Sequoia's

in België, Nederland en Luxemburg

Dikke bomen in België

Zoals elders op deze site te lezen is, is de meest volumineuze boom ter wereld een mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) en behoort de mammoetboom ook tot die soorten die het hoogst en het oudst kunnen worden. De grootste in België aangeplante mammoetbomen zijn nog jong en klein vergeleken met hun Californische soortgenoten, maar toch behoren zij al tot de bomen in België met de grootste stamomtrek.

Sterker nog: het is niet overdreven te zeggen dat binnen slechts 25 jaar de dikste boom van België een Sequoiadendron zal zijn, gezien de jaarlijkse toename van stamomtrek van mammoetbomen - samen met die van populieren - 4 à 10 cm per jaar bedraagt en daarmee ruimschoots de groeisnelheden van inheemse soorten zoals de eik en de linde overtreft.

Om zich hierover een idee te vormen, gaan we op deze pagina op reis langs de dikste bomen van België. Met "dikke" bomen worden hier bomen met een grote stamomtrek bedoeld (gemeten op anderhalve meter boven de grond).

De exemplaren met een omtrek van meer dan 6 m bestaan voornamelijk uit beuken (41), zomerlinden (31) en zomereiken (17). Ook een aantal uitheemse boomsoorten hebben al grote stamomtrekken bereikt. Onder deze categorie vallen de plataan (19), de tamme kastanje (15) en enkele meer exotische soorten als de mammoetboom (43), de libanonceder (9) en de tulpenboom (4). Volgens de gecombineerde gegevens van de Belgische Dendrologische Vereniging en mijzelf zouden in totaal zo'n 198 bomen een stamomtrek van meer dan 6 m hebben waarvan minimum 13 zelfs meer dan 8 m.

Hoge bomen in België - oude bomen in België.

De dikste bomen in België: overzicht

1 Zomereik (Quercus robur), Liernu, Eghezée 9,95 m
2 Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), Esneux 9 m
3 Zomerlinde (Tilia platyphyllos), Conjoux, Ciney 8,85 m
4 Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), Esneux 8,67 m
5 Hollandse linde (Tilia x europaea), Havelange 8,67 m
6 Oosterse plataan (Platanus orientalis), Nodebais 8,6 m
7 Moerascipres (Taxodium distichum), Harveng 8,6 m
8 Tamme kastanje (Castanea sativa), Lovendegem 8,6 m
9 Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), Tervuren 7,85 m
10 Zomereik (Quercus robur), Férage 7,7 m

Dikke meerstammige bomen in België: overzicht

Daarnaast zijn er een aantal bomen die strikt genomen dikker zijn dan een aantal van de bovenstaande. Deze bomen zijn echter meerstammige exemplaren, waardoor ze eigenlijk onterecht op bovenstaande lijst zouden staan.

1 Plataan (Platanus x hispanica), Zinnik (Soignies) 11 m
2 Plataan (Platanus x hispanica), Vertrijk, Boutersem 9,99 m
3 Zomerlinde (Tilia platyphyllos), Schoten 9,18 m
4 Libanonceder (Cedrus libani), Dilsen 9,09 m
5 Canadapopulier (Populus x canadensis 'Marilandica'), Geraardsbergen 8,50 m
6 Winterlinde (Tilia cordata), Hannut 8,20 m
7 Beuk (Fagus sylvatica), Esneux 8,10 m
8 Oosterse plataan (Platanus orientalis), Beloeil 7,98 m
9 Zomereik (Quercus robur), Clavier 7,92 m
10 Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia), Verviers 7,85 m

Voormalige recordbomen

Dikke Belgische bomen die zijn omgewaaid, ingestort of omgezaagd en er dus niet meer zijn.

- De winterlinde (Tilia cordata) van Arc-Ainières 9,12 m

 


De dikste bomen in België: lijst

  • De zomereik van Liernu (le Gros Chêne de Liernu)

    Nabij de kerk van het onooglijke Naamse dorpje Liernu (Eghezée) groeit de beroemdste boom van België, de zogenaamde "Gros Chêne de Liernu". Deze erg dikke zomereik (Quercus robur) had in 2006 een omtrek van 9,95 m op anderhalve meter hoogte en een omtrek van 14,65 m nabij de grond.

    Met deze afmetingen is deze boom noch de hoogste of meest volumineuze, maar wel de dikste boom van België.

    Lokaal bedevaartsoord
    In 1838 liet de lokale abt een beeld van Sint Antonius plaatsen waarna de boom een lokaal bedevaartsoord werd voor de boeren in de streek. Hier kwamen ze genezing afsmeken voor hun varkens en namen ze eikels mee als voer voor de biggen. De takken van de volle kroon van de boom zijn in de herfst trouwens nog steeds zwaar beladen met eikels.

