2. Prosodie: de zinnen en teksten goed uitspreken

Oefeningen voor prosodie vind je niet zo veel.
Prosodie wil zeggen:
Je zegt niet alleen elke klank en elk woord juist. Je maakt met die woorden zinnen met een goede intonatie en een goed ritme.

Intonatie en ritme geven ook betekenis.

Er is een verschil tussen:


Heb JIJ gisteren die bloemen in de tuin geplant? (ik wist niet dat jij dat kon)

Heb jij GISTEREN die bloemen in de tuin geplant? (en ze zijn nu al zo groot?!)

Heb jij gisteren DIE BLOEMEN in de tuin geplant? (zo veel bloemen!)

Heb jij gisteren die bloemen IN DE TUIN geplant? (dat zijn toch bloemen voor binnen, niet voor buiten?!)

Heb jij gisteren die bloemen in de tuin GEPLANT? (die stonden toch in een vaas, die kon je toch niet planten?!)

Oefenen kan je door goed te luisteren en te imiteren!
Oefen zoveel mogelijk!!