|
|
|
STAP 4 |
De
moeilijkheidsgraad van de stof in de vierde stap ligt hoger dan die van de
derde. Dat is voornamelijk het gevolg van het toenemen van het aantal
zetten van de oplossingen van de opgaven. Bij de meeste onderwerpen is de
oplossing 2½ zet diep: wit speelt, zwart antwoordt, wit speelt, zwart
antwoordt en wit scoort. Een goede beheersing en toepassing van de
onderwerpen uit de derde stap is daarom absoluut een vereiste!
De tactiek staat voor een groot deel in het teken van de voorbereidende
zet. Een directe aanval werkt nog niet en een voorbereidende actie is
nodig. Alle bestaande voorbereidingen komen aan bod: lokken, uitschakelen
verdediging, jagen, richten en ruimen.
Langzamerhand spelen ook positionele aspecten meer en meer een
(bescheiden) rol in de partijen van een vierde stapper. Dergelijke vage
onderwerpen zijn goed aan de hand van het eindspel over te brengen. De
lessen over materieel voordeel en eindspelstrategie bevatten veel
strategische zaken. Verder zorgt de les over zwakke pionnen ervoor dat
leerlingen iets bewuster (niet veel, maar toch) met hun pionnen spelen.
Hetzelfde geldt voor de les over de opening. Overigens blijft de
behandeling van positionele factoren het best te verwezenlijken bij de
bespreking van de partijen van de leerlingen.
|
|
INHOUD
STAP 4
1: Voordeel in de opening
2: Onderbreken
3: Lokken
4: Blokkeren
5: Vooruitdenken
6: Kop- en staartstuk plaatsen
7: De vrijpion
8: Uitschakelen verdediging
9: De magneet
10: Zwakke pionnen
11: Materieel voordeel
12: Jagen en richten
13: Koningsaanval
14: Zevende rij (tactiek)
15: Eindspelstrategie
16: Ruimen
17: Dame tegen pion
|

|
|

|
De bedoeling van de
werkboeken is dat de leerlingen de behandelde stof inoefenen. Op de
oefenbladen in het werkboek staan de opgaven gerangschikt volgens
thema. Zo leren ze patronen te herkennen die in het praktische schaak
kunnen worden toegepast. |
|
|