    In 2006 bezocht ik le Gros-Chêne samen met Nardo Kaandorp en Han van Meegeren. Met een veelkleurige zonsondergang op de achtergrond bood deze eik op die warme herfstavond een heel mooi zicht.
    Ik ben ook even over het zwarte hek geklommen om de boom op te meten: waar de boom in 1985 een omtrek van 9,85 m had op anderhalve meter hoogte en een omtrek had van 14,24 m nabij de grond, mat ik deze keer 9,95 m en 14,65 m. Een omtrekgroei van nog geen halve cm per jaar, wat erop wijst dat deze oude boom, zelfs voor een eik, niet snel meer groeit.

    Hoe oud is deze boom?
    Zoals bij de meeste oude eiken is de stam hol zodat de exacte leeftijd van de boom moeilijk te achterhalen is. Uit de oudste vermeldingen van het dorpje Liernu uit de late middeleeuwen blijkt dat er toen in elk geval een eik stond waaronder recht werd gesproken.

    Op het informatiebordje vermeldt men een leeftijd van meer dan duizend jaar. Dit magische getal wordt wel eens meer aangehaald bij oude bomen, maar wat ook wel eens meer gebeurt, is dat dit een overschatting is.
    Meer over de leeftijd van le chêne de Liernu...

    Volgens Jeroen Pater, die het boek 'Monumentale Bomen in Europa' schreef (zie bronnen) zou uit oude omtrekmetingen af te leiden zijn dat de boom eerder zo'n 600 à 700 jaar oud is.

    Om de holte voor het regenwater af te schermen heeft men het gat bovenaan gedicht met dakpannetjes. Dit gebruik doet denken aan de sprookjesachtige chêne-chapelle van Alouville-Bellefosse in Normandië. Zoals aangegeven staat op een bord aan de rand van het dorpje, is men een verbond aangegaan met deze Franse eik evenals met de Chêne-des-Bosses in Chatillon (Zwitserland).

    Op het informatiebordje staat dat de eik een steleik (Quercus pedunculata) is. Deze naam is verwant met het Duitse "Stieleiche", wat een naam is voor de gewone zomereik (Quercus robur). Stieleiche of steeleik verwijst naar gesteelde eikels van de zomereik, in tegenstelling tot de eikels van de wintereik (Quercus petraea), die rechtstreeks op de takjes zitten. De wintereik wordt in het Duits Traubeneiche (troseik of druiveneik) genoemd. Quercus pedunculata is een oudere benaming van Q. robur, maar wordt nu niet meer officieel gebruikt.

    Quasi alle boomsoorten die bij ons inheems zijn, bereiken hun recordomvang in Groot-Brittannië: de regen is er het hele jaar door vrij overvloedig en de winters zijn zacht. Ook heeft Groot-Brittannië - in tegenstelling tot België en Nederland - een echte "bomencultuur", waarbij men bomen vaker de kans geeft om oud te worden. De dikste (ongeknotte) eik van Engeland, "Majesty" genaamd, is een prachtexemplaar. Een andere eik, de "Queen Elisabeth Oak", is nog iets dikker (12,6 m op 1,5 m) maar moet mijns insziens qua schoonheid toch de duimen leggen voor Majesty.

    Oude eiken in België

    In België bevinden zich, naast de eik van Liernu, overigens nog eeuwenoude, indrukwekkende zomereiken.

    • Charles-Henri

      Op het kasteeldomein van Hex bijvoorbeeld (in het Limburgse Heks nabij Heers) wordt van generatie op generatie verteld dat de oudste van de 4 momumentale zomereiken op het domein intussen zo'n 800 jaar oud zou zijn. Dit is wellicht een overschatting, maar toch is het mogelijk dat deze eiken de oudste exemplaren in Vlaanderen zijn. De dikste van de vier, Charles-Herni, had in 2003 een omtrek van reeds 7,24 m bereikt (omtrek op 1 m).

       

      Op bovenstaande foto ben ik te zien nabij het tweede grootste exemplaar, in 1932 Louis-Rodolphe genaamd. De bomen groeien in een brede "put" zodat de foto vanuit de hoogte is genomen wat de boom niet flatteert.

