Search-engines.
Wanneer je nog geen enkel houvast hebt, door bijvoorbeeld een adres uit een krant of tijdschrift, vormen search-engines ( zoekmotoren ) de basis van een geslaagde Internet-zoektocht. Zelf zijn het ook Internetpagina's, dus moet je ze eerst weten te vinden. Eens aangekomen bij een zoekmotor kan je aan de slag.
Enkele van de belangrijkste zoekmotoren vind je hieronder.
Door het intypen van trefwoorden zoekt de search-engine dan vele duizenden pagina's af om daarna een weergave van de resultaten van zijn speurwerk te geven. Je kan ook meerdere trefwoorden of ganse zinnen ingeven. Ook kan je meestal gebruik maken van logische operatoren als AND , OR en NOT om je zoektocht te verfijnen. Dit laatste is veelal nodig, omdat je bij een zoektocht naar één trefwoord al gauw vele duizenden resultaten krijgt, die je dan toch niet allemaal kan bekijken. Houd er wel rekening mee dat het grootste gedeelte van de Internetpagina's opgesteld is in het Engels, en dat je dus vooral met Engelse trefwoorden zal moeten werken. Probeer ook eens synoniemen van bepaalde woorden wanneer een zoekopdracht niet het gewenste resultaat geeft.
Zoekmotoren als Yahoo! doorzoeken een database van door hen geïndexeerde sites, m.a.w. de pagina moet eerst bij hen opgegeven zijn vooraleer die op het web kan worden teruggevonden. Andere zoekmotoren scannen zelf regelmatig het web af op zoek naar nieuwe sites.

Een uitgebreide bespreking van dergelijke search-engines kan ik binnen het bestek van dit eindwerk onmogelijk geven. Wel is het heel leuk te weten dat wanneer je een interessante url gevonden hebt, je deze in een lijst van favoriete Internet-adressen kan stoppen. Netscape spreekt hier over 'bookmarks' (bladwijzers) terwijl Internet Explorer het houdt bij 'favorieten'. Zo hoef je een reeds gevonden pagina niet telkens te gaan opzoeken.