    • Le chêne du Duc Prosper

      Een vrij onbekende zomereik, "Le chêne du Duc Prosper" genaamd, groeit in een afgelegen deel van het grote kasteelpark van Edingen (Enghien). Toch is deze eik wellicht de grootste eik van België wat betreft het stamvolume: deze erg massieve boom combineert een grote stamomtrek met een eveneens grote hoogte, zodat het stamvolume dat van de eik van Liernu of andere mij bekende Belgische eiken ruimschoots overtreft.

      Le chêne du Duc Prosper dankt zijn naam aan hertog Prosper d'Arenberg, die het kasteelpark begin de 17e eeuw (van 1630 tot 1665) liet aanleggen. Gezien zijn afmetingen is goed mogelijk dat deze eik uit deze periode stamt, zodat deze boom zo'n 350 jaar oud zou zijn.

       

      Deze zomereik heeft een omtrek van 7,15 m op 1 m en 6,94 m op 1,5 m. De boom zou ook 40 m hoog zijn. Volgens mij is het iets minder, maar deze boom is zeker hoger dan 35 m, wat nog altijd erg uitzonderlijk is voor zo'n dikke eik.
      Meer foto's van de zomereik van Edingen.

      Aan de rand van het golfterrein in het noordwestelijk deel van het park staan trouwens nog twee erg dikke eiken. Deze hebben een omtrek van 7,61 m en 7,16 m.

    • De Duizendjarige Eik van Lummen

      Hoewel de boom wellicht jonger is dan bovenstaande eiken, mag een andere Vlaamse eik niet onvermeld mag blijven: de zogenaamde "Duizendjarige eik" van Lummen. Deze eveneens holle boom had in 1989 een omtrek van 6,34 m. Onder de eik zou sedert Karolingische tijden volgens Frankische gewoonte recht zijn gesproken.

       

      De plaats nabij de eik van Lummen zou tot het eind van de 17e eeuw een terechtstellingsplaats geweest zijn: heksen zouden naar de boom zijn geleid voor de uitvoering van hun straf. Deze plek staat in de buurt bekend als "Het Verbrand", een verwijzing naar de brandstapels waarop de veroordeelden aan hun einde kwamen.

      Volgens eikenkenner Jeroen Philippona zou deze zomereik, gezien zijn geringe omvang, eerder zo'n 400 à 500 jaar oud zijn.

    • Le chêne de Ferage
      Een andere zeer dikke Belgische eik is "le chêne de Ferage", die verder in deze lijst aan bod komt.
  • De mammoetboom van Esneux (le séquoia géant d'Esneux)

    De dikste mammoetboom van België (9 m, 2008) groeit op een bebost plateau nabij de Ourthe in het Luikse Esneux. Het is erg waarschijnlijk dat deze boom de komende decennia de dikste boom van België zal worden omdat sequoia's een (veel) grotere groeisnelheid hebben dan de andere soorten, vergelijkbaar met deze van de populier. In tegenstelling tot deze laatste hebben sequoia's echter het potentieel om millennia oud te worden en blijven eeuwenlang snel doorgroeien.

     

    Volgens bomenspecialist Charlier, de eigenaar van het vlakbijgelegen domein "Closerie Du Rond Chêne", zou deze boom in 1891 door houtvester of tuinman Léon Crépin geplant zijn, wat betekent dat de stamomtrek van deze boom jaarlijks met zo'n 8 cm is toegenomen.
    Deze massieve boomsoort behoudt de enorme stamomtrek nabij de grond tot op grote hoogte, zodat het waarschijnlijk is dat dit exemplaar de meest volumineuze boom van België is.

     

    Het volume schat ik zelf op ongeveer 96 m³ (methode). Indien correct, is deze boom met ruime voorsprong de meest volumineuze boom van de Benelux. Deze mammoetboom is dus de grootste boom van België (en de hele Benelux), wanneer men kijkt naar het stamvolume.

  • De zomerlinde van Conjoux (le tilleul de Conjoux)

    In Conjoux nabij Ciney groeit een kolossale zomerlinde (Tilia platyphyllos) of "tilleul à grandes feuilles" met gave stam genaamd de "Linde van Conjoux" met een omtrek van 8,85 m (2007).

    Conjoux ligt midden in de Condroz, een prachtige hooggelegen streek die gekenmerkt wordt door parallele, langwerpige heuvels (zoals in een golfplatendak).

    DE CONDROZ
    Even een kleine geografische-geologische zijsprong voor de liefhebbers. Het landschap van deze geografische streek is ontstaan als gevolg van plooiingen van de aardkorst (tijdens de Hercynische gebergtevormingen van 390 à 300 miljoen jaar geleden). Het komt er op neer dat de verschillende voorheen horizontaal afgezette lagen (afhankelijk van de in de tijd variabele zeespiegel: diepe zee -> klei, ondiepe zee -> zand- of kalksteen), door de plooiingen in de ondergrond naast elkaar zijn komen te liggen i.p.v. op elkaar. Wanneer de plooiing een
    Ս-vorm heeft, spreken we van een syncline (indien een Ո-vorm, van een anticline).
    De Condroz is één groot samengedrukt gebied, waarbij hetvolgende patroon steeds voorkomt: syncline - anticline - syncline enz. Wanneer dit gebied (voormalige zeebodem) later aan de oppervlakte kwam te liggen, heeft de erosie (die nog steeds voortduurt) het landschap zijn huidige vorm gegeven. De hardere lagen eroderen niet goed, waardoor de anticlinales bloot zijn komen te liggen. Dit zijn tegenwoordig de langwerpige heuvels, terwijl de valleien bestaan uit zachter materiaal (die iets jongere, bovenliggende laag). De Condroz is dus een gebied waar je in de ondergrond zandsteen vindt en enkele honderden meters zuidelijker kalksteen en nog zuidelijker weer dezelfde zandsteen. De richting van deze lagen is ruwweg ZW-NO en als gevolg daarvan ook de meeste rivieren en wegen.

    Kalksteen in zuidelijk België

    Als nu een rivier in een omgeving belandt die rijk is aan kalksteen, verdwijnt ze onder de grond en ontstaan uitgebreide grottencomplexen. In deze kalksteengebieden zijn de bekende grotten van Han-sur-Lesse, Rochefort, Hotton, Comblain-au-Pont en Remouchamps te vinden. Er zijn hier in feite overal grotten te vinden. Het kalksteen dateert steeds uit het Devoon, toen West-Europa een tropische zee was vol koralen (het zijn deze waaruit de kalksteenlagen bestaan).
    Pas ten zuiden van de de zuidelijke kalksteenzoom beginnen de hoger gelegen feitelijke Ardennen. Dit is één grote anticlinale, waar nog oudere gesteenten aan het oppervlak komen. In de volksmond worden de Condroz (in het noorden begrensd door de Samber en de Maas) en de Fagne-Famenne (een dunne westelijk gelegen depressie tussen de Condroz en de kalksteenzoom) echter ook al tot "de Ardennen" gerekend.
    Figuur die een algemeen overzicht geeft van de geologie van zuidelijk België.

    Maar terug naar de linde van Conjoux. Laat u op volgende foto's niet misleiden door het witte bord. Dat is groter dan u denkt, waardoor onze mooie linde niet geflatteerd wordt. Daarom ben ik ook op één van de foto's te zien. Ik kwam er op een fietstochtje met vrienden langs en kon het niet laten van er even in te klimmen. Dat was namelijk vrij gemakkelijk te doen zonder de eeuweling te beschadigen.

     

    Op bovenstaande foto's kan je ook zien dat de linde een boomchirurgische ingreep kreeg: er zijn onder meer kabels tussen grote takken gespannen. Dit gebeurde in 1987, gefinancieerd door het Waalse Fonds des Routes. Er staan ook officiële bordjes die naar le tilleul de Conjoux wijzen.

    Deze opmerkelijke linde zou om en bij de 400 jaar oud zijn.

  • Hollandse linde (le tilleul de Doyon)

    Op het domein van het kasteel van Doyon in Naamse Havelange groeit een Hollandse linde (Tilia × europaea of Tilia × vulgaris) met een omtrek van 8,67 m (2007); in 1987 bedroeg de omtrek 8,36 m.

     

    De Hollandse linde is een lindesoort die is verkregen door de zomerlinde (Tilia platyphyllos) met de winterlinde (Tilia cordata) te kruisen. Zoals te zien is op beide foto's (door Jean-Pol Grandmont) is de linde helemaal hol vanbinnen, wat gezien zijn omtrek niet hoeft te verbazen.

  • Oosterse plataan (le platane orientale d'Agbiermont)

    De Oosterse plataan (Platanus orientalis) van het kasteel van Agbiermont in het Waals-Brabantse Nodebais had in 2001 een stamomtrek van 8,6 meter. Het is ook mogelijk dat het hier om de "gewone" plataan (Platanus x hispanica) gaat.

  • Moerascipres (le cyprès chauve d'Harveng)

    De moerascipres is ongetwijfeld één van mijn favoriete bomen: de kleur van de naalden, de vorm van de stam en de luchtwortels of pneumatoforen die deze boom uit de streek rond de Mississippi ontwikkelt, maken hem ook bij vele anderen geliefd.

    Moerascipres in Harveng  Moerascipres in Harveng

    De grootste moerascipres van België is een echte kanjer: een omtrek van maar liefst 8,6 m (2007)! Deze moerascipres staat op het (private) domein van het château de Marchienne in het Henegouwse Harveng nabij Bergen (foto's en meting door Jean-Paul Grandmont). Deze boom staat (helaas) niet met zijn voeten in het water zodat de zo karakteristieke luchtwortels hier geheel ontbreken.

    Meerdere aaneengegroeide bomen?
    Een omtrek van meer dan 8 meter is veel, erg veel voor een Europees en dus aangeplant exemplaar van deze soort. Exotische soorten werden vaak het eerst in Engeland aangeplant. Moerascipressen worden er vanaf 1640 aangeplant en de dikste daar heeft omtrek van 6,4 m op 1,5 m hoogte. Dat is beduidend minder dan de omtrek van de moerascipres van Harveng. Gezien de koloniale geschiedenis van het zuiden van de VS sterk Frans gekleurd is, zijn er misschien iets oudere te vinden in Frankrijk en is de Waalse kanjer van Harveng misschien een oud "Frans" exemplaar.
    De grote omtrek zou eenvoudiger te verklaren zijn mocht de boom een meerstammig exemplaar zijn of mocht deze bestaan uit meerdere aan elkaar gegroeide moerascipressen. Afgaande op foto's waarop de volledige boom te zien is, lijkt dit echter niet het geval te zijn. Zeer intrigerend.

    Wellicht zal ik de boom in toekomst eens zelf van nabij gaan bestuderen. Het toeval wil dat ik een tijdje terug met een aantal vrienden naar de (in feite ontoegankelijke) mijnterrils daar vlakbij ben gegaan waar we een namiddagje, gewapend met voldoende Leffes, op zoek zijn gegaan naar fossielen. We hebben mijn autootje toen ook nog vastgereden in een modderwegje. Had ik toen geweten dat we vlakbij die moerascipres zaten, waren we zéker gaan kijken... maar het komt er nog wel van.

    De moerascipres in zijn natuurlijk verspreidingsgebied
    In 2008 bezocht ik in de Amerikaanse staat Louisiana uitgebreid de "southern swamps" en de rivierdelta van de Mississippi, wat het natuurlijk verspreidingsgebied is van de moerascipres. Het hoeft niet gezegd te worden dat ik er prachtige dingen heb kunnen zien.
    Een aantal foto's over de moerascipres of "bald cypress" in Louisiana.

    De moerascipres lijkt sterk op de sequoiasoort Metasequoia glyptostroboides: op deze pagina worden beide met elkaar vergeleken.

  • Tamme kastanje (les châtaigniers du château Schouwbroek)

    Ergens in het eeuwenoude Oost-Vlaamse landschap rond de stad Gent, vol graasbossen en knotwilgen, bevindt zich het domein van kasteel Schouwbroek. Het omwalde kasteelpark bevindt zich aan de rand van het rustige dorpje Vinderhoute en voor de ingangspoort wordt onmiddellijk duidelijk waarom dit kasteeldomein bijzonder is voor de bomenliefhebber: vlakbij de poort staan 3 enorme, eeuwenoude tamme kastanjes (Castanea sativa). De dikste van de drie is de dikste tamme kastanje van België en had in 1989 een omtrek van 8,45 m. Ondertussen is deze omtrek waarschijnlijk al met ruim een halve meter toegenomen, want Jeroen Pater mat in 2003 een omtrek van 9,06 m op 1,3 m hoogte.

    Het is niet omdat deze bomen niet zo heel ver van m'n huisje staan, maar met hun sprookjesachtige uiterlijk behoren deze drie kastanjes, net als Majesty, een Britse zomereik, zeker tot de mooiste bomen die ooit zag.

     

    Deze bomen zouden in het begin van de 16e eeuw zijn aangeplant toen het oorspronkelijke park werd aangelegd.

    Een toeval of niet, maar in hetzelfde Gentse dorpje Vinderhoute is één van de fraaiste kastanjelanen van België te zien. Deze kastanjedreef, vetrekkend vanuit de Sint-Annadreef, is één van de oprijlanen van een groot domein in het westen van het dorp en telt minstens 40 oude tamme kastanjes.

    Ook in Meeuwen-Gruitrode staat een erg grote tamme kastanje, evenals op het Blaasveld in Willebroek (beide meer dan 8 m in omtrek). In de kloostertuin van Bethlehem, Herent staat ook een forse tamme kastanje, met de bij de tamme kastanje vaak voorkomende gedraaide stam.

    De naam Tamme kastanje doet vermoeden dat de boom verwant is aan de paardekastanje (Aesculus hippocastanum). De gelijkenis in hun Nederlandse benaming slaat op het feit dat beide bomen gladde bruine vruchten dragen, vervat in een stekelige bolster. Het predicaat tam geeft dan aan dat de noten van de tamme kastanje, in tegenstelling tot deze van de paardekastanje, eetbaar zijn.
    Beide soorten zijn echter eigenlijk helemaal niet verwant: ze behoren plantkundig gezien zelfs tot verschillende ordes. De tamme kastanje is eerder verwant met beuken, berken en okkernoten terwijl de paardekastanje dichter bij esdoorn aanleunt.

    De tamme kastanje werd door de Romeinen in onze streken geïntroduceerd en is hier eigenlijk niet inheems. Hij doet het wel vrij goed en is in iets warmere, vochtige streken (Zuid-Engeland, Corsica, Noord-Italië) in staat grote omtrekken te bereiken.

  • Mammoetboom (un des autres séquoias géants d'Esneux)

    Dit is de dikste boom van het groepje van drie grote mammoetbomen die in de graasweide ten noorden van het Domaine du Rond Chêne in Esneux groeien.

     

    Vlakbij dit groepje staat trouwens ook een mooie oude linde.

  • Mammoetboom (le séquoia géant du musée d'Afrique)

    Dit is al de derde mammoetboom in de lijst met de dikste bomen van België en is de dikste mammoetboom van Vlaanderen. Dat aantal zal alleen maar toenemen: een hele bende dikke mammoetbomen staat klaar om de komende tientallen jaren deze lijst te bestormen.

     

    Zoals je kan zien op de foto heeft deze een breed uitlopende stamvoet. De tweede dikste Vlaamse mammoetboom is veel cilindrischer van model en is een heel stuk hoger. Deze laatste boom in Goetsenhoven bij Tienen is dus eigenlijk de 'grootste' Vlaamse mammoetboom.

  • Zomereik (le chêne de Férage)

    Vlakbij het Naamse gehuchtje Férage nabij Mesnil-Eglise staat een erg grote zomereik. Deze boom staat vlabij een kasteeltje op het domein van de Ardenne, een voormalig koninklijk domein dat door de "koning-bouwer" Leopold II werd aan de Belgische staat werd geschonken.

     

    Voor de mensen die geïnteresseerd zijn in afmetingen: de boom had in 1989 een omtrek van 7,7 m op anderhalve meter. Wellicht is die ondertussen maar heel lichtjes toegenomen, want zoals het statige eiken betaamt, groeit ook deze eik heel langzaam. Jeroen Pater mat in 2003 een omtrek van 7,76 m maar ik vermoed dat dit op 1,3 m is en niet op 1,5 m zoals gebruikelijk in België.

    Volgens het boek dat Jeroen Pater schreef, genaamd "Monumentale bomen in Europa" (zie bronnen), zou de Belgische bomenmeter Jean Châlon deze boom in zijn driedelige werk Les arbres remarquables de la Belgique (1910-1911) vermeld hebben. Châlon bezocht de eik van Férage op 22 augustus 1910 en sprak vol lof over "één van de wonderen van België". Foto's door Jean-Pol Grandmont.

    In Férage is trouwens nog een monumentale boom te zien. Nabij de kerk staat een eeuwenoude linde, die tegenwoordig nog maar een redelijk beschadigde en gedesintegreerde stam heeft. In 1910 zou de omtrek 8,72 m geweest zijn, ruim een meter meer dan de linde van Conjoux in die tijd had (bron: "Monumentale bomen in Europa").
    In 1989 had deze twintig meter hoge linde een omtrek van 7 m op 1,2 m gemeten.


Dikke meerstammige bomen in België: lijst

  • De plataan van Saulchoy

    De feitelijk dikste boom van België is een plataan (Platanus x hispanica) die men kan vinden in het (private) kasteelpark van Saulchoy in het Henegouwse Zinnik (Soignies). In 1987 had deze opvallende boom een omtrek van 9,4 meter, gemeten op een halve meter hoogte. In 2007 bedroeg deze reeds 11 meter.

    Zoals je kan zien op de foto (door Jean-Pol Grandmont) heeft deze meerstammige plataan geen echte "stam" en is het best mogelijk dat het hier om meerdere aaneengegroeide platanen gaat, net als bij de dikke plataan van Boutersem.

    Oude platanen in België
    Zowel de plataan van Sauchoy als de plataan van Vertrijk (Boutersem) zijn meerstammige - of aaneengegroeide - bomen, wat de indruk zou kunnen wekken dat enkelstammige, "normale" platanen geen grote afmetingen kunnen bereiken. Niets is echter minder waar, zoals onderstaande plataan bewijst. Deze boom is te vinden nabij de kasteelboerderij van Pitet nabij Fallais (provincie Luik).

     

    De gewone plataan, zoals die en masse is aangeplant in onze steden, is een door de mens gecreëerde kruising tussen de Westerse plataan (Platanus occidentalis), die van nature in Noord-Amerika voorkomt, en de Oosterse plataan (Platanus orientalis) uit het oosten van het Middellandse-Zeegebied (zo zag ik in de Griekse bergen eeuwenoude, erg grote, doorleefde Oosterse platanen).

    Deze kruising bleek het goed te doen in ons klimaat en heeft ook weinig last van luchtvervuiling, wat de veelvuldige aanplant van platanen in steden verklaart. De meeste grote platanen nabij kastelen en landgoederen zijn aangeplant tijdens de 19e eeuw en zijn nog steeds in volle groei. We kunnen gerust stellen dat de door de mens gecreëerde, hybride plataan wellicht nog de tijd niet heeft gehad zijn maximale afmetingen te bereiken - iets waar de Oosterse plataan meerdere eeuwen over doet.

    Toch bereiken de dikste enkelstammige platanen al een behoorlijke omtrek in België: bovenstaande plataan had in 2007 een omtrek van exact 7 m (op 1,5 m boven de grond). In 2007 bezocht ik de grootste plataan ter wereld, deze staat in het hertenkamp Lydney Park in Wales en had toen een omtrek van 9,21 m (op 1,5 m). Deze mooi uitgebalanceerde boom was toen zo'n 33 à 34 m hoog en is vrij onbekend - zelfs de tuinman van het bijhorende kasteel was niet op de hoogte dat deze plataan in een vallei van het domein stond!

  • Plataan van Vertrijk

    De feitelijk dikste boom van Vlaanderen is een plataan (Platanus x hispanica) die men kan vinden in het park De Kwabeek in het Vlaams-Brabantse Boutersem.

     

    In 1995 had deze boom een omtrek van 9,99 meter (gemeten op 1,5 m). Men vermoedt echter dat het hier niet gaat om één enkele boom, maar uit een aantal aan elkaar vergroeide platanen. In de omgeving staan namelijk een aantal andere platanen in een rij aangeplant met stamomtrekken van ongeveer 3 meter. De zware vertakkingen van de plataan zijn elk ongeveer even dik als de stammen van de platanen die in de rij staan. Indien het klopt dat deze boom bestaat uit meerdere exemplaren, kan deze boom volgens de criteria van de Belgische Dendrologische Vereniging niet meer aanzien worden als de dikste boom van België.

    De foto links komt uit het boek van Yo de Beule en Paul Geerts (zie bronnen). De twee foto's rechts nam ik zelf, "featuring" mijn autootje bij het kasteel van Vertrijk en enkele vrienden en vriendinnen bij de boom omwille van de schaal.

    Bij het vergelijken van beide foto's waarop de boom te zien is, kan ik me toch niet van de indruk ontdoen dat de boom aan het doorzakken is. Als men opensplijten van de kroon zal willen uitstellen, zal er allicht wat kabelwerk bij aan te pas moeten komen.

  • Zomerlinde van Vordenstein

    In het park Vordenstein in Schoten (Antwerpen) groeit een indrukwekkende meerstammige zomerlinde (Tilia platyphyllos). Uit dezelfde wortels ontspruiten maar liefst 10 stammen die een gezamenlijke omtrek van 9,18 meter halen en een hoogte van 20 meter (2004). Vlakbij bevinden zich trouwens nog 3 dikke meerstammige lindes.

  • Libanonceder van kasteel Ommerstein

    De libanonceder (Cedrus libani) in Ommerstein, Dilsen had in 2004 een omtrek van 9,09 m.


    De boom in Dilsen is een meerstammig exemplaar, zodat de omtrek nabij de grond is gemeten (foto door Nardo Kaandorp). Ik heb echter ook foto's van een grote éénstammige atlasceder (Cedrus atlantica) op het Domaine de Mariemont. Deze boom met een mooie kruin, waarvan de takken in "etages" groeien, had in 2006 een omtrek van 6,25 meter.

    De Libanonceder groeit van nature in wouden in de gebergten van Libanon, Syrië en het Taurusgebergte in Turkije en wordt reeds in de Bijbel geroemd om zijn majestueusheid en de uitmuntende kwaliteit van het hout. Sinds 1638 is de boom in West-Europa geïntroduceerd en werd een vaak aangeplante sierboom in Engelse tuinen. De sterk verwante Atlasceder (Cedrus atlantica of soms ook Cedrus libani var. atlantica) komt van nature voor in het Atlasgebergte in Marokko en Algerije.

  • De canadapopulier van Geraardsbergen

    In het abdijpark van Geraardsbergen (in de Vlaamse ardennen) groeit een meerstammige canadapopulier van de variant 'Marilandica'. Deze kloon heeft enkel vrouwelijke exemplaren en gaat terug tot de Europese zwarte populier (Populus nigra) en de Amerikaanse populier (Populus deltoides).

    De Canadapopulier in Geraardsbergen is een oude dame op retour. De kroon wordt met behulp van kabels samengehouden en zoals te zien is op de foto is één van de drie stammen dood en werd afgezaagd. Op het resterende deel van de stam groeien zwammen die de andere twee stammen ook aan het belagen zijn. In 1989 had deze boom een omtrek van 8,5 m.

    Mocht u eens naar Geraardsbergen gaan, breng dan zeker ook eens een bezoekje aan de kapel op de "Muur" of de Oudenberg, een bedevaartsoord voor wielergek Vlaanderen, en het "Manneke Pis" op de grote markt, dat ouder zou zijn dat zijn bekende broertje uit Brussel.

  • Winterlinde van Hannut

    De meerstammige winterlinde Tilia cordata van Hannut haalt een omtrek van 8,20 m (1997) en zou een oud exemplaar zijn met vijf stammen.

  • Beuk van Esneux

    In de Closerie du domaine du Rond-Chêne in het Luikse Esneux groeit een beuk (Fagus sylvatica) met een omtrek van 8,10 m (1994) gemeten nabij de grond. De vijfstammige boom zou een kroon van 35 m hoog hebben.

    Tot eind de jaren '90 stond in Houffalize een éénstammige, 'normale' beuk met stamomtrek van 8,85 meter, die echter gestorven is. De huidige dikste beuk zou een exemplaar van 6,77 m op het domaine de Mariemont zijn, samen met een rode beuk (Fagus sylvatica var. purpurea) van 6,80 in Bergen.

    Honderden kolossale beuken kan men terugvinden in het Zoniënwoud nabij Brussel. Het Zoniënwoud is de enige grote restant van het zogenaamde kolenwoud dat in de vroege middeleeuwen een groot deel van Centraal-Vlaanderen bedekte. In het Zoniënwoud is de beuk koning: het bos is beroemd omwille van de grote stukken 'kathedraalwoud' vol oude beuken.

  • Oosterse plataan van Beloeil

    In de Franse kasteeltuin van het gekende kasteel van Beloeil staat een tweestammige Oosterse plataan met een omtrek van 7,98 m, gemeten op 1 meter van de grond. De boom zou 25 meter hoog zijn.

  • De vijstammige zomereik van Hoyoux

    Nabij het château de Hoyoux in het Ardense gehuchtje Bois-et-Borsu zou een grote vijfstammige zomereik groeien. Op een halve meter van de grond zou de omtrek van deze naar verluidt zeer mooie boom 7,92 m (34 m hoog, meting uit 1997) bedragen.

  • Kaukasische vleugelnoot van Heusy

    Deze uitheemse boom is allicht minder gekend dan de eveneens uitheemse plataan, kastanje of okkernoot. Zoals zijn naam al laat vermoeden is deze neef van de okkernoot van nature afkomstig uit het Kaukasus- en het Elburzgebergte. De boom wordt in onze contreien soms aangeplant als solitaire parkboom en kan hier blijkbaar vrij dik worden. De boom heeft een gedrongen silhouet en een gedrongen stam zodat het soms moeilijk is te meten op de standaardhoogte van 1,5 m. Ook bij deze boom is dit het geval: de omtrek is gemeten op een halve meter van de grond. Vleugelnootbomen hebben opvallende bloemsliertjes.

    De Kaukasische Vleugelnoot waar het hier eigenlijk over gaat, groeit nabij een gebouw in de Avenue du Chêne in Heusy nabij Verviers.

Deze recordlijsten zijn gebaseerd op de enigszins gedateerde meetgegevens van de Belgische Dendrologische Vereniging, aangevuld met eigen gegevens.

Voor een overzicht van dikke bomen in Nederland, verwijs ik u graag door naar deze website.

Hoge bomen in België - oude bomen in België.

Inhoudstafel - top van pagina

© Tim Bekaert